Donderdag 29/10/2020

AchtergrondDSMTW

Waarom Erik Van Looy zo’n goede quizmaster is: een antwoord in vijf trefwoorden

Erik Van Looy presenteert straks het zeventiende seizoen van ‘De slimste mens ter wereld’.Beeld SBS

Maandag stemmen weer zo’n miljoen Vlamingen af op ‘De slimste mens ter wereld’, als vanouds met Erik Van Looy achter de knoppen. Wat maakt van hem zo’n goede quizmaster? Wat is dat eigenlijk: een goede quizmaster? Een poging tot antwoord, in vijf trefwoorden.

Tijdens de voorbije zeventien seizoenen van De slimste mens ter wereld is er hier en daar aan rondes gesleuteld (we horen Erik nog steeds prachtig diftongerend de ‘lijstjesronde’ aankondigen), er zijn busladingen nieuwe kandidaten en juryleden gepasseerd (remember Marc Reynebeau?), maar – op het eerste seizoen na – was de presentator altijd dezelfde: Erik Van Looy. Wat maakt van hem zo’n goede quizmaster? We vroegen het aan tweevoudig Slimste mens-kandidaat en quizmaster Tom Lenaerts (De pappenheimers, Kalmte kan u redden), Slimste mens-jurylid, -opwarmer en quizmaster Sven De Leijer (Donderen in Keulen) en tweevoudig kandidate en quizmeesteres Frieda Van Wijck (In Alle Staten, De klas van Frieda). In vijf trefwoorden, uiteraard.

Tom Lenaerts in 'De pappenheimers'.Beeld © Woestijnvis 2009

1. CATCHPHRASE

Hoort een quizmaster een catchphrase te hebben, zoals pakweg ‘’t is gebeurd’?

Tom Lenaerts: “Oei, dat weet ik eigenlijk niet. Ik vind dat een goede vraag, dus nu ga ik even nadenken.”

Sven De Leijer: “Tja, blijkbaar werkt dat wel. Ik herinner mij nu spontaan ‘Licht uit, spot aan’ (uit Een van de acht met Mies Bouwman, red.). Ik denk dat zoiets wel een zekere meerwaarde biedt.”

Tom Lenaerts: “Ik had bij De pappenheimers geen echte catchphrase, of het moest ‘Ga maar naar de kokers’ zijn. (lacht) Maar dat was het dan. Dé catchphrase van De pappenheimers was volgens mij ‘Stop de klok’. Ik denk dat voor een quiz hetzelfde geldt als voor eender welk ander programma: een catchphrase kan nooit kwaad. Maar ik denk niet dat het iets is waar je wanhopig naar op zoek moet gaan, het is meer iets dat vanzelf ontstaat na een aantal afleveringen. Bij De slimste mens is er ook nooit gebrainstormd met als uitkomst dat Erik ‘’t is gebeurd’ moet zeggen als er een winnaar is. Da’s vooral gekomen omdat Erik niet zo taalvaardig is en dus vaak hetzelfde zinnetje gebruikt.” (lacht)

Frieda Van Wijck: “Ik herinner mij toen ik In alle staten deed, heel lang geleden, dat ik eens toevallig een aflevering afsloot met: ‘Ik ben weg, want ik heb thuis nog strijk staan.’ Daar kwam toen heel veel reactie op en dan probeer je de volgende keer weer zoiets te bedenken en na verloop van tijd wordt dat een gimmick. Ik denk dat ook ‘’t Is gebeurd’ toevallig is ontstaan. Da’s ook wel goed zo, denk ik.”

Frieda Van Wijck presenteerde 'De klas van Frieda'.Beeld © VRT Bart Musschoot

2. HUMOR

Hoe belangrijk is humor voor een quizmaster?

Sven De Leijer: “Het moet niet, maar het helpt wel. Er zijn legendarische, internationale quizzen waar heel erg serieuze presentatoren evengoed hun ding doen. Het hangt vooral af van je format. Maar ik zou De slimste mens toch liever niet te serieus zien.”

Frieda Van Wijck: “Ik zie Astrid Joosten Twee voor twaalf presenteren en dat heeft ook nog altijd zijn publiek. Het hangt er vanaf welk soort quiz je maakt. In alle staten was ook een vrij serieuze quiz. Daar kon je af en toe eens een grappige opmerking tussengooien, maar dat was niet noodzakelijk. De mensen die naar dat soort quizzen kijken, zijn doorgaans echte quizzers, die voornamelijk in de gaten houden ‘of de vraag wel 100 procent klopt’. De vragen moesten bij ons echt wa-ter-dicht zijn. Maar De klas van Frieda of De slimste mens teert veel meer op gezelligheid, dus daar mag humor aan te pas komen.”

Tom Lenaerts: “Ik denk dat humor kan helpen om af en toe de ernst te relativeren. Je probeert alles te doen om je kandidaten wat op hun gemak te stellen. Hoe ernstiger de quiz, hoe leuker het is om eventjes te kunnen ademen. Zelfs in de meest saaie, duffe quizzen is humor welkom. Ik denk dat er trouwens, behalve in bed, weinig momenten zijn waarop humor niet welkom is. Ik zou alleszins toch niet proberen om ineens met een rode neus vanonder de lakens te komen.” (lacht)

3. SLIM

Hoe slim moet een presentator zijn?

Tom Lenaerts: “Heel slim, hè. Da’s basisvoorwaarde één. (lacht) Nee, da’s de grootste misvatting… Veel mensen denken dat ik een goede quizzer ben. Maar ten eerste: om te quizzen moet je niet per se slim zijn, je moet er veel voor weten en onthouden, wat minder met intelligentie te maken heeft maar alles met geheugen. Ten tweede: als je zelf een quiz maakt, leer je doorgaans zelf niets bij. Je maakt namelijk vooral vragen over zaken die je zelf weet. Conclusie: je moet niet slim zijn om een quiz te presenteren. Je moet min of meer ordentelijk vragen kunnen voorlezen, dat is het eigenlijk.”

