Woensdag 19/06/2019

Literatuur

Waarom heeft Philip Roth nooit een Nobelprijs ontvangen?

Beeld ©Michael Christopher Brown / Ma

Als er iemand de laatste jaren de Nobelprijs voor Literatuur verdiende, was Philip Roth het wel. De hele literaire goegemeente leek het daarover eens te zijn, behalve de Zweedse Academie. Waarom is het nooit gelukt voor Roth? En maakt dat eigenlijk iets uit?

“Philip Roth was een meer terechte winnaar geweest, vinden De Craemer en Olyslaegers.” Dat zinnetje verscheen anderhalf jaar geleden in deze krant, in een artikel over de controversiële bekroning van singer-songwriter Bob Dylan met de Nobelprijs voor Literatuur. Auteurs Ann De Craemer en Jeroen Olyslaegers vonden het een onterechte bekroning: niet Dylan, maar Roth verdiende die Nobelprijs.

Het was een sentiment dat die dag bij veel waarnemers terugkwam: een schande dat Roth naast die Nobelprijs greep. Alweer. In 2014, toen Fransman Patrick Modiano tot laureaat werd uitgeroepen, kopte de Britse krant The Guardian: “De echte schande is dat Philip Roth een gigantische loser is – alwéér.”

Al sinds de vroege jaren 90 werd Roth getipt als Nobelwinnaar: twintig jaar na zijn doorbraakroman Portnoy's Complaint beleefde de auteur toen een nieuw creatief hoogtepunt met zijn Zuckerman-romans, zoals The Counterlife. Met de jaren namen de geruchten én Roths slaagkansen bij de bookmakers alleen maar toe. Roth zelf, en met hem de hele literaire goegemeente, zou ervan uitgegaan zijn dat een Nobelprijs niet kon uitblijven.

Het heeft nooit mogen zijn: de prijs wordt niet postuum toegekend. “Een regelrechte schande”, vindt Kristiaan Versluys, professor emeritus in Amerikaanse literatuur (UGent). “Een grote vergissing”, vindt De engelenmaker-auteur Stefan Brijs. “Het toont dat de Nobelprijs een farce is geworden”, herhaalt Olyslaegers vandaag.

Sarcasme

De wegen van het Nobelcomité zijn ondoorgrondelijk, maar in de VS leeft de indruk dat Amerikaanse auteurs bewust over het hoofd worden gezien door de Zweedse Academie. Auteurs als William Faulkner en Saul Bellow, Roths tijds- en geestesgenoot, hebben dan wel een een Nobelprijs gewonnen, maar de Zweedse Academie stelde in 2008: “De VS zijn te geïsoleerd, te insulair. Ze vertalen niet genoeg, en nemen niet deel aan de grote dialoog van de literatuur. Die onwetendheid is beperkend.”

Daarnaast leeft ook de idee dat het comité er niet van houdt om auteurs te bekronen die ook “effectief boeken verkopen”, aldus The Guardian, en dat humor niet meteen als een literaire kwaliteit wordt gezien, volgens The New York Times.

Dat laatste kan Roth weleens parten hebben gespeeld. Ironie is een redelijk essentieel onderdeel van zijn werk, zeker in een roman als Portnoy's Complaint. Daarbij komt nog dat de Academie een “een uitstekend oeuvre in een ideale richting bekroont”, een vage omschrijving die door de jaren anders is geïnterpreteerd. Maar vaak geldt dat enig politiek bewustzijn of zelfs een expliciet politiek idealisme gelden als een voordeel, en cynisme of sarcasme als een nadeel. Auteurs uit politiek instabiele landen, of schrijvers die repressie vrezen, kunnen vaak op sympathie rekenen van het Nobelcomité. Zie ook: de bekroning voor de Wit-Russische journaliste Svetlana Aleksijevitsj, die haar land moest ontvluchten en in 2015 de Nobelprijs won.

Toen de Zweedse krant Svenska Dagbladet Roth vroeg of hij ervan wakker lag dat hij steeds over het hoofd werd gezien, antwoordde hij: “Ik vraag me af of, als ik Portnoy's Complaint 'Het orgasme in tijden van roofzuchtig kapitalisme' had genoemd, ik in de gunst was gekomen van de Zweedse Academie.” Sarcasme was de auteur niet vreemd, zoveel mag duidelijk zijn.

Goed gezelschap

Maar vandaag lijken veel bewonderaars er vrede mee te hebben genomen dat het nooit heeft mogen zijn. “Wat maakt het uit?”, vraagt auteur Annelies Verbeke zich af. “De bewondering van zijn lezers heeft hij sowieso. Met een Nobelprijs was hij geen betere schrijver geweest dan hij nu al is.” Voor Versluys bestaat er dan ook geen twijfel over “dat zijn meesterwerken gelezen zullen blijven worden”, en voor Olyslaegers is “het belangrijkste voor een schrijver als Roth dat hij ook na zijn dood gelezen wordt, dat hij een referentiepunt blijft.”

En voor dat laatste hoef je geen Nobelprijswinnaar te zijn. Toen Dylan won, schreef The New Yorker-hoofdredacteur David Remnick: “Er zijn romanciers die nog steeds verdienen te winnen (en ja, meneer Roth, die lijst begint met jou) en er zijn heel veel anderen die gewonnen moesten hebben.” Om er een indrukwekkend lijstje namen aan toe te voegen: Leo Tolstoj, Marcel Proust, Vladimir Nabokov, James Joyce, Virginia Woolf, Jorge Luis Borges.

In dat lijstje van literaire-genieën-zonder-Nobelprijs komt nu ook Philip Roth terecht. Er bestaat slechter gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden