Dinsdag 18/06/2019

Interview

Vlaanderens meest toonaangevende kunstenaar: "Plots zag ik een groep mannen mijn vrouw in een trein sleuren"

Koen Vanmechelen. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. 25 directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: kunstenaar Koen Vanmechelen (53). Wie is hij  in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Je leeftijd wordt je altijd duidelijk gemaakt door je omgeving. Ik voel me alsof ik me iedere dag opnieuw heruitvind. Creëren zorgt voor een continue verjongingskuur. Ik heb een ploeg dynamische jonge mensen rond mij. Mijn werk gaat over de nieuwe generatie. Ik kom heel veel in contact met jongeren, waardoor ik nooit nadenk over mijn leeftijd.

“Jongeren leven met digitale systemen, ze hebben een andere kijk op de wereld. Ik draai gewoon mee in dat systeem. Ik voel me een kind van deze tijd met een visionaire kijk op de toekomst. Mijn kunstproject brengt mij altijd naar de vernieuwing. Op de een of andere manier leef ik in de toekomst omdat wat ik schep iets vertelt over wat nog moet komen. En dat ­overstijgt de tijd.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?”

“Dat ik snel heel als ik verwond raak. Iedere mens raakt getekend door verdriet, door verlies, door ontgoocheling, door onvermogen. Ik heb een soort immuniteits­apparaat dat wonden snel dicht. De barsten maken een diepere mens van mij en zorgen ervoor dat ik een scherpere kijk krijg op de toekomst. Ze geven mij kracht en doen mij groeien als kunstenaar.”

Wie is Koen Vanmechelen? 

* geboren op 26 augus­tus 1965, in Sint-Trui­den

* conceptueel kunstenaar en autodidact

* werkt rond bio­culturele diversiteit en is vooral bekend van The Cosmopolitan Chicken Project, waarbij hij kippen­rassen van over de hele wereld kruist

* verwierf internationale erkenning, ontving een eredoctoraat van de Universiteit Hasselt

* ter herdenking van de Eerste Wereld­oorlog werd in maart in Ieper Coming­World­Remem­ber­­Me onthuld, een installatie met 600.000 terra­cotta­beeldjes rondom een reusachtig betonnen oer­ei van Vanmechelen

3. Wat is uw passie?

“Het verlangen om iets nieuws neer te zetten, om de maatschappij te inspireren. Ik denk dat het werk dat ik maak de wereld iets te vertellen heeft. Neem nu het onderzoeksproject dat ik opgezet heb in Ethiopië (artistiek-wetenschappelijk ­project om via kruising resistentere kippen te kweken om het leven van de lokale gemeenschappen te verbeteren, red.). Aan de gevel van de kwekerij in Addis Abeba heb ik naast een reusachtig portret van twee kippen het vier meter lange statement geplaatst: ‘Global only exists by the generosity of the local’. Het woordje ‘generosity’ zegt alles. Maar dat hebben we nooit willen inzien. (slaat met de hand op tafel) Eerst binnen het kolonialisme, later binnen het kapitalisme hebben we ons alle grondstoffen gewoonweg toegeëigend, we hebben grote delen van de wereld leeggeroofd. Als de nieuwe generatie de wereld zal moeten herverdelen – water, energie, voedsel – zal ze wel een herstelbeweging moeten maken. De geglobaliseerde wereld heeft alleen nog een kans als het lokale in ere wordt hersteld. De toekomst ligt in de diversiteit. Die boodschap wil ik meegeven in mijn kunst.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Eigenlijk wel. Maar ik heb makkelijk praten hè. Ik ben hier geboren en opgegroeid in een veilige cocon, waarin ik de kans heb gekregen om mijn creativiteit te ontwikkelen. Goede ­nestwarmte zorgt voor een veilige hechting, waardoor je ­makkelijker de wereld kunt verkennen. Ik beantwoord niet aan het cliché van de kunstenaar die kwaad is op zijn ouders en thuis buiten­gesmeten is.

