Dinsdag 30/11/2021

ReportageNieuwe generatie kunstenaars

Voor deze kunstenaars was de quarantaine van 2020 een zegen: ‘In mijn atelier pleeg ik verzet’

Amber Andrews:
Amber Andrews: "Half maart 2020 ben ik eraan begonnen. Ineens kon ik me van ’s morgens tot ’s avonds met mijn beeldend werk bezighouden."Beeld Damon De Backer

Beeldend kunstenaars ‘ontploffen’ in de lockdown. Ze hebben niemand anders nodig bij hun werk, en afleiding van de buitenwereld is er bijna niet: alles is dicht of verboden. Deze vier in Antwerpen werkende millennials komen daarom niet toevallig nu aan de oppervlakte.

Voor de podiumkunsten is het een totale ramp, maar voor de beeldende kunst is de coronacrisis een zegen. Terwijl het niet-essentiële verboden was, hebben kunstenaars zich in stilte met hun essentie kunnen bezighouden: kunst maken. Al die opgespaarde huisvlijt kolkt nu naar buiten. Een nieuwe generatie dient zich aan.

Michaël Borremans schilderde de afgelopen maanden, bij gebrek aan levende modellen, ‘portretten’ van satijnen kegels. Luc Tuymans produceerde thuis een onafzienbare stapel aquarellen, en voltooide in zijn atelier meer schilderijen dan ooit in de voorbije decennia. Nel Aerts is naar verluidt tijdens de lockdown ‘ontploft’. Walter Swennen, de frèle ouderdomsdeken van de Belgische schilderkunst, maakte een serie doeken die de wilde frisheid van zijn allerbeste werk evenaart.

Je hoort het in alle hoeken van de kunstwereld: bitter weinig kunstenaars hebben de coronacrisis als een crisis ervaren. Velen zijn integendeel extreem productief geweest. Sommigen hebben zichzelf heruitgevonden. De meesten overleven met glans.

Ook de galeriehouders hoor je nauwelijks klagen. De grote kunstbeurzen worden uitgesteld of afgelast, het internationale kunstclientèle kan niet bewegen, maar het internet, en met name Instagram, houdt de commerciële motor draaiende.

En dan zijn er de jonge kunstenaars van wie later zal blijken dat ze zich op de kaart hebben gezet dankzij de ‘splendid isolation’ van 2020. In Antwerpen kwamen deze week onder meer deze vier millennialkunstenaars uit quarantaine.

Amber Andrews (27): ‘In mijn atelier pleeg ik verzet’

Achter een tafel in de nieuwe vestiging van Gallery Sofie Van De Velde in Antwerpen-Zuid zit Amber Andrews haar eerste publicatie te signeren. Het is een fraaie uitgave waarin de oliepasteltekeningen uit haar eerste solotentoonstelling zijn opgenomen, aangevuld met de collages waarop ze haar tekeningen en schilderijen vaak baseert.

Andrews is opgegroeid in de kunst. De schilder Nick Andrews, wiens werk nu te zien is bij Campo & Campo in Antwerpen, is haar oom. Beeldhouwster Nadia Naveau haar tante. “Tuurlijk was dat plezant toen ik klein was”, lacht ze. “Op vrije dagen gaan knutselen bij nonkel en tante: zalig. En later was hun traject in de kunst het argument dat mijn ouders nodig hadden om mij naar de kunstacademie te laten gaan. Nu zijn we naast familie ook collega’s. Dat is wat anders.”

Andrews by Picasso by Velazquez is de titel van een van de nieuwe tekeningen. Says it all. Amber Andrews neemt gretig samples uit de kunstgeschiedenis en monteert die tot kleurrijke, weelderige stillevens waarin vazen, schalen, maskers en haar huiskatten Archie en Blinky een hoofdrol krijgen.

Amber Andrews: ‘Ik hou ervan om dingen te stapelen. Het stilleven, of liever: de geënsceneerde chaos, is mijn natuurlijke biotoop.’ Beeld Damon De Backer
Amber Andrews: ‘Ik hou ervan om dingen te stapelen. Het stilleven, of liever: de geënsceneerde chaos, is mijn natuurlijke biotoop.’Beeld Damon De Backer

“Dit is mijn quarantainekunst”, zegt ze. “Half maart 2020 ben ik eraan begonnen. Ineens kon ik me van ’s morgens tot ’s avonds met mijn beeldend werk bezighouden. Ik had geen wel­omlijnd plan, maar in mijn atelier slingerden wel een paar schetsen die ik met oliepastel had gemaakt. Dat is een delicaat materiaal. Je moet de kleurvlakken die je ermee maakt goed aflijnen, en vegen tot elke prijs zien te vermijden, anders wordt het een smeerboel.

