Zaterdag 21/05/2022

InterviewActrice Carmen Lauwers

‘Van mama moest ik in mijn neus peuteren als ik mannen kruiste. Dan zouden ze me niet aantrekkelijk vinden’

Carmen Lauwers: 'Ik heb een vrij lange weg afgelegd voor ik wist wat ik wilde doen in mijn leven.' Beeld Joris Casaer
Carmen Lauwers: 'Ik heb een vrij lange weg afgelegd voor ik wist wat ik wilde doen in mijn leven.'Beeld Joris Casaer

Op haar 34ste debuteert Carmen Lauwers als actrice in Dertigers. Een late roeping na een niet altijd makkelijk carrièrepad, maar na de dood van haar jongere broer stond haar leven ook een tijd stil. ‘Ik ben een andere Carmen dan voor Boris’ ongeval.’

Eline Bergmans

Haar tv-première vorige week kon ze niet in volle glorie beleven: door een coronabesmetting met oudjaar lag Carmen Lauwers in haar bed toen het vierde seizoen van Dertigers op Eén werd afgetrapt. In die reeks vertolkt ze Caroline, die een nieuw samengesteld gezin vormt met Bart, de stoere brompot die in het derde seizoen van zijn vrouw Tine scheidde.

BIO * 34 jaar, komt uit Antwerpen * danste in de school van Anne Teresa De Keersmaecker * volgde een lerarenopleiding plastische opvoeding * oprichter van keramiekatelier Carmen Rafaelle * maakt haar acteerdebuut in Dertigers * mama van Cézanne (4) en Coco Rozés (1)

“Ik had met mijn vriendinnen een gala-avond uitgedokterd waarbij we een soort rode loper gingen uitrollen. Ik deel alle belangrijke momenten met hen en minstens zouden we een paar afleveringen samen kijken. Met oudjaar hadden we met onze drie gezinnen een huisje gehuurd om coronaproof samen te vieren. Iedereen was vooraf getest, maar toch raakten we met zijn allen besmet. Het was dus gedeelde smart: bijna iedereen lag vorige week in bed.”

Twee kinderen, een eerste grote rol in een populaire tv-serie. Ben je waar je wilde zijn op je 34ste?

“Ik heb een vrij lange weg afgelegd voor ik wist wat ik wilde doen in mijn leven. Mijn zoektocht heeft me naar plekken gevoerd waar ik me niet 100 procent – misschien zelfs geen 50 procent – goed in mijn vel voelde. Ik heb lang in de mode gewerkt en op een bepaald moment had ik het daar helemaal gezien. Ik voelde me uitgeperst, leeg en begon aan mezelf te twijfelen, waardoor ik nogal abrupt ben gestopt.

“Daarna heb ik een tijdje lesgegeven. De laatste jaren hebben me gebracht waar ik nu ben, en daar ben ik heel blij om. Ik vind acteren, mijn keramiek­atelier en de zorg voor mijn kinderen een prachtige combinatie.”

Dertig worden voelt voor veel mensen als een deadline om bepaalde verwachtingen in te lossen. Was dat voor jou ook zo?

“Ik heb heel lang het gevoel gehad dat je voor je 40ste alles op een rijtje moet hebben. Kinderen kun je als vrouw niet uitstellen, maar je moet ook een huis gekocht hebben en de job gevonden hebben die je de rest van je leven wil doen. Van sommige vrienden hoorde ik dikwijls: ‘Carmen, ga nu toch gewoon lesgeven en doe waarvoor je gestudeerd hebt.’ Maar hoe kun je nu op zo’n jonge leeftijd al weten wat je voor de rest van je leven wil doen?

“Ik heb een dansopleiding gevolgd en een diploma plastische opvoeding gehaald. Ik heb ook een tijdje als lerares muzische vorming in het bijzonder lager onderwijs gewerkt, maar ik voelde het gewoon niet met lesgeven. Mijn roeping is het niet, hoewel ik ­buitengewoon veel respect heb voor leerkrachten. Zelf verlang ik naar spanning en uitdagingen. Als het te monotoon wordt, val ik stil. Dertig zijn wil ook zeggen dat je nog zeker dertig jaar moet werken. Dan moet je toch iets vinden waar je je goed bij voelt?”

Hoe viel die zoektocht te combineren met twee jonge kinderen?

