Woensdag 20/11/2019

Televisie

Vriendschap voor het leven: adaptatie bejubelde roman Elena Ferrante nu te zien op Canvas

Lenù (l.) en Lila, het geniale, rebelse klas­genootje. Het verhaal speelt zich af in het Napels van de jaren 50. Beeld © Eduardo Castaldo

Voor alle liefhebbers van intens drama heeft Canvas een kerstcadeau: de HBO-verfilming van My Brilliant Friend, de bejubelde roman van Elena Ferrante. Voor dit verhaal over de levenslange vriendschap tussen twee Italiaanse vrouwen correspondeerde regisseur Saverio Costanzo tien jaar lang met de auteur, die al die tijd anoniem bleef. “Het voelde als samenwerken met een geest.”

Saverio Costanzo, de 43-jarige regisseur van de HBO-reeks My Brilliant Friend, is een geplaagd man. Meer dan tien jaar lang heeft hij gecorrespondeerd met een vrouw wier gezicht hij niet kon zien en wier stem hij niet kon horen. Als hij over haar spreekt, richt hij zijn zwarte ogen opwaarts, alsof hij een spoor van haar zoekt in de reten in het plafond. “Ik probeer het nog altijd te begrijpen”, zegt hij. “Het voelde als samenwerken met een geest.”

Costanzo’s geest heeft een naam: Elena Ferrante, het pseudoniem van de auteur van vier waanzinnig populaire boeken, de zogenaamde ‘Napolitaanse romans’. Het eerste deel is nu vertaald naar televisie. Costanzo kwam in 2007 voor het eerst met haar in contact, toen hij haar Italiaanse uitgever had aangeschreven om de filmrechten van haar novelle uit 2006, De verborgen dochter, te verwerven.

Hij was gefascineerd door haar “heel kleine, heel nauwkeurige, heel gevaarlijke” universum. Costanzo wilde achterhalen of hij erin zou slagen een visueel idioom te creëren dat kon wedijveren met de gave van Ferrante om lezers een ‘ongemakkelijk’ gevoel te geven.

Beloftevolle cineast

De kans leek klein dat Ferrante ermee zou instemmen. Constanzo had het idee zelfs al opgegeven, toen hij via haar uitgever een bewonderende boodschap van Ferrante kreeg waarin ze hem uitdaagde. Ze was bereid hem zes maanden de rechten op De verborgen dochter toe te kennen, wat hem genoeg tijd moest geven om een adaptatie te maken die hen beiden tevreden kon stellen. Maanden worstelde Costanzo met zijn opdracht. Tot hij haar uitgever verslagen moest melden dat hij afzag van de rechten. “Ik was nog een kind”, blikt hij terug.

Negen jaar lang hoorde Costanzo niets van Ferrante. Ondertussen maakte hij in Italië furore als een jonge, beloftevolle cineast. Hij regisseerde een reeks claustrofobische drama’s die enigszins de geest van Ferrante’s novelles ademden, met personages die met hun eenzame, ondoorgrondelijke daden van zelfdestructie de mensen rondom zich vergiftigen. Vooral zijn vrouwelijke hoofdpersonages wekken eerst deernis, angst en afkeer op, en pas dan sympathie, zij het met mate.

Op een dag in 2016 kreeg Costanzo telefoon van de uitgever van Ferrante om hem te melden dat hij een van de regisseurs was die Ferrante had voorgesteld om een tv-adaptatie van Mijn geniale vriendin te maken.

Hij twijfelde. Het laatste wat hij op dat moment in zijn carrière wilde, was een roman adapteren – en niet zomaar een roman, maar een roman die de status van gewone bestseller had overstegen en een literaire pathologie was geworden. Hij wilde niet te maken krijgen met de verwachtingen van Ferrante’s lezers, die de neiging hadden op haar onverbiddelijk verhaal over de vriendschap tussen twee vrouwen de gezichten te kleven van vrouwen die ze even hard geliefd en gehaat hadden.

