Woensdag 17/08/2022

OverzichtMuziek

Van Arcade Fire en PJ Harvey tot dEUS: zij maakten de beste debuutplaten aller tijden

null Beeld DM
Beeld DM

Terwijl sommige muzikantencarrières het vooral van een lange adem moeten hebben, schieten andere met vuurwerk en scheurende banden uit de startblokken. Welke band of bard zette ooit de indrukwekkendste eerste stapjes? We zochten samen met een keure aan professionele muzikale beginners naar de strafste debuutplaten sinds de uitvinding van de popmuziek.

Frederick Vandromme en Gert Van Nieuwenhove

40. Parquet Courts: ‘Light Up Gold’ (2012)

Laat u niet misleiden door de stierenrijder op de hoes, die country uitwasemt. Denk liever aan de tempowisselingen van Wire, de achteloze cool van The Strokes en de fuck you-vriendelijkheid van Television. Begrijp dat dit ondanks – nee, dankzij – het gebrek aan originaliteit een spectaculair debuut is voor wie vindt dat Minutemen de beste groep van de jaren 80 was.

39. The Streets: ‘Original Pirate Material’ (2002)

Kristof Michiels (DJ 4T4): “Twintig jaar geleden was mainstreamhiphop ofwel halve r&b ofwel partyrap à la Dr. Dre. Ook uit de underground kwam weinig vernieuwing. Maar toen verscheen Original Pirate Material, een plaat die klonk alsof Mike Skinner hem in zijn slaapkamer met spuug aaneen had geplakt. Hij werkt vooral als geheel – vorige week hoorde ik opener ‘Turn the Page’ op de radio, en het stoorde me bijna dat ‘Has It Come to This?’ niet meteen erna werd gedraaid. Skinner heeft maar één plaat gemaakt die zo puur was. Vanaf de tweede was het al naar de vaantjes.”

38. The Avalanches: ‘Since I Left You’ (2000)

Van top tot teen uit bestaande geluiden gemaakte collage, bijwijlen lichtjes onnozel, aldoor bijzonder aanstekelijk. Sommige ultrakorte samples zullen we wellicht nooit kunnen identificeren, die van ‘Stool Pigeon’ van Kid Creole & The Coconuts halen we er altijd uit. Wel een beetje raar: in 2000 deed deze plaat nogal druk, vandaag ontspant ze ons.

37. Goat: ‘World Music’ (2012)

Stefanie Mannaerts (drumt en zingt bij Brutus): “Mijn fascinatie voor etnische muziek is begonnen met de soundtrack van Gladiator, toen ik nog heel jong was. Maar wat de Zweden van Goat op hun eerste plaat doen, had ik nog nooit gehoord. Ze noemen het soms smalend ‘sjamanenmuziek’, maar ik hoor vooral goede melodieën, fantastische zangeressen en een altijd strakke groove. Live, wanneer ze zich verstoppen achter maskers en hullen in een mysterieuze sfeer, is het nog beter.”

36. Billie Eilish: ‘When We All Fall Asleep, Where Do We Go?’ (2019)

Voldragen popgoth, van het getalenteerdste broer-zuspaar sinds Karen en Richard Carpenter. Tevens een bodemloze graal voor fans van de hard-zachtcombinatie van gefluisterde doowop en trap-beats.

35. Jeff Buckley: ‘Grace’ (1994)

Eén late start (negen maanden na de release trok single ‘Last Goodbye’ plots de aandacht), één Leonard Cohen-cover en twee gouden longen, die drie jaar later vol water zouden lopen tijdens een fatale zwempartij in Wolf River Harbor, een zijarm van de Mississippi. Grace is de plaat die David Bowie had meegenomen naar een verlaten eiland, als hij er bij leven en welzijn maar één had mogen kiezen.

34. Curtis Mayfield: ‘Curtis’ (1970)

Ook na zijn closeharmonyperiode bij The Impressions bleef Curtis Mayfield aan de gematigde kant van Martin Luther King staan. Oversteken richting Malcolm X en de Black Panthers hoefde niet: Mayfield was al z’n eigen losgeslagen projectiel. Opener ‘(Don’t Worry) If There’s a Hell Below, We’re All Going to Go’ is één van de donkerste funksongs ooit. En dan moet het hartverscheurende realisme van ‘We the People Who Are Darker Than Blue’ en ‘The Other Side of Town’ nog komen.