“Jan Hoet heeft ooit gezegd: Koen Vanmechelen, dat is ­eigenlijk de omgekeerde romanticus. En ik denk dat hij gelijk had. De pure romanticus verheerlijkt het leven, maar hoe ­langer hij leeft, hoe meer wonden hij krijgt, en uiteindelijk pleegt hij zelfmoord. Ik ben begonnen aan het leven met een heel kritische kijk, maar iedere dag vind ik het leven interessanter en ontdek ik telkens een element van hoop. Zelfs in de sloppenwijken van Mumbai, Zimbabwe en Detroit zie ik naast de miserie ook wel hoe krachtig de menselijke creativiteit kan zijn. Om een voorbeeld te geven: in Ethiopië maken kinderen voorwerpen van gedroogde koeien­stront om ze te verkopen. Allemaal ongeveer dezelfde kleine koetjes. Laatst heb ik een koetje gekocht met twee witte streepjes erop geschilderd. Het meisje dat het koetje gemaakt had, had een handicap. Die handicap maakte haar anders dan de anderen en ook haar creatie was anders dan de andere. Het anders-zijn kan een kracht zijn om je te profileren.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Weet je, als ik hier nu zit (in zijn studio in Genk, een indrukwekkend gebouw van de Zwitserse architect Mario Botta dat ingericht is als een soort mini-universum van de kunstenaar met beelden en sculpturen, levens­grote portretten, opgezette dieren, mythische wezens en kosmische installaties, red.) en ik kijk naar daar (door een glazen wand zie je een huizen­hoge serre waarin exotische vogels vrij rondvliegen, red.), dan zie ik de wereld. Dit is mijn televisie. Als dit je niet blij maakt, verdien je een pak slaag.

“De kracht van de creativiteit maakt mij blij. Je hebt het gevoel even het absolute te kunnen aanraken. Dat gevoel zoeken wij allemaal. Daarom willen zoveel mensen kunstwerken bij hen thuis.”

6. Wat is uw zwakte?

“Ik neem soms te snel afstand van mensen. Als ik bij mezelf een gevoel van wrevel voel opkomen, ben ik geneigd om de conversatie te stoppen. Dat kan pretentieus overkomen. Ik wou dat ik soms wat meer moeite zou doen om open te staan voor de ander, ook al ligt hij of zij mij niet meteen. Ik ben nogal kieskeurig en eigenlijk zou ik dat liever niet zijn. Want als je erin slaagt om mensen te begrijpen, kun je mooie dingen ­ontdekken.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Als je uitgaat van het idee dat alles met elkaar in verband staat, dat alles uit elkaar voortvloeit, kun je geen spijt hebben van wat er gebeurd is. Het enige wat ik jammer vind, is dat ik geen instrument kan bespelen. Ik ben geweldig jaloers op muzikanten. Op een gezonde manier, hè. Dat samenvallen met je instrument, waardoor je in een soort van meditatieve trance geraakt, vind ik benijdenswaardig.”

8. Wat is uw grootste angst?
“Sterven voor je kunt vertellen wat je te vertellen hebt. Het ­vertellen stopt natuurlijk nooit, maar misschien bereik ik ooit een definitie. Ik maak mezelf dan ook wijs dat ik een heel lange levenslijn heb.” (lacht)

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Niet zo lang geleden. In Zimbabwe werk ik samen met Chido Govera, de oprichtster van The Future of Hope Foundation. Chido is een weeskind. Toen ze zeven was, verloor ze haar moeder aan hiv. Als jong meisje moest ze gaan werken op het veld en werd ze misbruikt door familie­leden. Toch had ze de innerlijke kracht en de intelligentie om haar lot in eigen handen te nemen. Ze leerde champignons kweken en startte haar eigen kwekerij. Haar grote droom was een centrum oprichten voor weeskinderen. Toen ze hoorde dat ik werkte rond kinderrechten, is ze mij komen opzoeken in mijn atelier. Ik voelde meteen een connectie. Ik ben naar Zimbabwe gereisd en heb haar project onder­steund. Ze heeft een weeshuis overgenomen waarin zeven weeskinderen zaten. Een van hen had hiv. Dat kindje is onlangs gestorven. Een levens­lustig meisje dat wilde zijn zoals alle andere kinderen. Een meisje dat drager was van een virus waar ze niets mee te maken wilde hebben. Want op een dag weigerde ze nog haar pilletjes te slikken. Dat is fataal afgelopen. (slaat de handen voor het gezicht) Ja, je begrijpt niet wat er in het hoofd van zo’n kindje omgaat. Plots begint het te rebelleren en je staat machteloos.”

