Zaterdag 21/05/2022

AchtergrondABBA

Waarom ABBA zo onweerstaanbaar blijft. En neen, ze doen het niet voor de money, money, money

null Beeld RV
Beeld RV

Vandaag verschijnt Voyage, het nieuwe album van de onlangs gereanimeerde popgroep ABBA. Stef Selfslagh, al fan voor hij het woord hitparade kon uitspreken, loopt al weken te stuiteren.

Stef Selfslagh

Zoals een dead man walking die te horen krijgt dat de elektrische stoel kapot is. Zoals een paleontoloog die merkt dat de botten die zijn hond aan het opgraven is brachiosaurusrestjes zijn. Zoals een Bart De Pauw-lookalike die erin slaagt om zijn cafécrush ervan te overtuigen dat hij níét Bart De Pauw is. Zó euforisch was ik toen Björn Ulvaeus en Benny Andersson op 2 september aankondigden dat ABBA een nieuw album had gemaakt. “Tien nieuwe liedjes”, prevelde ik. Ik pinkte een traantje weg, trippelde naar Instagram en schreef onder de hoesfoto van de nieuwe Abba-plaat: “Universum, alles is vergeven.”

Lees ook

ABBA’s nieuwe plaat Voyage verschijnt zo’n veertig jaar na de split, maar pikt de draad naadloos op waar het viertal die ooit liet liggen. Lees hier onze recensie ★★★★☆

Björn van ABBA over de comeback, de aanstaande optredens als ‘Abbatars’ en de kritiek dat geld de belangrijkste drijfveer is. ‘Het is zó oneerlijk om dit te zeggen.’

Het voorspel was opwindend geweest, maar ook afmattend. In de zomer van 2018 luidde het dat ABBA tegen Kerstmis twee nieuwe nummers zou uitbrengen, “misschien meer”. Een ABBA-loos jaar later klonk het dat er vijf nieuwe liedjes op komst waren, maar dat het nog niet duidelijk was wanneer ze zouden verschijnen. Toen kwam de coronacrisis. Hét moment om nieuwe ABBA-muziek op de wereld los te laten, dacht ik. Als één groep in staat is om ons door virologen bezwaarde gemoed op te vrolijken dan wel ABBA. Maar ook 2020 moest ik hunkerend – zeg maar: nagelbijtend, koortsdromend en soms net niet boven de pot hangend van de opwinding – doorbrengen.

Mijn wanhoop werd weer hoop toen twee maanden geleden een bijzonder bericht mijn mailbox binnendwarrelde: “Dear ABBA-fan, join us this Thursday for a special livestream announcement on YouTube.” Een paar dagen later zat ik met trillende lippen en een hartslag van 180 achter mijn laptop. “ABBA are back together”, joelde BBC-presentatrice Zoe Ball. Benny en Björn knikten instemmend, het beeld werd zwart, er steeg gejuich op van Sydney tot Stockholm en even later zongen Agnetha Fältskog en Anni-Frid Lyngstad de woorden die qua verlossing niet hoeven onder te doen voor ‘de Heer is waarlijk opgestaan’: “New spirit has arrived, we have a story and it survived”. ABBA was van het verleden naar de toekomst verhuisd, en met hen mijn geloof in een betere wereld. Een mirakel was het, zoniet van Bijbelse dan toch van epische proporties.

In de fleur van hun leven

“We wilden het doen voor we dood waren”, verklaarde Benny Andersson op vraag van Zoë Ball de reünie van zijn groepje. “Hoezo, dood?” riep ik vanachter mijn laptop. “Jij, de pianoheld die al op Ryan Gosling leek nog voor Ryan Gosling geboren was? Agnetha, de zanggodin met de ogen vol chronische weemoed en de benen waar geen hetero cisman ooit op uitgekeken raakt? Frida, de meest gracieuze aller mezzosopranen? Björn, de enige man ter wereld die waardig een nek-, oor- én voorhoofdtapijt weet te dragen? Jullie zijn in de fleur van jullie leven, begot. Dood! Hahaha!”

