Dinsdag 10/12/2019

HAAIENFILMS

Waar is de bijtkracht van haaienfilms naartoe?

De originele poster voor 'Jaws.' Beeld rv

Juicht en jubelt, want er zwemt weer een haai door de bioscoop. The Meg pretendeert weinig meer te zijn dan een pretentieloze zomerblockbuster waarin Jason Statham het opneemt tegen grootste zeemonster ooit. Maar is dat wel de formule voor een goede haaienfilm?

“Weet je wat het is met een haai? Hij heeftlevenloze ogen. Zwarte ogen, als de ogen van een pop. Wanneer hij op je afkomt, lijkt hij niet eens te leven tot hij je bijt. En die zwarte ogen worden wit, en dan o, dan hoor je dat verschrikkelijke, hoge gekrijs, de oceaan kleurt rood, en ondanks al het spartelen en schreeuwen, komen ze af en scheuren ze je in stukken.”

Een van de mooiste momenten uit de filmgeschiedenis, is de scène in Jaws waarin Quint (Robert Shaw) vertelt over de scheepsramp van de USS Indianapolis, en het daaropvolgende drama waarbij de drenkelingen werden aangevallen door tijgerhaaien. Niet alleen omdat het een verdraaid knap stukje acteerwerk is, maar ook omdat het samenvat waarom we o zo bang zijn van haaien. Het zijn monsters, meneer. Ze zijn onverbiddelijk, ze zijn onvoorspelbaar, en ze hebben een dodelijk stel tanden. En ze leven in de zee, die ene plaats waarvan we nog zonder al te veel scepsis aannemen dat ze verschrikkelijke monsters herbergt.

Het nieuwste monster duikt op in The Meg. 'Meg' bekt beter dan 'megalodon', want daarom draait het in deze film: een prehistorische haai, die in werkelijkheid al zo'n 2,5 miljoen uitgestorven is. Van de megalodon wordt aangenomen dat hij eruit zag als een uit de kluiten gewassen witte haai. Jaws dus, maar dan met een haai van dik 20 meter en 250 gekartelde tanden in z'n bek. In The Meg blijkt dat zo'n haai nog leeft, op het diepste punt van de oceaan. Jason Statham – goed voor 1,78 meter en zo'n 32 tandjes – moet het tegen deze 'Jurassic Shark' opnemen.

Watertanden

De trailer van The Meg doet watertanden. Omdat films met een haai eigenlijk altijd doen watertanden. Of het nu gaat om gigantische blockbusters als The Meg of Deep Blue Sea, minimalistische films als The Shallows of 47 Meters Down, of opzichtige B-films als Mega Shark vs. Giant Octopus of Sharknado: zet een promoclip voor een film met zwemmende tanden online, en het internet wordt gek.

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat u aan de trailer meestal voldoende heeft. Het is natuurlijk uw keuze als u anderhalf uur van uw leven wil spenderen aan één van de vijf Sharknado's (nummer zes volgt volgende week) of één van de vier Mega Sharks, maar weet dat de gratuite formules van die films eerder vervelend dan opwindend zijn. 

Sinds het onverwachte succes van Jaws zijn er talloze haaienfilms gemaakt. Amper twee jaar later was er Tintorera:  een Mexicaans-Amerikaanse ripoff waarvan het budget zo laag was, dat er met nogal brave documentaire-beelden van tijgerhaaien moest worden gewerkt, en er zo veel mogelijk gratuit naakt te zien is, om de film toch een beetje spannend te maken. 

Er is nooit meer een haaienfilm geweest die het niveau van Jaws heeft bereikt, maar dat houdt makers niet tegen houden om het te blijven proberen. De reden is simpel, stelt box-office analist Jeff Bock op technologiewebsite Quartz: "Er is geen enkele haaienfilm die géén geld heeft opgebracht." 

Lees ook 'The Meg': spektakelhaai met bloedarmoede

Er is één shot uit Jaws – hetgeen waarop de haai plots op de boot van Robert Shaw springt – waaruit filmmakers hebben geleerd dat spektakel het voornaamste ingrediënt is van een goede haaienfilm. Alleen zijn de meesten daarbij vergeten dat Steven Spielberg in het anderhalf uur daarvoor wel haarfijn de spanning opbouwde. 