33. Deftones: ‘Adrenaline’ (1995)

Peter Mulders (speelt gitaar bij Brutus): “Op mijn 14de vond ik Limp Bizkit en Korn wel cool, maar alleen Deftones combineerde de power van die ninetiesmetal met echte melodieën. En niemand zong zoals Chino Moreno. Voor wie Adrenaline nog niet kent: begin bij ‘Root’, met die simpele maar straffe riff, die ik zelf nog op bijna elke soundcheck speel.”

32. The Stone Roses: ‘The Stone Roses’ (1989)

‘I Wanna Be Adored’, ‘She Bangs the Drums’, ‘I Am the Resurrection’, ‘Waterfall’: tijdloze, veelgelaagde, tegelijk coole en gevoelige zwijmelrock van de disfunctioneelste band uit West-Manchester. Ian Brown, John Squire, Reni en Mani hebben véél meer rockers beïnvloed dan alleen Richard Ashcroft en de Gallaghers.

31. Lorde: ‘Pure Heroine’ (2013)

Amber Piddington (brengt met Kids With Buns op 15 april debuut-ep ‘Waiting Room’ uit): “De soundtrack van mijn tienerjaren. Omdat ik er zo vaak naar heb geluisterd, maar ook omdat de songs mijn jeugd zo goed beschrijven. Lorde verwoordt perfect hoe het is om in een boring dorpje te wonen en tienermelodrama te beleven. Het ‘wij zijn anders’-gevoel van de Tumblr-generatie, zeg maar. Er zitten veel clichés in haar teksten, maar dan zó juist verwoord dat je begrijpt waarom het clichés geworden zijn. Beetje cynische plaat ook, met een mooi geluid. En een handjevol wereldhits, natuurlijk. Geschreven door een Nieuw-Zeelandse die toen amper 16 was: máf!”

30. Darkside: ‘Psychic’ (2013)

Nicolás Jaar en Dave Harrington versmelten krautrock, postrock, Pink Floyd-psychedelica, downtempo en techno tot een nagenoeg perfecte nachtplaat. Psychic blijft fascineren omdat de meeste tracks lichtjes uit balans lijken – ’t zijn muzikale puzzels waarin telkens een paar stukjes ontbreken. Zo blijf je luisteren en zoeken, opnieuw en opnieuw, tot je zélf die lege ruimte gaat invullen.

29. PJ Harvey: ‘Dry’ (1992)

We slaan het woordenboek open bij shee- la-na-gig: 1) Keltisch stenen beeldje van een vrouw met een overdreven grote vagina. 2) De gelijknamige song uit PJ Harveys debuut was in 1992 het eerste Engelse zacht/hard-antwoord op de grunge. Polly Harvey staat op Dry haar mannetje, neemt de bluts soms met de buil en vecht terug wanneer nodig. Mooie recente ode aan deze plaat uit eigen land: ‘Leave Me Dry’ van ILA.

28. Danzig: ‘Danzig’ (1988)

Andries Beckers (presenteert Staalhard op Willy): “Glenn Danzig had jaren eerder al een carrière bij The Misfits gehad: zwartgallige punkrock waaraan vele generaties goths zouden ontspruiten. Pas bij Danzig mengde hij rauwe blues én metal door zijn punk. Jim Morrison en Elvis Presley beïnvloedden zijn zangstijl. Hij ziet eruit als een karikatuur, als He-Man met een napoleoncomplex. Wie daar niet over valt, hoort een fantastische plaat.”

27. TC Matic: ‘TC Matic’ (1981)

Humo’s Marc Mijlemans omschreef het geluid van het ‘intrigerende en bijwijlen indrukwekkende debuut van de enige vaderlandse groep die met artistiek succes de grenzen van de rock verkent’ in ’81 treffend als ‘fabrieksfunk, brutale stadsgeluiden uit een harde, uitzichtloze wereld’. De laatste twee nummers vond hij de mooiste: ‘‘O la la la’, bekend van radio en tv, en ‘Pitié pour lui’, een existentiële kreet vanuit een ritmische jungle.’