“Kinderen geven een heel andere dynamiek aan je leven, maar dat heeft me niet tegengehouden om te blijven zoeken. Zwanger zijn, maar ook de bevalling zelf, gaven mij heel veel energie. Zeker tijdens mijn tweede zwangerschap was ik heel sterk. Toen ik acht maanden zwanger was, heb ik nog 300 kilo klei naar boven gesleurd in mijn atelier. Maar ook na de bevalling – de bevalling van Coco Rozés was volledig natuurlijk – kreeg ik een megakick. Het was alsof ik een oerkracht had gevoeld.

Carmen Lauwers als Caroline met haar lief Bart (Tom Dingenen) in 'Dertigers'. Beeld © VRT
Carmen Lauwers als Caroline met haar lief Bart (Tom Dingenen) in 'Dertigers'.Beeld © VRT

“Mijn vriend – hij is zelfstandig interieurontwerper en oprichter van Studio Corkinho – is ook na drie dagen weer gaan werken. Ik zat met de twee kinderen thuis. Maar dat ging me wel goed af. Toen Coco acht weken was, heb ik auditie gedaan voor Dertigers. Toen ze vier maanden werd, zijn we begonnen met de opnames.”

Hoe verloopt zo’n auditie als je geen professionele acteur bent?

“Tot daar raken is al supermoeilijk. Voor grotere rollen of bijrollen worden meestal geen brede audities uitgeschreven. Maar omdat ik dit heel graag wilde, ben ik blijven doorgaan. Ik heb zeker honderd keer nee gehoord voor ik deze rol in Dertigers kreeg. ­Ruben Francq, die verpleger Nick speelt in de reeks, gaf me de tip voor de auditie. Er waren bijna 700 inzendingen voor twee rollen. We moesten eerst een zelftape opsturen. Daarna was er een gesprek met de productie, waarna we twee scènes moesten opnemen en doorsturen. We mochten uiteindelijk met zes vrouwen komen voor de rol van Caroline, waarna ik werd uitgekozen.”

Jouw personage in de reeks is op haar 18de mama geworden. Had jou dat ook kunnen overkomen?

“Ik had een vaste vriend, dus het had zeker gekund. Als ik ongepland zwanger zou geweest zijn, had ik het kindje waarschijnlijk wel gehouden, maar ik zou er niet bewust voor gekozen hebben. Ik ging naar de dansschool, was toen heel gepassioneerd met dansen bezig. Een baby paste niet echt bij de 18-jarige Carmen.”

De losse opvoeding die Caroline hanteert – haar zoon mag joints roken thuis: kun je je daarin vinden?

“Mijn dochters zijn 1 en 4, dus ik kan nog niet goed inschatten hoe ik daarmee zou omgaan. Zelf ben ik niet zo streng opgevoed. Mijn moeder zei altijd: “Wat je ook hebt uitgestoken of wat er ook is gebeurd: je mag het altijd komen vertellen en ik zal misschien boos zijn, maar we lossen het altijd samen op.’ Ik vind dat mooi. Die open communicatie wil ik zeker meenemen in de opvoeding van mijn eigen kinderen.

“Als zij aan het experimenteren gaan, zou ik dat ­allicht tot op een bepaald punt toelaten. Als ze op regelmatige basis wiet zouden roken, zou ik wel ingrijpen. Maar voorlopig hou ik me bezig met de problemen die zich vandaag stellen: dat zijn zin­de­lijk­heids­training en mijn oudste dochter die haar grenzen aftast. Daar hebben we op dit moment onze handen mee vol.”

Voor veel acteurs waren de afgelopen twee jaar heel zwaar. Hoe heb jij die beleefd?

“Vlak voor de coronapandemie had ik mijn keramiekatelier opgestart, maar ik gaf ook deeltijds les. Ik vond het belangrijk om een vast inkomen te hebben, omdat we in die periode beslist hadden om voor een tweede kindje te gaan. Maar toen kwam covid en zat ik dat schooljaar vrij veel thuis. In het buitengewoon onderwijs moet je na vier maanden zwangerschap stoppen met werken. Omdat ik niet vast was aangenomen, betekende dat dat mijn contract in september niet werd verlengd.

