Woensdag 20/11/2019

Interview

Vincent Byloo (voor het eerst) over zijn vertrek bij StuBru: "Ergens een verademing”

Beeld Illias Teirlinck

Vijf maanden geleden trok Vincent Byloo de deur bij Studio Brussel achter zich dicht. Sindsdien deed hij er het zwijgen toe. Tot nu. “Ik ben echt niet in een zwart gat gesukkeld. Mijn vertrek was in zekere zin een verademing. Alleen had het afscheid iets eleganter gekund.”

Twee jaar lang maakten De Roo & Byloo het mooie weer in het avondblok bij Studio Brussel. Tot daar op 17 mei abrupt een eind aan kwam. Die dag viel bij alle StuBru-collega’s een bericht in de mailbox met als onderwerp ‘Dahaag!’. In niet mis te verstane bewoordingen en in zijn geheel eigen, van sarcasme druipende stijl, kondigde Vincent Byloo zijn afscheid aan. Per direct. Het duo Eva De Roo & Byloo werd diezelfde avond nog chirurgisch van elkaar gescheiden.

Nu is er het nieuwe dynamische duo Vranckx & Byloo. Iets minder goed bekkend, iets minder los in de heupen ook. In een nieuwe VRT-podcast mag Byloo – als geïnteresseerde leek – al zijn vragen van geopolitieke aard stellen aan oorlogscorrespondent Rudi Vranckx. “Samen proberen we elke maand een uur lang iets verhelderends te vertellen over de wereld en wat er zoal in omgaat”, vertelt Byloo. “Dat is het basisidee.”

De podcast is niet het enige project waar Byloo tegenwoordig zijn dagen mee vult. Hij mag ook opdraven als reporter, muziekkenner en manusje van alles bij
De wereld van Sofie, het nieuwe programma van Sofie Lemaire op Radio 1. Een gevarieerd takenpakket, zoals dat heet. En meteen ook de reden waarom Byloo na zijn exit bij StuBru onder de VRT-toren bleef hangen.  “Hier worden zoveel dingen gemaakt: radio, televisie, online. Er komt om de zoveel tijd wel iemand op je deur kloppen met een zot idee. Dit is een groot huis. Met heel veel kamers waarin je telkens andere dingen kan doen.”

Beeld Illias Teirlinck

Maar ook onder de VRT-toren is de speelruimte niet onbeperkt, ondervond Byloo. “Toen Jan Van Biesen (netmanager van Studio Brussel, PD) liet weten dat hij voor mij geen plaats meer had in het zendschema was dat toch even slikken. Ik ben altijd van het ene project in het andere gerold. Ik heb nooit moeten knokken. Plots kwam ik erachter dat er op een bepaald moment ook wel eens iemand kan beslissen: ‘Dit gaan we niet meer doen’.”

Hoorde daar ook een uitleg bij?

“Het gesprek daarover ging niet heel diep. Het kwam er grosso modo op neer dat ik niet meer de juiste man op de juiste plaats was. Een basisanalyse die ik trouwens ook zelf al had gemaakt.”

Waar is het fout gelopen?

“Een echt breekpunt is er niet geweest. Het was eerder een evolutie. Het soort radio dat ik wou maken was gewoon minder en minder het soort radio dat Studio Brussel wilde zijn. Maar dat inzicht is niet als een soort epifanie plotsklaps uit de hemel komen vallen. Het is geleidelijk gegroeid.

“Ik voelde wel al langer dat het niet juist zat. Maar dan treedt er een soort stockholmsyndroom op. Je voelt dat de tanker waar je op zit een richting uitgaat die jij niet noodzakelijk de juiste vindt. Maar zolang je op die tanker zit denk je dat je die koers nog wel zal kunnen bijsturen. Of dat die tanker op termijn wel weer jouw richting uit zal komen. Maar dat is een illusie. Het is de kapitein die de koers bepaalt en als matroos heb je daar niets over te zeggen. Het werd steeds duidelijker dat ik er niet meer het soort radio zou kunnen maken dat ik wou.”

Wat voor radio is dat dan?

“Radio die ergens over gáát. Over de dingen die gebeuren in de wereld. Soms ernstig, soms satirisch maar wel altijd met de ambitie om breed én diep te gaan. Of het nu gaat over de actualiteit of over boeken, films of theatervoorstellingen. Maar daar kon ik op antenne almaar minder mee doen.”

Werden dat soort onderwerpen dan consequent geweigerd?

“Het is niet dat daar ooit een verbod op is uitgevaardigd. Maar je merkt wel steeds nadrukkelijker dat dat soort dingen niet meer gewenst zijn. Ook bij de jongere collega’s voelde ik dat zulke onderwerpen hen niet meer boeiden.

