Vrijdag 13/12/2019

Boekenrecensie

Vechten tegen Elvis en tegen de duivel

Beeld GETTY

New York Times-bestsellerauteur en Pulitzer Prizewinnaar Rick Bragg ontlokte Jerry Lee Lewis zijn levensverhaal en schreef een onthullende biografie van een van de grootste nog levende rock-'n-rolllegendes.

De beste biografie - en een van de beste boeken tout court - die ik ooit heb gelezen is 'Hellfire: The Jerry Lee Lewis Story' (1982) van Nick Tosches, deels omdat de vertelling in kwestie wild fonkelend parelt van de vele korrels zout waarmee je ze dient te nemen, deels ook omdat de oudtestamentische, mythische sfeer waarin Tosches zijn boek laat baden op de een of andere manier wel degelijk tot een portret leidt dat haarscherp en volstrekt realistisch aandoet.

Ook de talrijke andere boeken en essays die tot nog toe over de Killer zijn verschenen, zijn vaak superieur en zonder uitzondering met de grootste stilistische ambities geschreven. Hoe kun je ook anders wanneer je het hebt over een man die zichzelf bij uitstek als een 'stylist' beschouwt, te weten een 'man who can take a thing that has been done before and make it new'? Slechts drie - niet méér - stilisten zijn hem voorgegaan in de muziek, zegt hij zelf: Jimmie Rodgers, Hank Williams en Al Jolson. En in de literatuur had je Shakespeare, natuurlijk. Die verzon zijn verhalen ook niet zelf, net zomin als Jerry Lee een songwriter is.

Op dezelfde wijze blijven schrijvers, fans en exegeten onvermoeibaar het levensverhaal van Jerry Lee Lewis onder woorden brengen, onder steeds andere woorden, zijn persoonlijkheid belichtend uit alle mogelijke hoeken, zijn muziek beluisterend met oren die hoopvol gespitst zijn op geluiden, noten en nuances die geen mens ooit voordien heeft gehoord, en dit allemaal in de stellige hoop ten langen leste het mysterie van de allergrootste te ontrafelen.

De grootste? De grootste, jazeker. Met stip. En niet alleen omdat hij het zelf zegt. Sterker nog, wat mij en vele anderen betreft is Jerry Lee Lewis de enige rockartiest op deze wereld die 'I am the greatest!' kan roepen en nóg al te bescheiden is. Of om het met de woorden van Sun-gitarist Roland James te zeggen: 'Not even Jerry Lee knows how good he is.'

Beeld rv

Voeten vooruit

In het pas verschenen, langverwachte 'Jerry Lee Lewis: His Own Story' doet ook Rick Bragg dit levensverhaal uit de doeken. Een verhaal dat begint in Ferriday, Louisiana, waar de later genoemde Ferriday Fireball met zijn voeten vooruit ter wereld kwam, op zijn vijfde bij zijn tante voor het eerst van zijn leven een onbemande piano aanschouwde, onweerstaanbaar tot het klankenmeubel aangetrokken werd en van bij de allereerste noten die hij in zijn leven aansloeg zijn ouders niet enkel overtuigde van zijn 'God given talent', maar meteen zelfs ook van het feit dat zij een wereldster in spe in hun gezin herbergden en dat bijgevolg over afzienbare tijd hun armoede achter de rug liggen zou.

Eenentwintig was hij toen hij in 1957 in de Steve Allen Show 'Whole Lotta Shakin' Goin' On' speelde en zong op zo'n manier dat elke televisiekijker in Amerika zijn hand over zijn open mond legde, waarna hij 'Great Balls of Fire' uitbracht, waarna 'Breathless' kwam, waarna hij op tournee naar Engeland ging, het jaar was '58 ondertussen, en de pers aldaar erachter kwam dat zijn derde echtgenote tevens zijn dertienjarige achternicht was en hij op de koop toe nog niet was gescheiden van zijn tweede wettige eega.

