Maandag 16/09/2019

Musical

Vlaamse musical zit in Catch-22: voor originaliteit gaan of publiek lokken met bekende stukken

Shot uit de musical 'La La Land'. Beeld Belga Films

Het doorslaande succes van de Amerikaanse musical La La Land wordt wrang ontvangen in Vlaanderen. Waarom is er zoveel aandacht voor een Amerikaanse musicalfilm, en niet voor onze eigen producties?

De Vlaamse musicalsector wordt drooggelegd. Dat geluid was de voorbije weken twee keer op het Vlaamse scherm te horen. Ann Van den Broeck, een van Vlaanderens bekendste musicalactrices, wist aan de tafel van Lieven Gils te vertellen dat er "steeds minder geld" is voor producties. Stany Crets, musicalregisseur en tevens haar levenspartner, drukte het iets sterker uit: "Sven Gatz heeft de musical in Vlaanderen doodgeknepen."

Een sterke beschuldiging aan het adres van de Vlaamse minister van Cultuur, maar ook de pers deelde in de klappen. "Ik sloeg vanochtend De Morgen open", zei de regisseur in het Canvas-programma De afspraak. "En ik zag een dubbelpagina voor La La Land. Dan denk ik, beste vrienden van De Morgen, wij maken al jaren musicals, maar komen jullie kijken? Nee!" Omdat hij in een adem niet alleen deze krant, maar ook de rest van de Vlaamse pers een gebrek aan aandacht verweet, gingen we samen koffie drinken.

De frustratie bij Crets is drievoudig. Om te beginnen bij de pers. Er is sprake, zegt hij, van een gebrek aan aandacht vanuit de kwaliteitskranten. "Het is frustrerend als je denkt dat je echt iets gemaakt hebt dat een bepaald publiek, waaronder de lezers van De Morgen en De Standaard, wel zou kunnen smaken, maar de kranten komen niet kijken."

Regisseur Stany Crets. Beeld Tine Schoemaker

Nooit verkeerd

Maar daar zijn toch ook goede redenen voor? Wat valt er eigenlijk te vertellen over een Belle en het beest of een Evita? Hebben we die niet al tot vervelens toe gezien? En eerlijk gezegd, de stukken over La La Land moesten op de redactievergadering ook beargumenteerd worden. "Toch geen musical?" Waarom is het genre zo moeilijk om serieus te nemen? Ook al is een goede musical, zelfs een commerciële, nooit verkeerd. De levenslessen zijn eenvoudig, maar treffend (Life is a cabaret, old chum) en de melodieën verkwikkend. "Maar al dat zingen!"

Schrijnend is nog dat het musicalgenre stiefmoederlijk behandeld wordt door het subsidiebeleid. Vandaag kan geen enkele musicalproductie nog op subsidies rekenen. Omdat je ook geen astronomische bedragen voor een toegangskaartje kunt vragen, wordt er vooral bespaard op de productiemiddelen. Voor een niet-gesubsidieerd productiehuis als Music Hall, waar Crets musicals voor regisseert, is het zo dat acteurs nauwelijks betaald kunnen worden om te repeteren. "Dan kun je natuurlijk niet anders dan populaire titels opvoeren om zoveel mogelijk publiek te lokken", zegt Crets. "In het beste geval draaien we dan nog break-even."

Weinig middelen zorgen uiteraard voor een grotere uitdaging om kwaliteit af te leveren. "Als er dan iemand zegt of schrijft dat een musical geen sterk niveau haalt, denk ik: hoe zou het komen?"

Originaliteit

De Vlaamse musical zit daarmee in een Catch-22. Willen productiehuizen meer persaandacht krijgen en meer subsidies, dan moeten ze voluit voor originaliteit gaan. Maar dan blijft het publiek natuurlijk weg. Kiezen ze ervoor om bekende stukken op te voeren, dan komen er wel mensen kijken, maar is er geen artistieke erkenning. En terwijl er ongetwijfeld een publiek voor is (om een paar kassuccessen van het verleden op te noemen: 14-18, The Phantom of the Opera, Les Misérables), komt de Vlaamse musical maar matig van de grond.

Uiteraard heeft het ook iets te maken met traditie. Vlaamse musicals kunnen niet teren op dezelfde geschiedenis als Amerikaanse of Britse. Wij hebben geen Broadway, geen West End. En ook geen musicals die dertig jaar lopen. We hoeven zelfs niet zover te gaan.

