Woensdag 23/10/2019

Mode

Vlaming Jan Versweyveld ontwerpt dé mode-expo van het jaar: ‘Hier ga je toch van smilen?’

‘Camp: Notes on Fashion’ in The Met. Beeld Zach Hilty/BFA.com

Jan Versweyveld, de Vlaamse decorontwerper van onder meer het Internationaal Theater Amsterdam en de partner van regisseur Ivo Van Hove, kreeg verrassend de vraag de prestigieuze modetentoonstelling in The Met in New York vorm te geven. Het thema is camp. ‘Het eerste wat in me opkwam, was: waarom ik?’

Het telefoontje komt op een moment dat hij helemaal niet op telefoontjes zit te wachten. Het is eind mei 2018 en theaterontwerper Jan Versweyveld, superdruk met toneelstukken die het daaropvolgende theaterseizoen over de hele wereld moeten draaien, is in Brussel met Anne Teresa De Keersmaeker bezig aan de voorbereidingen van haar choreografie op de zes Brandenburgse concerten van Bach. Dan wordt hij ineens gebeld door een onbekend nummer. Het is een man die zich voorstelt als Andrew Bolton, modecurator van het Metropolitan Museum in New York. Hij vraagt Versweyveld of hij de vormgeving van zijn volgende tentoonstelling wil doen.

“Ik kende hem niet”, zegt Versweyveld een jaar later. “Ik wist ook niet van de grootte of het belang van die tentoonstellingen.” Versweyveld zegt het zonder schaamte of valse bescheidenheid. “Ik dacht: leuke man. Hij kwam heel fijn over. Maar ik dacht ook: ik heb gewoon geen tijd. Mijn hele jaar zat al vol met projecten.”

En hij hangt op.

Spektakelbal

Hoe groot de jaarlijkse modetentoonstelling in The Metropolitan precies is, hoe belangrijk Bolton is en hoe prestigieus het verzoek dat hij net heeft afgeslagen, dat dringt pas in de uren daarna langzaam maar alarmerend tot Versweyfeld door.

Hij komt erachter dat de tentoonstelling elk jaar wordt voorafgegaan door het Met Gala, een door modetsarina Anna Wintour, hoofdredacteur van de Amerikaanse Vogue, geleid spektakelbal waarmee geld wordt opgehaald voor het Costume Institute van The Met. De sterren van deze wereld dossen zich daarvoor uit in de meest uitzinnige creaties, geïnspireerd op het thema van de modetentoonstelling van dat jaar. Het rodeloperfestijn krijgt gigantisch veel aandacht van de media. Tijdschriften en tv-programma’s verslagen het alsof het de Oscar-uitreiking is.

En dan is er natuurlijk de tentoonstelling zelf. Het kostuuminstituut van The Met maakt maar één (grote) tentoonstelling per jaar, maar die is dan ook steevast spraakmakend. Zeker sinds Andrew Bolton er de scepter zwaait. De Brit maakt tentoonstellingen die worden omarmd door zowel critici als het publiek, of ze nu over een enkele modeontwerper gaan (Alexander McQueen, Rei Kawakubo) of een thema belichten, zoals vorig jaar de invloed van katholieke beeldtaal op de mode-industrie. Die tentoonstelling, Heavenly Bodies, trok maar liefst 1,6 miljoen bezoekers en was daarmee de best bezochte tentoonstelling in de geschiedenis van The Met.

Als Versweyveld dan ook nog wordt gebeld door zijn agent (“Dit móét je doen! Dit is huge!”), weet hij genoeg. Hij belt Bolton terug.

Godzijdank is hij nog op tijd.

Bolton vertelt Versweyveld dat de tentoonstelling die hij mag vormgeven over camp zal gaan. Over hoe elementen van parodie, pastiche, kunstmatigheid, ironie en overdrijving in mode worden uitgedrukt. Toen moest hij wel even fronsen, zegt Versweyveld nu. “Camp? Ik? Als ik iets niet ben, dan is het camp.”

Heldere vormen, geen franjes

Noch in zijn werk, noch in zijn persoonlijkheid heeft hij iets met camp. Het oeuvre van de Belgische scenograaf, lichtontwerper en fotograaf Jan Versweyveld (60) blinkt juist uit in ogenschijnlijke eenvoud. De toneelbeelden die hij voor de voorstellingen van zijn partner, regisseur Ivo Van Hove, ontwerpt (voor diens vaste gezelschap Internationaal Theater Amsterdam en andere producties), kenmerken zich door het gebruik van minimale middelen, heldere vormen en sobere, soms bijna kale ruimtes – geen franjes, maar strakke esthetiek. 