26. Kendrick Lamar: ‘Section.80’ (2011)

Op de jazztrack ‘Ab-Soul’s Outro’ rapt Kendrick Lamar: ‘I’m not the next pop star, I’m not the next socially aware rapper/I am a human motherfucking being over dope-ass instrumentation.’ Lamar is eigenlijk wél een beetje popster in ‘A.D.H.D’ en ‘Ronald Reagan Era’: allebei catchy tunes, en wat een beschrijving van generatie Y! In het tweede deel kun je moeilijk naast zijn sociale bewustzijn luisteren: het is een indrukwekkend zoeken naar oplossingen en rode draden boven – jawel! – dope-ass instrumentation. Section.80 is niet Lamars beste, maar nergens komt zijn signature sound beter uit de verf.

25. FKA Twigs: ‘LP1’ (2014)

Indrukwekkende spagaat tussen Beyoncé en Tricky of tussen Björk en The Weeknd. ‘Ook weirdo’s kunnen sexy zijn’ – aldus Tahliah Barnett alias FKA Twigs.

24. dEUS: ‘Worst Case Scenario’ (1994)

Robin Borghgraef (zingt en speelt gitaar bij Sons): “Worst Case Scenario was mijn eerste kennismaking met rock – mijn vader was een serieuze dEUS-fan. Er staat veel zot gitaarwerk op. Wat Tom Barman en co. met rock deden, lag allesbehalve voor de hand – maar de nummers blijven na al die jaren moeiteloos overeind.”

23. Tom Waits: ‘Closing Time’ (1973)

‘Hello, hello there, is this Martha?/This is old Tom Frost/And I’m calling long distance/Don’t worry ’bout the cost’. Een oude man belt naar zijn oude vlam, begeleid door een ouderwetse piano, en het komt eruit als een popsong. In ‘I Hope That I Don’t Fall In Love With You’ durft de ik-figuur de vrouw in de bar niet aan te spreken, en via de trompet van ‘Midnight Lullaby’ zit de sentimentele kroegtijger al in de sfeer van afsluiter ‘Closing Time’ – denk Randy Newman, George Gershwin, Chet Baker en cafés blauw van de sigarettenrook.

22. The Smiths: ‘The Smiths’ (1984)

The White Stripes debuteerden met The White Stripes, Violent Femmes met Violent Femmes, Gorillaz met Gorillaz. In deze lijst alleen al staan 21 titelloze debuten. Velen – ook The Smiths zelf – vinden The Smiths slecht geproducet: daar hebben wij dan al die jaren, van ‘Reel Around the Fountain’ tot het pakkende ‘Suffer Little Children’, vakkundig naast geluisterd. Heerlijke jinglejanglegitaar, troebele bas, de drummer efficiënt in de trage en stuwend in de kwiekere songs, de gevatte zanger die al eens naar een waanzinnige falset schakelt – en ermee wegkomt.

21. Massive Attack: ‘Blue Lines’ (1991)

Zonder ‘Unfinished Sympathy’ was soul misschien wel altijd in de jaren 70 blijven steken. ‘Hymn of the Big Wheel’ neigt naar wereldmuziek op de wijze van Youssou N’Dour. Er is ook jarentachtigfunk, poppy jazz en veel geflirt met dub en reggae. Maar bovenal is Blue Lines de wieg van wat ze ook buiten Bristol triphop zijn gaan noemen. Daddy G: ‘Ik hoor vooral gestripte, laidbacke hiphop. Bedoeld voor de after-after-clubs, waar de mensen komen die na het uitgaan weer willen leren hoe ze moeten ademhalen.’ Zonder Blue Lines hadden ook platen 17, 15 en 8 van deze lijst niet bestaan. Of op zijn minst veel slechter geklonken.

20. Pearl Jam: ‘Ten’ (1991)

Ten wordt bevolkt door (meestal jonge) slachtoffers van het moderne Amerika, of ze nu een gebroken hart torsen (‘Black’), moorden (‘Once’), thuisloos zijn (‘Even Flow’), crazy (‘Why Go’) of misbruikt (‘Jeremy’). En met zijn spervuur van doorleefde emoties lijkt Eddie Vedder – ‘Pavarotti die Michael Stipe doet’, vond Melody Maker – wel hun wraakengel. Ten is een viersterrenverzameling powerrock van het ‘eerst slaan en dan praten’-type.