Het brein aanvaardt maar wat het hart toelaat. En mijn hart zei: ABBA-leden worden niet lastiggevallen door spataders, artritis en botontkalking. Eens kreukvrije Joepie-iconen, altijd kreukvrije Joepie-iconen. Pas toen het interview van Zoe Ball met Benny en Björn al even bezig was en ik tussendoor ook wat beelden van Agnetha en Frida had gezien, begon het me te dagen dat de twee A’s en de twee B’s minder tijdloos zijn dan de muziek die ze hebben gemaakt. In de veertig jaar tussen ‘Under Attack’, hun laatste single, en ‘Don’t Shut Me Down’, hun nieuwste, zijn de gewrichten stijver en de haren dunner geworden. Mijn suspension of disbelief smolt als een gletsjer op Antarctica.

Om te vermijden dat de jeugdherinneringen van oudere ABBA-fanaten al te bruut aan diggelen worden geslagen, zullen de ABBA-leden zich tijdens hun nakende concerten in Londen laten vertegenwoordigen door avatars: digitale reconstructies van hoe ze er in 1978 uitzagen. Zullen de fans uit de bol gaan voor een computergestuurde versie van ABBA? Daar kun je een glas ricine op innemen. Zal ik een van hen zijn? Welnee. Ook al zal ik het tot in mijn kist blijven betreuren dat ik ABBA nooit live aan het werk gezien heb, soms kun je beter fantaseren over hoe het had kunnen zijn dan je toevlucht te nemen tot een surrogaatervaring. Of in dit geval: een prostaatervaring. Al sluit ik niet uit dat ik volgend jaar een fanbocht van honderdtachtig graden maak en alsnog naar Londen trek. Mijn principes zijn van de weke soort. Zeker als er heupwiegende Frida’s en Agnetha’s in het spel zijn.

Meteen nadat de reünie van ABBA wereldkundig was gemaakt, vroegen muziekjournalisten zich af of de groep het niet ‘voor de money money, money’ deed. Nog afgezien van het feit dat de woordspelingenpolitie hen daarvoor met het nodige machtsvertoon had moeten oppakken, is het een mallotige vraag. ABBA heeft wereldwijd meer dan 400 miljoen albums verkocht. ABBA Gold, hun greatesthitsplaat, staat al duizend weken in de Engelse hitparade. Hun songs worden elke maand zestien miljoen keer gestreamd. In de jaren zeventig was ABBA na Volvo het grootste exportproduct van Zweden. En begin deze eeuw heeft de groep een bod van één miljard dollar afgewezen om opnieuw samen op te treden. Wie denkt dat money voor ABBA nog altijd een dingetje is, denkt wellicht ook dat Bill Gates aan liefdadigheid doet omdat hij voor zijn belastingaangifte nog een aftrekpost kon gebruiken.

Abba in 1976. Beeld Getty Images
Abba in 1976.Beeld Getty Images

Ik was negen toen ik op 9 januari 1979 uit bad kroop, mijn pyjama aantrok, naar de woonkamer slofte en met natte haren voor de televisie ging zitten. Mijn gezinsgenoten waren naar Music for Unicef aan het kijken, een rechtstreeks uitgezonden benefietconcert in het VN-hoofdkwartier in New York. The Bee Gees deden mee, net als Olivia Newton-John, Earth Wind & Fire en Donna Summer. Plots kwam ABBA het podium op gelopen. Benny, Frida, Björn en Agnetha hadden hun Mamma Mia-kostuums voor de gelegenheid thuisgelaten en verzamelden zich in eendrachtig zwarte outfits rond een witte piano. De beginakkoorden van ‘Chiquitita’ werden ingezet, mijn pas uitgekuiste oren wisten niet wat ze meemaakten. Benny speelde een pianomelodie die me binnen de tien seconden op wolken deed lopen, Agnetha zong zich alle kamers van mijn hart binnen en zou er nooit meer uit weggaan.

Vier decennia gaat mijn liefde voor ABBA ondertussen mee. In de jaren tachtig deden mijn ouders mij op een kerstavond The Visitors cadeau, waarna ik naar mijn kamer stoof, de plaat op repeat zette en mij pas op kerstdag opnieuw liet zien. In de jaren negentig was het Leuvense stadsfestival Marktrock voor mij niets meer dan een excuus om nadien in café Den Allee op de tafels te kruipen en armwuivend ‘Lay All Your Love On Me’ mee te brullen. Na de eeuwwisseling kocht ik in een Londense boekenwinkel ABBA: The Complete Photo Book, een naslagwerk dat erg dienstbaar bleek bij het restaureren van de ABBA-afdeling van mijn geheugen. Zeven jaar geleden bezocht ik in Stockholm het ABBA-museum, waar ik mezelf met behulp van hologramtechnieken tot het vijfde ABBA-lid promoveerde en als een gediplomeerde onnozelaar in de helikopter plaatsnam die op de hoesfoto van Arrival staat.

