Donderdag 06/08/2020

Interview

Vincent Van Duysen: ‘Kim en Kanye inspireren mij ­minstens even hard als ik hen’

Vincent Van Duysen: ‘Een jaar geleden ben ik op de rem gaan staan en beginnen mediteren, voor mij de ultieme vorm van introspectie.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Zijn werk met eigen ogen bewonderen, zit er niet in. Vincent Van Duysen (58) kan ons helaas niet verwelkomen in zijn woning in de Antwerpse binnenstad, of - driewerf helaas - in zijn shelter in Portugal. Even gastvrij ontvangt de meest invloedrijke Belgische architect en designer du moment ons in de intimiteit van zijn smartphone. ‘Ik denk dat sommigen in Hollywood van mijn werk houden, omdat het niet protserig is.’

“De ravage die het coronavirus aanricht is natuurlijk ­verschrikkelijk,” zegt Vincent Van Duysen, “maar ik moet toegeven: hier thuis is het heerlijk. Ik heb mijn boeken en mijn kunst, ik heb alle technologie in huis om te blijven communiceren met mijn medewerkers en mijn klanten, mijn stadstuin staat in volle bloei, het is mooi weer... (luid geblaf van een, stel ik mij voor, forse hond in een grote ruimte) ... en ik heb mijn drie honden rondom mij. Helemaal ­onaangenaam kan ik dit verplicht isolement niet noemen.”

BIO * geboren op 21 april 1962 in Lokeren * studeerde architectuur aan Sint-Lucas, Gent * startte in 1990 zijn eigen studio. ‘Vincent Van Duysen Architects’ telt nu zo’n 30 medewerkers * combineert architectuur, interieurvormgeving en ­product design * kreeg in 2015 de Vlaamse cultuurprijs voor design * is sinds 2016 ook art director van de Italiaanse designmeubelenreus Molteni * ontving in 2019 de Henry van de Velde Lifetime Achievement Award * August, zijn hotelproject in Antwerpen, is ­genomineerd voor de Wallpaper Awards 2020 als beste nieuw hotel * eerste foto’s van zijn Casa M in Portugal zijn ­onthuld in The New York Times Style Magazine *werkt momenteel veel in L.A., onder meer voor actrice Julianne Moore, en Kim Kardashian en Kanye West * monografieën over zijn werk zijn verschenen bij Thames & Hudson 

Doorkruisen de lockdowns in de landen waar u actief bent op geen enkele manier uw werkzaamheden?

“Jawel, maar het is minder erg dan ik gevreesd had. Sommige projecten die in uitvoering zijn, ­liggen stil of lopen vertraging op, maar alles wat nog in de conceptfase zit loopt gewoon door.

“Ik heb veel privéklanten, in binnen- en buitenland, en die zijn door die lockdowns zelfs meer betrokken en ­gefocust dan voordien. Ik krijg ook nog wekelijks nieuwe prospectaanvragen, uit alle hoeken van de wereld. Dat zie ik als een heel positief signaal: we kijken naar de toekomst, voorbij de crisis.

“En met mijn teamleden heb ik nu de tijd om het werk dat was blijven liggen in te halen. Alles wat er door de ­hectische werkdruk van voordien niet van was gekomen, pakken we nu aan. (lacht) Dus eigenlijk komt deze crisis mij nog niet zo slecht uit.”

‘Elke crisis is een kans’, het cliché dat bij elke crisis opnieuw wordt bovengehaald...

“...klopt voor mij meer dan ooit. Ik beschouw wat we nu meemaken als een wake-upcall. We zouden dit moment moeten benutten om aan introspectie en reflectie te doen. Dat begint met inzien en toegeven dat de manier waarop we leefden, werkten en over de planeet raasden niet meer vol te houden was.

“Als ik naar mezelf kijk: ik werd geleefd, ik bracht meer tijd door in vliegtuigen en hotels dan thuis. Exact een jaar geleden, in mei 2019, ben ik op de rem gaan staan. Ik heb een privécursus transcendente meditatie gevolgd en ben beginnen te mediteren. Ik doe het nu een à twee keer per dag. Ik ga op een stoel zitten en zing een mantra. De tijd staat stil, mijn gedachten stromen, ik laat me leiden. Op een bepaald moment komen zowel mijn lichaam als mijn geest in een toestand van diepe, diepe rust. En tegelijk krijg ik volop nieuwe energie. Mediteren is voor mij de ultieme vorm van introspectie. Maar ik sport nu ook fanatieker dan vroeger – tot voor kort in een gym, nu tot vier keer per week met een privécoach die mij aanmoedigt vanop afstand, via mijn iPad. Ik eet gezonder. Ik geniet meer dan ooit van de natuur. Ik leef trager en bewuster.