19. Black Sabbath: ‘Black Sabbath’ (1970)

Piddington: “Niet eens mijn favoriete Sabbath, wel een mijlpaal. Ik geloof graag dat dit dé start van de heavy metal was. Supertoevallig, bovendien: gitarist Tony Iommi had in de fabriek enkele vingertoppen verloren, waarna hij zijn instrument bespeelde met zelfgemaakte vingerhoedjes – daar komt dat scheurende, bijna boze gitaargeluid dus vandaan. Mijn favoriet is de openings- en titeltrack: ‘Black Sabbath’ op Black Sabbath van Black Sabbath. Een nummer met tritones of overmatige kwarten, waardoor het extra onheilspellend klinkt.”

18. Nick Drake: ‘Five Leaves Left’ (1969)

Nick Drake kreeg tijdens zijn korte leven niet veel applaus, ging opnieuw bij zijn moeder wonen en stierf aan een overdosis antidepressiva. Maar in ‘Day Is Done’, ‘Three Hours’ en tussen de conga’s van ‘Cello Song’ hoor je een rijzige jongeman die overloopt van ambitie. Hij zal een debuutplaat maken die weergaloos tijdloos is. Ze zou in 2022 alleen anders heten: in pakjes Rizla zit geen geel sigarettenvloeitje meer met daarop, in rode waarschuwingsletters, Only five leaves left. (‘10 papers left’ is het nu.)

17. DJ Shadow: ‘Endtroducing…..’ (1996)

Tim Vanhamel (brengt met Comité Hypnotisé op 1 april ‘Hiking the Trails of Mount Muzak’ uit): “Eind jaren 90 was er, onder meer dankzij het label Mo’ Wax van James Lavelle, een revival van muziek waarin dance, psychedelica en instrumentale breaks samenkomen. DJ Shadow was de juiste artiest op het juiste moment. Tegenwoordig wordt dit soort samplecollages met computers gemaakt, toen was het een puzzel die je met de hand moest leggen. Bijna moderne kunst, gemaakt met één been respectvol in het verleden.”

16. Sade: ‘Diamond Life’ (1984)

In ‘Smooth Operator’ en ‘Frankie’s First Affair’ lopen stijlvolle hartenbrekers rond, maar wij vallen het meest voor Sade Adu’s lichtjes schorre stem, waarmee ze in ‘Your Love Is King’ eerst ‘You’re making me dance…’ zingt, en pas na een korte pauze ‘… inside’. Sade, die de meeste songs schreef met saxofonist Stuart Matthewman, liet nadrukkelijk weten pop te spelen en geen jazz. Zelfs het van Smokey Robinson geleende etiket is prachtig: quiet storm.

15. Burial: ‘Burial’ (2006)

Deze in de kantlijn van de wereld verdwenen Zuid-Londenaar maakt zijn beats met metalen staafjes begraven in vinylgekraak en geluiden van aansteker, regen en vuur. Daartussen Burials geheel eigen samplemix: onherkenbare Destiny’s Child, een sitarspeler en stemmetjes uit de game ‘Metal Gear Solid’. Check het wonderlijke ‘Forgive’, een spoedcursus ambient via flarden van grootmeesters Brian Eno (’An Ending (Ascent)’) en Aphex Twin (‘Stone in Focus’).

14. The Doors: ‘The Doors’ (1967)

Bram Vanparys (The Bony King of Nowhere): “Indrukwekkende plaat, elf waanzinnig goede songs. ‘Break on Through (To the Other Side)’, ‘The End’, ‘Soul Kitchen’, ‘Alabama Song (Whiskey Bar)’, ‘Light My Fire’: bijna alle classics van The Doors staan op hun debuut. Des te straffer als je weet dat die gasten prille twintigers waren. En wat een uniek geluid! Niemand klinkt als The Doors.”

13. De La Soul: ‘3 Feet High and Rising’ (1989)

Op YouTube kunt u ‘Pet Peppers’ vinden, een mash-up van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles en Pet Sounds van The Beach Boys. Zo’n mash-up zou je ook kunnen maken van Paul’s Boutique van Beastie Boys en deze 3 Feet High and Rising: allebei tjokvol samples zittende kwantumsprongen binnen de grote hiphopsaga. De La Soul rapt op 3 Feet in hun geheel eigen DeLaSouls, de samples kunnen van overal komen en de hits wisselen af met interludia à la ‘Okay, contestant number two, do you have the answers? – ‘No, no I don’t.’