“Vlak voor de tweede golf was ik dus werkloos en zwanger. Solliciteren was heel moeilijk. Op een bepaald moment had ik in de modesector wel zicht op een job, maar vanwege mijn zwangerschap mocht ik uiteindelijk toch niet beginnen. Hun boekhouder had hen dat afgeraden.”

Pardon?

“Ik was daar heel ontgoocheld en boos over toen. Het ging duidelijk om zwangerschapsdiscriminatie, maar ik heb beslist om daar verder geen energie aan te verspillen. Die had ik nodig om mijn keramiek­atelier uit te bouwen: ik heb toen beslist om volledig zelfstandig te worden. Dat bleek de juiste stap. Mijn atelier is enorm gegroeid. Ik kreeg de bestellingen amper gebolwerkt. Omdat ik alleen werk, heb ik ook de hele covidperiode kunnen doorwerken.

“Mijn man en ik splitsten de zorg voor onze oudste dochter Cézanne op: ik deed de ochtendshift en hij de namiddag. Rond 16 uur gingen we samen wat wandelen om even buiten te zijn. Achteraf heb ik dat heel positief beleefd. Ik heb mentaal weinig last gehad van de covidcrisis. Mijn leven stond al stil door het ongeval van mijn jongere broer.”

Heeft je late acteerdebuut ook te maken met het feit dat vier en een half jaar geleden je broer Boris het leven liet in een ongeval?

“Voor het ongeval van mijn broer werkte ik in de modesector. Ik ben daar van de ene dag op de andere gestopt omdat ik er echt niet meer kon aarden. Ik zat in een heel negatieve spiraal, waardoor ik echt niet meer verder kon. Net in die periode raakte ik zwanger van Cézanne. Omdat ik wist dat solliciteren niet simpel is als je een kindje verwacht, vreesde ik heel lang thuis te zitten. Toen ben ik gestart met keramiek. Aanvankelijk gewoon om creatief bezig te zijn: ik wilde iets bijleren.

“Het idee was om weer te gaan solliciteren als Cézanne zes maanden zou worden. Maar toen stierf dus mijn broer. Een mokerslag die me helemaal onderuithaalde. Keramiek was het enige waarmee ik bezig kon zijn. Ik dwong mezelf om iedere dag twee uur potten te draaien. Het was een soort therapie. Ik heb toen veel nagedacht over de vergankelijkheid van het leven. Zo kreeg die keramiek ook een extra dimensie: ik maak dingen die blijvend van mij zijn.”

Wie was Boris voor jou?

“Hij was mijn rechterhelft, mijn linkerhand, mijn rechterbeen. Boris hoorde bij mij. Omdat we maar anderhalf jaar van elkaar verschillen, heb ik nooit anders geweten dan dat hij er was. Waar hij ging, ging ik. Waar ik ging, ging hij. We waren enorm close.

“Onze ouders zijn uit elkaar gegaan toen we nog vrij jong waren. Ik was acht, mijn broer was zes. Daardoor gingen wij als een soort team van links naar rechts. Ik heb in mijn lagere school ook een jaartje gedubbeld, omdat ik niet schoolrijp was. Daardoor kregen we op school ook dezelfde vrienden. We gingen altijd samen uit. Mijn eerste lief was een van de beste vrienden van mijn broer. Onze levens waren erg met elkaar verweven.

“Toen ik zwanger werd van Cézanne, bleef Boris mijn beste vriend. Als toekomstige peter stond hij bijna iedere dag aan de deur. Toen ik twee maanden zwanger was, wilde hij de boodschappen doen. Hij had niets met mode of kleding, maar vroeg iedere keer of ik nog babykleedjes had gekocht en of hij ze mocht zien.

“Toen Boris stierf, moest ik opnieuw op zoek naar mezelf. Wie was ik zonder Boris? Hoe moest ik omgaan met dat verlies? Ik heb heel snel beslist dat ik het niet zou wegsteken. Ik wist dat de jaren na zijn dood moeilijk zouden zijn. Niet dat het altijd donker was. Cézanne was er en zij heeft me erdoor getrokken. Maar mijn rouwproces heeft heel lang geduurd. Het is nog altijd niet voorbij, maar ik heb nooit het leven in twijfel getrokken of ben nooit depressief geweest.