“Ik wil niet de visionair uithangen, maar op de een of andere intuïtieve manier heb ik deze crisis voelen aan­komen. En ik denk dat de impact ervan, op de wereld en op ons leven, groot zal zijn. Hoe we over onszelf denken, wie we willen zijn, hoe we leven, hoe we omgaan met ­familie en vrienden en met de planeet, álles gaat volgens mij veranderen. En dat is ook nodig. Jammer – nee, diep tragisch – dat er een dodelijk virus nodig was om ons de ogen te openen.”

Dus u gelooft niet dat het gauw weer business as usual zal zijn eens het ergste leed is geleden?

“Dat gaan we natuurlijk uit alle macht proberen: overgaan tot de orde van de dag. Wij zijn vechters en doorzetters, dat zit in onze genen. En we mogen de moed ook niet laten ­zakken. De economie moet straks weer op krachten komen, dus er móét actie worden ondernomen.

“Deze ochtend heb ik nog twee prospectaanvragen gekregen. Twee keer buitenland: een groot hotelproject in de States en een residentieel project in Athene. Je mag niet wensen dat de toeristische industrie stilvalt, en dat zal volgens mij ook niet gebeuren. Maar er zijn sectoren waar ik wél m’n hart voor vasthou. De mode, bijvoorbeeld: die was al enorm aan het afzien als gevolg van de ­digitalisering, waardoor er substantieel minder geshopt wordt in de winkels. Daar komt nu deze lockdown bovenop. Geloof me, de verliezen zullen immens zijn, en wij zullen dat voelen. Met ons kantoor hebben we een aantal projecten lopen in samenwerking met modehuizen, ­waar­onder twee grote: de herinrichting van een volledige ­verdieping van het warenhuis KaDeWe in München – daar wordt aan voortgewerkt, zij het in een trager ritme – en een nieuw hoofdkwartier voor een grote Italiaanse modegroep – dat ligt volledig stil.

“Hoe dan ook geloof ik niet dat we vrolijk fluitend zullen terugkeren naar het leven zoals het was. Neem de mensen die veel reisden, die hun geluk systematisch elders gingen zoeken, jachtig en rusteloos: gaan die dat blijven doen? Of zullen velen van hen net trager en bewuster gaan leven, het dichter bij huis zoeken, en bijvoorbeeld veel meer waarde hechten aan hun eigen omgeving en hun eigen woning? Ik denk dat laatste. Ik voel het aan de opdrachten van privéklanten die blijven binnenkomen.”

De gebouwen en de ruimtes die u creëert zijn altijd strak en minimaal, zelfs een beetje spartaans, maar ze lijken maximaal uit te nodigen tot verstilling en contemplatie. Misschien is uw architectuur wel het ideale heenkomen in moeilijke tijden?

(gretig) “Visuele sereniteit, dat is wat ik altijd nastreef. Ik wil dat mijn architectuur rustgevend is, uitnodigend, beschuttend, ontwapenend, en dat de bewoner of gebruiker ervan als het ware transformeert als die er binnentreedt. De stilte en de puurheid die er heerst moeten de ­hectiek en de druk­te van buiten helemaal laten wegvallen. Daarom gebruik ik bij voorkeur strakke lijnen, natuurlijke materialen en getemperde kleuren. Daarom zuiver ik al het excessieve weg.

‘Ik ben een echte spons. Alles kan mij inspireren, ook een YouTube-filmpje of een foto op Instagram.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Is mijn stijl en mijn visie ook een soort antigif voor deze tijd? Ik durf te veronderstellen van wel. Enfin, ik weet het wel zeker als ik naar mijn orderboekje kijk. (lacht) Maar er zijn vast ook mensen die mijn streven naar zuiverheid en sereniteit als saai ervaren. Het is zo subjectief. Zelf ben ik een vrij onrustig persoon. Ik heb die visuele rust en dat uitzuiveren tot op het bot nodig, zelfs los van de tijd waarin we leven. Maar misschien gaan sommige mensen straks krek het tegenovergestelde willen: drukkere, barokke, kleurrijke, eclectische ontwerpen, omdat meer kleur staat voor meer leven, en voor hoop en geloof in de toekomst.”

