Woensdag 11/12/2019

Dans

Van De Keersmaeker tot Cherkaoui: ook 'The New York Times' kent onze dansers

Anne Teresa De Keersmaeker. Beeld AFP

Iedereen kent de Antwerpse Zes, de ontwerpers die Belgische mode op de kaart zetten. Maar wist u dat er in de dans ook zoiets bestaat als de Belgische Vijf, of dat Brussel zowat de belangrijkste dansstad is in Europa? Maar: "Opletten dat we niet teren op oude successen." 

Om de vergelijking aan te houden: als Antwerpen de belangrijkste modestad van het land is, dan is Brussel de belangrijkste dansstad van Europa. Goed, Brussel deelt die eer met Berlijn, maar toch: wereldwijd staan wij bekend als een land van dansers, en wereldwijd zijn onze gezelschappen graag geziene gasten op festivals.

Als Dries Van Noten en Raf Simons vandaag onze modieuze uithangborden zijn, dan mogen we Anne Teresa De Keersmaeker, Sidi Larbi Cherkaoui, Wim Vandekeybus, Alain Platel en Meg Stuart hun dansende evenknieën noemen. 

Roslyn Sulcas, dansrecensente van
The New York Times: "Ik hoef op mijn redactie echt niet uit te leggen wie De Keersmaeker en Cherkaoui zijn, of waarom ze belangrijk zijn." En als zij audities organiseren, stappen wereldwijd dansers het vliegtuig op. 

Vanuit het buitenland vallen hier vaak uitnodigingen in de bus. Zo dansten Belgische producties ruim 300 keer in Frankrijk tijdens het seizoen van 2016-2017, 41 keer in Groot-Brittannië of 22 keer in de Verenigde Staten, zo blijkt uit cijfers van Kunstenpunt. 

Patrick Dewael

Het was in de jaren 80 dat hier een golf van succesvolle choreografen opstond, à la De Keersmaeker. "Het gezelschap van destijds is nog steeds bezig, en ondertussen is de dansscene nog groter, breder en diverser geworden", vertelt Joris Janssens van Kunstenpunt. 

Met dank aan, jawel, Patrick Dewael, die toen Vlaams cultuurminister was en onder meer het Kunstendecreet installeerde. "De politiek heeft die dynamiek toen goed opgepikt", vertelt Janssens. 

Sidi Larbi Cherkaoui. Beeld Joris Casaer

"De danswereld kreeg de kans om zelfstandig en van onderuit te groeien. Andere landen hamerden op zichtbaarheid of rendement en dan krijg je gezelschappen die te veel op safe spelen. Wij kregen een vernieuwende dansscene van hoog niveau die internationaal goed in de gaten wordt gehouden." 

Naast de A-listers is ook Lisbeth Gruwez een belangrijke naam, net als Jan Martens. "Vergeet ook niet dat Jan Fabre destijds een belangrijke pionier was, en Needcompany", weet Samme Raeymaekers. Hij kent de internationale danswereld goed als artistiek directeur van het Concert Gebouw Brugge en het dansfestival December Dans, en gaat het Dansens Hus in Oslo leiden. 

"Toen de grote namen opkwamen, was cultuur net een Vlaamse bevoegdheid geworden. Er was veel geld en via subsidies werd flink geïnvesteerd in buitenlandse tournees. Ook dat heeft ons danslandschap internationaal op de kaart gezet", vertelt hij. "Ook opvallend is ons sterk publiek. De liefhebbers hier zien veel voorstellingen en zijn heel kritisch." 

Nomadisch

Recensente Sulcas zegt: "Er is niet één woord of kenmerk waarmee je de Belgische dans kunt vatten, maar ik zie veel openheid en zin voor exploratie." En diversiteit: terwijl onze dansers en choreografen de wereld rondreizen om te werken, vind je in onze compagnies allerlei nationaliteiten terug. Raeymaekers: "De danswereld is een van de meest nomadische kunsttakken." 

Die aantrekkingskracht is dus het sterkst in Brussel.
 Meg Stuart, van oorsprong een Amerikaanse maar al jaren actief in onze hoofdstad, is daarvan het bekendste voorbeeld. Brussel is relatief goedkoop om te wonen – niet onbelangrijk – en rond instellingen als Kaaitheater en Beursschouwburg heeft zich een uitzonderlijk stevig dansnetwerk ontwikkeld.

En vergeet natuurlijk ook niet P.A.R.T.S., de Brusselse dansschool van De Keersmaeker. "Ik schrijf toch erg vaak over dansers die bij P.A.R.T.S. gestudeerd hebben", zegt Sulcas. "Ik weet niet of er elders een school bestaat die even belangrijk is in de hedendaagse dans. Julliard misschien, in New York." 

Toch één kanttekening hier. Terwijl andere landen hun eigen dansscene promoten met internationale dansplatformen, doen wij dat niet. "Misschien denken we dat we het niet nodig hebben omdat we al bekend staan om onze kwaliteit?", oppert Raeymaekers. "Maar we moeten opletten dat we niet te zeer teren op onze oude successen. Ik zie toch dat buitenlandse collega's soms de nieuwe golf aan het missen zijn." 

Lisbeth Gruwez. Beeld RV - Thibault Montamat & Didier Olivré
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234