Hij had de heisa zien aankomen, zegt hij vandaag, maar dat hield hem niet tegen. 'If I wanted to do something, I just did it.' En dertien jaar oud slechts? 'She looked like a woman to me.' De gevolgen waren drastisch: Jerry Lee viel uit de gratie, ook bij het Amerikaanse publiek, en het zou duren tot 1968 eer de man die samen met Elvis en Carl Perkins de rock-'n-roll had uitgevonden zijn comeback zou maken als een van de beste countryzangers die de wereld ooit heeft gekend.

Lange gesprekken

Het is een levensverhaal vol dood: zijn negenjarige broertje werd door een dronkaard overreden toen Jerry Lee drie jaar oud was, zijn eigen driejarige zoontje verdronk in het zwembad begin jaren zestig, begin jaren zeventig stierf een andere zoon op negentienjarige leeftijd toen zijn Jeep over de kop sloeg, twee van zijn tot nog toe zeven echtgenotes overleden tijdens hun huwelijk met hem (in wat dan heet 'verdachte omstandigheden').

Op zijn 41ste verjaardag schoot hij per ongeluk zijn bassist in de borst, en de man overleefde het op hetzelfde nippertje als waarop de voorheen onverwoestbaar gewaande Killer zélf in de jaren tachtig verscheidene keren aan de dodelijke gevolgen van jaren- en jarenlang alcoholisme, drugmisbruik en eindeloze feesten en doorwaakte nachten - nooit heeft het woord 'partying' zo'n vreugdeloze bijklank als in de boeken over Jerry Lee Lewis - wist te ontsnappen.

Het is een verhaal dat tot de verbeelding blijft spreken, maar wat dit specifieke boek van Rick Bragg vooral zo bijzonder maakt is dat hij gedurende de zomers van 2011 en 2012 met de heden 79-jarige grootheid lange gesprekken gevoerd heeft. Jerry Lee geeft in - de titel zegt het al - His Own Story kortom zijn eigen versie van bepaalde feiten en onthult 'dus' de waarheid over bijvoorbeeld die befaamde nacht in november 1976 waarin hij gewapend met een .38-revolver en een fles champagne in zijn Lincoln koers zette naar Elvis om met hem te spreken. Nadat hij de poort van Graceland had geramd, wilde hij de ondertussen lege fles door het open raam naar buiten gooien, maar het raam was dicht, helaas, en het liep allemaal niet heel erg goed af.

Maar slechte bedoelingen had hij dus niet. En ja, de legende van de brandende piano berust geheel en al op waarheid, hoe vaak hij zelf een en ander in het verleden ook heeft ontkend, net zoals hij op een andere gelegenheid een piano van het podium over de straat naar een vijver gesleept heeft omdat ze niet aan zijn normen voldeed: 'It's insulting to give a bad piano to a piano player like me.'

Wij zijn anders

Soms verleent zijn aanwezigheid in het boek iets (extra) huiveringwekkends aan het verhaal. Nadat hij zich heeft herinnerd dat hij ooit met de onderkant van zijn microfoonstandaard een man van het podium sloeg en vervolgens het publiek toeschreeuwde 'Does anybody else want some of this?' staat er deze zin: '"But they didn't want none," he says, from the distant dark of his room.'

Eén enkele angst slechts heeft hij ooit gekend, maar die ene heeft hem dan ook maar zelden losgelaten en beheerst vandaag nog steeds zijn denken. Rick Bragg: 'He has never believed the grave is the end of a man, and that has been his torture.' Waar die angst vandaan komt? Uit zijn kindertijd, natuurlijk, en uit zijn opvoeding, al verlaagt Bragg zich gelukkig nooit tot de lasterlijke denktrant als zou het raadsel van Jerry Lee Lewis kunnen worden opgelost door middel van doordeweekse allemanspsychologie. 'I told you - we're different', schreef zus Linda Gail in 1998 in haar memoires.

En Jerry Lee is 'different' tot de zesde macht. Maak er de zestiende van. Op een dag zal hij dood zijn, net als iedereen. En zal hij geleefd hebben als geen ander.

Rick Bragg, Jerry Lee Lewis: His Own Story, HarperCollins, 512 p., 20,99 euro.
Jerry Lee Lewis heeft met 'Rock & Roll Time' een nieuwe plaat uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234