Zou het kunnen dat u straks zelf ook een andere richting uitgaat? Dat u bijvoorbeeld meer of andere kleuren begint te gebruiken, om uw klanten wat op te vrolijken?

“Grappig dat u dat zegt. Ik ben daar as we speak mee bezig. Voor het Italiaanse meubelbedrijf Molteni, waar ik al enige tijd creatief directeur ben, heb ik een nieuwe visie en een nieuwe stijl ontwikkeld. Kleur, textuur en gelaagdheid ­spelen daarin een hoofdrol. Molteni moet een vollere ­uitstraling krijgen, kleurrijker maar ook intenser.

“We hadden een fantastische stand uitgewerkt voor de Salone del Mobile in Milaan, die rond deze tijd zou plaatsvinden maar is uitgesteld tot volgend jaar. Nu zijn we bezig die nieuwe visie te implementeren in de showroom van Molteni: 2.000 m2 over drie verdiepingen in het hoofdkwartier bij Milaan. Tegen de zomer zou de make-over klaar moeten zijn, in al zijn kleurenpracht, met de nieuwe collecties.”

Als uw muren een andere tint krijgen, kom je aardig in de buurt van Luis Barragán, de grote Mexicaanse modernist.

“Ik ben al heel lang een grote fan van Barragán, maar zijn kleuren ga ik niet gebruiken. Barragán is Mexico; zijn kleuren reflecteren de Mexicaanse cultuur. Ik heb mijn eigen kleurenpalet: de getemperde, gedesatureerde kleuren waar ik zo van hou. Maar voor Molteni, met zijn Italiaans DNA, heb ik nu wel geput uit het kleurenarsenaal van Gio Ponti, Carlo Scarpa en andere Italiaanse grootmeesters van de architectuur. Zij het op een zeer subtiele, grafische manier. Kleur zal bij mij nooit louter ornament of effectbejag zijn, het moet ook een inhoudelijke betekenis hebben.

(denkt na) “Weet u, ik heb het er altijd een beetje ­moeilijk mee als ze mijn werk spartaans of minimalistisch noemen. Dat heeft een ondertoon van steriel, van ruimtes zonder leven. Terwijl ik net probeer om veel warmte en menselijkheid in mijn werk te leggen. Zelf heb ik mijn stijl al eens omschreven als ‘warm brutalisme’. En mijn eigen huis in Antwerpen noem ik altijd mijn ‘heiligdom’.”

Is dit ook een goed moment om terug te blikken op wat u verwezenlijkt hebt in die carrière van meer dan 30 jaar, en daar een verhaal, een geschiedenis in te ontwaren?

“Gisteren heeft de medewerkster die in ons kantoor verantwoordelijk is voor pr en communicatie een uitgebreide ­update van mijn cv doorgestuurd. Alles wat ik gedaan heb tussen mijn afstuderen in 1985 en nu staat erin; mijn autobiografie als architect en ontwerper in harde ­feiten. Ik ben er even stil van geworden, moet ik eerlijk ­toegeven.”

Bent u, terugkijkend, geneigd uzelf te relativeren, of bent u beter dan u dacht?

(lacht) “Zeker niet dat laatste! De sleutelwoorden zijn ‘dankbaarheid’ en ‘geluk’. Ik heb het geluk gehad heel mooie opdrachten te mogen uitvoeren. Ik heb het geluk gehad mij te kunnen omringen met een geweldig team. Ik heb het geluk gehad dat ik snel internationaal werd opgepikt. Ik ben overal ­inspirerende mensen tegengekomen; klanten, collega’s, kunstenaars en vaklui die mijn leven en mijn denken echt hebben verrijkt. Zonder al die mensen zou ik niet zijn wie ik nu ben. Zo lees ik mijn cv. Het gaat niet over wat ik gedaan heb, maar over wat ik heb kunnen en mogen doen.”

Wie of wat zijn op dit moment uw grote artistieke inspiratiebronnen?

“O, ik ben een echte spons. Werkelijk álles kan mij inspireren: een documentaire op YouTube, een beeld van iemand die ik volg op Instagram, een boek, een kunstwerk... Dat gaat allemaal door de filter van mijn inlevingsvermogen en mijn verbeeldingskracht, en zo kom ik tot dingen.

