Woensdag 12/05/2021

AchtergrondHerdenking Prince

Vijf jaar na zijn dood: hoe 10 centimeter Prince had kunnen redden

Prince, met kenmerkende hoge hakken, maakt een split op het podium van de Wembley Arena in Londen, in 1986. Beeld Getty Images
Prince, met kenmerkende hoge hakken, maakt een split op het podium van de Wembley Arena in Londen, in 1986.Beeld Getty Images

Vandaag gaan in Minneapolis de deuren van Paisley Park open. In het huis waar Prince exact vijf jaar geleden is overleden, kunnen fans voor het eerst zijn as groeten. Het godenkind produceerde vanaf zijn purperen wolk niet alleen mooie muziek, hij vocht ook al jaren tegen pijn en verslaving.

I need seven inches more”, smachtte meidengroep Vanity 6 in ‘Nasty Girl’ uit 1982. Tekst en muziek waren van Prince, seks droop uit elke groef van de plaat. In die ene song vloeiden funk, rock, pop en een oosterse melodie samen zoals het zweet op vrijende lichamen. Haast niemand kon een orgie tussen verschillende muziekstijlen organiseren zoals Prince, en dit was niet eens zijn beste nummer, verre van.

Zangeres Denise Matthews, die hij eerst de artiestennaam Vagina had willen geven, was toen zijn lief. Matthews overleed op 15 februari 2016, twee maanden eerder dan Prince. Net als hij was ze 57 jaar oud en net als hij was ze het slachtoffer van een verslaving. Wat haar had kunnen redden, valt moeilijk te zeggen. Wat Prince had kunnen redden, kunnen we vermoeden. Seven inches more. Was Prince groter geweest, dan had hij misschien nog geleefd. Het had niet eens zeventien centimeter en een beetje moeten zijn, tien was waarschijnlijk al genoeg geweest.

Prince was 1,57 meter, twee centimeter boven de dwerg-grens. Hakken van tien centimeter moesten zijn kleine gestalte maskeren en hij droeg ze zo goed als altijd, zeker op het podium. Hij sprong, rende en danste ermee alsof het loopschoenen waren en ze waren een gesel voor zijn gewrichten. Al in de tijd van de Purple Rain-tournee, halfweg de jaren tachtig, klaagde hij over pijn in heupen en enkels, en uiteindelijk kreeg hij artritis. Afzien werd een constante.

Getuige van Jehova

In zijn laatste levensjaren – hij was nog maar een vijftiger – verscheen Prince geregeld met een wandelstok. Hij had er met zilver en met goud, met veel tierlantijnen en met weinig tierlantijnen, en in het openbaar liep hij ermee alsof ze alleen maar zijn status van stijlicoon moesten ondersteunen. Cool, dacht iedereen, en dat is exact wat Prince wilde. Privacy was voor hem nog heiliger dan imago. Niemand moest weten wat er scheelde. De zeldzame keren dat een van de laatste echte dandy’s van de popmuziek op sneakers werd gespot, was dat omdat de pijn echt niet te harden was.

Een operatie aan de heup had gekund, maar Prince was in 2001, kort na zijn scheiding van Mayte Garcia en het overlijden van zijn vader en moeder, getuige van Jehovah geworden. Zijn moeder hing dat geloof al aan, samen met 1,3 miljoen andere Amerikanen. Prince, net de veertig voorbij, werd op slag een trouwe apostel. Hij had misschien wel de grootste verzameling geile meesterwerken uit de geschiedenis van de pop bij elkaar geschreven, maar zijn meest expliciete songs over seks weigerde hij nog langer te zingen en hij wou ook niet dat ze gedraaid werden op plekken waar hij was. Hij had met jarretelles en een string in de jaren tachtig een vuist gemaakt voor genderfluïditeit, lang voor dat woord de boeken over seksuologie zou verlaten, maar plots vond hij homoseksualiteit onverdedigbaar. Ook abortus veroordeelde hij.

Een optreden in Cobo Hall in Detroit, Michigan, op 20 december 1980. Beeld Getty Images
Een optreden in Cobo Hall in Detroit, Michigan, op 20 december 1980.Beeld Getty Images

Prince woonde wekelijks een eredienst van de jehova’s bij en met een beetje veel geluk hing hij zelfs aan de deurbel als je in de buurt van Minneapolis woonde, met een Wachttoren in de hand, het tijdschrift van zijn geloofsgemeenschap. In zo’n boekje kon je bijvoorbeeld lezen dat God, volgens de leer van Jehova, bloedtransfusies verbiedt. En bloedtransfusies zijn standaard na een heupoperatie, omdat de patiënt altijd veel bloed verliest. Dus stelde Prince die operatie uit én vond hij iets om ook de pijn uit te stellen: medicijnen.

Prince, die vroeger al eens een lijn cocaïne legde, had drugs uit zijn leven gebannen, net als tabak, alcohol en vlees. Iedereen die in Paisley Park over de vloer kwam, getuigt dat het een cleane plek was waar zelfs een hamburger niet welkom was. Maar pijnstillers waren in de ogen van Prince enkel medicijnen. Dat er in de pillen die hij slikte opiaten zaten, en dat ze dus uiterst verslavend waren, vergeet je makkelijker wanneer je in ruil een leven zonder kwelling krijgt. Het overkwam ook zijn vak- en lotgenoten Elvis Presley en Michael Jackson. Net als hen vond Prince dokters die iets meer begrip dan verstand aan de dag legden en ervoor zorgden dat de aanvoer zo constant mogelijk bleef.

