Woensdag 22/03/2023

InterviewKunsthistorica Wendy Wauters

‘Vrouwen verborgen afgehakte vingers onder het altaar van de Antwerpse kathedraal’

Wendy Wauters: ‘Aan het begin van de zestiende eeuw liep er nog een weg dwars door de kathedraal, waar je met je vee overheen kon lopen.’ Beeld Uitgeverij Lannoo/Hervé Debaene
Wendy Wauters: ‘Aan het begin van de zestiende eeuw liep er nog een weg dwars door de kathedraal, waar je met je vee overheen kon lopen.’Beeld Uitgeverij Lannoo/Hervé Debaene

Het duurde 170 jaar voordat de bouw af was, er werden pestdoden in de kerk begraven en er waren tot wel honderd missen per dag. Wendy Wauters stelde de boeiende historie van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te boek. ‘Het was een stad in het klein.’

Paul Notelteirs

Hoe rook het in de kathedraal? En was het er in de zestiende eeuw even stil en sereen als nu? De Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal werd al door honderden geschiedkundigen beschreven, maar het perspectief van kunsthistorica Wendy Wauters is uniek. In haar proefschrift, dat ze herwerkte tot een publieksboek, onderzoekt ze de manier waarop kerkbezoekers de Antwerpse kathedraal vijfhonderd jaar geleden zintuiglijk ervoeren. “In musea krijgen kunstwerken of altaarstukken een haast sacrale status. Door over die sensorische ervaring te schrijven, wil ik ze weer ‘echt’ maken. Zodat ze opnieuw gezien worden als stukken die vernield konden worden of waarover gemarchandeerd werd.”

De kathedraal straalt vandaag rust uit, mensen zoeken er bezinning. Hoe was dat in de zestiende eeuw?

“De kathedraal zag er toen heel anders uit, bijna alle originele elementen uit die periode zijn vervangen. De bouw ervan duurde ook bijna 170 jaar, tot in 1521. Telkens werden nieuwe elementen toegevoegd. Aan het begin van de zestiende eeuw liep er zelfs nog een weg dwars door de kathedraal, waar je met je vee overheen kon lopen. Pas later zijn de twee helften één geworden.

“De inrichting was ook heel anders. De pijlers waren rood geschilderd en er waren veel muurschilderingen van heiligen en ambachtslieden. Aan de muren hingen grote doeken, enerzijds om de kou buiten te houden maar ook omdat ze luxueus waren.”

Wat voor publiek trok het gebouw in die periode aan?

“Een gigantische mengeling van stedelingen. Op school wordt vandaag aangeleerd dat een kerkbezoek een educatieve rol had omdat je zo heiligen leerde kennen, maar ik geloof niet dat Antwerpenaren destijds alle afgebeelde figuren kenden. Door de donkerte was het sowieso moeilijk om alles te zien. Het was een geheugenpaleis van de stad en een plek om in vervoering gebracht te worden.

Pieter Neefs I, 'Interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraa'l. Beeld National Gallery of Art / Timken Collection
Pieter Neefs I, 'Interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraa'l.Beeld National Gallery of Art / Timken Collection

“Daarnaast heerste er vaak een enorme drukte, deels door commerciële activiteiten. Aan het kraampje van de beenbewerkers werden ivoren paternosters en dobbelstenen verkocht, de wijnvrouw probeerde dan weer drank en kaarsen te slijten. De kathedraal was een microkosmos waar alles en iedereen samenkwam. De bedelaars moesten wel aan het portaal blijven staan, maar verder was het een stad in het klein.”

Op het toppunt van de drukte, rond 1530, werden er zo’n honderd missen per dag opgedragen. Hoe kwam dat zo?

“Stichters van verenigingen konden een aanvraag doen bij het college van kanunniken om zelf een altaar in het gebouw te zetten. Na betaling moesten ze dan een kapelaan inhuren die de misdiensten kon verzorgen. Het was een amalgaam van verschillende stijlen: hoe rijker de stichting was, hoe indrukwekkender het altaar. Soms lieten stichters zichzelf ook in religieuze taferelen op het altaar afbeelden. Niet iedereen was daar blij mee, op een gegeven moment mochten ze hun portretten alleen nog op de buitenluiken plaatsen. In een bron staat dat er ooit 72 altaren in de kathedraal stonden, maar zelf kwam ik bij mijn reconstructie niet verder dan 65.”

Dat moet daar nogal een lawaai zijn geweest.

“De bronnen zijn het daar niet over eens. Sommigen noemden het een duiventil, anderen schreven hoe fijn het was om er rustig van de muziek te genieten. Het grootste deel van de misdiensten werd sowieso gelezen en niet gezongen, dat hielp al. Er werden daarnaast afspraken gemaakt, zodat luide diensten niet te veel door elkaar zouden lopen.

“Maar met zoveel altaren en mensen in één gebouw kan het niet anders dan dat mensen elkaar voor de voeten lopen. Er zijn bijvoorbeeld klachten bewaard over timmerlieden die zogezegd te luid aan altaren bouwden. Een bakkerszoon werd dan weer uitgedaagd door twee vrouwen om naakt door de kerk te lopen. Parochianen konden de jongen pas net voor de preekstoel een halt toeroepen. Iemand anders bond een varkensblaas gevuld met erwten aan de staart van een straathond en joeg die de kerk in. Het was een plek vol leven.”

De zestiende-eeuwse samenleving wordt weleens geurgeoriënteerd genoemd. Wat betekent dat en welke invloed had het op de kathedraal?