Koen Vanmechelen: "Het enige wat ik jammer vind, is dat ik geen instrument kan bespelen." Beeld Stefaan Temmerman

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Op het moment toen de kunst zich in mijn lijf ­gemanifesteerd heeft. Vanaf mijn tiende voelde ik een zeer sterke vermoeidheid, waardoor ik dacht dat ik een slepende ziekte had. Er zat iets in mij dat maar niet naar buiten kwam en op een bepaald moment is dat ontploft. Plots kwam er een gigantische energie in mij vrij, die me tegelijk ook angst inboezemde. Als een zot heb ik toen honderden schilderijen, honderden tekeningen gemaakt. Het was een doos van Pandora die open­sprong. Ik was bang dat ik mezelf niet meer onder controle zou krijgen. Het was alsof iets mij overnam.

“Gelukkig had ik de steun van mijn vrouw, die heel rustig bleef en er ook schoonheid in zag. Want als je op dat moment fout omringd bent, kan je energie zich tegen jezelf keren en loopt het fout af.”

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende impact op u gehad?

“Zo’n vraag is kiezen en verliezen. Mijn antwoord is dan ook cliché: Guernica van Picasso. Toen ik dat schilderij in het Prado zag, werd ik wel heel stil en heel klein. Omdat ik onmiddellijk die energie voelde. Ik was fel onder de indruk omdat ik zag hoe inspirerend Picasso, die leefde onder het Franco-regime, naar de nieuwe mens keek. Dat werk is een toekomstbeeld. Midden in alle conflict, in alle destructie, toonde Picasso hoe de mens zichzelf moest reconstrueren. Dat is een tour de force. Voor mij was Guernica een openbaring, een herkenning ook van wat kunst voor mij moest betekenen.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Wat is een religieuze ervaring? Wat ik daarnet verteld heb, noem ik meer een spirituele ervaring. De innerlijke stem die je roept. Je zou dat religieus kunnen vertalen, maar ik vind het gevaarlijk om te zeggen dat kunst religie is. Kunst is spiritueel. Kunst maakt je nederig, maakt een denkende mens van je.”

13. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Mijn lichaam is een jojo en daar ben ik niet zo gelukkig mee. Mijn gewicht schommelt voortdurend 20 kilogram. Toen ik als kind zo vermoeid was, stapelden de kilo’s zich op. Tot ik die catharsis meemaakte en heel veel ben afgevallen. Maar als je ooit dik geweest bent, draag je je hele leven de gevolgen. Je metabolisme raakt erop afgestemd. De laatste drie jaar blijkt het helaas almaar moeilijker om gewicht te verliezen.

“Sporten doe ik niet, maar de drive om te creëren maakt zo veel endorfines vrij dat ik me lichamelijk wel energiek voel.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Een vrouw met een natuurlijk voorkomen, met gevoel voor humor, die ad rem is. Een vrouw die apart is, anders dan de andere, dat bekoort mij, prikkelt mijn nieuwsgierigheid.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Mijn goorste fantasie? (lacht smakelijk) Hm. Hm. Hm. Ik heb dat eigenlijk niet en ik zal je vertellen waarom. Ik ben bang voor gore fantasieën. Toen ik een tijd geleden in Ethiopië zat, kreeg ik een ontzettend zware griep die gepaard ging met ­barstende hoofdpijn. Overdag moest ik pillen nemen om de koorts te onderdrukken, ‘s nachts slaap­pillen omdat ik anders wakker lag van de pijn. Door die cocktail begonnen zich in mijn hoofd akelige beelden en monster­achtige taferelen af te spelen waarin ik vermoord werd. Het leek wel een drugs­ervaring. Ik raakte in paniek: dit was ik niet. Dat soort ­fantasieën heb ik dus liever niet.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Wel. (lacht) Ik heb een Chinese assistente die zich verdiept in welk dier je bent. Ze heeft er een jaar over nagedacht en ­volgens haar ben ik een beer. Dat kan wel kloppen, denk ik. Ik heb geen grote humeur­schommelingen, maar ik kan er wel plots stevig tegenaan gaan. Tak. Een beer is ook zo. Als je met mij solt, kan ik best vervelend worden. Je moet ook niet ­proberen om mij te kooien.”

17. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders zijn 85 en 86. Dat is al een gezegende leeftijd. Ik denk dat de relatie met mijn ouders altijd vrij goed is geweest. Ik denk dat ik van beiden tamelijk wat geleerd heb.

“Ze hebben natuurlijk wel wat last gehad met mij, omdat ik een rebels kind was. School was niets voor mij. Ik ben de jongste van vier kinderen, allemaal goede studenten behalve ik. Als ik eens iets zei, keken ze wat meewarig: ah, de kleine heeft ook iets gezegd. Als puber ben ik me wat beginnen ­manifesteren en stevig beginnen uitgaan, met de nodige uitspattingen. Maar als je een goede basis gekregen hebt, kun je wel een tijdje de aap ­uithangen, je komt wel weer op je pootjes terecht.

Koen Vanmechelen: "Zodra je angst hebt, kun je geen liefde meer geven. Liefde heelt, angst stoot af." Beeld Stefaan Temmerman

“Het grootste geschenk dat mijn ouders mij gegeven hebben, is dat ik nooit heb moeten doen wat zij deden. Ze hebben nooit gewild dat ik in hun voetsporen zou treden. Ik vond dat een enorme vrijheid en volgens mij is dat een voorwaarde om zelf te groeien en te evolueren. Mijn vader is filosoof en kunstenaar, maar we maken een totaal ander soort werk. Er is niets zo erg als een zoon die zijn vader probeert te kopiëren. Mijn vader zei altijd tegen mij (slaat met de hand op tafel): ‘Wat telt, is visie. Als iemand je komt vertellen hoe technisch perfect je werk wel is, dan heb je een probleem.’ Gevoel voor esthetiek heb ik dan weer van mijn moeder, die mode­ontwerper is. En dan was er nog mijn grootmoeder, die een uitstekende kokkin was. Van alles wat ze mij aangereikt hebben, heb ik een heel krachtige bouillon gemaakt. Ik ben een man van de ingrediënten. Vroeger in mijn keuken, nu in mijn kunst.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Liefde kun je alleen maar definiëren als je haar tegengestelde kent. En het tegengestelde van liefde is angst. Zodra je angst hebt, kun je geen liefde meer geven. Liefde heelt, angst stoot af. Angst zorgt ervoor dat er geen verbinding tot stand komt, dat er geen overdracht is van kennis. Angst leidt tot haat, tot oorlog, tot pijn.

“Liefde is een groei­proces. Liefde geeft je de kracht om jezelf telkens opnieuw te definiëren, omdat je opgebouwd bent uit de anderen. Liefde zie ik als een verticale lijn, angst als een horizontale. Angst bestendigt het status quo. Liefde niet. Liefde is ­ontwikkeling, evolutie. Liefde maakt iets in je los wat je ­voorheen niet kende, tilt je op naar iets hogers.

“Als een maatschappij enkel gericht is op status quo kan ze zich niet meer ontwikkelen. Daarin schuilt een groot gevaar. De geglobaliseerde wereld is gebaseerd op monocultuur, op ­eindeloze herhaling van hetzelfde, wat groei in de weg staat.”

19. Bent u een goede vriend?

“Ik denk dat wel, ja. Ik ben een trouwe vriend, denk ik. Ik ben nu net terug van een vriend in Salzburg. We zien elkaar niet vaak, maar als we elkaar zien, voelen we wel dat we met elkaar ­verbonden zijn.

“Respect vind ik belangrijk in vriendschap. Ik respecteer wat anderen doen en zal niet op hun domein komen. Ik ben geen lid van de grijpcultuur.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Omringd door de mensen die me dierbaar zijn. Die me nog wat kunnen troosten op het moment dat het zover is. Ik wil afscheid kunnen nemen van de mensen die mijn leven mee gevormd hebben. Het plotselinge overlijden, het accident of de hart­aanval, is niets voor mij. Ik weet natuurlijk niet wat het betekent om af te zien, om te lijden. Mijn vrouw, die vertrouwd is met palliatieve zorg, zegt vaak dat ik niet besef wat ik zeg. Ik denk dat ze gelijk heeft. Het is een hypothetische vraag.