Toch was
My Brilliant Friend een kans uit duizend. “Ze reikte me haar handen”, vertelt Costanzo, zijn handen reikend naar de lege ruimte voor hem, alsof ze daar ineens kan opduiken om ze vast te grijpen.

Als Costanzo over Ferrante praat, is het met een eerbied die je regisseurs zelden ziet tentoonspreiden als ze het over schrijvers hebben. Ze heeft per mail commentaar gegeven op voorlopige versies van alle acht scenario’s. Ze heeft passages gemarkeerd waar de dialogen volgens haar te melodramatisch werden. Ze heeft hem behoed voor ernstige misstappen, zoals toen hij overwoog het twistzieke banket, waarmee My Brilliant Friend eindigt, te schrappen omdat hij zijn budget aan het overschrijden was. “Ze zei: ‘Luister, toen ik voor het eerst aan My Brilliant Friend dacht, was het eerste beeld dat in mij opkwam dat van een ordinair banket, geplukt uit het Napolitaanse leven. Steek dat er alsjeblief weer in.’”

“Ze is heel sterk”, zegt Costanzo, en hij permitteert zichzelf een schaapachtige glimlach. “Daar hou ik wel van.”

De Napolitaanse romans vertellen het verhaal van een schrijfster, ook Elena genaamd (Lenù), die het heeft over de vuile Napolitaanse buurt waar ze opgroeide en over haar lange vriendschap met Lila, het geniale, rebelse klasgenootje dat ze achterlaat en in de loop van vijftig jaar af en toe terugziet.

Als Lila op haar 66ste opeens onaangekondigd verdwijnt, besluit Lenù te gaan schrijven over hun lange, problematische vriendschap: hun gedeelde liefde voor het lezen, hun gevecht met hun ouders om naar school te kunnen gaan, de mannen die ze graag zagen, de kinderen die ze opvoedden, en dat alles tegen de achtergrond van de woelige sociale en politieke omstandigheden in het naoorlogse Italië.

Lila (l.) en Lenù als pubers. Regisseur Costanzo was op zoek naar meisjes met ‘trieste ogen’. Beeld Eduardo Castaldo/HBO

Intimiteit en geweldpleging

Ferrante’s romans worden geafficheerd als verhalen over een vriendschap tussen vrouwen, maar die ‘vriendschap’ flirt voortdurend met de absurditeit – intimiteit gaat altijd gepaard met geweldpleging. Als je ze leest, heb je het gevoel dat je put uit een reservoir van emoties – woede, walging, medelijden, verontwaardiging, tederheid – waaraan je op de ene of andere manier stiekem hebt bijgedragen.

Ferrante’s vrouwen zijn ondoorgrondelijk, hun geest is diep en chaotisch en niet geneigd tot sentimentaliteit, tot simpele waarden en normen. Als verteller gaat Lenù op de tast op zoek naar haar jongere zelf. Ze knoopt hypotheses aan elkaar die haar motieven meer verdonkeremanen dan verhelderen. Haar favoriete woorden als ze haar daden tegen het licht houdt zijn ‘misschien’, ‘of’ en ‘wie weet’.

Maar het is precies omdat de personages van Ferrante zo ongedefinieerd zijn dat ze makkelijk worden ingepalmd door anderen, zowel binnen als buiten de roman. “Ik besefte dat ze niet in staat was te denken dat zij zichzelf was en ik mezelf”, zegt Lenù over Lila. Het is een verlangen naar identificatie dat ze ook heeft. De ‘ik’ die Ferrante opvoert is rusteloos, niet afgebakend, vatbaar voor de monsterlijke verlangens die veel vrouwen voelen maar weinigen durven te uiten. Je hebt snel de neiging ze te verwarren met die van jezelf.

De geest van de personages is weliswaar onbepaald en abstract, hun lichaam is omnipresent. De vrouwen in Ferrante’s boeken bloeden en breken. Ze kennen de monotone letsels toegebracht door mannen, die alleen uit zijn op hun eigen bevrediging, en ze kennen het rauwe, intense seksuele genot dat komt als je het het minst verwacht.