“Maar optimaal creatief ben ik pas als ik omringd ben door mensen. De interactie met mijn team is essentieel. Ook nu we elkaar niet of nauwelijks kunnen zien hebben we ­vrijwel dagelijks meetings. We werken nu ­bijvoorbeeld aan een gigantisch hotel­project in Portugal. Toen Covid-19 de kop opstak, dacht ik: dat gaat stilvallen. Maar het tegendeel is waar. We ­hebben nog nooit zo intens en gefocust op een project ­kunnen werken. De Zoom-meetings die we erover hebben, met mensen uit de VS, Duitsland en Portugal erbij, zijn ­telkens weer een feest van interactieve creativiteit.”

Sluit uw smaak op het gebied van kunst aan bij uw architectuur?

“Nee, die is heel gevarieerd. Voor mij is kunst de uitdrukking van stemmingen en emoties. De kunst die ik verzamel biedt net toegevoegde waarde, extra beleving, aan de ruimte. En ze reflecteert ook wie ik ben en hoe ik mij voel. Als ik hier rondkijk, zie ik een abstract, prismatisch werk van de Duitse kunstenares Katja Strunz, een vroeg werk van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, een beeld van Thomas Houseago dat verwijst naar de klassieke beeldhouwkunst van Grieken en Romeinen, en een heel plastisch, ­geometrisch schilderij van Sterling Ruby. Die werken ­dialogeren met elkaar binnen de ruimte. Ze hebben voor mij een haast energetische betekenis.”

Vandaag zitten er aardig wat mensen opgesloten in ruimtes die u voor hen hebt ontworpen. Drukke mensen, vermoed ik, die nu tot stilstand worden gedwongen en eindelijk eens goed kunnen rondkijken. Zijn ze blij?

“Ja! Onlangs kreeg ik nog een Whatsapp-bericht van Belgische klanten die mij uitdrukkelijk bedankten voor de schoonheid die ik voor hen heb gecreëerd. Ze wonen nog niet zo lang in die woning en hebben een druk professioneel leven. Eindelijk hadden ze de tijd om er ten volle van te genieten!

“De eigenaars van wijndomein Valke Vleug bij Puurs zijn ook zo: elke keer als ze zich goed voelen, sturen ze mij een berichtje. (lacht) Zoiets doet enorm veel plezier. Dan weet je dat de onderhuidse ambitie die je in een ontwerp hebt gestoken – naast ­schoonheid en ­functionaliteit ook rust, warmte en ­welbehagen creëren – echt wordt waargemaakt.”

In welke creatie van uzelf zou u nu willen zijn?

“Die vraag is snel beantwoord: in Casa M, mijn woning in Portugal. Ik heb ze pas vorige zomer in gebruik genomen, en ik heb er dit jaar nog maar twee dagen kunnen verblijven. Ik mis ze keihard. Casa M ligt 120 kilometer ten zuiden van Lissabon, in een prachtig duinlandschap met parasolnaaldbomen rondom en de oceaan ernaast. Dat zou de ideale plek geweest zijn om maximaal te onthechten.”

Casa M, het Portugese huis van Van Duysen.Beeld RV

Toen ik de eerste foto’s van Casa M zag in The New York Times, dacht ik: zijn mooiste ontwerp heeft hij lekker voor zichzelf gehouden.

“Haha. Het is nochtans een ingewikkelde bevalling geweest. De moeilijkste klant die ik ooit gehad heb ben ik zelf. Er is enorm lang over nagedacht, bijgestuurd, opnieuw ­nagedacht, weer bijgestuurd. Maar uiteindelijk is het een ­bijzonder project geworden. Ik kan niet wachten om het terug te zien. Al vrees ik dat daar nog wel een zomer ­overheen zal gaan.”

Barragán in aardetinten, is dat een juiste omschrijving van Casa M?

“Ja, zeker qua belijning is er een gelijkenis. Maar er zitten nog andere verwijzingen in, naar nog andere iconische gebouwen die mij na aan het hart liggen: de ranch van Georgia O’Keeffe in New Mexico, het Casa Lis van Jørn Utzon op Mallorca, Casa Malaparte op Capri... Er moet echt van alles door mijn hoofd gespeeld hebben terwijl ik mijn tweede heiligdom aan het vormgeven was.”

Het verbaast mij een beetje dat uw tweede verblijf in Portugal staat, en niet in Italië, waar u al zo lang actief bent. Hebt u in Italië gezocht maar niet gevonden, of wil u er wegblijven in uw vrije tijd?

