Donderdag 21/10/2021

AchtergrondTheater

Vijfentwintig jaar na zijn dood komt Tupac weer tot leven op het toneel: ‘Hij was een soort profeet’

Tupac Shakur, 7 september 1996, in de docu 'A Life in Ten Pictures'. Beeld Leonard Jefferson
Tupac Shakur, 7 september 1996, in de docu 'A Life in Ten Pictures'.Beeld Leonard Jefferson

Schrijf de naam Tupac Shakur op, en tussen haakjes volgt automatisch (1971-1996). Maar die kwarteeuw is te kort om Tupac te vatten. Vijfentwintig jaar na zijn dood leeft Tupac nog voort, nu ook in de nieuwe KVS-voorstelling Who’s Tupac?. ‘Hij was niet alleen een artiest, maar ook een echte revolutionair.’

Op zijn albumhoezen spelde hij zijn naam simpelweg als 2PAC, maar voluit heette hij Tupac Amaru Shakur. Alleen al omwille van die naam leek hij naast rapper, acteur en dichter ook voorbestemd om een opstandig icoon te worden.

Hij was nauwelijks een jaar oud toen zijn moeder Afeni, een activiste van de militante Afro-Amerikaanse Black Panther Party, besloot om de naam van haar zoon te veranderen. Lesane Parish Crooks werd Tupac Amaru Shakur, genoemd naar Túpac Amaru II, de nazaat van de laatste Inca-koning die in 1781 werd doodgefolterd, nadat hij de eerste inheemse opstand tegen de Spaanse bezetter in twee eeuwen had geleid.

Als symbool van de Zuid-Amerikaanse ontvoogding inspireerde de Inca-rebel bijna twee eeuwen later ook Afeni Shakur: “Ik wilde dat hij de naam droeg van revolutionaire, inheemse volkeren in de wereld”, zou ze later haar keuze verklaren. “Ik wilde dat hij wist dat hij deel uitmaakte van een wereldcultuur, en niet enkel van een neighborhood.” En zo geschiedde. In de woorden van schrijver Fikry El Azzouzi: “Hij was niet alleen een artiest, maar ook een echte revolutionair.”

El Azzouzi schreef de tekst voor Who’s Tupac?, de nieuwe voorstelling van Jr.cE.sA.r, het collectief dat hij met regisseur Junior Mthombeni en muzikant Cesar Janssens vormt. Hun nieuwe stuk gaat volgende week – 25 jaar nadat Tupac op 25-jarige leeftijd werd doodgeschoten in Las Vegas – in première in de KVS, en zo voegen ze Tupac toe aan het rijtje van Muhammad Ali, Malcolm X en Winnie Mandela: omstreden activisten, grensverleggende frontsoldaten in de strijd tegen racisme, die het collectief eerder behandelde in Rumble In Da Jungle, Malcolm X en Dear Winnie.

“In mijn roman De beloning was er al een personage dat dacht dat hij Tupac was”, vertelt El Azzouzi, die de rapper al sinds de jaren negentig volgt. “Junior Akwety (acteur-zanger die meespeelt in ‘Who’s Tupac?’, EWC) had dat boek gelezen en wilde graag een voorstelling maken over Tupac, maar het leek me een moeilijk verhaal om te vertellen. Heeft hij wel hetzelfde gewicht als Ali, Malcolm X en Winnie Mandela? Maar nu komt de voorstelling er. Het antwoord is dus ja.” Mthombeni: “We proberen verhalen die nog niet verteld zijn, of toch niet op die manier, tot leven te brengen. Het leidde al tot scherp en eigenzinnig theater, en ook Who’s Tupac? gaat “een heftige voorstelling” zijn, aldus Mthombeni.

Logisch ook, want Tupac Amaru Shakur heeft een heftig levensverhaal en in zekere zin is het toepasselijk dat dit verhaal tot een theatervoorstelling leidt: Tupac had een zwak voor Shakespeare, en speelde tijdens zijn opleiding aan de Baltimore School for the Arts in schoolopvoeringen van die tragedies. Shakespeare, zou de rapper in 1995 aan de LA Times vertellen, “schreef de rauwste verhalen, man”. In songs als ‘Brenda’s Got a Baby’, over een tienermeisje dat zich prostitueert om voor haar baby te kunnen zorgen, wendde hij dat talent aan om zelf ‘de rauwste verhalen’ te vertellen die hij in zijn omgeving zag plaatsvinden: “Let me show you how it affects our whole community”, rapt hij.

Dualiteit

Tupac haalde de inspiratie voor ‘Brenda’ uit een krantenartikel, maar zijn eigen jeugd, opgevoed door een alleenstaande moeder, schemert er ook in door. In 1971 verdedigde Afeni Shakur zichzelf in een acht maanden durend proces, waarin zij en twintig andere leden van de Black Panther Party werden verdacht van het beramen van een bomaanslag. Ze riskeerde 300 jaar celstraf, maar werd vrijgesproken. Een maand later beviel ze van haar zoon. “Dat zijn moeder bij de Black Panthers zat, triggerde mij”, zegt Mthombeni. “Tupac was zich bewust van de naam die zijn moeder hem gaf, en wat die betekende, maar ook van de Black Panther-beweging waarin hij opgroeide. Hij is mee door de community opgevoed. En zijn succes betekende niet alleen voor zichzelf iets, maar ook voor hen, voor zijn omgeving.”