“Maar tijdens zo’n zwaar rouwproces laat je de goeie dingen niet binnenkomen. Ik ging wel op reis met mijn vriendinnen, maar ik laadde er niet van op. Je voelt de zon op je gezicht, maar het doet geen deugd. Het was alsof ik apathisch geworden was. Ik had ook heel veel nood om bezig te zijn met het verlies van Boris. Sommige mensen vonden dat moeilijk: die hadden het na een tijd wel gehad met dat verhaal. Ik neem hen dat niet kwalijk: sommige mensen vinden dat allemaal heel zwaar.”

Met de familie en vrienden proberen jullie de nagedachtenis van Boris te bewaren met voetbaltoernooi Borage. Hoe belangrijk is dat voor jou?

“Eigenlijk had mijn broer dat project opgestart voor zijn vriend Matti, de zoon van Guillaume Van der Stighelen (columnist en ex-reclamemaker, red.). ­Matti is in 2011 overleden bij een ongelukkige val in een keldergat tijdens een kotfeestje. Hij was de neef van mijn eerste lief, we stonden samen in leiding op de scouts en waren erg met hem verbonden. Mijn broer wilde na de dood van Matti niet zijn verdriet gaan verzuipen op café, maar sportief blijven en samen sporten. Zo is FC Matti gestart. Ineens stonden al die jongens samen op het veld op zaterdag. Eén keer in de week was er training. Dat was heel mooi. Mijn broer had ook zijn thesis gemaakt rond dat thema: hoe teamsport kan bijdragen aan een rouwproces. Toen hij stierf, lag er dus al een heel dik handboek klaar met wat we moesten doen.”

Ben je bang dat Borage op een dag zal uitdoven?

“Niemand hoeft op dezelfde sterkte met de dood van Boris bezig te zijn als wij. Maar het voetbaltoernooi is meer dan een samenzijn, we steunen er ook de fietsveiligheid mee. Daarom denk of hoop ik dat het misschien wel zal blijven bestaan. Iedereen die in Antwerpen woont, weet hoe gevaarlijk fietsen er is. Een week voor mijn broer stierf, is er nog een jonge vrouw gestorven. Een week later nog iemand. Ik weet dat er altijd ongevallen zullen zijn, maar dat zware vrachtverkeer is echt niet oké. Een vrachtwagen is die ochtend aan het Sint-Jansplein drie keer over mijn broer gereden en de chauffeur heeft niets gevoeld. Dat kan toch niet! Als persoon ben je nooit opgewassen tegen zo’n voertuig. De afstand tussen fietsers en zulke zware voertuigen moet groter worden. Door fietspaden of door vrachtwagens tijdens de spits uit de stad te weren.”

Aan Lieven Scheire vertelde je twee jaar ­geleden dat je amper nog durft te fietsen. Hij ontwierp toen een speciale fiets voor jou. Hoe gaat het vandaag?

“Ik heb heel lang niet meer durven fietsen. Die angst is vandaag wat weggeëbd, maar ik doe het nog altijd weinig. Op de momenten dat ik wel fiets, voel ik me heel verbonden met mijn broer. Het is iets raars: ik was zo close met hem dat ik ook precies weet hoe hij gereageerd moet hebben toen die vrachtwagen hem aanreed. Ik ben zeker dat hij boos was op zichzelf. En dat hij niet kon begrijpen dat één moment zulke gevolgen heeft.

'Ik heb lang niet durven fietsen. Op de momenten dat ik wel fiets, voel ik me heel verbonden met mijn broer.' Beeld Joris Casaer
'Ik heb lang niet durven fietsen. Op de momenten dat ik wel fiets, voel ik me heel verbonden met mijn broer.'Beeld Joris Casaer

“Ik heb het heel moeilijk gehad met het besef dat hij de aanrijding bewust heeft meegemaakt. Op straat was hij de hele tijd bij bewustzijn. Hij is op zijn armen op eigen kracht onder de camion uit gekropen, die over zijn bekken was gereden. Ik weet wel dat je lichaam op zo’n moment in een beschermmodus gaat, maar hij heeft beseft wat er toen gebeurde. Hij heeft gezien: dit is niet goed. Die gedachte vind ik ook vandaag nog heel moeilijk. Pas in de ziekenwagen heeft Boris het bewustzijn verloren.”

Was het makkelijker geweest als hij op slag dood was?

