Donderdag 17/10/2019

Interview Bram Verbruggen en Frank Deboosere

VRT-weermannen: 'Inzake het klimaat geef ik liever het goede voorbeeld dan veel tamtam te maken’'

Bram Verbruggen (l.) en Frank Deboosere (r.), de weermannen van de VRT. Beeld Geert Van De Velde

Een kwarteeuw lang had de VRT genoeg aan de weertandem Frank Deboosere (60) en Sabine Hagedoren (50), maar het einde van dat tijdperk is vorige maand ingeluid. Nu vergast Bram Verbruggen (31) u na Het journaal op woensdag op meer weer.

Voorlopig is Langdorper Bram Verbruggen slechts weerman in bijberoep. De andere vier dagen werkt hij bij defensie, waar hij militaire parades, ceremonies en werkbezoeken mee helpt voor te bereiden. Enkele jaren geleden had hij spontaan bij de VRT gesolliciteerd, maar ze konden geen nieuwe weerman gebruiken. Tot Frank Deboosere 60 werd.

Frank Deboosere: ‘Niemand heeft het eeuwige leven. De VRT zal gedacht hebben: oei, wat gaan we doen als die oude Frank ineens een been breekt of met pensioen gaat? Dat laatste zal nog wel een paar jaar duren, maar toch.’

‘Het is de afgelopen decennia wel hard geweest. Sabine en ik hebben 25 jaar lang, 365 dagen per jaar, het weer tot bij de mensen gebracht. ’s Morgens, ’s middags én ’s avonds. En in die kwarteeuw zijn onze kinderen geboren, zijn er geliefden gestorven en gingen we al eens op vakantie...’

Bram Verbruggen: ‘Als Frank vroeger een week vakantie wilde nemen, wist Sabine dat ze zéven dagen aan een stuk naar de VRT moest komen. Nu ik erbij ben gekomen, wordt het voor hen draaglijker.’

Deboosere: ‘Ik heb in al die tijd maar één keer langer dan een week vakantie genomen. In 2001 was dat: veertien dagen De Panne. Maar eigenlijk zeg ik altijd: ik werk niet, ik amuseer mij en ik word daar nog voor betaald ook. Dank u wel, liefste belastingbetaler!'

Hoe intensief is een opleiding tot VRT-weerman anno 2019?

Verbruggen: ‘Ik ben ongeveer een jaar geleden begonnen met mijn opleidingstraject, waarbij vooral veel logopedie kwam kijken. Op een gegeven moment hebben ze me voorgesteld aan Sabine en Frank, en het klikte vrijwel meteen.’

Frank, jij werd destijds door Armand Pien getraind. Daarover zei je toen dat het ‘correct, maar droog’ was. Je had de indruk dat Pien uit eigen werk voorlas.

Deboosere: ‘Ik heb ook een heleboel dingen geleerd die ik weer heb moeten afleren. In die tijd wilde men nog dat alle presentatoren dezelfde stijl hadden. Je kon dat toen ook zien aan de journaalankers: allemaal strak geregisseerd, met hetzelfde zuinige mondje. Nu beseft men gelukkig dat een weerman geen toneeltje hoeft te spelen. We zijn wie we zijn, en dat waardeert de kijker.’

Verbruggen: ‘Mij willen ze in elk geval niet in het gareel laten lopen. Integendeel, mijn begeleidster, Geena Lisa, zegt me geregeld dat mijn stijl absoluut geen kopie mag worden van de stijl van Frank of Sabine. ‘Nu ben je weer een Frankske aan het doen,’ zegt ze dan.’

Bram Verbruggen: ‘Kijkers mailen me stijltips door. Of ze zeggen me dat ik te veel met mijn armen beweeg (lacht).’ Beeld Geert Van De Velde

‘We hebben ook geëxperimenteerd met verschillende houdingen. Bijvoorbeeld: de tip van mijn schoen heel even naar omhoog doen komen en weer laten zakken: dat geeft een leuke dynamiek op het scherm. Het is bovendien iets wat Frank niet vaak doet. Kleine dingen waar de kijker niet op let, maar die toch het verschil kunnen maken.’

Deboosere: (verbaasd) ‘Jongens, toch! Met dat soort dingen zou ik me nooit bezig kunnen houden. Ik doe eigenlijk maar wat (lachje).’

