Vrijdag 27/01/2023

InterviewMatteo Simoni

‘Voor deze rol heb ik mijn leven on hold gezet’: Matteo Simoni speelt Dennis Black Magic in ‘Zillion’

null Beeld Charlie De keersmaecker
Beeld Charlie De keersmaecker

In Zillion, de dreunende film waarin regisseur Robin Pront de hoogdagen van de gelijknamige Antwerpse megadiscotheek opnieuw oproept, transformeert Matteo Simoni (35) in Dennis Black Magic. Het enige waaraan hij herkenbaar blijft, is de overgave waarmee hij zich onherkenbaar maakt, met goedkeuring van de pornobaas. ‘Hij heeft me zelfs een dvd laten bezorgen. Door zijn moeder.’

Danny Ilegems

Tien jaar geleden was er in de Minderbroedersrui in Antwerpen een pizzeria genaamd La Tarantella. Ze bestaat ondertussen niet meer. Valerio, de pizzaiolo, jongleerde er als een volleerde goochelaar met de uitgerolde pizzabodems. Hij slingerde ze hoog in de lucht en ving ze achter zijn rug weer op. Kinderen kregen pizzadeeg in de vorm van een krokodil als gratis antipasto. Hun pizza werd steevast geserveerd in hartvorm.

Er stond altijd dezelfde cd van Pino Daniele op. ‘Napule è’, ‘Je so’ pazzo’, ‘Quando’: op den duur kende je de volg­orde van de nummers vanbuiten. Wanneer de service op zijn einde liep, speelde Valerio’s vader oude Napolitaanse volksliedjes op zijn gitaar. Hij was ook de man die eigenhandig de indrukwekkende steenoven had gebouwd. Daaruit kwamen de beste pizza’s die ooit in Antwerpen zijn gebakken.

Een van de vaste stamgasten in dat theatrale decor was een jonge acteur, die zichzelf net prominent op de kaart had gezet met een rol in een film en een tv-serie. In de film, Marina, gaf hij gestalte aan de jeugdige versie van de Italo-Limburgse charmezanger Rocco Granata. In de serie, Safety First, speelde hij een niet al te snuggere, hyperactieve Limburgse johnny genaamd Smos. Matteo Simoni.

BIO

geboren op 3 september 1987 in Hasselt / volgde een toneelopleiding aan het conservatorium in Antwerpen / richtte mee het theatergezelschap FC Bergman op / speelde als student al in series als Sara, Spoed en LouisLouise / beleefde zijn doorbraak in 2013, met de hoofdrol in Marina van Stijn Coninx, en zijn rol als Simon ’Smos’ Vos in de serie Safety First / kroop in de rol van Devon Macharis in Callboys en van Jan de Lichte in De bende van Jan de Lichte / acteerde de voorbije jaren in films als Patser, The Racer en Rookie. In Zillion speelt hij Dennis Black Magic / woont samen met Loredana Falone en dochtertje Giulia (2) in Antwerpen

Er was nog een andere acteur die je in La Tarantella kon aantreffen, een beroemdheid die door vrijwel niemand werd herkend: Christoph Waltz. Hij verbleef in Antwerpen omdat hij in de Koninklijke Vlaamse Opera zijn debuut maakte als operaregisseur, met Der Rosenkavalier van Richard Strauss. Waltz had toen al twee Oscar-beeldjes in zijn trofeeënkast staan. Eentje voor zijn rol als de Jodenjager Hans Landa in Quentin Tarantino’s Inglourious Basterds, en eentje voor zijn bijrol als de premiejager Dr. King Schultz in Django Unchained, eveneens van Tarantino. Zijn dochtertje had dolle pret met haar pizza in hartvorm.

“Serieus? Heb je hem daar ontmoet?”, vraagt Matteo Simoni met een blik vol ongeloof. “Wat een fenomenale acteur! De vrijheid en de tegendraadsheid waarmee hij zijn personages vertolkt! Een slechterik is bij hem vaak een slimmerik, soms een charmeur, maar nooit een karikatuur. Je vraagt je tot op het laatste moment af hóé slecht hij is. Dat heb ik ook geprobeerd met Dennis Black Magic in Zillion. De tegenstrijdigheden van zo’n personage naar boven brengen, loskomen van wat er in het scenario staat en een figuur tot leven wekken die verrast en beklijft: daar haal ik mijn spelplezier uit.”