Het weerspiegelt de verlangens van lezers die achter de naam Elena Ferrante op zoek zijn naar de mens van vlees en bloed die hun verbeelding zo op hol doet slaan. Sinds de publicatie van Kwellende liefde in 1992 heeft Ferrante nooit één journalist ontmoet. Halverwege de jaren 90 begon ze wel via brieven vragen over haar leven te beantwoorden, maar vaak met het voorbehoud dat de antwoorden ook leugens konden zijn.

In het begin van de jaren 2000 was er een indrukwekkende lijst van mensen over wie het gerucht liep dat ze Elena Ferrante waren – mannen, vrouwen, koppels, collectieven. En in 2006 verrichtten de fysici Vittorio Loreto en Andrea Baronchelli een stylometrische analyse om haar romans te vergelijken met een corpus van Italiaanse literatuur. Ze besloten dat ze wellicht de Italiaanse romanschrijver Domenico Starnone was. 

Die onthulling stootte op publieke verontwaardiging omdat ze “de pret bedierven”. Maar over welke pret hebben ze het? Literaire anonimiteit, zoals Ferrante die hanteert, is geen raadsel maar een expressiestrategie. Ze heeft een stijl en doelstellingen, waarvan één erin bestaat de verschillende ego’s van de verteller te vermenigvuldigen en door elkaar te halen: Elena als de schrijver van de Napolitaanse romans, Elena als ik-verteller, Elena als commentator bij de romans die ze geschreven heeft.

Onaantastbare wezens

Afgeschermd door haar anonimiteit verwerkt Ferrante alle sporen van haar leven in een complexe fictieconstructie en vraagt ze haar lezers om de magie mee in stand te houden – om de barrières tussen de Elena’s op te heffen tot we de fictie niet langer kunnen onderscheiden van de realiteit, of te achterhalen wie van ons verantwoordelijk is voor de creatie van deze fascinerende situatie. We werken allemaal met haar samen.

Ferrante beschrijft haar romans vaak als mysterieuze, onaantastbare wezens die aan haar greep ontsnapt zijn en vrij rondreizen in de wereld. Ze roept een krachtige, bijna transcendente mythe in het leven van de auteur die verheven is boven tijd en ruimte, een schepper die perfect weet wat hij met zijn romans voor ogen heeft. Welke andere schrijver kan op die macht bogen?

Beeld © Eduardo Castaldo

Het is gevaarlijk te dicht bij die macht te komen; je raakt ervan overtuigd dat je er deel aan kunt hebben. Toen ik de uitgever van de Engelstalige uitgaven vroeg of ik haar voor dit artikel een paar vragen kon stellen, vertelde hij me dat ze geen interviews geeft. Maar om onduidelijke redenen maakte ze een uitzondering. Het was onmogelijk niet te speculeren over de redenen daarvoor. Ik was ijdel. Ik beeldde me in dat de vragen die ik de uitgever had voorgelegd over de literaire vorm en de aard van de samenwerking met Costanzo slimmer, meer respectvol waren dan de vragen die ze zo vaak krijgt over vriendschap en identiteit.

Maar in de loop van de twee maanden waarin we correspondeerden, met de assistentie van haar uitgever, mijn uitgever en haar Engelse vertaler, leek de afstand groter te worden. Ze beantwoordde vragen die ik niet gesteld had en negeerde vragen die ik wel gesteld had. Ze ergerde zich, verontschuldigde zich, misinterpreteerde mijn formuleringen – bewust, naar ik vermoed. Toen ik haar vroeg welke levende schrijvers ze graag leest, schreef ze: “Ik zou een erg gecompliceerd antwoord moeten geven en moeten praten over verscheidene fasen in mijn leven. Ik antwoord wel een andere keer.” Ik beeldde me in dat ik op een dag mijn voordeur zou openen en een kinderwagen zou zien vol beschimmelde boeken, zonder adres, zonder briefje, zonder een spoor van de persoon die hem er gezet had.

