Vrijdag 10/07/2020

ReportageLa Casa Del Artista

Waarom gaat er niemand naar het museum van Constantin Meunier?

De woning van Constantin Meunier in Elsene is al sinds 1939 een museum.Beeld rv

Waar en hoe leefden beroemde kunstenaars? Deze week: de Brusselse atelierwoning van beeldhouwer Constantin Meunier.

‘Constantin Meunier is in al zijn werk superieur aan mij. Hij schilderde alles waarvan ik altijd droomde dat ik het zou ­kunnen maken’, schreef Vincent van Gogh in 1889. August Rodin noemde Meunier in 1905 ‘een van de grootste kunstenaars van onze eeuw’. Hoe komt het dan dat het Van Gogh Museum en het Rodin Museum nog steeds bussen vol toeristen naar Amsterdam en Parijs lokken? En dat er in het Constantin Meuniermuseum in Elsene nauwelijks volk komt? Ook al ligt het pal in de galeriebuurt van Brussel?

Constantin Meunier.Beeld rv

Meunier (1831 – 1905) bouwde zijn atelierwoning in 1900, toen hij op het toppunt van zijn carrière was. De ‘Belgische Rodin’ kocht een chic perceel in Elsene, vlak bij het Ter Kamerenbos. Hij had toen al een indrukwekkend cv, een gevuld opdrachtenboekje, en vrienden zoals Henry Van de Velde, Paul Signac en Théo van Rysselberghe. Die belandden allemaal niet in de vergeetput, hij helaas wel. 

In 1909 kreeg hij één serieuze retrospectieve in België, daarna was het wachten tot 2014. Zijn dochter Charlotte liet in 1936 nochtans de atelierwoning (met 700 werken) over aan de Belgische staat, die er in 1939 een museum van maakte. In communistisch China beleefde zijn werkmanskunst een korte revival. Maar het maakte hem niet even beroemd als Rodin.

Beeld rv

Zijn ouders hadden het niet breed. Zijn moeder kwam uit een arme familie, en op zijn vierde verloor hij zijn vader, een belastingontvanger die na een overval in een depressie sukkelde. Net als zijn oudere broer Jean-Baptiste toonde hij interesse in tekenen, schilderen en boetseren. Met zijn bourgeois portretten of religieuze doeken maakte hij aanvankelijk maar weinig brokken. En ook zijn reeks over de trappisten van Westmalle zullen weinigen zich herinneren.

Fragment uit het 'Monument van de arbeid'.Beeld rv

De déclic kwam er in 1879, toen hij de kristalfabrieken van Val-Saint-Lambert, de hoogovens van Cockerill en de steenkoolmijnen in de Borinage bezocht. Hoe hard de werkomstandigheden erin hakten, merk je aan de tekeningen en beelden die hij maakte van afgematte mijn-, dok- en fabriekswerkers. In zijn succesperiode beeldde hij hun labeur heel realistisch én geëngageerd uit. Hij verhief ze tot monumentale helden. Geen wonder dat hij nogal wat standbeelden mocht leveren voor parken of pleinen. De buildrager (1885) bijvoorbeeld, het symbool voor havenarbeiders op het Antwerpse Eilandje. Of het Monument van de arbeid (1889) aan de Van Praetbrug in Laken. Al herkennen pre-millennials misschien zijn kop van op de blauwe biljetten van 500 Belgische frank. Miljoenen zijn daarvan gedrukt. Maar zelfs dat was blijkbaar niet genoeg om onsterfelijk te worden.

Constantin Meunier Museum, Abdijstraat 59, Elsene. In Museum M in Leuven heropent op 18 mei de expo Rodin, Meunier en Minne.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234