Toch zal iedereen die A View from the Bridge zag zich onmiddellijk de overkapte-binnenplaats-tevens-boksring herinneren. En wie het geluk had Lazarus (een samenwerking met David Bowie) te zien, denkt aan het gebruik van videobeelden en lichtprojecties.

Versweyveld werd voor zijn werk overladen met (internationale) prijzen; voor de Broadway-productie Network is hij net genomineerd voor twee Tony Awards.

En extravagantie? Het past ook niet bij zijn karakter. Versweyveld, zeggen mensen die met hem werken, is zachtaardig, bescheiden. Iemand die weet dat hij wil, maar zijn ego niet op de voorgrond plaatst. Dit is de eerste keer dat The Met een theaterontwerper voor de mode-expositie vraagt; het is ook de eerste keer dat Versweyveld een grote tentoonstelling vormgeeft.

“Het was het eerste wat in me opkwam”, zegt hij. “Waarom juist ik?”

Versweyveld zit achter een salade niçoise en een cola light in een eettentje op een steenworp afstand van het museum. “Waarom juist ik? Dat werd me duidelijk op de eerste afspraak, hier in New York, met Bolton en het team. Ze hadden een heel pakket foto’s van mijn werk. Ik dacht: ‘Wow, hoe komen ze daaraan?’ Vooral Anna Wintour bleek al onze voorstellingen te hebben gezien, niet alleen in New York, maar ook in Engeland en Frankrijk. Ik vermoed dat het idee mij te vragen van haar kwam.

“En het bleek hen om heel specifieke dingen in mijn werk te gaan: het kunnen plaatsen van een figuur in een minimalistische ruimte die de figuur versterkt, zonder er sfeer rond te hangen. Toen ik dat wist, voelde ik me wel vereerd, en ook veiliger. Dat het om een duidelijke reden is. En niet zomaar een gril.”

Hysterisch druk

Het is hysterisch druk op de eerste voorbezichtiging van Camp: Notes on Fashion. Moderecensenten als Vanessa Friedman van The New York Times en Suzy Menkes van Vogue International verdringen zich voor jurken met ontelbare veren of een absurde hoeveelheid tule. Vooral in de laatste zaal, het klapstuk van de tentoonstelling, zoemen de camera’s en klikken de fototoestellen ­– iedereen wil Versweyvelds ontwerp als achtergrond.

Dit is wat hij ervan heeft gemaakt: een soort binnenplaats, aan vier zijden begrensd door wanden met twee verdiepingen, waar de mannequins je vanuit hun behuizingen van alle kanten aankijken – “een beetje zoals in Rear Window”, zegt Versweyveld, verwijzend naar de Hitchcock-film waarin de hoofdpersoon zijn dagen doorbrengt met het bespieden van zijn buren aan de overkant van zijn binnentuin.

In deze zaal toont Bolton wat camp vandaag de dag kan betekenen, met een kakofonie van kleurrijke en uitbundige creaties die hij verbindt met citaten uit het essay Notes on Camp uit 1964, waarin Susan Sontag in 58 notities probeert greep te krijgen op wat camp typeert. Onder het kopje ‘Dingen die zijn wat ze niet zijn’ schaart Bolton een jurk van Jeremy Scott uit 2011 die lijkt te bestaan uit plakjes prosciutto (in werkelijkheid lagen latex); onder ‘Een tweede jeugd’ een roze pak van Walter Van Beirendonck bedrukt met huisjes, boompjes en treintjes. En een genderneutraal huwelijkstenue onder het kopje ‘Gender without genitals’.

Ruim 125 mannequins plus nog zo’n 25 accessoires onderverdeeld in 20 citaten; om de bezoeker enigszins een overzicht te geven in die “explosie aan vorm, kleur, geestigheid, vreugde en commentaar”, zegt Versweyveld, gaf hij elk citaat ­– en daarmee de kamers waarin de mannequins staan die bij dat citaat horen – hun eigen kleur. De vier wanden van de zaal lijken daardoor op rechtopstaande discovloeren. Klinkt wild misschien. Maar een Versweyveld blijft een Versweyveld, ook hier, met strakke lijnen, heldere esthetiek, zonder overbodige details.