12. The Jimi Hendrix Experience: ‘Are You Experienced’ (1967)

‘Hey Joe’, ‘Purple Haze’ en ‘The Wind Cries Mary’ zijn altijd goed. Vandaag zit ook ‘Foxy Lady’ voorin: vrolijke distortion, seksdrive, een overvliegende jet, een gitaar die zich door de song kápt. Volgende keer hebben we weer een favoriet uit het psychedelische deel. Jimi Hendrix blijft – zeker als Mitch Mitchell (drums) en Noel Redding (bas) in de buurt zijn – forever de coolste kauwgom malende klankentapper met een Stratocaster.

11. Joy Division: ‘Unknown Pleasures’ (1979)

Opener ‘Disorder’ is een stadionrocker in de mist die twee decennia te vroeg werd geschreven. De onwezenlijke bariton is van Ian Curtis, een outsider die naar binnen wil maar daar onmiddellijk weer het exitbordje zoekt. Producer Martin Hannett deed de plaat klinken als de eerste ‘Alien’-film (ook van 1979). Gitarist Bernard Sumner en bassist Peter Hook wilden meer de rockenergie van hun optredens – iedereen vond hun debuut fantastisch, behalve zij. Hook later, lachend: ‘Da’s meteen de enige keer dat wij het ooit eens zijn geweest.’

10. Boards of Canada: ‘Music Has the Right to Children’ (1998)

Music Has the Right to Children was een plaat buiten categorie, één van die zeldzame elektronicareleases die buiten de tijd bestaan. Boards of Canada weet feilloos dat lichte gevoel van paniek te vatten dat je bekruipt wanneer je bij valavond in je eentje door een prachtig maar akelig stil bos moet.

9. Arcade Fire: ‘Funeral’ (2004)

Dat de Canadezen hier afwisselend aan Talking Heads, Fugazi, The Cure, Phil Spector, Mercury Rev, Björk en Pixies doen denken, geeft aan hoe moeilijk hun muziek vast te pinnen is. Win Butler zingt, schreeuwt en fluistert vaak over trieste onderwerpen, verpakt in bijna kinderlijke beelden: iemands broer verandert in een vampier, straatlichten doven voor elke verloren ziel, een jongen in een ondergesneeuwd dorp laat zijn rouwende ouders achter en graaft een tunnel tot bij zijn vriendinnetje om samen met haar te fantaseren over later. Funeral bulkt van de onverwachte wendingen en rauwe, eerlijke emoties.

8. Portishead: ‘Dummy’ (1994)

Ja, ’t is downtempomuziek. En ja, je kunt Portishead bij de triphop indelen: Geoff Barrow had in Bristol al mee aan de wieg van het genre gestaan door mee te werken aan de eerste plaat van Massive Attack. En hoogtepunt ‘Glory Box’ leunt hard op ‘Ike’s Rap II’ van Isaac Hayes. Maar wij hebben nooit begrepen waarom Dummy werd afgedaan als ideale achtergrondmuziek voor trendy wijnbars. Beth Gibbons en haar band klinken vaak een beetje wanhopig: ze zijn er voor u en voor u alleen als u iets te doorvoelen of te overdenken hebt, al dan niet met een glas te veel op.

7. Patti Smith: ‘Horses’ (1975)

Geen enkel debuut in deze lijst kwam met zoveel urgentie tot stand als Horses, waarop de 29-jarige Patti negen songs lang hoorbaar naar vrijheid snákt. Er staat veel woede op, maar die wordt aan evenveel liefde gepaard: Smith is als punk net genoeg hippie en als hippie precies genoeg punk. John Cale producete. ‘Ik heb de verkeerde ingehuurd’, zei Smith. ‘Ik zocht iemand die technisch meer onderlegd was, maar ik trof een maniak.’ Cale: ‘Onze samenwerking was als een onhoudbare kracht die op een onbeweeglijk voorwerp stuit.’

6. Elvis Presley: ‘Elvis Presley’ (1956)

Elvis Presley had in de Sun Studio in Memphis al songs opgenomen die in het zuiden van de States hits waren geworden, maar in 1956 stond hij met de single ‘Heartbreak Hotel’ eindelijk acht weken op 1 in de Billboard Hot 100. Toch bleef een hele Elvis-elpee uitbrengen een gok: tieners kochten vooral 45 toerenplaatjes. Een paar van de eerder in 1954 opgenomen songs doen nog erg country aan. Elvis slingert op zijn debuut van rockabilly over blues naar r&b. Vooral ‘Blue Suede Shoes’ en ‘Tutti Frutti’ zijn de nieuwe stijl. En dan hebt u die onwezenlijke versie van ‘Blue Moon’ nog niet gehoord.