In 1995, tijdens de opnames van zijn derde album Me Against the World, zou Tupac zijn moeder eren in de klassieker ‘Dear Mama’, waarvan de tekst later werd opgenomen in de Amerikaanse Library of Congress. Maar Tupac heeft het ook over haar verslaving aan crack, een probleem dat in zijn omgeving geen uitzondering was – “And even as crack fiend, Mama / You was a black queen, Mama”.

De cast van het collectief Jr.cE.sA.r in hun nieuwe voorstelling ‘Who’s Tupac?’. Rapper en actrice Gloria Boateng (derde van links): ‘Het leven, de wereld waarin je opgroeit, duwt je soms in bochten.’  Beeld RV © Martijn Halie
De cast van het collectief Jr.cE.sA.r in hun nieuwe voorstelling ‘Who’s Tupac?’. Rapper en actrice Gloria Boateng (derde van links): ‘Het leven, de wereld waarin je opgroeit, duwt je soms in bochten.’Beeld RV © Martijn Halie

Tupac wist dat zwarte vrouwen meer dan andere bevolkingsgroepen het slachtoffer werden van discriminatie en kansarmoede – zie ook: ‘Keep Ya Head Up’ – maar tegelijk worden veel van zijn teksten ook gekenmerkt door misogynie en seksisme. “Het maakt deel uit van zijn persoonlijkheid”, duidt El Azzouzi. “Hij wees de maatschappij met de vinger en zette vrouwen op een voetstuk, maar tegelijk beschouwde hij hen ook als een lustobject.” In de diss track ‘Hit ‘Em Up’ haalt hij uit naar zijn grote rivaal, de New Yorkse rapper Biggie Smalls, beter bekend als The Notorious B.I.G. Hij haalt daarbij niet alleen Biggie door het slijk, maar ook diens vrouw, Faith Evans: “That’s why I fucked yo’ bitch, you fat muthafucka’!

In 1994 werd Tupac veroordeeld voor een groepsverkrachting en zat hij negen maanden in de gevangenis. Hij heeft de aanklacht altijd ontkend. Journalist Kevin Powell interviewde hem in de gevangenis op Rikers Island: “Hij vertelde me”, herinnerde Powell zich op de Amerikaanse National Public Radio, “dat hij de verantwoordelijkheid op zich nam dat hij zijn zogenaamde vrienden niet had tegengehouden om te doen wat ze met die jonge vrouw hebben gedaan, dat hij daar schuldig aan was.”

Het is tekenend voor de dualiteit in Tupacs leven en werk, niet alleen als het op zijn houding ten opzichte van vrouwen aankomt. “Langs de ene kant was hij blingbling, langs de andere kant was hij iemand van de community. Hij was een gangsta, een thug, en tegelijk deed hij heel veel voor zijn gemeenschap”, ziet Mthombeni. “Die dualiteit interesseert mij enorm. Dat maakt het interessant, maakt het fascinerend.”

Op dezelfde manier lijkt Tupacs rol als sociale held, die de problematieken van zwart Amerika aankaartte en bevocht, in schril contrast te staan met zijn vaak gewelddadige levensstijl. Enerzijds zijn er songs zoals het inmiddels klassieke ‘Changes’, waarin hij politiegeweld, racisme en de drugsproblematiek in zwarte wijken aankaart. “Cops give a damn about a negro / Pull the trigger, kill a n***a, he’s a hero / Give the crack to the kids, who the hell cares / One less hungry mouth on the welfare”, klinkt het. Of: “I see no changes, all I see is racist faces”.

Anderzijds schoot Tupac in 1993, bij een verkeersruzie in Atlanta, twee off duty-agenten in de bil en het been: de aanklacht tegen hem werd later ingetrokken, maar het is maar een van verschillende gewelddadige hoofdstukken in Shakurs leven. Zulke paradoxen definiëren Tupac. “Het leven, de wereld waarin je opgroeit, duwt je soms in bochten”, vertelt rapper en actrice Gloria Boateng, die deel uitmaakt van de vijfkoppige cast in Who’s Tupac?. “Enerzijds wilde hij daaruit groeien, denk ik, anderzijds wilde hij ook trouw blijven aan die omgeving. Want die omgeving heeft hem gemaakt tot wat hij is. En geweld hoort bij die omgeving, jammer genoeg.”

Erfenis

Soms was Tupac de dader, soms was hij ook het slachtoffer, en zo komen we – het is onvermijdelijk in elk verhaal over Tupac – weer bij Biggie Smalls.

De twee rappers waren aanvankelijk vrienden, tot Shakur in 1994 in een New Yorkse studio werd overvallen en neergeschoten. Tupac beschuldigde The Notorious B.I.G. ervan hem te hebben verraden, het begin van een jarenlange beef tussen de twee rapgrootheden, en bij uitbreiding tussen de West Coast scene en de East Coast scene. Sommigen denken nog altijd dat Biggie Smalls achter de drive-by-shooting zat die Tupac in september 1996 het leven kostte, ook al is de meest gangbare theorie dat de dader een lid van de beruchte Crips-bende was.