Theatrale poses en crossdressing

Concentreert de laatste zaal zich op het heden, in het eerste deel van de tentoonstelling gaat Bolton op zoek naar de wortels van camp. Hij situeert de oorsprong in het Versailles van Louis XIV, waar het Franse begrip se camper ­– pronken, poseren – aan de orde van de dag was. De Zonnekoning liet zich op schilderijen steevast portretteren in een theatrale balletpose, één been vooruitgestoken. Zijn broer Philippe, ook wel Monsieur genoemd, werd door zijn moeder gekleed als een meisje, om hem geen gevaar te laten zijn voor zijn broers troon.

Die twee camp-elementen – theatrale pose en crossdressing – volgt Bolton verder door de geschiedenis: van Fanny en Stella, twee Britse mannen die zich in de 19de eeuw als vrouw kleedden en daardoor in het gevang raakten, naar de dandy Oscar Wilde. Via Susan Sontags essay over het verschijnsel, verder naar de ‘pop camp’ uit de jaren 60 en 70 (Andy Warhol) en het voguen uit de jaren 80 (Malcolm McLarens clip Deep in Vogue).

Versweyveld omvatte dat alles in een doorlopend geheel van kamers, gangen en pleinen. “Om dat gevoel van teruggaan in de geschiedenis vorm te geven, heb ik een klassieke, Palladio-achtige ronde ontvangstruimte gemaakt”, wijst hij in de allereerste zaal, waar een beeldje in een klassiek contrapposto staat (de heupen tegengesteld aan de schouders), eigenlijk de oer-vogue.

Naarmate de expositie vordert, wordt zijn design strakker. In het Versailles-deel zijn de vitrines strakke uitstekende balkonnetjes, in het deel gewijd aan Sontag worden de objecten, kleding en kunst getoond in een geabstraheerde versie van een klassiek-hoge winkeletalage, en na de jaren 60 staan de mannequins opgesteld achter ronde onderzeeër-achtige ramen.

“Eigenlijk is dit deel van Boltons tentoonstelling heel klassiek van opzet”, zegt Versweyveld. “Een kamer dit, een kamer dat.” Om daar toch een tegenwicht aan te geven, besloot hij tot een radicale daad. “Ik heb alles roze laten schilderen, voor mij de camp-kleur bij uitstek.” Letterlijk alles: de muren zijn roze, de vitrines en sokkels zijn roze. Zelfs de paspoppen ontkwamen er niet aan.

Geen stukken, geen tekst

Of een tentoonstelling vormgeven heel anders is dan een theaterstuk? Versweyveld wijst op een mannequin in een volledig groene ruimte, sereen aangelicht. “Het is een kamer, met een deuropening, een tweede kamertje, extreem eenvoudig vormgegeven. En heel vergelijkbaar met hoe Eelco Smits in de voorstelling Song from Far Away in het toneelbeeld vertoeft. Ik probeer een kader te creëren waarin een acteur, of in dit geval een mannequin, op een goede manier is omgeven, zich veilig voelt, het best tot zijn recht komt. Hier komen theater en tentoonstelling heel dicht samen.”

Voor de rest bleken er vooral verschillen. Want lang was onduidelijk hoeveel en welke kledingstukken te zien zouden zijn. “Ik denk dat van de stukken die in oktober gepland waren zo’n 60 procent niet is doorgegaan,” zegt Versweyveld, “omdat ze niet vervoerd of niet uitgeleend konden worden.” 

En heel lang was er ook geen tekst. Versweyveld: “Bolton schrijft – en dat vind ik onwaarschijnlijk knap aan hem – terwijl hij de stukken zoekt eigenlijk een dramaturgie rond kleding van verschillende modeontwerpers, uit verschillende tijdperken, die maatschappelijke ankers heeft.”

Het was verwarrend, zegt Versweyveld. “Waar moest ik beginnen? Ik had mijn basismateriaal niet. Ik had geen stuk van Shakespeare om te ontleden. Ik wist niet welke acteur als eerste zou opkomen, of hoeveel acteurs het toneel zouden bespelen.” Hij laat schetsen en plattegronden zien die ontelbare keren zijn gewijzigd, toen 20 groepen mannequins toch 58 groepjes bleken te zijn geworden, of 8, of 18.

