Maandag 19/08/2019

expo

Vincent Meessen, eerste Belg in 10 jaar met solo-expo in Centre Pompidou: “De avant-garde was niet wit”

Vincent Meessen. Beeld AFP

Mei ’68? Dan denkt u Parijs, intellectuele studenten met zwarte rolkraag en sigaret, Quartier Latin. Maar daar voegt de Belgische kunstenaar Vincent Meessen nieuwe lagen aan toe. Het is alweer tien jaar geleden dat een Belgische kunstenaar een solotentoonstelling krijgt in het Centre Pompidou, en Meessen maakt van deze uitzonderlijke gelegenheid gretig gebruik om enkele historische rechtzettingen te plaatsen.

Wat hebben Godard, Senegal en Andy Warhol met elkaar te maken? Vincent Meessen serveert u het antwoord in zijn tentoonstelling Omar en mai, waarin de hoofdrol is weggelegd voor Omar Blondin Diop, de centrale figuur die alles en iedereen aan elkaar verbindt. Bovendien verweeft Meessen in zijn complexe en rijke werk en passant ook nog eens de geschiedenis van het Centre Pompidou zelf. “Dit jaar vieren we de veertigste verjaardag van Centre Pompidou”, zegt Meessen. “Maar het is ook het jubileum van mei '68, een once in a lifetime opportunity dus.”

De tentoonstelling opent met een callsheet voor La Chinoise van Jean-Luc Godard, een film over jonge revolutionairen in Parijs. Tussen de medewerkers: Omar Diop als Camerade X. Kern van deze expo is namelijk de nieuwste film van Meessen, Juste un movement, een actualisering van de film van Godard waarin Meessen enorm veel linken legt.

De film opent op een kerkhof, waar drie mensen het graf bezoeken van Omar Diop, een Senegalese intellectueel en militant, die actief was in de Mouvement des jeunes marxistes-léninistes du Sénégal. Hij studeerde in Parijs, waar hij figuren als Gilles Deleuze en Jean-Luc Godard leerde kennen. En voor een Londens filmblad schreef hij in de jaren 70 een analyse van Andy Warhols
Chelsea Girls. “Misschien wel de beste tekst die ooit over Warhols film geschreven is”, zegt Meessen. Omar was dus actief in het linkse politieke én kunstmilieu, zowel in Afrika als in Europa.

De expo 'Omar en mai' van Vincent Meessen beslaat slechts twee zalen in het Centre Pompidou, maar is van een uitzonderlijke rijkdom. Beeld Centre Pompidou / Audrey Laurans

In Juste un movement laat Meessen een Senegalese vrouw in het Chinees de geschriften van filosoof Jacques Rancière over Godard declameren. Het lijkt tegelijk een commentaar op de film van Meessen zelf. Fragmenten uit La Chinoise – een jonge Omar, die in rode trui met kraakwit hemd onder, Franse studenten onderwijst over het maoïsme – worden afgewisseld met historische beelden van Georges Pompidou die Senegal bezoekt, of de Chinese vicepresident die samen met het Senegalese staatshoofd Senghor een pasgebouwd en nog leeg museum bezoekt. Maar evengoed zien we gesprekken met de familie van Omar of een Chinees meisje dat rondloopt in een rode trui. “Ik heb mijn film à la Godard gedraaid”, zegt Meessen. “In zeven dagen, zonder professionele acteurs, en zonder scenario.”

Zowel in de film Juste un movement als in de volledige tentoonstelling Omar en mai toont Meessen aan hoe beperkt onze westerse blik is. Want mei is een betekenisvolle maand, niet alleen voor Parijs, maar ook voor Kinshasa en voor Dakar. Op 11 mei 1973 werd Omar dood aangetroffen in zijn cel in Dakar, nadien braken in heel Senegal rellen uit. “Hij werd gearresteerd omdat hij zijn broers had geholpen bij een ontsnappingspoging uit de gevangenis. Zijn doodsoorzaak is nooit officieel onderzocht, en zijn familie heeft nooit in het verhaal van zelfmoord geloofd. Ze ijvert voor een heropening van het dossier. Ik heb enorm veel interviews gedaan met familie en vrienden van Omar, ik heb een hoop documentaire beelden die ik nog niet gebruikt heb.”

De film is dan ook een work in progress, en onderdeel van een groot onderzoek naar het 'situationisme', naar de linken tussen China en Senegal, tussen Senghor en Pompidou. Meessen legt verbanden tussen Frankrijk, China en Senegal. Zo vervormt hij het Franse bleu, blanc, rouge in het werk Or, blanc, rouge: in een vitrinekast legt hij van links naar rechts het gouden gastenboek van het Centre Pompidou (gesigneerd door mevrouw Chirac), het Livre blanc sur le suicide d’Omar Blondin Diop en het rode boekje van Mao Zedong.

Ook het Centre Pompidou zelf spaart Meessen niet. “Deze tentoonstelling is absoluut een kritiek op het instituut. Zo link ik het bezoek van de Chinese vicepresident aan het lege museum aan de franchise die het Centre Pompidou momenteel aan het uitbouwen is. Ze gaan vestigingen openen in Brussel en Shanghai.” Terwijl ze zich niet eens goed kwijten van hun kerntaak, zo lijkt Meessen te suggereren door elders in de tentoonstelling werk te tonen van de Senegalese kunstenaar Issa Samb. In een registratie van een performance kunnen we hem aan het werk zien. “Hij was een goede vriend van Omar én een belangrijke figuur in het situationisme, de laatste internationale avant-garde. Want het situationisme had wel degelijk een Afrikaanse tak.”

Beeld Centre Pompidou / Audrey Laurans

In het Centre Pompidou was nooit eerder werk van Issa Samb te zien. Dat zet Meessen nu recht: behalve de video zijn er ook schilderijen van zijn hand, allemaal gelinkt aan Omar. “De avant-garde was niet wit, laat dat duidelijk zijn.”

Via het situationisme grijpt Meessen ook terug naar het werk waarmee hij in 2015 in Venetië hoge ogen gooide. Toen vulde hij het Belgische paviljoen met melancholische muziek in de film One Two Three. Vertrekpunt daarvoor was een herontdekt protestlied dat de Congolese situationist M'Belolo Ya M'Piku schreef in de nasleep van mei ‘68. Wederom: de revolutie en de avant-garde zijn niét wit. Meessen liet nummer en tekst opnieuw uitvoeren, maar dan in een rumbaversie, én gespeeld door vrouwen, die in het oorspronkelijke situationisme al te afwezig waren.

De tentoonstelling Omar en mai beslaat maar twee zalen, maar is uitzonderlijk rijk. Het is een boeiende nieuwe stap in het indrukwekkende en consistente oeuvre van een van Belgiës meest interessante kunstenaars.

Tot 28/5 in Centre Pompidou, Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden