Zaterdag 19/09/2020

Muziekautobiografie

Veelzijdige band, eenzijdige biografie: Talking Heads-drummer pent herinneringen neer in boek

De Talking Heads-bandleden in de jaren 70 (van links naar rechts): David Byrne, Chris Frantz, Tina Weymouth en Jerry Harrison.Beeld Redferns

Op basisst Tina Weymouth is hij al ruim veertig jaar smoorverliefd, zanger David Byrne vindt hij maar een egoïstische blaaskaak. Die twee emoties beschrijft Talking Heads-drummer Chris Frantz in Remain In Love, een autobiografie die één van de meest veelzijdige bands uit de jaren 80 nogal simplistisch benadert.

“Een van de krachtigste voorbeelden van living the dream”, leest het wervende citaat van Blondie-zangeres Debbie Harry op de voorflap van Remain In Love: Talking Heads, Tom Tom Club, Tina, de autobiografie van drummer Chris Frantz. Maar net zoals Face It, Harry’s memoires die afgelopen najaar verschenen, een tikkeltje te veel bleven hangen in narcisme, lijkt Frantz Remain In Love vooral te hebben geschreven om uit de schaduw van zanger David Byrne te treden.

Op de eerste pagina van zijn boek schrijft hij het al: “Je zou kunnen zeggen dat Tina en ik het team vormden dat David Byrne beroemd maakte. We waren er heel goed in om hem in de schijnwerper te zetten.” Samen met Byrne richtte Frantz in de jaren 70 The Artistics op, toen beide muzikanten studeerden aan de Rhode Island School of Design (RISD). Toen de twee enkele jaren later naar de Lower East Side van New York verhuisden en Frantz’ lief Tina Weymouth, rekruteerden als bassist, werden The Artistics herboren als Talking Heads, een band die zou uitgroeien tot één van de meest veelzijdige en invloedrijke acts uit de late jaren 70 en 80.

Met het verstrijken van de jaren van de loopbaan Talking Heads wierp Byrne zich steeds meer op als de creatieve motor van de band, een duidelijke doorn in het oog van Frantz. Samen met Weymouth vormde hij een ijzersterke én onvoorspelbare ritmesectie, wat al duidelijk werd op ‘Psycho Killer’, het eerste nummer dat de band schreef. ‘Psycho Killer’ was een gemeenschappelijke inspanning, blijkt uit Remain In Love, maar gaandeweg kreeg Byrne door dat de tekstschrijver meer royalty’s overhoudt. 

Daarom, schrijft Frantz, eiste Byrne dat hij alle teksten zou schrijven, met als argument: “Ik kan niet met overtuiging songs zingen waarvan ik de tekst niet heb geschreven.” Op daaropvolgende albums, vooral op meesterwerk Remain In Light, zou Byrne zijn uiterste best blijven doen om de inbreng van de drie andere Talking Heads te minimaliseren.

Frantz erkent Byrnes unieke podiumprésence en zijn soms onvoorspelbare creativiteit, maar gaat ver om te beschrijven hoe narcistisch en eigengereid de zanger is. “Hij behandelde de anderen in Talking Heads met een gebrek aan respect, en dat doet hij nog steeds. Tina heeft gezegd dat hij geen vriendschap kan teruggeven. Dat hebben we uit ervaring geleerd.” Terwijl Frantz’ beschrijvingen van Byrnes karakter bijzonder geloofwaardig en goed gestoffeerd zijn, voeden ze indruk dat Remain In Love geschreven is met een gefrustreerde pen: hij wil aantonen dat hij en Weymouth het kloppende hart van de band vormden, maar hij lijkt hun eigen verdiensten enkel te kunnen benadrukken door ze af te zetten tegen die van Byrne, wat zijn autobiografie niet ten goede komt.

Rockhuwelijk

Zo hard Frantz is voor zijn zanger, zo lovend is hij voor zijn echtgenote, Weymouth: later, toen Byrne en gitarist-toetstenist Jerry Harrison elk een soloplaat maakten, stampte het echtpaar Frantz-Weymouth het succesvolle project Tom Tom Club uit de grond, verantwoordelijk voor de hit ‘Genius of Love’. Van hun eerste ontmoeting (“Het was als een film van François Truffaut”) tot op de allerlaatste pagina (“Tina en ik leiden nog steeds een wonderlijk romantisch leven”) benadrukt Frantz hoe waanzinnig verliefd hij is op Weymouth.

Dat is begrijpelijk: een rockhuwelijk dat al veertig jaar stand houdt en mee verantwoordelijk is voor enkele muzikale meesterwerken, is eerder uitzondering dan regel. Maar Frantz’ continue beschrijvingen van hoe waanzinnig betoverend zijn echtgenote is, zijn vaak ook storend, alsof ze dat ene irritante koppel zijn dat niet van elkaar af kan blijven als je met vrienden uitgaat. Verder komt Weymouth eigenlijk betrekkelijk weinig aan het woord, wat Frantz’ liefde voor haar er niet mooier op maakt.

Toch leest Remain In Love, zeker in de eerste helft, ook leuk weg. Vooral een uitgebreide beschrijving van hun doorbraak in de legendarische CGBG-club in New York en hun eerste Europese tournee in het voorprogramma van Ramones is uitstekend materiaal, met levendige beschrijvingen van Johnny en Dee Dee Ramone en opvallende herinneringen aan concerten in Engeland, waar punkers hun waardering toonden door op de bandleden te spugen.

Vanaf de jaren 80 – dan zit je al halverwege het boek – gaat Frantz echter op een drafje door zijn muzikale loopbaan, daarbij nu en dan verzuipend in een oceaan van namedropping. Terloops meldt hij ook, in één zinnetje, dat hij een ontwenningskliniek heeft bezocht om van zijn drugsprobleem af te geraken: het doet vermoeden dat Frantz wel meer belangrijke aspecten van de Talking Heads-geschiedenis heeft toegedekt, zoals de inbreng van Harrison, die hier gemakshalve wordt gereduceerd tot een edelfigurant.

Remain In Love is overigens een uitgave van White Rabbit Books, een nieuwe uitgeverij die inzet op muziekbiografieën en dit voorjaar debuteerde met Sing Backwards and Weep van Mark Lanegan. Waar Lanegan nietsontziend was en elke pijnlijke herinnering uit zijn gitzwarte loopbaan in de ziel van zijn lezers kerfde, lijkt Frantz vooral te willen benadrukken hoe vooruitstrevend zijn band was – “we waren post-punk voor de punk bestond” – en hoeveel plezier hij daaraan beleefde, tot Byrne ervandoor ging. Maar wie nu en dan Talking Heads: 77 of Speaking in Tongues nog eens oplegt, wist dat toch al?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234