“Nadat ik een van die schetsen groot had uitgewerkt, 1 meter bij 70 centimeter, nam ik me voor een samenhangende reeks van tien werken te maken. Het zijn er wat meer geworden, omdat ik in een soort roes ben terechtgekomen. Een mentale lockdown die het gevolg was van de fysieke quarantaine.

“In mijn huis is het atelier het centrale vertrek. Ik moet er doorheen als ik uit bed kom, en het rek met kunstboeken dat in de leefruimte staat heb ik van daaruit ook binnen handbereik. Maandenlang zat ik opgesloten in die kleine ruimte, opgesloten in de kunst. Het kunstenaarsatelier is ook echt een thema geworden in de oliepastels. Het atelier als romantisch toevluchtsoord, maar ook als geheime plek vanwaar het verzet wordt georganiseerd.

“De kunst heeft altijd een manier gevonden om tussen de groeven te groeien, ook als ze door de maatschappij werd begrensd. Dat zie je nu ook weer. Er zijn verwijzingen naar de ateliers van Ensor en van Brancusi, naar de interieurs van Matisse, maar ook naar mijn eigen leefwereld. Wie mijn huis kent, weet waar mijn beelden vandaan komen. Het staat er vol potten, kruiken, kandelaars, objecten en prullaria. Ik hou ervan om dingen te stapelen. Het stilleven, of liever: de geënsceneerde chaos, is mijn natuurlijke biotoop. Daar verwijst de titel van deze tentoonstelling ook naar. Tohu Bohu: in de Hebreeuwse Bijbel is dat de woeste toestand van de aarde op de dag voor God het licht aanknipte en aan de schepping begon.”

‘Het is niet omdat iets waanzinnig goed geschilderd is, dat het geen platte illustratie is.’ Beeld Damon De Backer
‘Het is niet omdat iets waanzinnig goed geschilderd is, dat het geen platte illustratie is.’Beeld Damon De Backer

Ze vindt figuratief tekenen en schilderen helemaal niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, zegt ze. “Integendeel, ik heb ermee geworsteld. Aan de kunstacademie werden wij aangemoedigd om altijd vanuit onze eigen leefwereld te vertrekken. Maar als je dat doet, beland je nogal gauw bij de figuratie. Ik vond dat lastig. En ik vond het vooral lastig om mij daarbij te laten leiden door iconen van de hedendaagse figuratieve schilderkunst als Walter Swennen en Philip Guston. Voor mij zijn dat halve heiligen. Je kunt niet om hen heen en je mag niet aan hen raken.

“Ook stelde ik me voortdurend de vraag waar nu precies de grens ligt tussen figuratieve schilderkunst en illustratie-met-verf. Het is niet omdat iets waanzinnig goed geschilderd is, dat het geen platte illustratie is. En het is niet omdat het schetsmatig of klungelig geschilderd is, dat het automatisch diepe kunst is. Ik heb de neiging daar erg streng in te zijn, voor mezelf en voor mijn collega’s.

“Daarom ben ik op een gegeven moment helemaal afgestapt van de figuratie. Ik schilderde alleen nog ruimtes, vlakken, lagen, motieven; abstract met hier en daar een herkenningspunt. Maar natuurlijk, of je nu een boom schildert, of een stok met een bal erop die op een boom lijkt, het verschil is niet zo groot, hè. Zo ben ik uitgekomen bij wat ik nu doe. Je zou het gefragmenteerde figuratie kunnen noemen. De ene keer is het hyper-figuratief, de andere keer een wemeling van abstracte vlakken en vormen.”