De beste haaienfilms die sindsdien op het grote scherm te zien zijn geweest, zijn waarschijnlijkThe Shallows, The Reef en Open Water: thrillers waarin het gaat om de paranoia van de personages, om de onuitgesproken dreiging van zwemmend gevaar, en om een ongelijke strijd tussen mens en dier. Het zijn films die angst aanjagen, niet omdat het om monsterlijke haaien van 20 meter gaat, maar om 'gewone' dieren die, zo geloven we graag, in staat zijn tot monsterlijk gedrag. 

Het zijn dat soort films die ons tegenhouden om onze tenen in de oceaan te doppen, omdat onze angst daarin plots een gezicht krijgt: een gezicht met tanden, littekens en, inderdaad, levenloze ogen: zo ruw vormgegeven door moeder Natuur dat het recht uit de diepste krochten van de hel lijkt te komen. Het hoofdpersonage moet dat gezicht recht in de ogen krijgen, met gevaar voor eigen leven. Haaien zijn in wezen redelijk ongevaarlijke dieren – de kans is groter dat u sterft door onder een omvallende automaat te belanden – maar ze zíen eruit alsof achteloze zwemmers in stukken scheuren hun enige bestaansreden is.

B-blockbuster

Het is opvallend dat de grote Hollywood-spektakels die achteloze zwemmers tegenwoordig achterwege laten. In Deep Blue Sea (1999) waren de hoofdpersonages wetenschappers die mako-haaien muteerden tot hoogst intelligente superhaaien, in The Meg zijn het onderzoekers en reddingsduikers die per ongeluk een nieuwe, hoogst gevaarlijke onderlaag van de oceaan aanboren en daar een prehistorische mega-haai ontdekken.

Door die absurde premissen wordt er meer ingezet op grote set pieces – een haai die, met een vastgebonden wetenschapper als breekijzer, een raam breekt! Een haai die vanuit helikopters onder vuur wordt genomen! – en minder op spanning en angst. Resultaat: een afstandelijke circusshow, waarbij je weinig meeleeft met de personages, en de slechterik meer gemeen heeft met Godzilla of King Kong dan met een beest dat je vreest als je op vakantie het water ingaat. Met andere woorden: door haaien op te voeren als circusdieren, verliezen ze hun bijtkracht.

Deep Blue Sea was (vooral dankzij Samuel L. Jackson, LL Cool J, en erg doorzichtige visual effects) zó campy dat de film nog enigszins genietbaar was. Maar dat succes leidde ertoe dat haaien sindsdien vooral opdaagden in iets té zelfbewuste B-films. Naast Mega Shark en Sharknado mag u daartoe ook Sand SharksSharktopus en Two-Headed Shark Attack rekenen: stuk voor stuk films waarvan titel en plot samenvallen, gemaakt zonder budget, zonder talent en zonder liefde voor film, maar mét de cynische overtuiging dat de meest uitzinnige ideeën met een haai toch een beetje geld zullen opbrengen – met dank aan het internet. 

In 'The Meg' is de haai in kwestie dik 20 meter lang. Beeld Adam Dalton

The Meg wil dat concept nu naar het niveau van Jaws tillen – een B-film op blockbusterniveau, dus. Met een budget van 150 miljoen dollar wil het op grote schaal cashen op de fanbasis van de Mega Sharks van deze wereld. Maar het wil vooral zijn (minderjarige) kijkers niet te veel voor het hoofd stoten, en blijft zelfs op het vlak van gore redelijk aan de oppervlakte. Een pretentieloze popcornprent, dus, maar ook een onschuldige blockbuster. Maar als je voornaamste acteur 250 messcherpe tanden in z'n bek heeft, is 'onschuldig' niet meteen het adjectief dat hier gebruikt zou moeten worden, lijkt ons.

Het leidt tot een merkwaardige paradox: hoe groter de haai, hoe minder tanden hij toont. En dat terwijl een film als The Shallows, ondanks zijn grote gebreken – een ongeloofwaardige slot en een clichématig hoofdpersonage – toont dat filmhaaien wél nog bijtkracht kunnen hebben. Dus zullen we ook in de toekomst, bij de aankondiging van een nieuwe haaienfilm, blijven watertanden. Op voorwaarde dat spanning het weer wint van spektakel. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234