Is het nu makkelijker om het weer accuraat te voorspellen dan toen jij als weerman begon, Frank? Dat was in 1987, nog vóór het internet.

Deboosere: ‘Je kunt het weer nu wel beter voorspellen, maar het is er zeker niet makkelijker op geworden. Er is een overvloed aan gegevens en bronnen, en als weerman moet je het overzicht zien te bewaren en alles goed samenvatten. Vroeger had de meteoroloog maar één bron: wat die zei, werd automatisch als waarheid beschouwd.’

‘De mensen zijn ook mondiger geworden en eisen accuratere voorspellingen. Af en toe eens een Pientje doen – een weerleugentje vertellen – gaat nu niet meer: we zouden er stevig op afgerekend worden.’

Verbruggen: ‘Ik heb ook al een paar mailtjes van kijkers gekregen. Met stijltips, bijvoorbeeld. Of om me te zeggen dat ik te veel met mijn armen beweeg (lachje).’

Wie over het weer spreekt, denkt snel aan het klimaat. Hebben jullie het gevoel dat veel Vlamingen jullie als gidsen in het klimaatdebat beschouwen?

Deboosere: ‘Ja. De mensen zijn op zoek naar informatie en willen van ons horen wat er aan de hand is. Eigenlijk is de opwarming al lang aan de gang, maar ze is nu wel in een stroomversnelling gekomen.’

‘Ik las onlangs dat Bill Giles, jarenlang weerman bij de BBC, vond dat ‘de weerman af en toe over het klimaat moet praten’. Ik dacht: waar komt hij nu nog mee af! Bij de VRT praten we al heel lang over het klimaat in het weerbericht, als één van de enige zenders ter wereld.’

Je stond lang geleden bekend als een klimaatcriticus. Vijftien jaar geleden heb je je mening bijgesteld. Heb je er soms nog spijt van dat je dat niet eerder hebt gedaan?

Deboosere: ‘De kennis is op dat vlak heel geleidelijk gegroeid, hè. Zelfs bij het KMI was iedereen heel lang voorzichtig. Nu maken we het omgekeerde mee en krijg je banbliksems over je heen als je nog kritische opmerkingen durft te maken. Maar zodra een standpunt niet meer wordt uitgedaagd, staat het debat stil en komen er geen nieuwe inzichten meer. Sommige mensen zeggen: ‘Er is niets aan de hand met ons klimaat.’ Anderen vinden: ‘Er moet iets gebeuren.’ En weer anderen roepen: ‘Het is vijf voor twaalf! Straks ligt de Belgische kust in Brussel!’ Elk standpunt moet gehoord kunnen worden, en de waarheid ligt steeds in het midden. Ik weet in elk geval zeker dat de zee over honderd jaar niet tot aan de VRT-toren zal komen.’

Verbruggen: ‘Wij proberen alleen naar de wetenschappelijke feiten te kijken, maar de media hebben vooral aandacht voor spectaculaire cijfers.’

Deboosere: (knikt) ‘Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties heeft een reeks scenario’s voor de toekomst uitgetekend. Het allerergst is scenario RCP 8.5. Daarin staat: ‘In 2100 leven we met twintig miljard mensen op onze planeet. En de Chinezen halen al hun energie tegen die tijd nog altijd uit vervuilende steenkoolcentrales.’ Dat is geloofwaardig noch waarschijnlijk, maar het is wel het énige scenario waar de media het steeds weer over hebben. Het is nochtans gevaarlijk om in slogans te praten.’

Het debat lijkt vaak gedegradeerd tot een links-rechtskwestie: wie zal het allemaal betalen?

Verbruggen: ‘Dat is heel jammer. Links en rechts bekijken de klimaatkwestie op een compleet verschillende manier. Het is soms ook echt moeilijk. Zelf snap ik bijvoorbeeld niets meer van de kwestie diesel of benzine. Stoot een dieselwagen meer CO2 uit dan een benzinewagen? Dat werd lang gezegd, maar vorige week hoorde ik plots het omgekeerde.’