“Boris heeft nog een hele dag in het ziekenhuis gehad, waar hij geopereerd werd. Dat is een heel moeilijk beeld voor ons. Eerst denk je aan heel praktische zaken: hij gaat dus niet meer kunnen stappen, zal hij dan zijn job kunnen houden? Hij zal niet meer tot op de eerste verdieping van zijn appartement raken. Hoe moeten we voor hem zorgen als hij hier uitkomt als een plant? De dokters kwamen vrij snel zeggen: we focussen niet meer op de onderkant, we proberen hem in leven te houden.

“Om halfzes kwamen de dokters terug en zeiden ze: het is een munt die draait, en hij kan langs twee kanten vallen. We weten niet of Boris het zal halen. Het probleem was dat hij zoveel inwendige bloedingen had dat het toegediende bloed niet meer stolde. Blijkbaar heb je een percentage eigen bloed nodig zodat je stollingsmechanisme in gang zou schieten. Achteraf denk ik dat ze wel wisten dat de kans klein was dat hij zou blijven leven. We mochten bij hem zijn toen ze de machines uitzetten. Dat was vreselijk moeilijk, maar achteraf gezien ben ik ook dankbaar dat hij niet alleen tussen onbekenden op straat is gestorven. Het was een mooi laatste moment dat we als familie aan hem konden geven.”

Een klein jaar later is de vrachtwagenchauffeur buiten vervolging gesteld. De zaak werd geseponeerd. Heb je daar nu vrede mee?

“Ik heb het er nog altijd moeilijk mee dat we nooit iets van die mensen hebben gehoord. Niet van de firma, niet van de chauffeur. Zoiets is niet makkelijk, dat begrijp ik, maar een blijk van menselijkheid was toch het minste geweest. Ik weet dat het een optelsom van factoren is. Die chauffeur is die dag niet opgestaan met het idee dat hij een 28-jarige jongen zou doodrijden.

“Dat het onderzoek zo beperkt is gevoerd, blijft ook steken. Na het ongeval moesten twee politieagenten inschatten hoelang het slachtoffer werkonbekwaam zou zijn. Afhankelijk daarvan wordt er een verkeersdeskundige gestuurd. Op dat papiertje stond: Boris zal één maand werkonbekwaam zijn, waardoor er niemand ter plaatse is geweest. Het onderzoek was dus vooral gebaseerd op het eerste verslag van de agenten. De zaak is geseponeerd omdat Boris van links kwam en de vrachtwagen van rechts. Maar ­iedereen stond stil op dat kruispunt. Wie heeft dan voorrang van rechts? Iedereen stond stil voor elkaar. Mijn broer is misschien nonchalant geweest, maar als familie verlangden we naar heel duidelijke antwoorden. Al blijft het resultaat uiteraard hetzelfde. Het brengt Boris niet terug.”

Heeft zijn dood jullie als familie dichter bij elkaar gebracht?

“De dood van Boris heeft ons allemaal door elkaar geschud, maar we proberen er wel iets gezamenlijk van te maken. Mama had ooit een modezaak, maar ze is cursussen en opleidingen gaan volgen en werkt nu als rouw- en verliescoach. Mijn vader is interieur­architect, maar werkt rond verbindend schilderen. Zelf ben ik een andere Carmen dan voor het ongeval van mijn broer. Ik ben veel bewuster van mijn leven vandaag. Ik elimineer wat me niets bijbrengt. Ik heb al mijn energie nodig om stevig in mijn schoenen te staan.

“Mentaal heb ik het heel zwaar gehad, maar ik kreeg na de dood van Boris ook allerlei functionele klachten. Van nature ben ik een controlefreak, maar het ongeval van mijn broer heeft me geleerd dat je niet alles onder controle kunt hebben. Dat maakte me bang. Ik werd zonder aanleiding vaak ineens misselijk. Dan dacht ik dat ik zou moeten overgeven. Ik zocht constant naar de wc.

“Dat heeft me sociaal een hele tijd beperkt. Op een feestje ging ik soms naar huis uit angst dat ik ziek zou worden. Ik heb een hele tijd erg ingehouden geleefd. Als ik naar de cinema ging, zocht ik altijd een plekje bij de uitgang. Het gaat beter vandaag, omdat ik probeer te focussen op het idee dat ik al die jaren nog nooit heb moeten overgeven. Ik probeer in het moment te leven, maar dat is nog altijd moeilijk. Alsof je eigen lichaam even niet meer functioneert.”