We zitten in Hotel Franq in de Antwerpse binnenstad, op een steenworp van waar La Tarantella gevestigd was. Matteo Simoni is moe. Hij heeft een jetlag onder de leden, zoals het een reizende glamourboy betaamt. Hij is net terug uit New York, waar hij met FC Bergman, het theatergezelschap dat hij nog mee heeft opgericht, het stuk met de cryptische titel 300 el x 50 el x 30 el heeft opgevoerd. Vier keer stonden ze ermee in het BAM Theatre in Brooklyn, een tempel van de culturele avant-garde waar legendes als Ingmar Bergman, Peter Brook, Philip Glass en Pina Bausch in hun gloriedagen kind aan huis waren. Vier keer kregen ze een staande ovatie.

“Het was heel emotioneel. Stef (Aerts, red.) en ik zijn elkaar na de eerste voorstelling in de armen gevlogen. In 2009 studeerden we samen af aan het conservatorium in Antwerpen. ‘En zie ons hier nu staan’, zeiden we tegen elkaar.” (lacht)

“300 el x 50 el x 30 el is een stuk van twaalf jaar geleden. We dachten toen dat het bij een eenmalige voorstelling zou blijven. De figuranten die op de première meespeelden, waren familieleden en vrienden die we last minute hadden opgetrommeld. En uitgerekend dat stuk staat nu nog altijd op het repertoire. Zalig! We hebben het ondertussen al in veel verschillende landen gespeeld, maar dit was de eerste keer over de plas.”

Het stuk gaat over een geïsoleerd dorp waar de bewoners in angst leven voor een aangekondigde overstroming, een naderende zondvloed. 300 el x 50 el x 30 el verwijst naar de vermeende afmetingen van de Ark van Noach. Het is een woordenloos en zeer filmisch spektakel, David Lynch meets Lars von Trier. Iedereen kent u als vertolker van komische dan wel tragische helden. Weinig mensen kennen u als maker van avant-gardetheater.

“FC Bergman is ontstaan aan het conservatorium. In de zomervakantie na het tweede jaar hebben we met een aantal studenten een voorstelling gemaakt in een leegstaande loods in de haven. Drie van vier Callboys waren erbij: Bart Hollanders, Stef Aerts en ik. Rik Verheye was er de eerste dag ook, maar die ging ’s middags broodjes halen en is nooit meer teruggekomen. Echt waar! (lacht) Als reactie op de zeer tekstgerichte visie die we op school ingelepeld kregen, maakten wij theater met uitsluitend beelden. Poëtische spektakels zonder woorden werden het handelsmerk van het gezelschap waarop we later de naam ‘FC Bergman’ hebben geplakt. Met Bergman hebben we onvergetelijke dingen gedaan en beleefd, maar inmiddels zit ik niet meer mee in de cockpit. Ik heb bewust een stap terug gezet, een hele tijd geleden al.”

Waarom eigenlijk?

“Omdat je er op een gegeven moment achter komt waar je niet goed in bent. En dat moet je dan onder ogen durven te zien. Ik rendeer het beste als speler, vind ik. Ik ben een speler pur sang. Terwijl FC Bergman is geëvolueerd naar een veeleer vormelijke, conceptuele theatertaal, waarvan de identiteit en de output rond de tafel wordt bepaald. Door lange gesprekken te voeren en duizenden foto’s te verzamelen, komen we tot een gigantisch moodboard waarin de voorstelling dan ergens verscholen zit. Op een bepaald moment had ik daar genoeg van. Daarvoor ben ik niet naar de toneelschool gegaan. En ik heb er te weinig geduld voor. Ik zie het nu ook bij mijn dochter (Giulia, 2 jaar, red.), die kan geen seconde stilzitten. Ik heb dat ook.

“Toen ik de stap terug zette, schrok niemand. Zo gaat dat in een gezelschap: mensen komen en gaan, en dat is alleen maar gezond. We zijn trouwens nog altijd beste vrienden. Voor hun laatste voorstelling heeft FC Bergman me als acteur gevraagd, dat zegt genoeg.”

