Zondag 26/06/2022

BoekrecensieJosé Luis Gonzalez

Van Cornwall tot Polynesië: reis rond de wereld langs vuurtorens vol verhalen

null Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld
Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld

U zoekt een originele zomervakantie? Ga op expeditie met de Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld. Daarin delft de Spaanse vormgever José Luis Gonzalez ­Macias avontuurlijke en macabere verhalen op over deze ‘onmogelijke bouwwerken’.

Dirk Leyman

Pharofilie. Het lijkt de naam voor een ietwat onfrisse afwijking in de seksuele sfeer. Niets is minder waar. Het is juist een teder, van romantiek doordrongen verlangen. Een verlangen naar vaak ranke en statige, maar evengoed stoere en stevige bouwsels. Pharofilie, zo heet de ongeneeslijke, melancholische passie voor vuurtorens. Lichtbakens die op rotspunten, eilandjes en kliffen de scheepvaart door woelige wateren plachten te leiden en hun geheimzinnige maar geruststellende stralenschitteringen rondstrooien.

Pharofilie verwijst naar het eiland Pharos, gelegen voor de kust van het Egyptische Alexandrië, waar de eerste vuurtoren ooit werd opgetrokken, zo’n drie eeuwen voor Christus door Sostratos van Knidos. Met zijn 130 meter was het wellicht de hoogste ooit, geboekstaafd als een van de klassieke zeven wereldwonderen, tot hij vanaf 956 na Chr. bij diverse aardbevingen grotendeels in zee stortte.

Vuurtorens blijven hevig tot de verbeelding spreken. Als personificaties van eenzaamheid voeden ze volop onze sehnsucht, in confrontatie met de ruigste natuurelementen. Ze zijn brandpunten van avontuurlijke, soms bloedstollende verhalen, over ruwe bonken die maanden of zelfs jaren van isolement doorstonden en dat regelmatig met hun leven bekochten.

Toch zijn vuurtorens in de eerste plaats safekeepers. “Het Engelse lighthouse betekent letterlijk ‘huis van het licht’ en een vuurtoren herbergt en beschermt het licht niet alleen, het zet het ook om in taal. Zijn licht praat”, merkte de Mexicaanse Jazmina Barrera spitsvondig op in haar mooie rêverie Vuurtorenberichten (2021).

null Beeld Rv
Beeld Rv

Ook de Spaanse vormgever en illustrator José Luis Gonzalez Macias – nochtans een onvervalste land­rot – zwicht keer op keer voor deze maritieme ijkpunten, die hij als “zieltogende wezens” en “onmogelijke bouwwerken” typeert. In zijn zopas vertaalde Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld schenkt hij hen een liefdevolle ode, waarbij cartografie, tekeningen en anekdotiek sierlijk in elkaar overvloeien. Met zijn gracieuze, rood-witte rugband werd zijn atlas door het Spaanse ministerie van Cultuur in 2020 uitverkoren tot fraaiste Spaanse boek.

Instagram-plaatjes

Kras is dat Gonzalez Macias geen enkele van zijn vierendertig onherbergzame, over de hele aardbol verspreide vuurtorens zélf bezocht. Maar deed de Franse schrijver Jules Verne niet hetzelfde? Voor zijn beroemde Le phare du bout du monde (1905) zette hij nooit een voet op het Stateneiland in Argentinië. Net als Verne wil Gonzales Macias vuurtorens oproepen voor zijn geestesoog en literaire referenties laten echoën.

Vuurtorens zijn inderdaad gefundenes schrijvers-­Fressen. Denk alleen nog maar aan Edgar Allan Poe’s onafgewerkte laatste verhaal The Lighthouse (1849), Patrick McGraths The Wreck of the Aurora (2014) en aan To the Lighthouse (1927) van Virginia Woolf, wier handtekening als 10-jarige uit het gastenboek van de Godrevy-vuurtoren (bij Cornwall) ooit is geveild voor dik 10.000 pond (12.000 euro).

Nu bewijzen vuurtorens uitstekende diensten als Instagram-plaatje, liefst met hoog optorenende stormkoppen en attractief vlokschuim. Wie heeft op reis in Groot-Brittannië of Bretagne nooit gehengeld naar het perfecte camera­perspectief voor de vuurtoren van La Jument, ­Ar-Men of Longstone, languit op de buik liggend op een klif of balancerend op glibberige rots­punten?