Amber Andrews, Tohu Bohu, tot 21 februari in Gallery Sofie Van De Velde, Antwerpen-Zuid. sofievandevelde.be

Too Many Tears for Lovers, tot 13 maart in Ciaccia Levi Gallery, Parijs. ciaccialevi.com

William Ludwig Lutgens (29): ‘Ik neem de kunstwereld niet al te ernstig’

William Ludwig Lutgens: 'Ik wil dat mijn werk verwarring zaait en mensen op het verkeerde been zet.' Beeld Damon De Backer
William Ludwig Lutgens: 'Ik wil dat mijn werk verwarring zaait en mensen op het verkeerde been zet.'Beeld Damon De Backer

William Ludwig Lutgens is een Limburger die in Antwerpen woont. Het ‘Ludwig’-deel van zijn naam is een dichterlijke toevoeging. Mensen die zijn echte naam snel uitspraken noemden hem vaak William Ludwig. Dat klonk gewichtig én afdoende belachelijk, als de naam van een Duitse botanicus of een personage uit een strip, en dus is hij hem als artiestennaam gaan gebruiken. Humor is in het jonge oeuvre van William Ludwig Lutgens een cruciaal concept.

A Comedy of Humours, zo heette zijn expo bij Plus One Gallery die net afgelopen is. De basisgedachte achter die serie levensgrote, op Koreaans hanji-papier getekende en geschilderde taferelen, was de theorie van de ‘humores’. Kort gezegd: lichaam én ziel van de mens worden gereguleerd door de vier lichaamssappen. In de oud-Griekse versie zijn dat bloed, gele gal, zwarte gal en slijm. In de variant van Lutgens: bloed, pis, sperma en braaksel. Moraal van zijn verhalen: ‘Ecce homo, ziehier de mens: is hij niet bespottelijk?’

Zoals geoefende operazangers hun stem kunnen laten aanzwellen met vibrato, zo lijkt de hand van William Ludwig Lutgens een grafische tremor te hebben. Alles trilt en beweegt. Hij is bij uitstek een kunstenaar van de onklare lijn.

“Wat ik ook doe, ik vertrek altijd vanuit de tekening”, zegt hij. “Dat is mijn primitieve reflex. Ik heb het eruit proberen te krijgen, maar dat is niet gelukt. Misschien komt het doordat ik nooit vrije beeldende kunst heb gestudeerd. Ik ben opgeleid tot grafisch vormgever en illustrator. Grillige tekeningen waren mijn vorm van verzet tegen het dictaat van het strakke design. Pas toen ik daarna tot het Hoger Instituut (voor Schone Kunsten, red.) werd toegelaten, ben ik mezelf als een kunstenaar gaan beschouwen.”

Lutgens lijkt ook een van de zeldzame jonge kunstenaars te zijn die zichzelf als een Belgische kunstenaar beschouwt.

“Als je mij dat twee jaar geleden had gevraagd, zou ik geantwoord hebben: ‘Nee dank u, toch niet.’ Maar ondertussen heb ik een paar keer voor langere tijd in het buitenland verbleven, onder meer in Korea en in Congo, en nu besef ik: ‘Ja, ik ben een westerse witte man met Belgische genen.’ (lacht) In Congo heb ik door een gebied gereisd waar ebola woekerde. Alle dokters droegen er mondmaskers en beschermende kledij. Van een déjà vu gesproken!

“Dus ja, het scabreuze van Bruegel en het ironische van Ensor, dat zal wel ergens in mijn DNA zitten. Maar met de figuratieve schilders van mijn generatie voel ik weinig verwantschap, hoewel ik veel artistieke vrienden heb. Humor is voor mij een verbindende factor. Ik ben een bewonderaar van kunstenaars als Mike Kelley, Harald Thys & Jos De Gruyter en Erik van Lieshout.

De hand van William Ludwig Lutgens lijkt een grafische tremor te hebben. Alles trilt en beweegt. Hij is bij uitstek een kunstenaar van de onklare lijn. Beeld Damon De Backer
De hand van William Ludwig Lutgens lijkt een grafische tremor te hebben. Alles trilt en beweegt. Hij is bij uitstek een kunstenaar van de onklare lijn.Beeld Damon De Backer

“Ik wil dat mijn werk een dubieuze kern heeft. Dat het verwarring zaait en mensen op het verkeerde been zet. Cynisch zou ik mezelf niet noemen. Ik probeer een kritische kunstenaar te zijn, die de kunstwereld niet al te zeer au sérieux neemt. Binnenkort ga ik tentoonstellen in Waregem, waar ik vorig jaar de tweejaarlijkse Gaverprijs voor schilder­kunst heb gewonnen. Ik zal er geen schilderijen tonen, maar een installatie, een sculpturale versie van de bekende stoelendans. Ik vind dat een perfecte metafoor voor de concurrentie binnen het kapitalistisch systeem: telkens als de muziek stilvalt, valt er een speler uit de boot. Er blijven almaar minder happy few over.”