‘Ik heb altijd graag gedanst. Ik ben zowat opgegroeid in de Versuz in Hasselt. En in de Atmoz, aan de overkant. De Zillion heb ik nooit gehaald, maar dankzij de film kon ik die tijd herbeleven.’ Beeld Charlie De keersmaecker
‘Ik heb altijd graag gedanst. Ik ben zowat opgegroeid in de Versuz in Hasselt. En in de Atmoz, aan de overkant. De Zillion heb ik nooit gehaald, maar dankzij de film kon ik die tijd herbeleven.’Beeld Charlie De keersmaecker

Schitteren in het BAM Theatre in New York, komt dat op uw Amerikaans cv? Blijft zoiets nazinderen over de plas?

“Dat weet ik niet. Na de release van Marina ben ik vaak naar Los Angeles gereisd. In eerste instantie om te surfen en in tweede instantie om mijn Engels te verbeteren. (lacht) Van mijn twaalfde tot mijn achttiende heb ik op internaat gezeten. Ik keek toen zelden of nooit tv. En ik was ook geen gamer, zoals veel van mijn vrienden. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in die periode, wat talen betreft, een achterstand heb opgelopen. Volgens mijn toenmalige agent moest ik daaraan werken. Ondertussen zette zij allerlei meetings met mensen uit de film­industrie op, waarop ik dan moest verschijnen om mezelf te verkopen. Af en toe kwam daar een auditie uit voort. Heel spannend allemaal, maar ik was toch gelukkiger wanneer ik op Venice Beach aan het surfen was. Dat is een onwaarschijnlijk mooie plek om in de zee te liggen wanneer de zon ondergaat!”

Zit ik hier tegenover een jonkie van 35 dat zijn inter­nationale ambities al heeft opgeborgen?

“Nee nee, zo zie ik het niet. Ik bedoel dat ik van hieruit net zo goed grenzen kan oversteken. Onze huidige generatie filmmakers is ongelofelijk goed bezig, en dat resoneert ook internationaal. Vroeger hadden we alleen de gebroeders Dardenne in Cannes, maar kijk nu: Adil en Bilall, Lukas Dhont en Felix Van Groeningen zijn er dit jaar allemaal gepasseerd. Nu Robin Pront nog!”

Dat brengt ons naadloos bij Zillion.

“Eindelijk!”

Toen die beruchte Antwerpse discotheek zijn hoog­dagen beleefde, eind jaren 90, droeg u nog korte broeken.

“Ho! Ik ben zowat opgegroeid in een andere legendarische discotheek: de Versuz in Hasselt. (lacht) En in de Atmoz, aan de overkant. Ik heb altijd graag gedanst, bijna van kindsbeen af. Tot mijn veertiende ging ik discoschaatsen, daarna naar de afternoon parties in de Versus, op zondag van twee tot zes, en vanaf mijn zestiende mocht ik mee met de grote jongens. De Zillion in Antwerpen heb ik nooit gehaald, maar dankzij de film heb ik die tijd mogen herbeleven. Ik beschouw Zillion als een cadeau. Teruggaan naar die tijd, naar die generatie, en vooral ook naar die muziek: het moment dat de dansmuziek grote sprongen maakte in verschillende stijlen: techno, house, trance...”

U kroop in de huid van Dennis ‘Black Magic’ Burkas, de zelfverklaarde pornobaas die vips naar de Zillion sleepte en ervoor zorgde dat er altijd seks in de lucht hing. Toen ik de eerste promobeelden van de film zag, dacht ik: ze hebben Burkas zo ver gekregen dat hij zichzelf speelt. U onderging een haast wonderlijke fysieke transformatie, van een kleine donkere Italiaan in een grote bleke slungel. Hoe hebt u dat geflikt?

“Door 10 kilo af te vallen. Ik ben van 75 naar 65 kilo gegaan. De eerste zes vielen nog mee, maar de laatste vier waren heftig. Maar het moest. Robin wilde dat mijn jukbeenderen zich duidelijk in mijn gezicht aftekenden, en ook dat ik er ongezond uitzag, als iemand die ’s nachts leefde, in een constante roes. Dat betekende: niet in de zon zitten, geen pasta eten, geen zware bieren drinken. Echt waar, de gezelligheid was bij ons thuis vaak ver te zoeken. (lacht) En het ergste was dat ik het twee keer heb moeten doen. De opnames van Zillion waren oorspronkelijk gepland voor maart 2020. Door de pandemie en de lockdown moesten ze met anderhalf jaar worden uitgesteld. Maar dat werd pas last minute beslist, toen ik er al helemaal klaar voor was.”