Toch kijkt Gonzalez Macias voorbij die idyllische taferelen. Want, betoogt hij, vuurtorens krijgen het zwaar te verduren. Geleidelijk doven de lichtbundels en de meeste nog bestaande vuurtorens zijn geautomatiseerd. Sommige – op uiterst precair bereikbare locaties – staan te verkommeren tot ruïnes, ten prooi aan waaghalzerige abandoned places-­fanaten. Ze worden overbodiger: “Schepen kunnen het inmiddels zonder hun romantische bescherming stellen en intussen zijn er nieuwe gidsen bijgekomen – ruimtesatellieten, navigatiesystemen met gps, sonars, radars – waardoor je zou vergeten dat vuurtorens voor veel, veelal anonieme mannen en vrouwen een woning en werkplek zijn geweest”, schrijft Gonzalez Macias. Ze zijn residu’s van een tijdperk waarin “het technische en het heldhaftige” nauw met elkaar verbonden waren. Is vuurtorenwachter een met uitsterven bedreigd beroep?

Ongehoord stabiel

Gonzalez Macias, die als jongen al bezeten was door kaarten en atlassen, werd voorgoed een pharofiel toen hij het verhaal ‘De misthoorn’ (1951) van Ray Bradbury las. Daarin geeft een zeemonster gehoor aan de roep van een vuurtoren om hem te omhelzen. Gewillig laat je je meeslepen op Gonzalez Macias’ ‘imaginaire reis’, waarin blinde vuurtorenwachters of vermetele bouwers de boventoon voeren, zoals de grootvader van Schateiland-auteur Robert Louis Stevenson. Vijftig jaar stond die aan het hoofd van de Northern Lighthouse Board en aan de wieg van de beroemde Bell Rock Lighthouse (1811), “de oudste in zee gebouwde vuurtoren die nog overeind staat” én immer actief is.

null Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld
Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld

Zijn exploratie trapt Gonzalez Macias af in, jawel, de Oekraïne waar de merkwaardige, ranke staalconstructie van Sovjet­architect Vladimir Sjoetsjov, gebouwd tussen 1908 en 1911, nog steeds werkzaam is. De vuurtoren van Adziogol is een superieur bouwsel “gevlochten als een rieten mand”, “met honderden openingen waar de wind doorheen kan waaien”, maar met zijn 64 meter toch ongehoord stabiel. En wist u dat er in de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog vuurtorens bestonden die op radio­actief restmateriaal licht gaven? Zo staat op het Russische eiland Sachalin de Aniva-vuurtoren sinds vijftien jaar zielloos te verkommeren. Maar de thermo-elektrische isotopengeneratoren zouden nog steeds radioactieve straling bevatten, al wuift de overheid dat weg.

Morbide reputatie

Natuurlijk zijn de Franse en de Britse kusten een paradijs voor pharofielen, als epicentra voor vervlogen heroïek. Denk maar aan de vijf versies van de beroemde Eddystone-vuurtoren van Henry Winstanley, in het Nauw van Calais, waarvan de eerste elegante toren “geschikter als decoratie van een poppenhuis dan als baken om een ruwe zee te trotseren” was. Toch staat er nog altijd één bijzonder exemplaar.

In deze toren riep een verwarde en gewapende man zich uit tot koning van het Frans-Polynesische eiland Clipperton. Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld
In deze toren riep een verwarde en gewapende man zich uit tot koning van het Frans-Polynesische eiland Clipperton.Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld

Turbulent is de saga rondom de vuurtoren van Smalls, nabij de kliffen van Pembrokeshire in Wales, die een morbide reputatie meesleept, onlangs nog gemythologiseerd door regisseur Robert Eggers in zijn bejubelde zwart-witfilm The Lighthouse (2019). Daar raakten in 1801 twee ruziënde vuurtorenwachters, Thomas Howell en Thomas Griffith, tijdens een vier maanden durende storm volledig op elkaar aangewezen. Elke hulp was onmogelijk, maar de vuurtoren bleef licht geven. Tot Griffith overleed en Howell een geïmproviseerde doodskist maakte in het torenplatform. Toen de stank van ontbinding niet langer te harden was, bevestigde hij touwen aan de kist en hing deze buiten. De wind deed zijn werk: “Als een acrobaat bleef Griffith in de touwen hangen, met zijn lichaam half uit de doodskist”. De onherkenbare Howell overleefde de nachtmerrie, maar hoe Griffith omkwam, is nooit opgehelderd.