Toch noemt hij het werkproces achteraf “heel gezellig”. “We hebben nooit echt stress gehad.” Of hij überhaupt weleens flink gestrest is? “Ik denk het niet. Dat is een beetje het rare aan mijn persoonlijkheid, dat ik pas met veel vertraging de volle omvang van iets besef, en daardoor heel ontspannen aan iets begin. Ik heb wel stress als ik tot het besef kom dat ik iets moet veranderen, maar nog niet weet hoe; daar kan ik ’s nachts van wakker worden. Maar ik ga niet rondhuppelen en vloeken en tieren tegen mensen, dat is niet mijn stijl.”

Paars tule-gedrocht

Op die rust, merkte hij, werd positief gereageerd in het museum, door Andrew Bolton, door het team. En zelfs door Anna Wintour, de ‘Devil Wears Prada’ die een reputatie heeft onmogelijke eisen te stellen. Versweyveld werd uitgenodigd om met haar te komen praten op haar kantoor in het One World Trade Center. “Want als je de tentoonstelling vormgeeft, wordt stilzwijgend verondersteld dat je ook de avond van het Met Gala inspireert. Wat ik aanvankelijk totaal niet zag zitten, want ik ben geen decorateur.

Failed Seriousness. Beeld Zach Hilty / BFA.com

“Wat grappig was, is hoe ze je ontvangt: ik werd geparkeerd in een sofa die zo vol zat met kussens dat ik er eigenlijk niet meer bij kon. Aan weerszijden van me stond een vaas, met daarop een gigantische koepel van rozen. Ik werd echt van alle kanten ingeklemd; een heel ongemakkelijk gevoel. Ze weet heel goed wat ze doet, heel goed. Maar ik dacht uiteindelijk: als ik iets voorstel wat haar niet bevalt, dan is dat maar zo. En dan merk je meteen ook een verandering in attitude bij haar: we zijn op een heel losse manier tot een ontwikkeling van ideeën gekomen.” (Versweyveld bedacht voor de grote ontvangstzaal van The Met zeven flamingo’s van elk 10 meter hoogte, in elk mogelijk duo – man-man, man-vrouw, vrouw-vrouw – en een solo).

Het leuke van deze tentoonstelling, zegt Versweyveld, “is dat er zo veel humor in zit”. Kijk, wijst hij naar een niet als camp bedoeld paars tule-gedrocht van Cristóbal Balenciaga uit de jaren 60 en een over-de-top reactie daarop van Jeremy Scott voor Moschino uit 2018: een jurk als een explosie van paarse struisvogelveren en papieren vlinders.

“Hier ga je toch van smilen?”

Spotprent van de condition humaine

Of hij de smaak te pakken heeft en meer tentoonstellingen wil gaan vormgeven? “Ik zit daar niet op te wachten. Daarom ben ik er ook zo rustig onder, denk ik. Ik heb het druk genoeg met theater, het afgelopen half jaar heb ik aan talloze producties verspreid over heel Europa gewerkt. En tussendoor was ik om de tien dagen steeds drie dagen hier. Ik heb geen palmares nodig, ik zit er niet op te wachten.

“Maar weet je waarom ik zo blij ben dat ik dit gedaan heb? Vroeger haalde ik echt mijn neus op voor camp. Ik vond het totaal niet boeiend. Nu begrijp ik dat camp in hoge en lage kunstvormen een spotprent is van onze condition humaine, dat camp lacht om de mens, dat het dus ook heel politiek is.

“Ik zat op de kunstacademie met de Zes van Antwerpen (Walter Van Beirendonck, Ann Demeulemeester, Martin Margiela, Dries van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee, red.). Ik zat er middenin toen dat explodeerde. Maar hoe belangrijk mode is, dat wist ik tot voor kort niet. Het is een motor van de economie, het is een motor van de beschaving, het is een spiegeling van de mens. Het is veel meer dan ik ooit had gedacht. Ik ben heel blij dat ik dat op latere leeftijd nog heb ontdekt. Ik ben gaan begrijpen waarom zo veel mensen naar tentoonstellingen als deze gaan. Dat is een heel fijn besef.”

Expositie

‘Camp: Notes on Fashion’. T/m 8 september. Metropolitan Museum, New York

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234