Deboosere: ‘Dat is kiezen tussen de pest en de cholera. Een dieselmotor stoot meer fijnstof uit: dat is heel ongezond voor de mens, maar het koelt wel onze atmosfeer af. Als we minder met dieselwagens rijden, is er minder fijnstof en zal de planeet dus nog sneller opwarmen. Elektrische wagens zijn hét antwoord, zegt men dan. Maar wat is de beste manier om die elektriciteit op te wekken? En hoe moeten we ze opslaan? (Blaast) Het is allemaal niet zo makkelijk, hoor.’

‘België zorgt voor maar 0,25 procent van de wereldwijde vervuiling. Het is dus niet aan ons om iets te doen,’ zegt de N-VA. Maar we doen het gemiddeld sléchter dan de andere landen.

Verbruggen: ‘Iederéén moet mee, punt. Als sterk ontwikkeld land moet België net het voortouw nemen.’

Deboosere: (knikt) ‘De sterkste schouders, de zwaarste lasten. Maar je kunt het ook omdraaien: we hebben de kans om van een nadeel een voordeel te maken. Als wij onze economie nu al fel vergroenen, hebben we over vijftig jaar een grote voorsprong ten opzichte van pakweg de Chinezen, de Indiërs en de Brazilianen. En anders dreigen we de trein naar de toekomst te missen.’

Minder kindjes

In 2014 zei je: ‘Iedereen kan mee helpen de opwarming af te remmen, in de eerste plaats door het bij twee kinderen te houden.’ Maar zelf heb je vier kinderen.

Deboosere: (lachje) ‘Een zeer terechte opmerking. Maar heb je recent nog eens naar de cijfers van de Belgische bevolkingsgroei gekeken? Die groei is er helemaal niet meer. In West-Europa maken we te weinig kinderen, en het gaat ook wereldwijd stilaan die kant op. Wij denken nog te vaak dat ze in ontwikkelingslanden volop kinderen krijgen. Maar in landen als India, China en Pakistan doen ze ook aan geboortebeperking, hoor. Alleen Afrika is nog de uitzondering op de regel, en zelfs daar is beterschap te merken. Een neef van mij, Patrick Deboosere, is demograaf. Hij kan daar heel interessante dingen over vertellen.’

Eigenlijk eens goed klimaatnieuws!

Deboosere: ‘Ja. De verwachting is nu dat de bevolkingsgroei na 2050 wereldwijd zal afnemen. Al zijn er natuurlijk nog een paar grote onbekenden. Enkele idioten – zoals een Turkse president – blijven zeggen: ‘Doe maar op, jongens! Maak maar kinderen: dat is goed voor de economie.’’

Wat vonden je jongste twee kinderen van jouw uitspraak uit 2014?

Deboosere: (lacht) ‘Die vonden dat niet erg.’

Bram, jij hebt nog geen kroost, maar wel al pedagogische principes. Laatst zei je: ‘Als ik kinderen had, zouden ze van mij één keer mogen spijbelen voor het klimaat. Maar niet elke week.’

Verbruggen: ‘Nuance: als ik ooit kinderen krijg, zullen ze hun mening vrij mogen uiten. Ze zouden gerust elke week mogen meestappen, als hun punten goed zijn. Maar ik vind wel dat de school dan sancties zou moeten opleggen: nablijven, of een relevant opstel schrijven.’

Veel sympathiserende ouders zeggen: ‘Als het moet, zit ik met plezier de strafstudie van mijn kinderen uit. Voor de goede zaak.’

Verbruggen: ‘Dat zou ik nooit doen. Als ze ergens voor staan, moeten ze ook de gevolgen dragen. Als ze écht gemotiveerd zijn, begrijpen ze dat.’

Zijn jouw kinderen gaan brossen, Frank?

Deboosere: (ontwijkend) ‘De oudste drie zijn al lang het huis uit. Maar mijn jongste zei: ‘In plaats van te spijbelen, ga ik op school wel in de wereldwinkel werken.’ Een zeer mooi alternatief, waar ik heel blij mee was.’

Verbruggen: ‘Iedereen moet voor zichzelf uitmaken wat hij of zij in het klimaatverhaal kan betekenen. Voor een weerman betekent dat: cijfers uitleggen, niet vooroplopen in een betoging. Dat zou deontologisch ook niet correct zijn. Voor alle duidelijkheid: ik bén mee gaan betogen, hè. Op 2 december, met de eerste klimaatmars. Maar: ik heb dat low profile gedaan. Het is niet aan mij om de aandacht naar mij toe te trekken. Die tienduizenden mensen verdienen alle aandacht als groep, niet ik als individu.’

Deboosere: ‘Mee eens.’

Vroeger nam je wél straffe standpunten in, Frank. Eind jaren 80 sprak je je expliciet uit tegen het Vlaams Blok, tegen het advies van je omgeving in.

Deboosere: ‘Ik heb me dat nooit beklaagd. De voorbije decennia heb ik trouwens al alle democratische partijen aan mijn deur gehad. Ik heb elke keer gezegd: bedankt voor de interesse, jongens, maar deze schoenmaker blijft bij zijn leest.’

‘Inzake het klimaat geef ik liever het goede voorbeeld, in plaats van er veel tamtam rond te maken. Ik heb al 130.000 kilometer gefietst, sinds ik dat ben beginnen bij te houden. En mijn laatste vliegtuigreis dateert van vijf jaar geleden: naar Stockholm, of all places.’

Op de klimaatmarsen zag ik enkele keren de slogan ‘Maak Frank Deboosere niet nog bozer’ passeren. Bén je boos?

Deboosere: ‘Nee. Ik maak me nooit erg kwaad. Ook niet om het klimaat. Als ik de overheid was, zou ik bijvoorbeeld ook niet alleen met taksen werken. Goed gedrag belonen werkt volgens mij veel beter dan slecht gedrag bestraffen.’

Doet jullie werkgever genoeg voor het klimaat? Een half jaar geleden kondigde de VRT aan dat het haar bedrijfswagenpark zou uitbreiden.

Deboosere: ‘Vergroenen! Of er auto’s bijkomen, weet ik niet, maar ze worden sowieso groener. Binnen afzienbare tijd verhuizen we ook naar een nieuw gebouw en zal het aantal parkeerplaatsen drastisch dalen. Als er nog veel mensen met de auto naar het werk komen, zullen ze die niet kwijtraken. (Fijntjes) Gelukkig regent het niet zo vaak in België: slechts 7 procent van de tijd.’

Even naar Barcelona

Jullie behoren tot een verschillende generatie. Hebben jullie ook andere klimaatbekommernissen?

Verbruggen: ‘Ik denk vooral dat Frank een uitzondering is voor zijn generatie. Hij leeft groener dan ik. Maar over het algemeen zijn mensen van mijn generatie meer bereid om een aantal gewoontes af te zweren.’

Deboosere: ‘Toen ik zo oud was als Bram nu, had ik nog nooit het vliegtuig genomen. Een weekendje Barcelona of Athene? Dat deed je niet. Later hebben we met zijn allen veel meer mogelijkheden gekregen. Gaan we de mensen dat nu afpakken? Dat gaat natuurlijk niet. Al geloof ik niet dat de mensen vroeger ongelukkiger waren dan nu.’

‘De meeste politici weten perfect wat er moet gebeuren. Maar als ze die maatregelen ook doordrukken, worden ze niet meer verkozen.’

Frank Deboosere: ‘Als ik een storm heb voorspeld en die blijft uit, kan ik daar 's nachts wakker van liggen.’ Beeld Geert Van De Velde

Intussen is Greta Thunberg, het Zweedse meisje dat de klimaatmarsen wereldwijd op gang trok, genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Terecht?

Deboosere: ‘Ja. Het is simpel: óf je komt op voor het klimaat, óf je aanvaardt dat er in de toekomst veel meer klimaatvluchtelingen naar hier zullen komen, en dan moet je die met open armen ontvangen (lacht). Het is één van de twee. Wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat ze in hun eigen land blijven? Onze welvaart naar daar exporteren. Dat is toch logisch?’

Frank, als gewetensbezwaarde heb je je legerdienst destijds niet gedaan.

Deboosere: ‘Je bent goed op de hoogte.’

Heb je Bram al gevraagd wat hij in het leger ziet?

Deboosere: ‘Ik ben niet tégen het leger, hè. Integendeel, ons land heeft net een goed leger nodig. Iemand moet de vrede bewaken, maar zelf zou ik het niet kunnen.’