"In Nederland leeft het veel meer dan hier", vertelt Dieter Troubleyn, een Vlaamse acteur die in Nederland onder meer de hoofdrol speelde in Jesus Christ Superstar. Die hoofdrol leverde hem ook verschillende gastoptredens op in Nederlandse televisieprogramma's en zelfs de derde plaats in de Nederlandse versie van De slimste mens ter wereld. "In vergelijking met Vlaanderen", vindt Troubleyn, "wordt er in Nederland meer publiciteit gemaakt voor de musicals, de artiesten zijn er bekender, en er is duidelijk meer aandacht van de pers."

Judas

Waarom lukt het dan in Vlaanderen niet? We hebben in Vlaanderen slechts één professioneel gezelschap, Judas Theaterproducties, dat uitsluitend musicals brengt. En zij zijn hun structurele subsidie kwijtgeraakt. In juni vorig jaar gaf de adviescommissie hun een "artistiek 'voldoende' en zakelijk 'goed'", maar alleen als ze een "zeer goede" artistieke beoordeling hadden gekregen, waren hun subsidies verzekerd.

"Maar het heeft ook te maken met het lobbytalent van de gezelschappen en hun politieke kleur", vertelt artistiek directeur Sam Verhoeven. "Al betekent dit zeker niet dat we ermee ophouden. We gaan nu back to basic, zoals we het deden voor we subsidies kregen. We hadden iemand om administratieve taken te doen, maar die hebben we moeten laten gaan. Alles wat met decor of kleding te maken heeft, gebeurt nu zonder bezoldiging en de acteurs worden niet meer volgens barema betaald."

En toch kiest Judas Theaterproducties ervoor om niet commercieel te gaan, maar om zich verder te blijven inzetten op originele producties, zoals Goodbye, Norma Jeane, over de laatste avond uit het leven van Marilyn Monroe, dat zondag in première gaat. "Dat is onze corebusiness", zegt Verhoeven. Of dat lukt? Zonder subsidies lijkt dat alvast verdomd moeilijk. De Rozenoorlog, de laatste productie van het gezelschap die wel gesubsidieerd was, werd 50 keer opgevoerd, voor in totaal meer dan 17.000 toeschouwers en daarmee kon het productiehuis net uit de kosten komen.

Tax shelter

Kan de tax shelter voor podiumkunsten voor een geldinjectie in de sector zorgen? Verhoeven vertelt dat er wel gesprekken lopen met investeerders, maar voorlopig nog zonder resultaat. Volgens Vlaams Parlementslid Bart Caron (Groen) zal de tax shelter zeker iets opleveren. Want "elke euro is meegenomen", zegt hij, maar het zorgt ook voor problemen. Omdat de regeling rond de tax shelter ongelofelijk complex is, zullen kleine productiehuizen er minder snel gebruik van maken. "Het is wel goed voor bijvoorbeeld Studio 100", zegt Caron. "Voor al de grote kleppers."

Investeerders gaan logischerwijze ook sneller aan grotere musicals geld besteden, omdat die minder risico inhouden en een gigantisch publiek kunnen bereiken: 14-18 van Studio 100 haalde liefst 335.000 bezoekers. Zo'n tax shelter is bovendien enorm voordelig: een investering in de podiumkunsten levert een belastingvrijstelling op tot 310 procent.

Dat brengt ons weer bij Catch-22. In de roman van Joseph Heller weet het personage Milo Minderbinder waanzinnige sommen te verdienen aan de Tweede Wereldoorlog, terwijl zijn makkers de dood tegemoet vliegen in hun bommenwerpers. Zoals het er nu naar uitziet, zijn de Milo's van de Vlaamse podiumkunsten de investeerders die dankzij de tax shelter riant kunnen investeren in succesmusicals, en tegelijk de belastingen ontlopen. We willen niet direct de rode vlag hijsen, maar kleine gezelschappen dreigen wel in de kou te blijven staan.

Vernieuwing

De enige manier om uit de Catch-22 te breken, lijkt ons het blijvend inzetten op originaliteit. Niet alleen kunnen subsidie-uitreikers dat wel smaken, het is interessanter voor ons om erover te schrijven, maar de vele successen die de kleine Vlaamse musical al gepresteerd heeft in het verleden, bewijzen dat het kan. En de Nederlanders hebben bewezen dat kwaliteitsvolle musicals als Jesus Christ Superstar een enorm publiek kunnen bereiken, dankzij het kapitaal van Joop van den Ende Theaterproducties (nu Stage Entertainment Nederland).

De zoveelste reprise van een Disney-musical is nooit verkeerd als je met je kinderen wilt gaan, maar waarom gaan we niet voor meer vernieuwing in Vla(l)anderenland?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234