Te vrijpostig

Ze beantwoordde mijn vragen vaak in dezelfde dubbelzinnige stijl als haar verteller. “Misschien was ik in nogal wat gevallen te vrijpostig”, schreef ze toen ik vroeg welke instructies ze Costanzo had gegeven. “Misschien greep ik wat al te aanmatigend in bij irrelevante details.”

Ik kon alleen maar een strategie bedenken om vragen te stellen die haar zouden dwingen zinvolle antwoorden te geven. Ik merkte op dat het hedendaagse schrijven over het moederschap de irritante neiging vertoont kinderen te beschouwen als psychologische obstakels voor de creativiteit – alsof een kind niet alleen tijd en energie van zijn moeder afneemt, maar evengoed taal en denken. Maar haar romans zijn anders: ze houden rekening met de mogelijkheid dat het moederschap de creativiteit ook in de hand kan werken, ook al is het vermoeiend en belastend. Wat vond zij van de relatie tussen aan woorden en aan kinderen bestede tijd?

“Ik houd wel van de manier waarop je de vraag geformuleerd hebt”, schreef ze. “Maar ik vind dat je niet mag spreken over het moederschap in het algemeen. De arme moeder heeft andere problemen dan de welgestelde moeder, die een andere vrouw kan betalen om haar te helpen. Maar of de moeder nu arm of rijk is, als er waarachtige, krachtige creatieve nood is, dan haalt de zorg voor de kinderen, hoe die ons ook opzuigt en soms zelfs verteert, het nooit van de zorg voor de woorden: je vindt voor beide tijd. Dat was althans mijn ervaring: ik vond tijd toen ik een bange moeder zonder hulp was en ook toen ik een welgestelde moeder was. Ik neem dus de vrijheid om te stellen dat vrouwen de macht van de reproductie nooit mogen opgeven voor de macht van de productie.”

Er was iets verschillends aan de stijl van dit antwoord. De ‘ik’ die ze hanteerde leek meer aanwezig, de weerloze stem van de schrijver achter de auteur. Ik vroeg haar meer te vertellen over haar ervaringen als bange moeder. Waaruit bestond die angst voor haar?

Ze trok zich terug in haar schulp en nam opnieuw de onpersoonlijke toon van de commentator aan. “Ik ben bang voor moeders die hun leven opofferen voor hun kinderen”, schreef ze. “Ik ben bang voor moeders die zichzelf helemaal wegcijferen en voor hun kinderen leven, die zich verschuilen achter de moeilijkheden van het moederschap en zelfs zichzelf voorhouden dat ze perfecte moeders zijn.”

Laatste poging. In de voorbije twee maanden heb ik haar verteld dat mijn tweejarige zoontje een obsessie voor haar kinderboek Een nacht op het strand ontwikkeld heeft. Het boek gaat over een pop met zelfmedelijden die bij zonsondergang op het strand wordt achtergelaten door een meisje dat met haar nieuwe katje wil spelen. ’s Nachts wordt de pop gevonden door de Wrede Badmeester, die een dunne gouden haak uit zijn lippen haalt, die in de mond van de pop propt en haar zo een geheim onttrekt dat ze al haar hele leven met grote zorg bewaart: haar naam. Het leek me een niet zo subtiele allegorie voor Ferrante’s eigen anonimiteit, en ik had sterk het gevoel dat kinderen niet echt het doelpubliek waren.

Stroop en snoepgoed

“Ik schreef Een nacht op het strand voor een vierjarig vriendinnetje die tot haar grote teleurstelling een zusje had gekregen”, schreef ze. “Ik was erg verbaasd dat mijn boekje niet geschikt voor kinderen geacht werd – mijn vriendinnetje vond het leuk. Ik heb altijd gevonden dat verhalen voor kinderen dezelfde energie, dezelfde authenticiteit als goede boeken voor volwassenen moeten hebben. Het is een misvatting dat kinderen nood hebben aan zeemzoete verhalen. Ook de traditionele sprookjes hangen niet aaneen met stroop en snoepgoed.”

Mijn zoon heeft net een kleine broer gekregen, vertelde ik haar. Hij is ook teleurgesteld, en ik gebruik ‘teleurstelling’ om terug te kaatsen hoe ik denk dat zij het gebruikt: om het gevoel van verlating van een kind te minimaliseren, waardoor zijn wanhoop tastbaarder wordt voor de moeder die verantwoordelijk is voor de beëindiging van zijn wereld. Misschien heeft mijn zoon dat beter door dan ik dacht. Misschien heeft hij het boek genomen voor wat het is, onbezoedeld door auteurs en allegorieën. In al zijn onschuld is mijn zoon misschien een betere lezer dan ik.

Ze antwoordde niet.

Nu ik er niet in geslaagd was meer dan een glimp van Ferrante op te vangen via onze correspondentie, zocht ik sporen van haar invloed in de vroege afleveringen van My Brilliant Friend. In de loop van twee jaar hebben zij en Costanzo regelmatig e-mails uitgewisseld. “Er is niets mis met een man die mijn boeken adapteert”, schreef ze vorige maand in The Guardian. “Maar ik vroeg hem wel mijn kijk te respecteren, om de kooi van mijn verhaal binnen te gaan zonder te proberen het in de zijne te trekken”. 

Ferrante vond het kind Lila “perfect” en het kind Lenù “effectief” om de “onontwarbare” hoedanigheid van de verteller te zetten. Costanzo was op zoek naar meisjes met “trieste ogen” en “iets gebrokens”. Hun uitstekende acteerprestaties verhinderen echter niet dat de afleveringen enigszins onnatuurlijk overkomen. Costanzo delegeert de emotionele uitingen van de verteller aan een voice-over, waarvan hij bang was dat Ferrante het maar “melig” zou vinden.

De voice-over spreekt het publiek in formeel Italiaans aan, terwijl de actrices een Napolitaans dialect uit de jaren 50 hanteren. De sets zijn realistisch, maar nogal nadrukkelijk, waardoor je het soort achtergrond krijgt die je vaak ziet in historische drama’s. De wijk is voldoende stoffig en arm maar opvallend dunbevolkt vergeleken met de rijke mensenweelde in Ferrante’s romans. Het gewelddadige sfeertje probeert Costanzo te vatten middels gechargeerde, bijna komische ruzies tussen boze vrouwen.

Beeld © Eduardo Castaldo

Maar dat stoorde Ferrante dus allemaal niet. “Wat het succes van een personage bepaalt,” schreef Ferrante me toen ik haar vroeg over dichtheid, “is vaak een halve zin, een substantief, een adjectief dat de psychologische machine blokkeert, en dat daardoor onsamenhangend en onvoorspelbaar is. Kortom: waarachtig.”

De serie slaagt er niet altijd in de zinledigheid van het innerlijke leven succesvol te vatten. Soms doen de blikken en grimassen die innerlijke strijd moeten overbrengen de actrices vooral verward en wezenloos overkomen. Maar Costanzo het goed krijgt, is het bijzonder opwindend.

Er is een prachtige scène in de tweede aflevering van My Brilliant Friend, net nadat Lenù slaag heeft gekregen omdat ze gespijbeld heeft, waarin zij en Lila naar elkaar staren vanuit de tegenovergestelde zijden van de koer waar ze wonen. De ruimte tussen de meisjes is beladen met pijn, onrecht, eenzaamheid, maar er hangt ook iets van een groeiend collectief bewustzijn. Je voelt de verwarde oprispingen van verzet, die in de loop van de vier romans zullen aanzwellen tot opstandigheid, een drang tot vergelding, een wederzijds verlangen om zij aan zij strijd te voeren – een verlangen dat wij als kijkers kunnen delen.

Het is een opening naar de kooi van Ferrante, een uitnodiging om ons bij haar aan te sluiten in de schaduwwereld.

My Brilliant Friend is vanaf 25/12 elke dag te zien op Canvas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234