Officieel bevestigd is het nooit, maar in 2010, zes jaar voor zijn dood, zou Prince dan toch een heupoperatie hebben ondergaan. Helaas zou hij toen al verslaafd zijn geweest en dus ook zonder pijn zijn medicijnen nodig hebben gehad. Zoals zoveel junkies werd Prince een meester in de camouflage. Zijn hele leven was hij er al veel beter dan andere sterren in geslaagd zijn privéleven af te schermen. Toen zijn zoon Amiir een week na de geboorte in 1996 overleed aan een zeldzame genetische aandoening kon hij dat jaren stil houden. Toen Oprah Winfrey een maand na de dood van Amiir in Paisley Park mocht filmen, liet hij zelfs een camera toe in de speelkamer van het kind en deed hij alsof de jongen nog leefde.

Grieperig

Ook over zijn nieuwe, donkere kant trok Prince sluiers. Haast niemand wist van zijn verslaving af, ook niet de mensen met wie hij dagelijks werkte. Er waren amper signalen. Toen die voor het eerst zichtbaar werden voor zijn entourage had Prince maar twee weken meer te leven. Op 7 april zegde Prince twee concerten in Atlanta af, officieel omdat hij zich grieperig voelde. Helemaal gelogen was dat niet: Prince probeerde af te kicken en de ontwenningsverschijnselen komen in zekere mate overeen met de symptomen van een griep. Voor zover bekend heeft hij toen ook voor het eerst professionele hulp gevraagd, bij een dokter uit Minneapolis, Michael Schulenberg.

Een week later voelde Prince zich beter en op 14 april werkte hij de twee concerten in Atlanta toch af. Het waren goede shows: Prince speelde solo aan de piano en hij was geweldig bij stem. Op de vlucht terug naar Minneapolis liep het fout. Prince had een overdosis percocet-pijnstillers genomen, verloor het bewustzijn en het vliegtuig maakte een noodlanding in Moline, in de staat Illinois. De hulpverleners hadden snel door wat er aan de hand was en dienden Narcan toe, een middel dat de werking van opiaten neutraliseert.

Prince mocht na tien uur het ziekenhuis verlaten, keerde naar huis, ging cd’s kopen in zijn favoriete muziekwinkel Electric Fetus (Santana en Joni Mitchell, herinnerde de platenbaas zich) en organiseerde ’s avonds een feestje in Paisley Park waar hij een stukje piano speelde en iedereen vertelde dat ze “nog een paar dagen moesten wachten met hun gebeden”. Dat klonk als goed nieuws, zo was het ook bedoeld, maar na zijn dood begonnen vermoedens te rijzen dat Prince misschien wel wist dat hij uitstel had gekregen en geen afstel.

De voormalige opnamestudio Paisley Park in Minneapolis. Beeld AP
De voormalige opnamestudio Paisley Park in Minneapolis.Beeld AP

Accidentele overdosis

Op 19 april woonde Prince een concert van zangeres Lizz Wright bij in de Dakota, een club in Minneapolis die hij wel vaker bezocht en waar hij een plekje op het balkon had waar haast niemand hem kon zien. Wie hem die avond toch had gespot, vertelde dat hij helemaal oké leek. Maar dat was hij niet. Een dag later kwam dokter Schulenberg langs met de resultaten van een urineonderzoek. Ze toonden aan dat de verslaving van Prince gevaarlijke vormen had aangenomen. Kirk Johnson, een goede vriend, medewerker en vroegere drummer van Prince, nam contact op met Howard Kornfeld, een verslavingsarts uit Los Angeles. Die zette meteen zijn zoon Andrew op het vliegtuig met een dosis Buprenorphine, een middel dat tegen verslaving aan opiaten wordt gebruikt.

Maar toen Andrew Kornfeld op 21 april om half negen ’s ochtends Paisley Park werd binnengeleid door twee medewerkers van Prince trof hij de zanger levenloos aan bij de lift. Zijn hoofd lag in de kooi, zijn lichaam erbuiten. Andrew belde snel de hulpdiensten, maar die kwamen te laat. Volgens het autopsierapport was Prince Rogers Nelson overleden aan een accidentele overdosis fentanyl, een synthetisch opiaat dat vijftig keer sterker is dan heroïne. De overdosis werd accidenteel genoemd omdat de hydrocodon-pijnstillers die Prince had genomen, en die op voorschrift verkrijgbaar zijn, normaal gezien geen fentanyl bevatten. Ze moeten uit een illegaal circuit zijn gekomen. Wie hem de medicatie had verkocht, is tot vandaag niet geweten.

Toen Prince stierf, lag zijn grote glorieperiode al een jaar of twintig achter zich. Toch bleef hij werken en produceren als weinig anderen. Hij was geen junk die op halve kracht of nog minder functioneerde. De liefde voor muziek en voor het vak brandden nog even hard als toen hij de hitlijsten van de jaren tachtig en negentig overspoelde met een tsunami aan klassiekers. Zijn concerten waren nog altijd een feest. Nog jaren had hij kunnen doorgaan, en geen mens durfde uit te sluiten dat hij op een dag opnieuw een liedje zou maken dat de halve wereld raakte. Het had gekund, met een beetje meer geluk. Seven inches more. Tien centimeter was misschien ook al genoeg geweest.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234