Zondag 29/03/2020

Film

Waarom Brussel zo’n fantastisch filmdecor is: ‘Grauwheid én schoonheid’

Een beeld uit ‘Ghost Tropic’.Beeld RV

‘De belangrijkste reden waarom ik hier films maak, is omdat het een heel visuele stad is.’ ‘Hier’ is Brussel, en de films waarover Bas Devos het heeft, zijn Hellhole en het nieuwe Ghost Tropic. Onze hoofdstad pakt goed op film, weten ook andere regisseurs. ‘Ik zocht een zekere grauwheid, maar ook schoonheid. Dat kan hier alleen in Brussel.’

“Weet je wat maf is aan Brussel? Het centrum leeft 24 uur op 24. Maar ga ’s nachts vier of vijf straten verder en je komt in een soort niemandsland, waar het stil en leeg is. Dat trekt mij aan.” Dat is ook het Brussel dat regisseur Bas Devos toont in zijn nieuwe film Ghost Tropic, waarin een Brusselse vrouw ’s nachts van de ene kant van de stad naar de andere wandelt, op weg naar huis. Het is een film waarin onze hoofdstad een hoofdrol opeist.

Dat was ook al zo in Devos’ vorige film, Hellhole. “Die film speelde zich op een specifiek moment in de tijd af”, vertelt Devos, bij wie de stad “een deel van mijn DNA” vormt. “Brussel was in een staat van verwarring en verontrusting na de aanslagen. Voor veel mensen was dat een harde, afstandelijke film, maar dat was niet mijn bedoeling. Ik wilde vooral de vraag stellen: hoe vind je een gemeenschappelijk verhaal in zo’n complexe, superdiverse stad? Ghost Tropic probeert daarop een antwoord te formuleren.”

En dus mag Brussel schitteren op het grote scherm. Zoals het dat ook al deed in Cleo, de debuutfilm van Eva Cools. “Mijn uitgangspunt was een verhaal over een meisje dat op de dool was”, legt Cools uit. “De film Christiane F. (1981), waarin het hoofdpersonage door de straten van Berlijn dwaalt, was een belangrijke referentie. Ik zocht een zekere grauwheid, maar ook schoonheid. Dat kan hier alleen in Brussel.”

Zowel Ghost Tropic als Cleo spelen zich niet af op postkaartlocaties. Geen kiekjes van de Grote Markt of Manneken Pis. Denk maar aan de voetgangersbrug aan het Molenbeekse metrostation Beekkant, in Cleo. “Dat is een scary tunnel”, aldus Cools, “maar ook visueel heel mooi.” Devos: “De bekende plekken van Brussel zijn niet de mooiste plekken. Een scène aan de Beurs zou ik niet spannend of visueel interessant vinden.”

Er zijn nochtans tegenvoorbeelden. Een van de eerste films die in Brussel werden gedraaid, was de stille kortfilm Saïda a enlevé Manneken Pis (1913), waarin een luipaard ontsnapt uit de kermis en met Brussels beroemdste ketje aan de haal gaat. En in de impressionistische kortfilm Dimanche (1963) hebben de iguanodonskeletten uit het Natuurhistorisch Museum een hoofdrol.

Het zijn voorbeelden die tonen dat Brussel al langer filmmakers inspireert. De bekendste daarvan is misschien wel Chantal Akerman, die klassiekers als Jeanne Dieleman, 23, quai du Commerce, Bruxelles (1975) en Toute une nuit (1982). “Ik hou van de tramritten door de stad in Manneken Pis (1995) van Frank Van Passel en ook Jaco Van Dormael laat in zijn films een mooie flard van de stad zien”, zegt Marc Didden, regisseur van Brussels By Night (1983). “Maar ik vind Brussel in Toute une nuit op zijn mooist.” Ook Devos haalt, naast Nicolas Provosts The Invader (2011), Toute une nuit als een prachtvoorbeeld van een Brussel-film aan. “Maar het Brussel van Akerman bestaat vandaag niet meer.”

Dat is meteen een van de grootste troeven van onze hoofdstad. “Als je vandaag een film draait in Brugge, Amsterdam of Venetië zal die er niet zo anders uitzien dan een film van tien, twintig of dertig jaar geleden”, vindt Didden. “Maar Brussel verandert iedere dag. Dat er geen eenvormige architectuur is die het stadsbeeld mee bepaalt, maakt Brussel aantrekkelijk. Er zijn smalle steegjes en brede lanen. Middeleeuwse gebouwen en rijzige torenflats. Parken en bossen en industriële zones: ze zijn allemaal in overvloed aanwezig en in het geheel niet plat gefilmd.” Brussels By Night gaat dan ook niet zozeer over Brussel, zegt Didden. “Hij is zowat overal ter wereld vertoond en zowel in Barcelona, Milaan als Los Angeles zegden toeschouwers mij achteraf dat de film ook over hun steden ging. Ik beschouwde dat als een compliment.”

Toen Cools aan Sint-Lucas studeerde, kreeg ze voor het vak cinematografie zelfs een opvallende opdracht. “Film Parijs in Brussel. Zo leer je anders naar Brussel kijken.” En de bijna romantische schoonheid ontdekken. In Cleo wordt, naast de gevaarlijke verkeerschaos en de grimmige Kanaalzone, ook het art-deco-Brussel getoond. “Ik heb geprobeerd om die prachtige architectuur in beeld te brengen.” Zo werd er gedraaid in het Muziekinstrumentenmuseum en het beroemde restaurant De Ultieme Hallucinatie.

Bij het zoeken van locaties kreeg Cools ook hulp van screen.brussels, een fonds dat audiovisuele producties in de hoofdstad ondersteunt en ook Hellhole steunde. De laatste jaren zijn er ook meer internatonale producties die neerstrijken in Brussel, zoals The Fifth Estate (2013) en The Danish Girl (2015). In de tijd van Didden waren de lokale overheden minder behulpzaam. “Wij werden eerder tegengewerkt dan dat we steun kregen.”

Al is filmen in Brussel nog altijd geen evidentie. Zeker niet als je op de grens van twee gemeenten, zoals Molenbeek en Anderlecht, draait. “Onze location manager werd zot van al die gemeenten”, herinnert Cools zich. “Om iets op te nemen in Anderlecht, moesten we er vijf weken op voorhand bij zijn. In Molenbeek ging dat veel sneller. Maar toen we voor een bepaald shot vroegen om de verlichting te laten branden, lukte dat in Molenbeek niet. En in Anderlecht wel. Brussel is ook: surrealisme.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234