“Lichaam en geest werden als één geheel beschouwd. Al je zintuiglijke ervaringen hadden daardoor ook een impact op je ziel en op je zielenheil, wat bepaalde hoelang je in het vagevuur moest blijven. Je moest je daarom zo veel mogelijk vrijwaren van slechte prikkels.

“Omgekeerd betekende het ook dat een stinkende lichaamsgeur voortkwam uit de slechte toestand van je ziel. Heksen en joden zouden bijvoorbeeld slecht ruiken. Protestanten vonden dat christenen stonken, tot ze zich bekeerden. De miasmatheorie stelde bovendien dat ziektes verspreid werden door rottende luchtpartikels. Dat idee ontstond al in de oudheid en raakte pas achterhaald toen Louis Pasteur in de negentiende eeuw ontdekte dat bacteriën ziekmakend zijn. Het was destijds dus belangrijk om een schild van een goede geuren rond je te vormen. De Engelse auteur Daniel Defoe beschreef kerken toen als een reukfles. In elk deel hing een andere geur: van balsamico’s en kruiden tot parfums.”

De kathedraal stonk ook enorm omdat de vele pestdoden binnen begraven werden. Hoe verzoent u de tolerantie tegenover die stank met het idee dat slechte geuren het zielenheil beïnvloeden?

“Niet. De emotionele drang zorgde ervoor dat mensen bleven komen, maar ze waren tegelijkertijd bang. In één put werden tot acht lijken bij elkaar gelegd, maar in tijden van oversterfte werd het graf niet volledig dichtgemaakt. Het volgende lichaam zou toch snel komen. Er waren daardoor veel klachten over de geur van ontbinding, zeker omdat de ramen niet goed open konden.

'De strijd tussen Vasten en Vastenavond', olieverfschilderij uit 1559, geschilderd door Pieter Bruegel de Oude.
 Beeld Wenen, Kunsthistori- sches Museum, inv. 1016. Wikimedia.
'De strijd tussen Vasten en Vastenavond', olieverfschilderij uit 1559, geschilderd door Pieter Bruegel de Oude.Beeld Wenen, Kunsthistori- sches Museum, inv. 1016. Wikimedia.

“Er lagen trouwens meer lichaamsdelen in de kathedraal dan velen dachten. Drie vrouwen die later als prostituees omschreven werden, sneden aan het eind van de vijftiende eeuw vingers van misdadigers af en verstopten die onder het altaar. Als de priester er een mis boven uitsprak, zouden ze gewijd zijn en als amulet gebruikt kunnen worden.”

Ondanks die folklore schrijft u in het boek dat u verbaasd was door de gelijkenissen tussen uzelf en de zestiende-eeuwse stedelingen. Hoezo?

“Ik probeer de term magisch bijgeloof niet te gebruiken, maar zulke praktijken juist binnen een bepaald wereldbeeld te kaderen. Mensen leefden in een moeilijke periode en probeerden zelf het tij te keren. Baat het niet dan schaadt het niet, was vaak de achterliggende gedachte. Tijdens de coronacrisis zag je toch ook dat de verkoop van edelstenen en doekjes met citroengeur plots de hoogte inschoot, omdat mensen dachten dat ze bescherming konden bieden tegen het virus? Met mijn boek probeer ik mededogen op te wekken, zodat lezers zien dat ze binnen dat tijdsgewricht waarschijnlijk hetzelfde hadden gedaan.”

Er blijft vandaag niet veel van die levendige kathedraal over. Wanneer werd die kentering naar soberheid ingezet?

“In de loop van de eeuwen waren er verschillende religieuze en culturele trends die een grote impact hadden op de vormgeving en inrichting van kerken. Bij de Beeldenstorm in 1566 werden zo al veel altaren en altaarstukken vernield. Het calvinistische bewind focuste dan weer op een heropbouw volgens de regels van de barok en in de zeventiende eeuw was de heersende trend om alles te witten. Dat gebeurde ook met de Antwerpse kathedraal in 1695.

“De grootste kaalslag kwam echter met de Franse Revolutie. Toen is er bijzonder veel geplunderd. De gotische preekstoel uit de kathedraal werd tijdens de Beeldenstorm al bewerkt met bijlen, maar de gehavende gezichten van heiligen werden als ereteken gezien. In 1789 is ook dat stuk verloren gegaan.”

Steeds meer Belgische kerken staan leeg of worden omgebouwd tot supermarkten en evenementenlocaties. Hoe jammer vindt u dat?

“Ik wil vooral dat ze levend blijven. Ik zie liever dat een kerk omgebouwd wordt tot supermarkt dan dat ze verkrot. Ook al zijn mensen vandaag minder religieus dan vroeger, herbestemmingen liggen nog steeds gevoelig. In het verleden was verandering evenmin vanzelfsprekend. Toen kerkmeesters de kathedraal aan het eind van de zeventiende eeuw wit wilden schilderen, steigerden de stichters en stedelingen. Ze waren bang dat hun geheugenpaleis en verleden verloren zouden gaan.

“Ik geloof toch dat het mogelijk is om kerken weer te laten bruisen. Enkele jaren geleden was er een concert van Max Richter in de kathedraal waarbij bezoekers bleven slapen. Dat was fantastisch, ze spraken van een bijna-spirituele ervaring. Terwijl weinigen nog religieus zijn. Dat gevoel van saamhorigheid kun je dus ­opnieuw opwekken.”

Wendy Wauters, 'De geuren van de kathedraal', Lannoo, 320 p., 34,99 euro. Beeld rv
Wendy Wauters, 'De geuren van de kathedraal', Lannoo, 320 p., 34,99 euro.Beeld rv

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234