Hoe hebt u de nerveuze tics van Dennis Burkas onder de knie gekregen?

“Door uren en dagen naar beelden uit die periode te kijken. Ik heb veel gehad aan de docuserie Bloot en meedogenloos (uitgezonden op VT4, gemaakt door Martin Coenen, red.). Die is gedraaid in 2000, toen de Zillion nog open was. Eigenlijk was Eddy Lipstick, die andere Vlaamse pornoregisseur, daarin de centrale figuur, maar Dennis ging natuurlijk met veel aandacht lopen. Aan de hand van die en andere beelden heb ik zijn gedragingen bestudeerd: hoe hij loopt, beweegt, spreekt, hoe hij een sigaret rookt, wat zijn aura is. Ook de kleren die ik in de film droeg waren ontzettend belangrijk. Al moet ik toegeven dat dit de makkelijkste kostuumpas ooit was: alles moest zwart zijn. De truc was om veel te wijde hemden te dragen. Mijn Dennis moest zwémmen in zijn hemden. (lacht) Zo leek hij nog magerder.”

Matteo Simoni als Dennis Black Magic in ‘Zillion’: ‘Voor de film ben ik 10 kilo moeten afvallen, van 75 naar 65 kilo. 
De eerste zes vielen nog mee, maar de laatste vier waren heftig. En het ergste is: ik heb het twee keer moeten doen.’ Beeld Thomas Dhanens
Matteo Simoni als Dennis Black Magic in ‘Zillion’: ‘Voor de film ben ik 10 kilo moeten afvallen, van 75 naar 65 kilo. De eerste zes vielen nog mee, maar de laatste vier waren heftig. En het ergste is: ik heb het twee keer moeten doen.’Beeld Thomas Dhanens

Hebt u Dennis Burkas ontmoet?

“Meerdere keren. De eerste keer was in de gevangenis, waar ik hem samen met Robin Pront ging opzoeken (Burkas werd meermaals veroordeeld wegens verkrachting van minderjarigen en aanzetten tot ontucht, red.). Ik was nog nooit in een gevangenis geweest, dus dat was een belevenis op zich. Inchecken, identiteitskaart afgeven, jas en tas in een locker steken, door een metaaldetector lopen. Een metalen deur die openging, veertig gedetineerden die tevoorschijn kwamen, onder wie iemand die héél blij was dat hij bezoek kreeg...”

Wat zei u tegen hem? ‘Ik heb al uw films gezien?’

(lacht) “Nee, want die had ik toen nog niet gezien. Pas later heeft hij mij een dvd laten bezorgen. Door zijn moeder.”

Een ‘best of’ van zijn pornoproducties?

(lacht hard) “En nadat hij was vrijgekomen, heb ik ook de film gekregen die hij in de Zillion heeft gedraaid, tijdens de beruchte Zundays.” (zondagmiddagfeestjes in de Zillion waarop ook ‘prominenten’ aanwezig waren, zo wil de legende, en die al eens durfden te ontaarden in wilde orgieën, red.)

Zijn dat de beelden waarmee de halve beau monde van Antwerpen naar verluidt destijds werd gechanteerd?

“Nee nee, het is een film die Dennis heeft gemaakt met zijn pornoacteurs, terwijl die feesten bezig waren. Hij heeft ’m speciaal voor mij overgezet van VHS op dvd. Van die chantage weet ik niks, behalve dan dat er wilde verhalen over circuleerden. Wat is er van waar, en wat is verzonnen om mensen bang te maken? Ik denk dat zelfs Robin, die jaren aan dit verhaal heeft gewerkt, het niet weet. Daarom krijg je in de begingeneriek van Zillion de melding ‘based on true and untrue stories’.”

Dennis Burkas was wellicht de grootste mythomaan van allemaal.

“Zegt gij.”

Welke indruk maakte hij op u?

“Mijn gesprekken met hem waren altijd zeer aangenaam en professioneel. Uiteraard keur ik niet goed wat hij allemaal heeft uitgevreten. Maar de film gaat daar niet over. Zillion is voor mij in de eerste plaats een portret van een tijdperk en een tijdgeest.”

Eigenlijk hebt u een bijrol in Zillion. De hoofdrollen zijn voor Jonas Vermeulen, die Zillion-uitbater Frank Verstraeten speelt, en Charlotte Timmers, die ex-Miss België Brigitta Callens tot, euh, een vorm van leven wekt.