“Ik zat op de middelbare school, en een maat vertelde me: Tupac is neergeschoten”, herinnert El Azzouzi zich. “Dat was toch even slikken.” Smalls werd zeven maanden later doodgeschoten.

Vijfentwintig jaar later blijven de twee rappers nog tot de verbeelding spreken, al geldt dat meer voor Tupac dan voor Biggie. Die laatste wordt over het algemeen beschouwd als de meer ingenieuze woordsmid, maar aan de socio-culturele impact van zijn West Coast-rivaal kan hij niet tippen. “Ik heb Tupac altijd interessanter gevonden dan Biggie”, legt Mthombeni uit. “Ik vind de rhymes van Biggie misschien wel beter, meer funky. Maar van Tupac had ik meer het gevoel: die heeft iets te vertellen. Hij kwam uit de goot, hij had een thug-mentaliteit, en toch had hij zo veel te zeggen. Hij was directer, hij zei waar het op stond. Hij kon bij wijze van spreken de volgende president zijn. Hij had iets goddelijks over hem.”

El Azzouzi: “Biggie had een betere flow, maar Tupac was méér dan hiphop. Hij was een echte persoonlijkheid, met veel aantrekkingskracht. Hij was voor mij en mijn maats een voorbeeldfiguur, en wij hadden niet veel voorbeeldfiguren.” Boateng: “Nu pas besef ik eigenlijk wie Tupac was. Hij was een soort profeet, die een taak had op aarde, die de wereld wilde verbeteren. En voor zijn leeftijd was hij ongelooflijk intelligent. Als je hem in interviews hoort praten, is dat met de wijsheid van een 80-jarige.” In een interview met Vibe in 1996, kort voor zijn dood, zei hij zelfs letterlijk: “I am the future of Black America.

Mthombeni: “Dan denk je: fuck man, waar was ik mee bezig toen ik 24, 25 was? Hij droeg op die leeftijd al zo veel met zich mee, door zijn naam, en door die geschiedenis van de Black Panthers, waarvan hij zich zeer bewust was. Hij wist dat hij veel verantwoordelijkheid met zich meedroeg. En hij was een werkbeest. Hij schreef continu, nam voortdurend songs op, en als hij geen muziek maakte, maakte hij films. Zelfs in de gevangenis bleef hij schrijven. Dat is ook die obsessie om the best, the biggest te willen zijn. Daar heeft hij veel voor moeten opgeven. Uiteindelijk is hij daar niet gelukkig van geworden, dat heeft hij ook in interviews gezegd. Dat hij zich eenzaam voelde. Ook daar gaat onze voorstelling over, over de idee dat je iemand bent, dat je iets betekent, als je succes hebt. En over hoe ver je daarvoor wil gaan.”

null Beeld © The Hollywood Archive
Beeld © The Hollywood Archive

Vandaag zou Tupac 50 zijn, twee keer zo oud als hij is mogen worden. Het leidt tot, in de woorden van El Azzouzi, veel ‘wat als?’-vragen. “In zijn beginperiode als rapper maakte hij veel geëngageerde songs, zoals ‘Words of Wisdom’. Dat is later geëvolueerd, naar meer commerciële blingbling-nummers. Hij ging de verkeerde richting uit. Ik vraag me af hoe hij nu zou zijn. Zou hij toch voor het engagement hebben gekozen?”

In het recent verschenen boek Changes: An Oral History of Tupac Shakur wordt die vraag gesteld aan mensen die Tupac goed kenden. Velen denken dat hij misschien helemaal geen muziek meer zou maken. In 1992 had hij zijn debuut als filmacteur gemaakt in het goed ontvangen Juice, en regisseerde hij zelf de videoclip voor ‘If My Homie Calls’. In de gevangenis had hij een script geschreven, Live 2 Tell, maar die film werd uiteindelijk nooit gemaakt.

Belangrijker, evenwel, is de sociaal-politieke erfenis die de ‘profeet’ Tupac Shakur achterliet. In de zomer van 2020 schoot ‘Changes’, ruim twintig jaar na de release, de hoogte in op de iTunes-charts. Aanleiding waren wereldwijde de Black Lives Matter-protesten, na de moord op de Afro-Amerikaan George Floyd, in Minneapolis. Vijf jaar eerder, bij protesten in Ferguson na de moord op Michael Brown, liepen demonstranten rond met afbeeldingen van Tupac. En rond de eeuwwisseling, tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone, werd Tupac een symbool voor vrijheid. “Als hij nog zou leven, zou dat evenveel betekenen als Martin Luther King of Malcolm X nog zouden leven”, zegt de rapper Blu in Changes. Modeontwerper Karl Kani, met wie Tupac samenwerkte: “Hij was de toekomst. Hij was de leider die we nu zo hard missen.”

Who’s Tupac?, van 7 tot 22 september in KVS, Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234