En nu maak ik me dus klaar om de rest van het jaar non-stop naar Voyage te luisteren en iedereen al dan niet digitaal te belagen met ABBA-weetjes. “ABBA was ook de naam van het Zweedse visbedrijf Abba Seafood Company!” “Een Australische tv-special over ABBA trok meer kijkers dan de maanlanding!” “Alle nummers op ABBA Gold werden minstens door één andere artiest gecoverd!” “De fucking Engelsen gaven tijdens het Eurovisiesongfestival in 1974 geen enkel punt aan ‘Waterloo’!” Vrienden en familieleden die mij preventief uit hun tijdslijnen willen verwijderen: now is the time.

Gracias Por La Música

Of ik ook tot kritiek op mijn lievelingsquartet in staat ben? Laten we zeggen dat clementie een essentieel onderdeel is van mijn fanschap. Werkelijk elke faux pas heb ik ABBA vergeven: Gracias Por La Música (de Spaanse versie van Thank You For The Music), het kapsel van Agnetha in de videoclip van ‘One of Us’, de stervormige gitaar waarop Björn een tijdlang ramde, de lyrics van ‘Nina, Pretty Ballerina’ en zélfs ‘I Have A Dream’, het enige ABBA-nummer waarvan ik nog altijd vermoed dat het niet door Benny en Björn geschreven is, maar door twee toevallig in de opnamestudio bivakkerende amoeben.

Kritiek geven op ABBA was iets waar de rest van de mensheid zich maar mee bezig moest houden. Een taak waar die mensheid zich overigens met plezier van kweet. Robert Christgau, criticus van het New Yorkse weekblad The Village Voice schreef over ABBA: “We have met the enemy and they are them.” En een Zweedse krant kopte ooit: “They write garbage”. Zeker in de jaren tachtig was zeggen dat je van ABBA hield hetzelfde als verkondigen dat je ervan genoot om de natte oksels van obesitaspatiënten af te likken. Je werd er niet om bewonderd.

In 1992 zorgde U2-zanger Bono voor de rehabilitatie van ABBA door tijdens een concert in Stockholm ‘Dancing Queen’ te zingen. Hij ontving Benny en Björn op het podium en stak zijn bewondering voor hun muziek niet onder versterkers of flightcases. Het bleek een cruciaal moment in de muziekgeschiedenis. De mensen die voor hun imago nog nooit van ABBA hadden mogen houden, beschouwden de goedkeuring van Bono als hét signaal om hun ABBA-gêne overboord te gooien. Het genie van de groep werd plots algemeen erkend, zelfs highly unusual suspects begonnen ABBA-nummers te coveren. Portishead deed ‘SOS’, John Grant ‘Angeleyes’, Richard Thompson ‘Money, Money, Money’ en ‘Ash Does Your Mother Know’. Je hoefde niet langer te faken dat je van Laurie Anderson hield, ABBA was officieel gevalideerd. De geschiedenis had nog maar eens haar verhelderende werk gedaan.

Little black dress

Terugblikkend heeft ABBA altíj́d al een gespannen verhouding met de tijdgeest gehad. Al in de jaren zeventig lapten Björn Ulvaeus en Benny Andersson alle heersende muziektrends aan hun plateaulaarzen. Terwijl de wereld viel voor artrock en trashpunk, maakte ABBA dartelende popliedjes. Terwijl de televisiepodia bestormd werden door geïntoxiceerde rockers die hun gitaren kapotsloegen, keken de meisjes van ABBA lieflijker in de camera dan Soeur Sourire ooit is gelukt. Je kunt je met terugwerkende kracht afvragen wie tegendraadser was: de ontelbare groepen die Captain Beefhaert en Jethro Tull imiteerden of ABBA, dat vanuit een idyllisch hutje op het eiland Vissgö de ene ‘Val Saint Lambert’-heldere melodie na de andere in de platenbakken dropte.