“Correctie: zij speelt Vanessa, het vrouwelijke hoofdpersonage, gebaseerd op de verschillende vriendinnen die Frank Verstraeten in die periode heeft gehad. Maar wat vind je van de vertolking van Charlotte? Straf, hè?”

Verrassend. Tegen de verwachting in is ‘Vanessa’ geen hysterica, maar een getormenteerde, in zichzelf gekeerde cokehead.

“Ja, helemaal! Charlotte speelt haar personage met een katerig gevoel. Leeg, ijl, schijnbaar gevoelloos, maar o zo fragiel.”

'Ik ben nu eenmaal extravert. Minimalistisch spelen, van binnenuit, zoals pakweg Ryan Gosling, dat zal mijn eeuwige worsteling blijven.' Beeld Charlie De Keersmaecker
'Ik ben nu eenmaal extravert. Minimalistisch spelen, van binnenuit, zoals pakweg Ryan Gosling, dat zal mijn eeuwige worsteling blijven.'Beeld Charlie De Keersmaecker

Jullie kennen elkaar goed, Limburgers onder elkaar.

“Jazeker, we waren jeugdvrienden. We gingen samen naar de Versuz. Zij sleurde me daar naar buiten wanneer mijn dansen in hakken overging en ik me belachelijk dreigde te maken. (lacht) Wist je dat ik Charlotte en Robin (Pront, red.) aan elkaar heb gekoppeld? Robin is ook een goeie vriend, maar hij is een man van weinig woorden. Ik heb in zijn naam een romantische sms naar Charlotte gestuurd. Zij had het natuurlijk meteen door. Maar het is toch in orde gekomen.

“Als je werkt met mensen die je al zo lang kent, is het moeilijk om nog verbaasd te staan van elkaars kunnen. Maar hier zet Charlotte iets ongelofelijks neer, vind ik. Ik ben ontzettend fier op haar, ze heeft zichzelf echt overtroffen. En Jonas (Vermeulen, red.) speelt de rol van zijn leven. Zo’n Frank Verstraeten neerzetten, een maniakale, megalomane nerd met een napoleoncomplex, een man die meer van computers dan van mensen hield, dat was een uitdaging hoor. Maar Jonas heeft dat meesterlijk goed gedaan.”

Er zijn acteurs van wie je vermoedt dat ze altijd een beetje zichzelf spelen – de waanzin in de ogen van Jack Nicholson, het mysterie in de blik van Matthias Schoenaerts – en er zijn acteurs die kunnen transformeren in de meest uiteenlopende personages. Jij lijkt me van dat laatste type te zijn.

“Dank je wel. Maar ik denk dat het meestal ergens tussen de twee in ligt. Zelfs wanneer je een personage vertolkt dat ver van je af ligt, zal er iets van jezelf naar boven komen. Ik ben begonnen met Safety First en Marina: twee producties die in hetzelfde jaar werden gedraaid maar waarin ik totaal verschillende personages speel. Het ene komisch en karikaturaal, het andere veeleer tragisch, emotioneel en doorvoeld. Dat zijn de twee uitersten die ik sindsdien ben blijven opzoeken. Maar wat je ook doet, wie je ook speelt, je bent verplicht er een stuk van jezelf in te steken. Je moet zo authentiek mogelijk blijven, anders is het niks. Dora van der Groen zei altijd: ‘Je moet de deelpersoonlijkheden in jezelf aanspreken.’ Maar ik geef toe: ik vergroot mijn personages graag uit. Ik ben van nature geneigd om ze in een fel kleurtje te zetten.”

In fluotinten, nooit in pastelkleuren?

“Precies.”

Is dat een kwestie van temperament?

“Ja. Ik ben nu eenmaal extravert. Minimalistisch spelen, van binnenuit, zoals pakweg Ryan Gosling, dat zal mijn eeuwige worsteling blijven. Ik zal een personage altijd dikker aanzetten dan nodig is. Ik zoek de grens op en probeer er dan nét niet over te gaan. Dus ik heb sturing nodig, want te vaak ben ik een ongeleid projectiel. (denkt na) Het is zo moeilijk om objectief naar jezelf te kijken. Robin floot mij terug als het te komisch dreigde te worden. De grootste angst was dat de mensen aan Smos zouden denken als ze me bezig zien in Zillion. (lacht) Die is net als Dennis afkomstig uit Genk.”