“Milaan is al sinds 1986 zowat mijn tweede thuis. Ik ken die stad vanbinnen en vanbuiten. Ik hou van Italië, en ik denk dat Italië ook van mij houdt. Ik spreek de taal, ik hou van de mensen, van het eten en van de cultuur. Maar voor de rust verkies ik Portugal. Ik heb het land tien jaar geleden leren kennen en ben er spontaan verliefd op geworden. Er zijn daar gebieden die nog onaangetast en puur zijn.

“Lissabon is bovendien een stad die mij enorm aantrekt. De muziek, de keuken, de architectuur: de invloeden uit Brazilië, Afrika en Kaapverdië. Ah, ik kan er niet genoeg van krijgen. En toen ik dan die bijzondere plek aan zee vond, was de beslissing gauw genomen. Ik ben echt heel blij dat ik voor Portugal heb gekozen.”

En uw Italiaanse vrienden nemen het u niet kwalijk?

(lacht) “Ik toeter het niet te luid rond, maar de mensen met wie ik nauw samenwerk weten het natuurlijk wel en hebben de foto’s al gezien. Die beseffen ook dat je zoiets onmogelijk nog kunt realiseren in Italië, waar de kusten goeddeels ­volgebouwd zijn.”

Is een woning die u ontwerpt in Portugal of in pakweg Los Angeles, per definitie anders dan een creatie in Vlaanderen?

“Sowieso. Elk project is contextueel: gelinkt aan de omgeving waar het komt te staan, aan de cultuur van het land, en vooral ook aan de smaak van de klant. Elke opdrachtgever is verschillend – qua karakter, qua levensstijl – en heeft andere verwachtingen.

“L.A. is een goed voorbeeld, omdat we daar tegenwoordig heel actief zijn. Elk gebouw dat je neerzet in Californië moet om te beginnen aardbevingbestendig zijn. Daarnaast speelt het bijna subtropische klimaat van de regio onvermijdelijk mee – zon het hele jaar door. En zelf zal ik mij daar meer dan elders laten beïnvloeden door grote West Coast-architecten als Frank Lloyd Wright, Rudolph Schindler en Richard Neutra. Maar eigenlijk word ik daar gevraagd omdat de klanten onder de indruk zijn van wat ik in België heb gerealiseerd. De Belgian style, dat is wat ze willen, want dat is voor hen dan weer exotisch. Zie je de tegenstrijdigheid een beetje?”

‘Kim en Kanye zijn gewoon heel fijne, gepassioneerde mensen. Zij inspireren mij minstens even hard als ik hen.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Iedereen wil een Vincent Van Duysen-oase.

“Daar komt het op neer. Dus ik doe mijn best en probeer ­telkens opnieuw een mooie kruisbestuiving te maken van mijn stijl, de lokale cultuur en de modernistische traditie. Dat is elke keer weer zoeken naar de juiste balans. Want om eerlijk te zijn: ik hou er niet zo van om in alle hoeken van de wereld dezelfde handtekening te zetten. Maar ik begrijp wel dat men het van mij verwacht.”

Is dat niet de keerzijde van internationaal succes?

“Ik ben geen fan van de globalisering, ook al ben ik er zelf een eind in meegegaan. Want al te vaak is het resultaat ­eenheidsworst, oppervlakkigheid en belabberde kwaliteit. Shopping malls en multi-brandshops: overal ter wereld zijn ze hetzelfde. Dezelfde winkels, dezelfde producten, dezelfde inrichting. Hotels, nog erger: je zit in de lounge of in je kamer en je weet niet eens in welke stad je bent. ‘Ben ik nu in Parijs, Londen, Milaan of New York?’ Met August, mijn ­eerste hotelontwerp in Antwerpen, heb ik geprobeerd af te wijken van het grijze, internationale gemiddelde. Ik hoop dat de gasten daar zien, ruiken, voélen dat ze in Antwerpen zijn, en dat Antwerpen in België ligt.

“Zelfs in mijn eigen branche begon ik mij op een gegeven moment te ergeren. Ik liep rond op het Salone del Mobile, ik zocht naar authenticiteit en integriteit, en ik vond helemaal niks. Hoe internationaler ik werk, hoe fanatieker ik bezig ben met echtheid, eenvoud en streekgebonden ­ambachtelijkheid.”

Hoe flikt u dat in Hollywood, het epicentrum van de architecturale onbescheidenheid, waar omzeggens niets ‘echt’ is, en waar u momenteel erg hot bent?

(lacht) “Ik denk dat sommige mensen daar van mijn werk houden, precies omdat het níét protserig is.”