“Je mag ook niet vergeten dat ik zes jaar bij de zender heb gewerkt. Een eeuwigheid in Studio Brussel-termen. Het eerste programma dat ik op StuBru heb gepresenteerd, was een verkiezingsprogramma. Een week lang, drie uur per dag, midden in de avondspits. Met in het laatste uur zelfs een integraal debat tussen twee kopstukken. In de eerste aflevering waren dat Bart De Wever en Bruno Tobback. (lacht) Zelden heb ik de sfeer zo onder het vriespunt weten zakken als toen die twee bij mij in de studio binnenwandelden. Ik denk dat het voor iedereen wel duidelijk is dat je zo’n programma tegenwoordig niet meer op Studio Brussel zal horen.

“Waarmee ik niet wil zeggen dat Studio Brussel geen relevante radio meer maakt. Ze bieden nog altijd een venster op de wereld. Alleen is het niet meer het wijd openstaande schuifraam waar ik als radiomaker mijn zuurstof haal. Het is niet aan mij om te zeggen of dat een evolutie ten goede of ten kwade is. Ik stel alleen vast dat die evolutie er is.”

Beeld Illias Teirlinck

Het valt op dat Byloo, normaal ad remmer dan een sprekende papegaai op speed, de woorden wikt en weegt wanneer het over Studio Brussel gaat. Hij wacht vaak lang om te antwoorden. Rijdt zich af en toe vast in zijn eigen zinsconstructies. “Ik ben moe”, zegt hij. “Dan raak ik vaak wat moeilijker uit mijn woorden.” Maar de aarzelingen zijn niet alleen aan slaapgebrek te wijten. Byloo wil zijn punt maken, uitleggen waar het fout gelopen is, maar dat is niet makkelijk zonder mensen tegen het hoofd te stoten. “Dit is niet het grote afrekeningsinterview”, zegt hij. “Het is mijn stijl niet om na te trappen. Ik heb ook steeds heel graag bij Studio Brussel gewerkt. Alleen het afscheid had iets eleganter gekund.”

Verwijs je nu naar het verhaal dat je co-host Eva De Roo al langer wist dat je uit het zendschema gewipt zou worden? 

“Goh, de wegen van de bazen bij Studio Brussel zijn ondoorgrondelijk. Ze communiceren nogal graag één op één en dan is het niet altijd even duidelijk met wie wat eerst is doorgesproken. Er is aan mijn exit een beslissingsproces voorafgegaan waarin ik zelf niet betrokken ben geweest, ook al had ik meermaals aangegeven dat ik me niet meer lekker voelde in mijn rol. Dat was voor mij de reden om er daar en toen een streep onder te trekken en het seizoen niet uit te doen. Die vertrouwensbreuk was de reden voor mijn plotse exit. Niet het feit dat ik in september niet terug hoefde te komen. Dat zou klein en kinderachtig zijn en zo zit ik niet in elkaar. Want nogmaals: over de basisanalyse en de slotconclusie waren we het eens.”

Byloo is een aanhanger van een wat pinniger, scherpere vorm van humor. Zo scherp dat sommige van zijn opmerkingen het tot de cursus deontologie bij de openbare omroep schopten. Zo kondigde hij na een nieuwsitem over lekkende PIP-implantaten verkeerslezer Babette Moonen als volgt aan: “Ze heeft geen implantaten maar kan naar het schijnt wel goed lekken.” Meteen goed voor een vermelding in de deontologische categorie ‘niet gepast op de radio’.

Heeft die reputatie je in deze #MeToo-tijden parten gespeeld?

“Laten we zeggen dat bepaalde vormen van satire niet altijd even enthousiast onthaald werden. Op zich niet onlogisch als je merkt dat we in een tijd leven waarin sarcasme en ironie steeds minder als dusdanig herkend worden. Het luistert allemaal heel nauw tegenwoordig. Alles wordt heel erg letterlijk en serieus genomen. Daar bestaat trouwens een term voor: de call-out culture, waarbij op Twitter naast een legertje linkse en rechtse trollen steeds vaker nieuwe moralisten opduiken.”

Hou je daar rekening mee in je radiowerk?

“Het is een fenomeen dat bestaat en waar ik me ook wel een beetje zorgen over maak. Tegenwoordig wordt zelfs het woord ‘actrice’ al als seksistisch beschouwd. Sorry, maar daar gaan mijn oren van flapperen. We zitten in een soort kramp waarbij alles wat je zegt altijd wel beledigend is voor de een of voor de ander. Er bestaat geen neutraal terrein meer. Taal is daar het eerste slachtoffer van. Zodra je iets zegt dreigt het door een bepaalde hoek gerecupereerd te worden. Ik ben me daarvan bewust maar probeer me er niet door tegen te laten houden.”

Je verdween van de ene dag op de ander uit de ether. Zonder dat de luisteraars een woord uitleg kregen. Vond je dat niet vreemd?

“Neen. Het heeft geen zin om on air uit te leggen waarom iemand er die dag wel of niet is. Daar heeft de luisteraar geen boodschap aan. Die wil gewoon naar zijn favoriete zender luisteren.”