Verbruggen: ‘Het leger is meer dan oorlog voeren. De meteorologische wing van het leger maakt bijvoorbeeld ook weersvoorspellingen voor de regionale strooidiensten.’

Heb je de getuigenissen van kolonel Q in Humo gelezen, over de hopeloze toestand van ons leger?

Verbruggen: ‘Ik heb een paar passages gelezen, ja.’

Zelf heb je ooit gezegd: ‘Soms praat ik bij defensie met iemand die enorm goede ideeën heeft, maar die niet kan realiseren omdat hij lager in de hiërarchie staat. En net zo vaak moet ik luisteren naar een hogere in rang, ook als zijn ideeën minder goed zijn.’

Verbruggen: ‘Toch denk ik dat het vroeger veel erger was. Toen wogen de sterren veel meer door dan de competentie. Maar de laatste jaren is defensie al veel moderner geworden. We zijn echt niet meer het leger van Xavier Waterslaeghers.’

Deboosere: ‘Alle bedrijven worden moderner. Hetzelfde geldt voor de VRT. In 1988 had ik een weerpraatje in Ochtendkuren met Somers & Verschueren, op zaterdagochtend op Radio 2. Ik vroeg het KMI om gegevens en die zeiden: ‘Zo vroeg al? Dat gaat niet, hoor. Je zult het met de gegevens voor de middellange termijn van vrijdag moeten doen.’ Waarop ik: ‘Maar Armand Pien heeft op vrijdagmiddag al een weerpraatje op de radio. Ik kan toch niet hetzelfde vertellen?’ – ‘Dat is geen probleem. Hij heeft op vrijdag de gegevens van donderdag.’ (lacht) Dat kun je je nu niet meer inbeelden.’

Frank en Sabine hebben Bram meteen aanvaard als nieuwe collega, omdat hij voldeed aan het belangrijkste criterium: hij heeft een opleiding tot meteoroloog gehad. ‘We willen een nieuwe collega die er iets van kent. Geen ex-Miss België.’

Deboosere: ‘Dat klopt.’

Dat is een steek naar Tatiana Silva, Miss België 2005, die een tijdlang als weervrouw bij de RTBF heeft gewerkt. Maar zo slecht doet ze het niet: vorig jaar versierde ze een transfer naar TF1.

Deboosere: ‘Dat kan goed zijn. Maar ik luister liever naar iemand die met kennis van zaken praat dan naar iemand die er niets van kent.’

Verbruggen: ‘Er wordt voortdurend van je verwacht dat je duiding geeft, bijvoorbeeld over het klimaat. Dan is het toch beter dat je sterk in je schoenen staat. Ik was bijvoorbeeld nog maar een week bezig als VRT-weerman of ik werd al gevraagd uitleg te geven bij het fenomeen van de polaire vortex. Daar bestaan veel misvattingen over, en dat kun je niet zo makkelijk uitleggen als je weinig achtergrondkennis hebt.’

Deboosere: ‘Gisteren kreeg ik een interne mail: ‘We willen een programma maken waarvoor we gaan sneeuwkiten, maar waar kunnen we dat het best doen? We zoeken een plaats waar het tegelijk flink waait én sneeuwt. Jij beslist!’ (blaast) Begin er maar aan! Of deze vraag: ‘Kun jij ons vertellen of het vandaag nog zonnig wordt op plaats X of Y? We moeten het over een kwartiertje weten.’

‘In onze job ben je 24 uur per dag getrouwd met het weer. Als ik een storm heb voorspeld en die blijft uit, kan ik daar ’s nachts wakker van liggen. Dan sta ik voor het venster: ‘Godverdomme, is die storm daar nu nog altijd niet?’ En als hij rond pakweg 3 uur alsnog opsteekt, slaak ik een zucht van opluchting. Ik ben dan de enige Vlaming die denkt: joepie, het stormt! (lacht) Het zal Bram ook nog overkomen.’

‘Als weerman kun je bovendien elke dag bijleren. Je weet nooit álles. Dat zorgt ervoor dat de job uitdagend en spannend blijft. Ik beschouw het weer elke dag opnieuw als een fantastische detectiveroman: je weet vooraf nooit zeker wie de dader is (lacht).’

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234