Vertel je aan Cézanne veel over Boris?

“Ze weet wie hij is en herkent hem op foto’s. Dan zegt ze dat hij bij de maan woont. De vriendin van Boris – ze waren zes jaar samen – heeft zijn rol van peter overgenomen. Zij is nu meter van Cézanne.”

Op sociale media sprak je je steun uit voor Julie Van Espen. Vanwaar komt die verbondenheid?

“Julie is afkomstig uit de omgeving waar ik met mijn moeder gewoond heb. Ze heeft dezelfde leeftijd als mijn zusje, die dertien jaar jonger is. Ze kenden elkaar van zien en hadden gemeenschappelijke vrienden. Het was ook zo random: dat meisje zat op haar fiets, werd er afgetrokken en vermoord. Dat is zo van de pot gerukt. In mijn ogen is de maatschappij ook in die zaak tekortgeschoten en dat maakte dat ik me erg verbonden voelde.”

Sinds Julie Van Espen is er veel aandacht voor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Is dat iets waar jij als model/actrice ook al mee te maken hebt ­gehad?

“Nooit op een set, maar toen ik jonger was heb ik wel meegemaakt dat ik werd tegengehouden op mijn fiets door jongens die te veel gedronken hadden. Ik kom uit de Dutroux-generatie. Ik weet nog hoe mama me altijd het advies gaf om eens goed in mijn neus te peuteren als ik naar huis reed en mannen kruiste, of mijn tong in mijn mond moest bewegen. Dan zouden ze me niet aantrekkelijk vinden. Met die raad ben ik groot geworden en eigenlijk is dat heel erg. Het is goed dat er meer bewustzijn over is en dat vrouwen stop zeggen.”

Moet je ook niet stop zeggen als je slachtoffer wordt van zwangerschapsdiscriminatie?

“Ik heb daarover getwijfeld. Het probleem was dat ik die mensen ook kende. Vrienden vroegen om begrip te hebben. Ze zeiden: ‘Ja, maar je snapt dat toch. Als ze je aanwerven, zou je enkele maanden later al met zwangerschapsverlof moeten gaan.’ Ze vroegen of ik niet hetzelfde zou doen in mijn keramiekatelier. Nee dus. Ik vond het allemaal heel erg fout, maar wat zou ik eruit halen als ik een procedure zou starten? Een schadevergoeding? Dat wilde ik niet. Ik wilde die strijd niet voeren. Ik wilde vooruitgaan.”

Hoop je dat Dertigers een opstapje kan zijn voor meer acteerwerk?

“Uiteraard. Ik zou liegen als ik zei dat het niet zo was. Maar ik probeer mijn voeten op de grond te houden. Voor hetzelfde geld komt er geen andere rol. Maar ik zou al heel blij zijn als ik eens sneller op ­auditie zou mogen komen.”

Welke regisseur mag je bellen?

“Eigenlijk mag iedereen me bellen (lacht), maar als ik mag kiezen dan liefst Wouter Bouvijn, Jeroen Perceval of Felix van Groeningen. Ik zou wel extreem zenuwachtig zijn en allicht weer in trilmodus gaan als ik bij hen auditie moest doen. Dat is iets heel geks: als ik erg zenuwachtig ben, begint mijn gezicht te trillen. Ik had het ook tijdens mijn auditie voor Dertigers. Toen heb ik me moeten omdraaien: komaan Carmen, herpak je. Een keer had ik het ook tijdens een opname. Ik heb sowieso nog veel te leren, en ik hoop dat ik ook de kans krijg om hierin verder te groeien.”

Dertigers is een kijkcijferhit. Schrikt de ­bekend­heid die daarbij hoort je af?

“Het schrikt me niet af, maar ik ben er zeker niet naar op zoek. Zo zal ik nooit met mijn kinderen in een roddelboekje poseren. Maar ik laat het op me afkomen. Tot nu toe valt het alvast mee. Ik werd nog niet aangesproken op straat. Die gezichtsmaskers zijn dan toch ergens goed voor.”

Dertigers, van maandag tot donderdag op Eén en integraal op VRT NU.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234