Sinds zijn afstuderen heeft Lutgens in een mum van tijd een indrukwekkend palmares van tentoonstellingen, publicaties en residenties bij elkaar gekliederd. De verwachtingen zijn hooggespannen. SMAK-directeur Philippe Van Cauteren heeft recent vier tekeningen van hem gekocht voor zijn museumcollectie. In de lente van 2022 staat er een grote solo-expo in De Garage/Hof Van Busleyden in Mechelen op het programma. Alleen de internationale plannetjes die hij had zijn niet doorgegaan. Uitgesteld wegens pandemie.

William Ludwig Lutgens, That Clinking, Clanking, Clunking, van 6 maart tot 18 april in Bruthaus Gallery, Waregem. bruthausgallery.be

Floris Van Look (30): ‘De quarantaine voerde me naar het kabouterbos.’

“Ik heb kaboutermutsen gemaakt voor de bezoekers”, zegt Floris Van Look. “En In het midden van deze ruimte zou ik een bolle lachspiegel willen opstellen. Iedereen kabouter. De tentoonstelling als attractie. Wat denk je?” De kunstenaar kijkt me vragend aan.

Ik kijk naar de schilderijen die opgesteld staan tegen de muren, op de kelderverdieping van Keteleer Gallery. Kabouters die ronddraaien in een wastrommel. Vechtende kabouters. Een kabouter die geëlektrocuteerd wordt. Een kabouter die een vlieg probeert dood te meppen. Een kabouter die opgetild wordt en in een urinoir pist. Overal kabouters. En bomen, wolken en stukken fruit die tot leven komen. Een dekbed dat een menselijke uitdrukking krijgt. Anton Pieck die verloren gelopen is in het surrealisme.

Floris Van Look: 'Idealiter komt er tijdens het schilderen een moment dat het werk tegen mij begint te praten.’ Beeld Damon De Backer
Floris Van Look: 'Idealiter komt er tijdens het schilderen een moment dat het werk tegen mij begint te praten.’Beeld Damon De Backer

De verf ligt er in dikke lagen en klodders op. De meeste schilderijen zijn met stopverf opgewerkt tot reliëfs, de recentste evolueren naar 3D. Stillevens, landschappen en figuren met uitstulpingen. Op een lage console zit een speelgoedkabouter aan een speelgoedpiano. “Daar plak ik nog een mp3-speler onder”, zegt Van Look. “De kabouter zal speelgoedpianomuziek van John Cage ten gehore brengen.”

Floris Van Look is twee jaar geleden afgezwaaid aan de academie van Antwerpen, afdeling schilderkunst. Eerst heeft hij klinische psychologie gestudeerd, en daarna ook heel even architectuur. “Maar ik was niet zo goed in rechte lijnen.” Zijn kabouters hebben we te danken aan de pandemie.

Van Look: “Ik ben aan de werken van deze tentoonstelling begonnen tijdens de eerste lockdown, vorige lente. Doordat mijn job in de horeca wegviel, had ik plots veel tijd. Maar toen de cafés terug opengingen was ik bijlange na nog niet klaar, en heb ik ontslag genomen. Met als gevolg dat ik tijdens de tweede lockdown geen recht meer had op een uitkering. Deze werken zijn dus onder zware financiële stress tot stand gekomen. Ze zitten ook allemaal een beetje in de huiselijke sfeer. Dat heeft alles te maken met de gedwongen quarantaine. De verveling die de verbeelding op gang bracht. De claustrofobie die mij naar het kabouterbos voerde. De schilderijen die ik voordien maakte waren veel realistischer.”

“Mijn vader is illustrator van kinderboeken (Hugo Van Look, illustrator van ‘Dolfje Weerwolfje’ en andere boeken van Paul van Loon, red.). Ik ben grootgebracht met cartoons. (lacht) Het moet érgens vandaan komen, hè. Nu, de kabouters an sich betekenen niet veel. Het gaat mij veeleer om de proporties van de figuren: de mens die klein en futiel wordt ten opzichte van zijn omgeving. Relativering door overdrijving. Maar ik ben geen escapist. Ik vind het juist heel belangrijk om in contact te blijven met de werkelijkheid. Het idee om ervan vervreemd te raken, schrikt me heel hard af.