Stelt u zichzelf altijd zo in vraag?

“De totale overgave waarmee ik me telkens opnieuw in zo’n rol stort, díé stel ik tegenwoordig in vraag. Iedere keer opnieuw zet ik er een stuk van mijn leven voor on hold. Ten koste van mijn gezin, ten koste van tijd die ik zou kunnen doorbrengen met mijn vriendin Loredana (Falone, red.) en met mijn dochtertje Giulia. Soms denk ik: voor wie of wat doe ik dit? Wat heb ik er uiteindelijk aan? Voor alle duidelijkheid: ik zal nooit stoppen met acteren, die passie is veel te groot. Maar ik moet er wel over waken dat het spannend blijft, door in mijn keuzes nog zuiniger te worden. Door minder op te duiken en minder prijs te geven over mezelf. Honger is de beste saus, zeggen ze. Als ik op een set sta, wil ik dat het aanvoelt als een feest, niet als werk.”

‘De totale overgave waarmee ik me telkens opnieuw in zo’n rol stort, stel ik tegenwoordig in vraag. Soms denk ik: voor wie of wat doe ik dit? Wat heb ik er uiteindelijk aan?’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘De totale overgave waarmee ik me telkens opnieuw in zo’n rol stort, stel ik tegenwoordig in vraag. Soms denk ik: voor wie of wat doe ik dit? Wat heb ik er uiteindelijk aan?’Beeld Charlie De Keersmaecker

Bent u na Marina nog bezig gebleven met uw Italiaanse ‘deelpersoonlijkheid’?

“Ik ben er zelfs meer dan ooit mee bezig. Ik heb de laatste tijd veel bijgeleerd over mezelf. Mijn energie, mijn extravertie, mijn drukke gebaren: waar komt dat vandaan? Het valt niet langer te ontkennen dat er Italiaans bloed door mijn lijf stroomt.”

Dat wist u toch al langer?

“Nee, want ik ben Vlaams opgevoed. Mijn Italiaanse grootvader is hier geboren en getrouwd met een Vlaamse vrouw, mijn bommaatje Lucille. Mijn vader is dus maar een halve Italiaan. En hij is op zijn beurt getrouwd met een Vlaamse, mijn mama Els. Ik ben dus maar voor een kwart Italiaan.

“Vroeger was ik altijd in de war als iemand mij vroeg waar ik vandaan kom. Wat moest ik zeggen? Ik kende mijn Italiaanse voorgeschiedenis nauwelijks. Ik ben er pas naar op zoek gegaan door Marina. Ik verbleef toen langere tijd in Italië om het Calabrische accent van Rocco Granata onder de knie te krijgen. En nu krijg ik er steeds meer voeling mee.”

Hoe komt dat?

“Loredana, mijn vriendin, heeft Italiaanse roots. Zij en haar ouders voeden onze dochter in het Italiaans op. Ze is nu bijna drie en ze verstaat al meer en beter Italiaans dan ik toen ik achttien was. Wat een vreugde om haar te zien openbloeien, wat een ontdekkingsreis. Nu zwem ik ineens in die Italiaanse vijver. Nu merk ik hoezeer het in mijn bloed zit. Het staat in de sterren geschreven dat ik daar ooit nog iets mee ga doen.”

Een film?

“Marina was een mooie biopic, maar er liggen nog zo veel Italo-Limburgse verhalen voor het oprapen. In New York hebben ze tientallen films gedraaid in Little Italy. Maar wij hebben ook zo’n decor: de Limburgse mijncités. Daar leefden trouwens niet enkel Italianen, maar ook Turken, Polen, Spanjaarden en Grieken. De generaties die er zijn opgegroeid zijn aan het verdwijnen, of ze zijn uitgezwermd. Die geschiedenis houdt me bezig, wellicht omdat ik er zelf niet ben opgegroeid. Ter voorbereiding van Marina heb ik een documentaire over Genkse jeugdbendes in 1980 gezien. De schrijnende werkloosheid die er toen heerste, het gevecht tegen de uitzichtloosheid, maar ook het je-m’en-foutisme en de joie de vivre: zo schoon. Die beelden hebben me nooit meer losgelaten. Meer ga ik daar voorlopig niet over zeggen. Wacht maar af.”

Zillion, vanaf 26 oktober in de bioscoop.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234