Al even mysterieus zijn de gebeurtenissen op de vuurtoren van de Flannan Isles, een archipel op de Schotse Buiten-Hebriden, waar Emma Stonex in haar geprezen debuut De lichtwachters (2021) mee aan de slag ging. In 1900 verdwenen daar drie vuurtorenwachters. De aflossers van dienst stuitten “op beslapen bedden en volle borden op tafel en een omgevallen stoel”. En een stilgevallen klok die half acht aangaf.

Onherbergzaamheid en bar isolement zijn schering en inslag in dit compendium. Gonzales Macias benadrukt hoezeer vuurtorens, eilanden en gevangenissen “op een sombere manier met elkaar verbonden” raakten. Zo is er de vuurtoren van Robbeneiland, waar Nelson Mandela’s cel zich nabij situeerde en waarvan hij het knipperende schijnsel in tekeningen vastlegde. Op Maatsuyker, een rots­eiland voor Tasmanië, waren postduiven vanaf de vuurtoren in 1891 “de enige manier om in noodgevallen met de buitenwereld in contact te komen”.

En zo wemelt het van de zonderlinge legendes en excentriekelingen in deze vuurtorenparade. We lezen over de schuwe vuurtorenwachter Victoriano Alvarez, bij wie de waanzin toesloeg. Hij verschanste zich in 1915 met een geweer in zijn vuurtoren van het Frans-Polynesische eiland Clipperton en riep zich tot koning uit. Op dit schaars bevolkte, door orkanen en krabben geteisterde eiland voerde hij vervolgens een terreurbewind en dwong de vrouwen tot (seksuele) slavernij. Tot hij na twee jaar met messen en hamers werd vermoord. Het eiland werd ontzet en is nooit meer bewoond.

In de vuurtoren van Cabo Blanco – op het Argentijnse Puerto Deseado – bevond zich in de jaren vijftig een fanatiek typende vuurtorenwachter, die ooit “ineengekrompen van de pijn” boven zijn schrijfmachine werd aangetroffen door een collega. Een paar tellen later overleed hij.

null Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld
Beeld Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld

Blind maar bekwaam

Nog onthutsender is het verhaal over ene Bagrentsev, blind geworden vuurtorenwachter van Svjatonosski op Moermansk, begin twintigste eeuw. “Zelfs nu hij blind is toont Bagrentsev zich oprecht toegewijd aan zijn werk en bijzonder vaardig in het uitoefenen van zijn beroep”, stelde de Russische Dienst der Hydrografie vast. Achttien jaar – weliswaar geassisteerd – tekende hij paraat, tot de Russische Revolutie uitbrak.

Gonzales Macias’ Atlas van vuurtorens aan het eind van de wereld past netjes in een stilaan uitgekauwde hype met oogstrelende boeken rond eenzame, verbeelde plekken of merkwaardige verre eilanden, voorzien van cartografische extra’s. Ooit zette Judith Schalansky de toon met haar onovertroffen Atlas van afgelegen eilanden (2009). Gonzales Macias schrijft lang zo goed niet, een tikje stroef soms.

Toch flikte hij zijn huiswerk, zij het iets te zeer leunend op Wikipedia-kennis. Vooral zijn uitgepuurde en toch warme tekeningen en illustraties zijn aanlokkelijk: hij maakt elke vuurtoren bijna fysiek tastbaar. En stimuleert ons tot verdere exploratie naar hun eeuwig wonderlijke metamorfoses. Of zoals Jazmina Barrera schrijft: “Vanuit de verte lijkt [een vuurtoren] op een nietige reddingsboei. Van dichtbij, heel dichtbij, laat de grootte zich gelden en lijkt hij op zijn oorsprong als tempel, toren en huis van het licht.”

José Luis Gonzalez Macias, Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld. Een literaire reis langs de meest afgelegen vuurtorens op aarde, Meulenhoff, 154 p., 22,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234