Vrijdag 03/02/2023

AchtergrondMuziek en literatuur

Van heimwee naar Hollywood tot een pleidooi voor polygamie: Bob Dylans eigenzinnige analyse van 66 songs

null Beeld rv
Beeld rv

Zes jaar na zijn omstreden Nobelprijs heeft Bob Dylan een nieuw boek. Geen vervolg op zijn achttien jaar oude, leugenachtige biografie Chronicles, Volume One maar wel een waarin hij grasduint door de muziekgeschiedenis. Wat Dylan wil bereiken met The Philosophy of Modern Song? Geen idee, maar wat kan hij goed vertellen.

Ewoud Ceulemans

“In de muziek is het niet zo dat extra kennis je helpt mysteries te ontrafelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat je minder van muziek gaat begrijpen naarmate je meer studie maakt van het onderwerp. Stel dat je twee mensen hebt. De ene bestudeert de rol van het contrapunt in de muziek. De ander huilt als hij of zij een droevig liedje hoort. Welke van deze twee mensen ‘begrijpt’ muziek beter?”

Zo schrijft Bob Dylan in The Philosophy of Modern Song, zijn nieuwe boek. Hij lijkt er ook het opzet van zijn boek in te ondergraven, want werd dit door uitgeverij Simon & Schuster niet aangekondigd als een “masterclass in the art and craft of songwriting”? Niet dus. Dylan is meer de tweede persoon in zijn gedachteoefening: hij weet vast wel het een en ander over composities en technische details als contrapunt, maar in de 66 hoofdstukjes, gewijd aan evenzoveel songs die voor de 81-jarige muzieklegende iets hebben betekend, lijkt het vooral te gaan over wat die songs losmaken.

Nu en dan waagt hij zich wel aan een technische bespiegeling – “De gitarist klinkt als Luther Perkins die op een Gibson Les Paul speelt in plaats van zijn gebruikelijke Fender”, bedenkt hij zich bij Jimmy Wages’ ‘Take Me From This Garden of Evil’ – maar zulke opmerkingen zijn eerder uitzondering dan regel. “Het gaat erom wat een liedje je laat voelen over je eigen leven”, beweert hij stellig in een stukje over Elvis Costello’s ‘Pump It Up’. Het is het dichtste dat Dylan bij een intentieverklaring komt: er is geen inleiding, geen woordje uitleg over waarom hij dit boek heeft geschreven. Enkel een dankwoord waarin “iedereen van Dunkin’ Donuts” een bloemetje krijgt toegeworpen.

‘Pump It Up’ is een nummer met “een fikse scheut ‘Subterranean Homesick Blues’”, stelt hij ook vast, maar dat is een zeldzame verwijzing naar Dylans eigen oeuvre. Geen enkele van zijn eigen songs is het voorwerp van de soms onnavolgbare gedachten die hij in The Philosophy of Modern Song formuleert, en ook andere legendarische songschrijvers – Bruce Springsteen, Tom Waits, Nick Cave, Mick Jagger en Keith Richards of John Lennon en Paul McCartney – blinken uit in afwezigheid. Macca staat wel ter illustratie afgebeeld op een foto bij een gokmachine, in het stukje dat gewijd wordt aan ‘Viva Las Vegas’ van Elvis Presley.

Samen met de immer aanwezig Frank Sinatra lijkt Elvis de maat der dingen voor Dylan. Zijn selectie van songs begint in 1924 (‘Keep My Skillet Good and Greasy’ van Uncle Dave Macon) en eindigt in 2004 (‘Nelly Was a Lady’ van Alvin Youngblood Heart), en nu en dan knipoogt hij zelfs naar de hiphop van Jay-Z of Snoop Dogg, maar het zwaartepunt ligt op de jaren 40, 50 en 60, de decennia waarin Dylan opgroeide. Zangers als Bobby Darin en Carl Perkins krijgen complimenten, maar tussen de regels door voel je dat Elvis en Sinatra voor Dylan de grootsten blijven. Over ‘Blue Suede Shoes’ – geschreven door Perkins, maar groot gemaakt door Elvis – besluit hij: “Carl schreef dit nummer. Maar als Elvis nog leefde, zou hij degene zijn met een deal met Nike.”

Polygamie

Dylans analyses beginnen vaak met een vrije interpretatie van de tekst, waarin zijn eigen fantasie de gaten opvult die de songschrijvers in het rijmschema lieten vallen. Vervolgens dwaalt zijn bizarre maar meeslepende stream of consciousness af naar onderwerpen die soms heel expliciet en soms slechts rakelings iets met de songs van doen hebben. Via Nina Simones ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ komt hij terecht in de ontstaansgeschiedenis van het Esperanto, en The Drifters’ ‘Saturday Night at the Movies’ is vooral een excuus om te zeggen dat de hoogdagen van Hollywood voorbij zijn. (De sequels en remakes van tegenwoordig zijn vaak “niet eens goed genoeg om mensen ervan te overtuigen dat ze hun woonkamer moeten verlaten om te komen kijken”.)

Het gekst – en het interessantst – wordt het wanneer ‘Cheaper To Keep Her’ van Johnnie Taylor het bedje wordt waarin Dylan een rant over het huwelijk en vooral over de daarbij horende echtscheidingsindustrie te slapen legt. Dylan – twee keer getrouwd en even vaak gescheiden – springt maar meteen naar een pleidooi voor polygamie, in alle mogelijke vormen. “Leef je maar uit, dames. Er moet een nieuw glazen plafond worden verbrijzeld.”

Het gaat te ver om te besluiten dat The Philosophy of Modern Song een vervolg is op zijn niet al te waarheidsgetrouwe autobiografie Chronicles, Volume 1 (2004), maar omdat het erom gaat “wat een liedje je doet voelen over je eigen leven”, zullen fans en ‘dylanologen’ tussen de lijnen door vast wel wat lezen over ’s mans leven en werk. Duidelijkheid schept hij nooit, maar dat kun je ook niet verwachten van een artiest die al zestig jaar handelt in onvoorspelbaarheid en paradoxen. Of, zoals Dylan zich bedenkt bij Marty Robbins’ ‘El Paso’: “Het nummer zegt nauwelijks iets wat je kunt begrijpen, maar als je signalen en symbolen en vormen erbij betrekt, zegt het nauwelijks iets wat je niet begrijpt.”

null Beeld Bob Dylan
Beeld Bob Dylan

Bob Dylan, The Philosophy of Modern Song (vertaald door Robert Neugarten), Spectrum, 352 pag., €29,99

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234