Floris Van Look: ‘De kabouters an sich betekenen niet veel. Het gaat me eerder om de proporties: de mens die ten opzichte van zijn omgeving klein en futiel wordt.' Beeld Damon De Backer
Floris Van Look: ‘De kabouters an sich betekenen niet veel. Het gaat me eerder om de proporties: de mens die ten opzichte van zijn omgeving klein en futiel wordt.'Beeld Damon De Backer

“Het kleine werk dat verwijst naar ‘De gedaanteverwisseling’ – het beroemde verhaal van Kafka: Gregor Samsa die wakker wordt als kever – heb ik waarschijnlijk uit pure angst geschilderd. Door de pandemie is dat plots weer actuele problematiek. Maar ik zal wel altijd zoeken naar een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. Van onderuit, via het kleine en het onbenullige.

“Evenmin ben ik een conceptualist die zijn beelden diep doordenkt voordat hij eraan begint. Ik vertrek liever vanuit, euh, onwetendheid. Idealiter komt er tijdens het schilderen een moment dat het werk reageert en tegen mij begint te praten. Ik denk dat de figuratieve schilderkunst op die manier onder mijn generatiegenoten opnieuw tot leven is gekomen. Het gebeurde gewoon. Iemand maakte iets, dat bleek mensen te intrigeren, en dus gingen anderen het ook doen. En het was vertrokken. Niemand kon het nog tegenhouden. Ook niet door te zeggen dat het niet mocht, uit naam van de kunstgeschiedenis. Autoriteit werkt niet in de kunst, en dat is maar goed ook.

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

“Ik ben tijdens mijn studie aan de academie alleen maar beïnvloed door mijn medestudenten, en totaal niet door de docenten. Die kwamen uit een andere generatie; ze wilden dingen behouden in plaats van ze te veranderen. Om echt tot iets nieuws en eigens te komen heb je je generatiegenoten nodig. Vandaar de titel van deze expo: Very Important Friends. Met een vette knipoog naar de kunstwereld, waar iedereen zich tegen de belangrijke, succesvolle en invloedrijke mensen aanvlijt. (lacht) Bij mij krijgen die een kaboutermuts.”

Floris Van Look, Very Important Friends, tot 14 maart in Keteleer Gallery, Antwerpen-Zuid. Keteleer.com

Daan Gielis (32): ‘Ik heb Kuifje niet op de knieën gekregen’

Daan Gielis voor zijn neon met legerbottines. ‘Ik kick op kunstwerken die hun eigen mislukking in zich dragen.’

 Beeld Damon De Backer
Daan Gielis voor zijn neon met legerbottines. ‘Ik kick op kunstwerken die hun eigen mislukking in zich dragen.’Beeld Damon De Backer

Daan Gielis heeft in 2020 vaker in het ziekenhuis gelegen dan dat hij in zijn atelier heeft gezeten. Nierproblemen, extreme bloedarmoede en een galcrisis.

“Ik lijd aan juveniele systemische sclerose”, zegt hij, in de nog onverwarmde ruimte van Everyday Gallery in Antwerpen Nieuw-Zuid, waar hij net is begonnen met de installatie van zijn nieuwe tentoonstelling. “Dat is een zeldzame auto-immuunziekte die zowat elk orgaan in mijn lichaam kan aantasten. Ik heb al een hartoperatie ondergaan – twee hartkleppen vervangen door mechanische kleppen – en over afzienbare tijd zal ik ook een niertransplantatie moeten krijgen.

“Uiteraard heeft het een grote invloed op mijn leven. Ik zal levenslang onderworpen zijn aan een heel streng regime. Ik mag anderhalve liter vocht per dag innemen, en geen druppel meer, en nooit meer zout eten. (glimlacht) Corona kwam voor mij op het juiste moment. Ineens konden we niet meer op café gaan. Goed, want op café gaan met vrienden was voor mij toch al moeilijker geworden. Ik voel me nu ook meer verbonden met de mensen wier leven gereguleerd wordt door regimes. Dat zijn er veel meer dan je zou denken. En in mijn werk ben ik compromislozer geworden. Alles is urgent nu.”

Daan Gielis is een Diestenaar die gestudeerd heeft in Hasselt, Den Bosch en Maastricht. Een mixed- mediakunstenaar die vooral sculpturen maakt. Installaties. Filmsets. Met objecten geïllustreerde verhalen. Zijn nieuwe show bij Everyday Gallery draait rond een schilderij van, jawel, Pieter Bruegel de Oude: De misantroop, uit 1568. Voor zijn voeten liggen kraaienpoten waar hij dreigt in te stappen. Het onderschrift in Oudnederlands luidt: ‘Om dat de werelt is soe ongetru, daar om gha ic in den ru.’ Ik rouw omdat de wereld zo ontrouw is.