Ook ‘I Still Have Faith In Me’ en ‘Don’t Shut Me Down’, de twee vooruitgestuurde songs van Voyage, getuigen van muzikale koppigheid. Björn Ulvaeus en Benny Andersson hebben niet de minste moeite gedaan om het ABBA-geluid naar 2021 te katapulteren. In de nieuwe ABBA-songs zit geen zuchtje hiphop, geen greintje R&B, geen snippertje autotune. Zelfs het enige stukje ABBA dat vandaag in had kunnen zijn – de nekmat van Björn – is niet meer. ABBA is het muzikale equivalent van the little black dress: nooit hip, maar ook nooit uit de mode.

Velen hebben al geprobeerd om de lange houdbaarheidsdatum van ABBA te verklaren. Sommigen verwijzen naar de stemmen van Agnetha en Frida, die minstens even goed met elkaar kunnen opschieten als die van The Beach Boys. Anderen hebben het over het harmonische vernuft van Benny en Björn, dat ervoor zou zorgen dat ABBA-liedjes langer dan andere deuntjes in onze buis van Eustachius logeren. Muzicologen van de universiteit van Oxford hebben zelfs aangetoond dat de muziek van ABBA in compositorisch opzicht even ingenieus is als die van Mozart. Een vergelijking die me nog altijd van pas komt wanneer ik overgebleven ABBA-haters uit het hoofd probeer te praten dat ABBA wegwerppop maakt. (Waarna ze meestal met hun ogen beginnen te rollen en ik de discussie afrond door te zeggen dat ze hun koude hart dan maar moeten meenemen in hun graf.)

Lachen, huilen en dansen

Maar de beste verklaring voor de onweerstaanbaarheid van ABBA komt – je zult het altijd zien – van een journalist. “Wanneer je ABBA-melodieën hoort, wil je tegelijkertijd lachen, huilen en dansen”, liet muziekrecensent Jan Gradvall onlangs optekenen. De nagel op de Zweedse kop. ABBA mag dan upbeat popmuziek maken, er waait altijd een melancholische wind door. ‘Gimme, Gimme, Gimme (A Man After Midnight)’ nodigt uit tot hedonistisch feesten, maar onder de sensuele beats schuilen sombere lyrics: Won’t somebody help me chase the shadows away / Take me through the darkness to the break of the day. ‘Knowing Me, Knowing You’ heeft een veerkrachtig refrein, maar de strofen die eraan voorafgaan druipen van het echtelijk verdriet: In these old familiar rooms, children would play / Now there’s only emptiness, nothing to say.

ABBA-muziek, dames en heren van de smaakrecherche, is gelaagd. Net zoals het leven zelf. De existentiële mijlpalen waar ABBA zo graag over zingt – verliefd worden, uit elkaar gaan, je onschuld verliezen, loutering vinden – gaan altijd gepaard met een combinatie van gemengde, soms tegenstrijdige gevoelens. Waar liefde is, is er ook angst. Waar verlies is, is er ook winst. Waar ontreddering is, is er ook begeerte. ABBA capteert die sentimentele meervoudigheid. Hun songs vertolken de enige waarheid die het predikaat ‘universeel’ verdient: life is sweet, life is bitter. En precies daarom herkennen we er ons zo goed in.

De leden van ABBA in de pakjes waarin ze de ABBA-tars maakten. Beeld rv
De leden van ABBA in de pakjes waarin ze de ABBA-tars maakten.Beeld rv

Vanavond zal ik – een bolleke en een doos Kleenex binnen handbereik – voor het eerst naar Voyage luisteren. Een blik op de tracklist leent zich alvast tot ongebreideld speculeren. Wordt ‘When You Danced With Me’ een dansvloermagneet à la ‘Does Your Mother Know’? Of een smachtende break-upsong genre ‘SOS’? Fladdert ‘Little Things’ uit onze boxen als een instrumentaal niemendalletje? Of als de kersthit die Benny ons op 2 september beloofde? Is ‘I Can Be That Woman’ een feministische hymne waarin Agnetha haar seksegenoten oproept tot voluntarisme? Of een liefdeslied waarin ze vaststelt dat ze veel te vaak haar eigen grenzen overschrijdt om aan de verwachtingen van haar beau te voldoen?

Vanavond weten we het. Tot het zover is, verlies ik mezelf nog eens in het wondermooie ‘Don’t Shut Me Down’. In de laatste strofe zingt Agnetha: You asked me not to leave / Well, here I am again. Gelukkig hoef ik geen cassettebandje meer terug te spoelen om die woorden keer op keer opnieuw te beluisteren.

ABBA, Voyage, Polar Music, vanaf vandaag verkrijgbaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234