Sven De Leijer: “Wat mij betreft moet je niet per se intelligent zijn. Je kan het vergelijken met de presentator van een talkshow: die moet ook vooral de vragen stellen en niet per se de antwoorden kennen. Natuurlijk, als je Ben Crabbé bij Blokken ziet: die weet alles. Ook Erik doet misschien vaak alsof hij iets niet weet, maar ook hij weet álles. Dus het zal waarschijnlijk wel helpen, maar ik vind het geen must.”

Frieda Van Wijck: “Het hoeft niet, maar het is wel zo dat je een bepaald soort concentratie nodig hebt. Je moet letten op wat de mensen zeggen en daarop reageren en tegelijkertijd het verloop van de quiz in de gaten houden. Je moet bijvoorbeeld weten wanneer je ‘Alles is nog mogelijk’ moet zeggen. (lacht) Dat vond ik vreselijk moeilijk. Ik had gelukkig iemand in mijn oortje die me daarbij hielp.”

'Donderen in Keulen' met Sven De Leijer.Beeld RV

4. MAN

Als je de lijst met quizmasters bekijkt, zijn het bijna allemaal mannen.

Sven De Leijer: “Spijtig, hè.”

Tom Lenaerts: “Ja, er zijn dan ook veel meer mannen die zich inschrijven voor quizzen dan vrouwen. Er zit toch een beetje de drang in om te tonen wat je weet, daar moet je toch een beetje een haantje voor zijn. En er zijn nu eenmaal meer mannelijke haantjes. Als je zelf al niet graag quizt, is de kans klein dat je een quiz gaat presenteren. Ik denk dat het meer daarmee te maken heeft dan met iets anders. Maar je hebt ook heel goede vrouwelijke quizmasters. Denk maar aan Ruby Wax in Engeland, Astrid Joosten in Nederland…”

Sven De Leijer: “De meeste quizmasters zijn zelf enorm competitieve spelers: Erik Van Looy, Ben Crabbé, Herman Van Molle vroeger, al die mannen quizzen zelf graag. Ik denk dat mensen zoals Adriaan Van den Hoof en ik daar eerder een uitzondering op vormen. Nu, wij presenteren ook niet het soort quizzen dat een Ben of een Herman presenteert.”

Frieda Van Wijck: “Ik denk vooral dat wij in Vlaanderen met nogal een mannelijke entertainmentsector zitten. Volgens mij quizzen vrouwen even graag. Ik herinner mij dat Ben Crabbé, om hem nog maar eens te noemen, indertijd een grote inspanning heeft geleverd om voor Blokken vrouwelijke kandidaten aan te trekken. Hij heeft daar echt op zitten hameren en als je nu naar Blokken kijkt, zitten daar volgens mij evenveel mannen als vrouwen. Een quiz is voor iedereen even dwingend. Als er iemand een vraag stelt, dan blijf je toch kijken om te zien wat het antwoord is, of niet? Ik denk dat dat bij mannen en vrouwen op dezelfde manier werkt. Misschien dat vrouwen zich minder makkelijk inschrijven, dat kan. Er moet ook nog iemand de was doen. Zet daar maar (lacht) achter, hè.”

5. GEHEIM INGREDIËNT

Tot slot: is er nog een geheim ingrediënt? Iets waar we het nog niet over hebben gehad?

Tom Lenaerts: “Ik denk dat je een goed evenwicht moet houden tussen bittere ernst en relativeren. Je moet het spel serieus genoeg nemen, en er op tijd eens kunnen uitstappen. Ik denk dat die mix essentieel is. En o ja! Goed kunnen hoofdrekenen. Da’s ook niet onbelangrijk.”

Sven De Leijer: “Een goede voorbereiding. Dat vind ik straf aan Erik, hoe die daar na al die jaren nog zo maniakaal mee bezig is. In deze periode van het jaar is dat zijn leven. Hij heeft niets meer te bewijzen en toch doet hij dat nog altijd met een ongelofelijk professionalisme.”

Frieda Van Wijck: “Het geheim is volgens mij een goede redactie. Ik heb voor In alle staten samengewerkt met Karel Vereertbrugghen en dat was een droom om mee te werken. En ook voor De klas van Frieda had ik een geweldig goede redactie, waarvoor bij deze nog eens mijn dank aan al die mensen.”

Sven De Leijer: “Een goede verstandhouding met het publiek is ook belangrijk. Erik vertelt voor de opnames altijd een mopje om het ijs te breken. Mensen hebben dat graag als een presentator hen even persoonlijk komt begroeten. Je hebt presentatoren die dat niet aankunnen van de stress, maar als je het wél kan, dan is dat het minste wat je kan doen. Die mensen komen speciaal uit hun zetel om naar u te komen kijken. Dat werkt langs twee kanten. Als presentator geeft dat ook rust. Als de mensen al twee keer gelachen hebben, ben je meer op je gemak.

“Verder is een beetje routine voor een quizmaster ook goed. De dag van een opname ga ik altijd wandelen in het bos tot het script in mijn hoofd zit. Daarna drink ik veel te veel koffie, ik moet hevig staan om te kunnen presenteren, wat ik me dan ’s avonds in bed altijd weer geweldig beklaag.”

Tom, jij dronk voor de Pappenheimers dan weer altijd een glas wijn. Om de zenuwen weg te nemen?

Tom Lenaerts: “Nee, gewoon omdat het al na vijf uur ’s avonds was.” (lacht)

De slimste mens ter wereld, vanaf maandag 12 oktober op Vier.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234