Daan Gielis heeft een kleine sculptuur van het tafereel gemaakt, in verdonkerd brons. En de kraaienpoten duiken op in meerdere werken: in een emblematische neon, tussen het struikgewas in een geglazuurd beeld van een groepje palmbomen, bengelend aan een mobiel die je wel eens boven een babybedje ziet hangen.

“Deze tentoonstelling gaat over onze relatie met de wereld”, zegt Daan Gielis. “De boodschap is: je moedeloos terugtrekken uit de wereld is ook geen oplossing. Vluchten kan niet meer, want dan beroof je jezelf van het grote geheel dat zin verleent aan wie we zijn en wat we doen. Je denkt dat dat tropische eiland vol wuivende palmbomen Arcadië is, maar het ligt er ook vol met kraaienpoten en voetangels.”

Recht tegenover de neon met de kraaienpoot komt een andere, complexere neon te hangen: een beeld van een paar legerbottines. Gielis: “Dat is een logo van Agnostic Front, een New Yorkse hardcoreband. Ik ben zelf ook zanger geweest in een hardcorepunkband. Het idee achter die subcultuur is heel krachtig: via de agressie die in de muziek zit het bestaande kapotmaken en iets anders, iets puurs in de plaats stellen. Loutering, zuivering, extase. Maar na verloop van tijd besef je dat het zelfs in de subste subcultuur over erkenning, succes en populariteit gaat.”

“Onlangs heb ik een reeks werken gemaakt over raw black metal: een nieuwe wave van metal die zo ondergronds is als de pest. De bands uit die stroming brengen hun, in duistere kelders opgenomen, lofi-demo’s uit op cassette, in limited editions van dertig stuks die ze verkopen voor zeven dollar per stuk. Maar een week na de release kosten die cassettes op doorverkoopwebsites als Discogs al zeventig dollar. Ik noem dat hyperkapitalistische speculatie in de underground. Die contradicties houden mij bezig. Ook in de kunst. Ik kick op kunstwerken die zichzelf onderuithalen, die hun eigen mislukking in zich dragen.

“Een goeie vriend van mij, de kunstenaar Tom Volkaert, heeft me eens gezegd: ‘Daan, telkens als ik naar aan tentoonstelling van u ga, heb ik het gevoel dat ik naar uw begrafenis ga.’ (lacht) Zelf vind ik mijn werk helemaal niet deprimerend of negatief. Neem deze expo: ja, ze vertrekt vanuit de teleurstelling en de desillusie die iedereen wel eens zal voelen, en ze gaat over onze vruchteloze zoektocht naar zuivere alternatieven. Maar waarom blijven we uitwegen zoeken? Uit liefde voor de wereld, toch? Kunst kan tezelfdertijd een vlucht uit de wereld zijn én een poging om hem te beïnvloeden en te veranderen.”

Daan Gielis: 'Mijn Kuifje kijkt een beetje sip.' Beeld Damon De Backer
Daan Gielis: 'Mijn Kuifje kijkt een beetje sip.'Beeld Damon De Backer

Kuifje is er ook bij. In de gedaante van een nietig postuurtje op een lage sokkel. Gielis lacht: “Kuifje is de archetypische idealist die denkt dat hij met een paar simpele ingrepen de wereld kan veranderen. Mijn Kuifje kijkt een beetje sip. Oorspronkelijk wilde ik hem ook nog laten huilen, door een fonteinsysteem in het beeldje te stoppen. Maar dat werd visueel te complex. Oké, Kuifje is moedeloos vandaag. Maar hij staat nog altijd recht, hè. Ik heb hem niet op de knieën gekregen. Net zoals Kuifje ben ik ook wel eens moedeloos. Van de strijd tegen de systemen van de wereld. Van de strijd tegen het systeem dat mijn lichaam bedreigt. Maar net zoals Kuifje begin ik telkens weer aan een nieuw avontuur. Met frisse moed, alsof er niks is gebeurd.”

Daan Gielis, Omdat de wereld is zo ontrouw, tot 14 maart in Everyday Gallery, Antwerpen-Zuid. Everydaygallery.art

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234