Had je toch geen teken van solidariteit vanwege je collega’s verwacht? Toen ze bij VTM Nieuws in het middagjournaal protesteerden tegen het ontslag van hun hoofdredacteur zat de man een paar dagen later gewoon weer op zijn stoel.

(lacht) “Maar neen, tuurlijk niet. Het is toch logisch dat je als werknemer loyaal bent aan je werkgever. Waarom zou je allerhande speculaties voeden? Studio Brussel is een zender met een groot personeelsverloop. Er komen en gaan constant mensen. Het heeft geen zin om daar telkens een groot drama van te maken. Het was heel ongepast geweest mocht er op Studio Brussel van alles te doen zijn geweest rond mijn vertrek. The show must go on.

En dan ben je plots niet meer op de radio te horen. Wat deed dat met je?

“In mijn geval heel weinig. (lacht) Op de radio komen of met mijn toet op tv passeren zegt me helemaal niets. Ik ben echt niet in een zwart gat gesukkeld. Integendeel. Het was in zekere zin een verademing. Wanneer je elke dag een radioprogramma presenteert ga je op termijn aan een soort tunnelvisie lijden. Je ziet de andere mogelijkheden die er liggen niet meer.  Als dan op een bepaald moment voor jou wordt beslist dat het ophoudt gaat de wereld open en merk je dat er nog een heleboel andere dingen zijn die je kan doen. Het gunstige neveneffect van het feit dat je vertrek bij Studio Brussel in alle kranten staat is dat andere media ook ineens weten dat je op de markt bent. Ik was aangenaam verrast door het aantal aanbiedingen dat ik kreeg.”

Ben je achteraf gezien te lang bij Studio Brussel gebleven?

“Misschien wel. Het is iets waar ik mezelf al vaker op heb betrapt. Als dingen niet helemaal gaan zoals ik wil, mis ik de moed om er mee op te houden. Het is ook een kwestie van loyauteit. Ik ben een zeer loyaal mens. Ik ben bij Studio Brussel ook altijd de dingen blijven doen die van me verwacht werden. Ook al liep ik voor sommige projecten niet over van enthousiasme.” 

Heb je na je vertrek nooit overwogen om iets helemaal anders te gaan doen?

“Een totale ommeslag? Neen, zo groot wou ik de breuk niet maken. Mijn vertrek bij Studio Brussel was niet zo’n schok dat het me aanzette tot levensveranderende beslissingen. Ik ben niet in de verleiding gekomen om op een heuveltop in Cambodja te gaan mediteren over het leven omdat ik een soort quarterlifecrisis aan het beleven was. Ik heb wel geprobeerd mijn toekomstplannen zo breed mogelijk open te gooien. Maar het is niet in me opgekomen om plots postzegels te gaan verzamelen of bankbediende te worden. Mijn talenten zijn beperkt. Stukjes schrijven en iets vertellen op de radio, dat zal het zowat zijn. Ik was er snel achter dat mijn toekomst zich ergens in de media zou situeren.”

Uiteindelijk vond je die toekomst een paar deuren verder bij Radio 1.

“Ik heb na Studio Brussel meteen aan de VRT duidelijk gemaakt dat ik voor mezelf de vrijheid wou nemen om alle opties te bekijken. Binnen en buiten de VRT. Na die gespreksronde ben ik opnieuw rond de tafel gaan zitten met een aantal mensen die iets te zeggen hebben op de VRT. Zij hebben duidelijk gemaakt dat ze mij graag aan boord wilden houden. In de zoektocht naar mogelijke projecten kwam al snel het programma van Sofie op de radar. Met het uitdrukkelijke engagement dat er nog veel andere dingen mogelijk zijn. Dat heeft me uiteindelijk over de streep getrokken.”

Droom je nog van een eigen programma?

“Ik wil zeker ooit nog opnieuw presenteren. Dat heb ik ook met de VRT besproken. Maar ik zit niet op hete kolen. Het hoeft niet morgen te zijn, zelfs niet overmorgen. Wat ik nu aan het doen ben, doe ik ook heel graag. ”

Word je nog vaak aangesproken op je Studio Brussel-verleden? 

“Heel af en toe. Ik ben nooit een van de grote uithangborden van de zender geweest. En mensen vergeten snel. Alleen op festivalweides gebeurt het vaker. Omdat je daar letterlijk tussen de Studio Brussel-doelgroep staat. Ik heb deze zomer behoorlijk wat gratis troostpinten gedronken.”

BIO

Vincent Byloo (36)

Begon zijn carrière als muziekjournalist bij De Morgen en Knack Focus.

Combineerde dat met radiowerk voor onder andere Peeters & Pichal en Joos.

Ging in 2012 aan de slag als nieuwslezer bij Studio Brussel.

Kreeg in 2014 een eigen programma in de avondspits.

Was een van de gezichten van Music For Life 2014.

Stapte in mei van dit jaar onverwacht op bij StuBru.

Is momenteel aan de slag bij het Radio 1-programma De wereld van Sofie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234