Zondag 07/06/2020

Postuum

Voor eeuwig galmt ‘a-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom’ door de popgeschiedenis, met dank aan Little Richard

Little Richard (1932-2020) tijdens een optreden in Beverly Hills, 2001.Beeld AP

Rock-’n-rolllegende Little Richard (1932-2020) is zaterdag aan botkanker overleden. Zijn muziek klonk niet alleen baanbrekend, zijn look veroorzaakte eveneens een revolutie.

De zaterdag aan botkanker overleden Little Richard (87) was niet de eerste rock-’n-rollster die de wereld voortbracht. Elvis Presley, Fats Domino en Chuck Berry maakten al plaatjes voordat de in 1932 in Macon, Georgia als Richard Wayne Penniman geboren Little Richard met ‘Tutti Frutti’ zijn eerste hit had. Maar je kunt gerust stellen dat zijn uitgeschreeuwde “A-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom!” aan het begin van ‘Tutti Frutti’ de oerkreet van de popmuziek was zoals die tot vandaag de dag beleefd wordt.

Dit was de schreeuw van de bevrijding, het begin van popmuziek als jongerencultuur. Alles zit in dat liedje van nog geen tweeënhalve minuut dat Little Richard in september 1955 in New Orleans opnam. De aantrekkingskracht van het mysterie, het gevaar, de emotie, het nieuwe. Alles wat popmuziek zo boeiend maakt begon met deze regels. Niet gezongen maar uitgeschreeuwd, zoals niemand dat ooit gehoord had. Het bonken op de piano zo hard als niemand daarvoor ooit op een piano gebonkt had.

Nonsenspoëzie van de hoogste orde, gebracht door iemand die niet van deze wereld leek. Zijn muziek klonk niet alleen baanbrekend, zijn look veroorzaakte eveneens een revolutie. Een zwarte twintiger, flamboyant gekleed, met een decimeters hoge kuif, valse wimpers, mascara en andere make-up. Witte tieners omarmden zijn muziek onmiddellijk maar voor hun ouders betekende Little Richard, die ‘Tutti Frutti’ wist op te volgen met al even opwindende hits als ‘Long Tall Sally’, ‘Rip It Up’ en ‘Lucille’, een groter gevaar dan Elvis Presley.

Seksualiteit en gender

Little Richard speelde op het podium al met alle ideeën die heersten binnen de muziekindustrie over ras en seksualiteit voordat het woord gender leek te bestaan. Hoewel zijn homoseksualiteit zijn vader ertoe bracht Richard op veertienjarige leeftijd het huis uit te zetten, heeft de rock-’n-rollpionier zich nooit openlijk gay genoemd. Hij sprak liever over ‘omniseksueel’ en zou in zijn biografie homoseksualiteit zelfs een besmettelijke ziekte noemen.

Maar het idee van de androgyne popster, in de jaren zeventig zo meesterlijk uitgebouwd en geëxploiteerd door David Bowie en later door Prince, komt van Little Richard, die het op zijn beurt overnam van Esquerita, een altijd wat onbekend gebleven cultheld uit de jaren vijftig. Hij veranderde niet alleen het geluid maar ook het beeld van de popster. 

Maar eerst was er dus die oerknal, met een sound tot gevolg die bepalend was voor zwarte muzikanten als James Brown en Otis Redding. Een piepjonge Paul McCartney leerde zingen met de plaatjes van Little Richard. ‘Long Tall Sally’ was zelfs het eerste liedje dat hij ooit in het openbaar zong. Mick Jagger liet meteen na het overlijdensbericht weten dat Little Richard voor hem als tiener de grootste invloed was. Zonder Little Richard geen Beatles en geen Stones. Geen Prince, geen David Bowie. Of ze hadden er ietwat anders uitgezien, met een andere sound.

Vereeuwigd door z’n hits

De carrière van de architect van de rock-’n-roll zou altijd aan die ene reeks jarenvijftighits verbonden blijven. Al na een paar jaar, in 1957 op tournee in Australië, keerde hij popmuziek voor het eerst de rug toe. Hij stortte zich op bijbelstudies en sloeg aan het preken. Zo zou hij in de decennia die volgden diverse keren de switch van het wereldse naar het religieuze maken. Hij bleef een ongenaakbaar performer, maar zijn muzikale verhaal was in de jaren zestig wel afgelopen.

Toch hoor je op een plaat als The Rill Thing (1970) nog wel iets van dat ontembare heilige vuur dat zijn beste werk uit de jaren vijftig kenmerkte. Maar de jaren zeventig markeerden voor Little Richard vooral een periode van zware cocaïneverslaving die hem, zoals opgebiecht in de geautoriseerde biografie door Charles White uit 1984, duizend dollar per dag kostte. Die biografie met de titel The Life And Times Of Little Richard – The Quasar of Rock bracht de toen al over de vijftig zijnde Little Richard opnieuw onder de aandacht en leest nog altijd als een van de betere rockbiografieën.

Little Richard was inmiddels een graag geziene talkshowgast, kreeg filmrolletjes en tourde met een zekere regelmaat weer de wereld rond. Ook bij ons was hij te zien, samen met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis in het Sportpaleis, in 1992. Hij hoefde maar even zijn schreeuw op te zetten of zijn typerende hamerslag op de piano te doen en je had toch het idee dicht bij de schepper zelf te staan. Dat ene zinnetje, a-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom! het galmt nog altijd door in de popgeschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234