5. Ramones: ‘Ramones’ (1976)

Het begin van Ramones (‘Blitzkrieg Bop’, ‘Beat on the Brat’, ‘Judy Is a Punk’) is niet te evenaren. In 29 minuten jagen Tommy, Johnny, Joey en Dee Dee Ramone er 14 songs door, de langste duurt 2 minuten en 35 seconden. Ramones vragen niet om ontleding, ze vragen om nog eens gedraaid te worden. Ramones is een evenwichtige plaat. Er staan twee I Wanna-songs op: ‘I Wanna Be Your Boyfriend’ en ‘Now I Wanna Sniff Some Glue’. En twee I Don’t Wanna-songs: ‘I Don’t Wanna Walk Around With You’ en ‘I Don’t Wanna Go Down to the Basement’.

4. Daft Punk: ‘Homework’ (1997)

Midden jaren 90 waren de elektronische dance-acts die veel mensen bereikten die niet elk weekend in een club zaten, op drie vingers te tellen: The Prodigy met breakbeats, The Chemical Brothers met big beat en Underworld met melodieuze techno. Enter het Parijse duo Daft Punk. Ze hadden oren die in heel ver-schillende richtingen stonden. Opener ‘Daftendirekt’ is gedempte rolschaatsdisco, je draait meteen door van het herhaalde zinnetje ‘Da funk back to the punk, c’mon’. Verderop draait een vocoderstem 144 (!) keer de woorden ‘around the world’ af. Hoogtepunten ‘Burnin’, ‘Alive’, ‘Rock’n Roll’ en ‘Rollin’ & Scratchin’’ zijn geen acid house, techno, disco of electro meer: het zijn aanvallen op de zintuigen. Muziek voor ons reptielenbrein, gemaakt door twee héél slimme gasten.

3. The Velvet Underground: ‘The Velvet Underground & Nico’ (1967)

Vanhamel: “Van ‘Sunday Morning’ tot ‘European Son’: dit is een ongrijpbaar meesterwerk. In zekere zin simpele, zelfs poppy muziek, maar met genoeg weerhaken om interessant en meer dan een halve eeuw later nog altijd een beetje mysterieus te blijven. Er zit een organische flow in die alleen in het New York van de jaren 60 had kunnen ontstaan. Muzikaal van het allerhoogste voor mij.”

2. The Strokes: ‘Is This It’ (2001)

Een plaat die de puntjes nog eens op de i zette. Een rauwe plaat, rauw als in ‘Raw Power’ van Iggy and The Stooges. En een veredelde demo, die klinkt alsof hij voor de muziek wilde doen wat de Dogma-beweging voor de film had gedaan: geen toeters en bellen, de ongebakken biefstuk zó in je strot rammen. Met een zelfvertrouwen dat aan arrogantie grenst. Een stroke: een klap, een bom die inslaat.

1. Rage Against the Machine: ‘Rage Against the Machine’ (1992)

10 bombtracks. De ritmesectie levert schitterend werk tijdens de stilte voor elke slotstorm. Zanger Zack de la Rocha is een elitesoldaat met een overgave die sinds 1992 niet meer is gezien in de afdeling Meer Dan Vijfhonderdduizend Platen Verkocht. En van de geluiden die Tom Morello maakt, denk je: die kúnnen niet uit dat ding rond zijn nek komen. Hij zet een sirene neer, een modem, een cirkelzaag, een speelautomaat, de fuuuuuuu van Public Enemy, de piiiing van House of Pain en de iiiiiiiiii van Cypress Hill. Het hoogtepunt? Die ‘Motherfucker!’ na de laatste ‘Fuck you, I won’t do what you tell me’.

Beckers: “Bassist Tim Commerford en drummer Brad Wilk legden de fond voor een geluid dat tegelijk een beetje dansbaar en héél agressief was. De seventiesriffs van Tom Morello en de puike songwriting maakten het uniek. Live bleef vooral de bijna bovennatuurlijke razernij van Zack de la Rocha bij.

Rage Against the Machine: gekocht voor 590 frank bij Brabo in Antwerpen. Weinig geld voor iets dat mijn wereld heeft veranderd.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234