Hoe bent u er terechtgekomen?

“Het is begonnen met actrice Julianne Moore. Vele jaren geleden vroeg zij via een pr-medewerkster beelden op van mijn werk, om te gebruiken bij een interview. Julianne bleek heel erg into interior design te zijn en mijn carrière op de voet te volgen. Toen ik een tijd later in New York was, nam mijn goede vriend Francisco Costa (ex-creatief directeur van Calvin Klein, red.) me mee naar de avant-première van een film waarin Julianne de hoofdrol speelde. Achteraf was er een cocktailparty op het dak van het Gramercy Park Hotel. Salman Rushdie, Isabella Rossellini en Kirsten Dunst liepen daar rond; het was een bijna surreëel mooie avond. Toen en daar werd ik voorgesteld aan Julianne. Ze heeft mijn kaartje gevraagd en de dag nadien al contact opgenomen. Sindsdien ben ik bevriend met die fantastische, warme, slimme vrouw en haar familie. We zien en horen elkaar regelmatig.”

Is daar ook uw samenwerking met het keizerlijke glamourechtpaar Kanye West – Kim Kardashian uit voortgesproten?

“Nee, Kanye heeft mij aangesproken in hotel The Mercer in New York, waar we allebei logeerden. Tot mijn stomme ­verbazing wist hij wie ik was. Kanye is – hoe moet ik dat uitdrukken? – op het gekke af geniaal. Naast zijn muziek houdt hij zich met alles en nog wat bezig: mode, kunst, architectuur, design... Kanye gaat altijd op dezelfde manier te werk: hij verzamelt mensen om zich heen, hij plukt het talent dat hij tegenkomt.

“En hij houdt van alles wat Belgisch is: de kleren van Raf Simons, de visie van Axel Vervoordt, noem maar op. Hij is al meermaals naar Antwerpen gekomen, bij Axel in Wijnegem, en ook een keer bij mij. Dan stond hij op mijn zolder, werd helemaal opgewonden van wat hij zag, en zei hij: ‘Hier wil ik een song opnemen met Drake!’ (lacht) Dat is er voorlopig nog niet van gekomen. Kanye werkt nu vooral met Axel Vervoordt, Kim Kardashian meer met mij.

“Eens je tot de groep van creatieve adviseurs behoort die hen omringt, bouw je eigenlijk mee aan het grote gesamtkunstwerk dat hun leven is. Voor mij is het belangrijk dat er een persoonlijke klik is. Kim en Kanye zijn gewoon heel fijne, gepassioneerde mensen. De brainstorms met hen zijn ongelooflijk boeiend en constructief. Zij inspireren mij ­minstens even hard als ik hen. (denkt na) En ondertussen proberen we onze voetjes op de grond te houden. Dat lukt vrij aardig, denk ik.”

'Ik ben een soort kluizenaar ben geworden in mijn eigen huis. Ik kom nog maar zelden buiten.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Waar bent u het liefst, in de stad of in de natuur?

“Ik wás een echte stadsmens. Mijn werk heeft me naar vele hoeken van de wereld gebracht, maar het liefst van al ­vertoefde ik in grote steden. En als mijn professionele ­meetings erop zaten, wou ik die steden ook echt ­ontdekken. Ik trok naar galeries, musea, nieuwe gebouwen, hotels, shops, restaurants, alles wat ik nog niet gezien had. Maar naarmate ik ouder werd en mijn carrière steeds drukker, zonderde ik mij almaar meer af in mijn hotelkamer. Tegenwoordig neem ik in alle steden waar ik vaak kom – Milaan, Parijs, Londen, New York, L.A. – altijd dezelfde kamer in altijd ­hetzelfde hotel. Zodat ik kan thuiskomen in een ­vertrouwde omgeving, bij mensen die mij ­ondertussen kennen. De stad verken ik nog maar ­zelden. Been there done that.

“De natuur voedt en inspireert mij op dit moment veel meer. Ik betrek de natuur ook in nagenoeg al mijn ontwerpen. Zelfs in hartje Antwerpen heb ik nauwelijks het gevoel dat ik in de stad woon. Ik heb een binnenkoer, een prachtige binnentuin, een ­waterpartij: alle belangrijke elementen van de natuur zitten in mijn woning. Met als gevolg dat ik een soort kluizenaar ben geworden in mijn eigen huis. Ik kom nog maar zelden buiten... (luid, doordringend geblaf) ... tenzij voor een stevige wandeling met de honden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234