“Wat ik zou kiezen als laatste avondmaal? Dat is voor mij makkelijk. Ik zou alle koks die ik ken en met wie ik gewerkt heb, een gerecht laten maken. En ik ken er heel wat, op hoog niveau. Creativiteit draag ik heel hoog in het vaandel. Ik vind dus dat je koks alle vrijheid moet geven. Je moet hen kunnen próéven. Daarom wil ik me laten verrassen. Wat ik zelf wil, zal altijd minder zijn dan wat zij voor mij gaan ­creëren.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Oorlog. Ik zou nooit een oorlog willen meemaken. Ik weet wat ik zeg, omdat ik in gebieden werk waar oorlog is. Het gevaarlijkste vind ik dat jonge generaties die nooit oorlog hebben meegemaakt, weleens zouden kunnen denken: een beetje geweld, dat is misschien nog zo slecht niet. Leiders die geen respect tonen voor elkaar, die elkaar met grofheid bejegenen, maken een heel gevaarlijk statement naar de nieuwe generatie: als je iemand niet lust, waarom zou je dat dan niet openlijk zeggen? Ik denk dat een maatschappij enkel functioneert als je een bepaalde discipline aan de dag legt, want dat weerspiegelt zich in het ethisch collectief denken. Ik zie genoeg maatschappijen waarin die ethiek vervaagt. Daarom zet ik me in voor mensenrechten. We moeten erop toezien dat we die afspraken die we onderling hebben gemaakt, toch blijven respecteren. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zou ­verplichte materie moeten zijn in het middelbaar onderwijs. Er is geen hond die weet wat daarin staat. Als je als machthebber geen kennis meer hebt van de mensen­rechten, krijg je een verstoring, komt alles op losse ­schroeven te staan. Dan krijg je willekeur.

“De multiculturele samenleving is complex. In ieder huis regeren andere wetten en dat is oké, maar er zijn ook afspraken die gelden buitenshuis, voor de hele samenleving. Ieder huis moet die afspraken kennen en respecteren. Anders krijg je een toren van Babel die gedoemd is om in te storten omdat niemand nog de taal van de ander begrijpt.”

22. Hebt u zichzelf al betrapt op racistische gevoelens?

“Ja natuurlijk, maar ook omgekeerd. Ik zit soms in samen­levingen waar ik racistische opmerkingen te horen krijg ­om­dat ik de enige andere ben. Ik probeer vooral te begrijpen waar dat racisme vandaan komt en ga er dan ook tegenin.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Een middel om te realiseren wat ik wil. Ik heb geen band met geld. Ik heb een band met het werk dat ik maak of met het brood dat ik eet, maar niet met centen. Ik raak niet opgewonden van een bundel bankbiljetten.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Ik ben geen vakantie­mens, maar als mijn vrouw en ik reizen, is het altijd avontuur. Toen we 25 waren, zijn we samen naar India gereisd. Toen we ‘s nachts de trein wilden nemen van Agra naar Varanasi, kwamen we terecht in een chaos: honderden sporen, een mensenzee van armoede, draagberries met stervenden die op de eindbestemming zouden worden verbrand. Plots, op een onbewaakt moment, zag ik een groep mannen mijn vrouw in een trein sleuren. Ik ben beginnen roepen, ben op die trein gesprongen en heb haar kunnen bevrijden. Maar dat heeft geen haar gescheeld. Als ik mensen hoor zeggen: ‘Ah mijn dochter gaat samen met een vriendin twee maanden door India trekken’, krijg ik toch een naar gevoel. Hoeveel meisjes worden er niet ontvoerd, gedrogeerd en de prostitutie ingeduwd?”

25. Wie zou u hier eens uw mening willen zeggen?

“Ik wil alleen mijn mening geven in een open debat, in de Verenigde Naties bijvoorbeeld. Ik heb gesproken in Davos, op het World Economic Forum. ‘Global only exists by the generosity of the local’, vind ik een kernachtige boodschap. Commentaar op de maatschappij geef ik vanuit mijn werk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden