Maandag 30/01/2023

InterviewWilly en Magda Linthout

Urbanus-tekenaar Willy Linthout over zijn herwerkte strip’: ‘Het was de enige manier om weer erg dicht bij mijn zoon te zijn’

Willy en Magda Linthout. Beeld © Stefaan Temmerman
Willy en Magda Linthout.Beeld © Stefaan Temmerman

In 2004 verloor Urbanus-tekenaar Willy Linthout zijn zoon aan zelfdoding. Als reactie boog hij zich over het surrealistische en aangrijpende Jaren van de olifant, waarin hij zijn rouwproces te lijf ging. Nu, vijftien jaar later, verschijnt een herdruk met twee nieuwe hoofdstukken. ‘Het was de enige manier om weer erg dicht bij mijn zoon te zijn.’

Geert De Weyer

Magda Linthout (68) herinnert het zich nog precies. “Het was vijf voor zeven. Moederkesdag. Een agent vroeg of hij mocht binnenkomen. ‘Er is toch niets, hé?’, vroeg ik. ‘Sam slaapt en mijn man komt net uit bed.’ Hij antwoordde: ‘Weet je zeker dat Sam slaapt?’ Ik ben naar zijn slaapkamer gerend. Hij was er niet. Hij was door zijn raam naar buiten geglipt.”

Nood aan een gesprek?

Praten helpt, dat kan bij Tele-Onthaal: bel 106 of ga naar de website tele-onthaal.be.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

Aldus Magda Linthout in 2007 in deze krant, over het verlies van haar zoon Sam (21). Tijdens een openhartig interview stonden zowel hun verdriet en verlies, als de plotse vervreemding tussen haar en haar man Willy Linthout centraal. De aanleiding daartoe was de toen nog met tussenpozen gepubliceerde comicreeks, die later een krachtige, aangrijpende beeldroman werd die zelfs in de Verenigde Staten met een nominatie ging lopen voor de prestigieuze Eisner Award: Jaren van de olifant.

Dat was in eerste instantie een eigenaardig, surrealistisch verhaal waarin een vader de zelfdoding van zijn zoon tracht te verwerken. Op zowat elke pagina sprak hij daarin met de tot leven gekomen krijtlijn die de politie eerder rond het lichaam van zijn zoon had aangebracht.

Het boek, dat snel een gevoelige snaar raakte, was de eenvoud zelve. Overwoog de auteur het eerst nog in te kleuren of zelfs in te inkten, dan besloot hij uiteindelijk de oorspronkelijke ruwe, onafgewerkte potloodtekeningen te behouden. Ook dat bleek symbolisch. “Ik besloot Sams onaffe leven te weerspiegelen in mijn strip. Die moest ook niet ‘af’ zijn.”

Uit 'Jaren van de olifant'. Beeld Willy Linthout
Uit 'Jaren van de olifant'.Beeld Willy Linthout

Wannes vs. Sam

Een autobiografie wou en wil Willy Linthout het nog steeds niet noemen. Semiautobiografie komt misschien nog het dichtst in de buurt, zegt hij nu aarzelend, maar liefst houdt hij het op “een verhaal vol surrealistische gebeurtenissen en symboliek”. Al kan niemand ontkennen dat de verhaallijnen en personages uit het boek zich wel érg dicht bij huis bevinden.

De feiten: de jongen die in de strip van het dak springt – hem dezelfde dood bezorgen als zijn zoon, kreeg hij niet over zijn hart – heet niet Sam, wel Wannes. Dat is de naam die de Linthouts eerst aan hun zoon wilden geven. Het hoofdpersonage Karel is het alter ego van Willy Linthout zelf. De titel van het boek is afgeleid van het apparaat met lange buizen waarmee Linthout ’s nachts zijn slaapapneu onder controle wil krijgen, en staat voor ‘ademtekort’.

De scène waarin Karel op een door een persoonsongeval bruut tot stilstand gekomen trein aanschouwt hoe zijn medepassagiers in onbedekte termen hun ongenoegen uiten over zelfdoding en joelen over een schoen of ledemaat dat op de rails ligt, is uit het leven gegrepen. Linthout liep toen een shock op en trok naar een café om meer te drinken dan hem lief was. ’s Anderendaags bleek hij ischias te hebben. Vandaag zijn zijn rugproblemen nog niet voorbij.

“Het waren veertien jaren van ups en downs”, blikt hij terug in zijn Lokerse living. “Bij momenten zat ik erg diep in de put. Ik las in doktersverslagen dat ik een depressie had, maar die kon ik zelf niet definiëren. Eigenlijk was het een onafgebroken poging om zin te geven aan mijn leven. Maar dat was moeilijk. Ik bleef me maar afvragen wat de zin was om 175 Urbanus-strips te tekenen. Waar was ik toch mee bezig? Maar ook: wat hield me wél recht?”

Waarom hij zovele jaren later twee extra hoofdstukken toevoegde? Simpel, zegt hij. “Ik had gewoon nog eens zin om erg dicht bij Sam te zijn. Tijdens het werken aan het boek voelde ik vroeger al: op geen enkele manier kon ik dichter bij Sam komen dan door te werken aan die strip.”

Soms pakt het hem nog diep, zegt hij. “Van de week nog werd ik aangesproken door mensen wier kind overleeft in moeilijke omstandigheden en probeert uit het leven te stappen. Maar voor die laatsten heb ik geen raad. Mocht ik al raad hebben, dan enkel hoe je verder kunt ná het verlies van je kind.”

Hoewel zijn boek veel mensen hielp, ervoer hij ook totaal onbegrip, zegt hij. “Mensen die je vragen of je niet beschaamd bent dat je zo’n in hun ogen respectloos boek maakt.”

Onder meer om die redenen staakte hij zijn lezingen over Jaren van de olifant. “Ik moet ook verder.” Echtgenote Magda, die zich eerst nog in de achtergrond opstelt, zegt dat erover praten belangrijk blijft. “Sam is pas dood als iedereen erover zwijgt.”

Van barst tot kloof

Opvallend was hoe Linthout de relatie met zijn vrouw – Simone in het boek – in beeld bracht. Nu ja, ze kwam nooit in beeld, op haar onderbenen na. En wanneer die verschenen, begon de grond onder hun voeten alsmaar grotere barsten te vertonen tot het pagina’s later was verworden tot een onoverbrugbare kloof.

Uit 'Jaren van de olifant'. Beeld Willy Linthout
Uit 'Jaren van de olifant'.Beeld Willy Linthout

De nieuwe hoofdstukken illustreren hoe die kloof na al die tijd nog steeds niet is gedicht, maar hij daar wel alle pogingen ter wereld voor onderneemt. Eerst tracht hij met een simpele plank de kloof te overbruggen, later tracht hij die te vullen met zijn eigen onverkochte boeken. Helaas, op de laatste pagina’s van de herdruk, is het gapende gat er nog steeds.

“Maar wat toen een afgrond was, is nu nog een barstje”, beklemtoont hij nu. “Achttien jaar hebben we geworsteld, hè?! Ieder op zijn manier.”

Wat het boek voor de ene was, was dat allerminst voor de andere.

“Willy heeft dit boek gemaakt om Sam te voelen”, verduidelijkt Magda. “Dat is zijn manier. Ik ga al veertien jaar naar Nepal om Sam te voelen. Dat is mijn manier. Een deel van Sams as is uitgestrooid op de Everest. Ik voel hem daar echt ontzettend goed. Dit jaar zeker, ik ben nog nooit zo dicht bij hem geweest. Ik heb er gehuild en gedanst. Het was de eerste keer dat ik opnieuw gelukkig was.”

Al had het leven intussen nog andere opdoffers in petto. Enkele jaren geleden werd ze gediagnosticeerd met zware kanker met agressieve uitzaaiing naar de arm. Maar ze zegt zich goed te voelen. “Ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan, ik voel me goed nu.”

Haar hand glijdt naar haar buik. ‘Sams naam is hier getatoeëerd. Als ik me slecht voel leg ik mijn hand erop en voel ik hem.”

“Weet je nog hoe je in het begin niets met dit boek te maken wou hebben?”, zegt Willy. “Je wou het niet eens inkijken.”

Ze knikt. “Toen het eerste boek verscheen, had ik het erg moeilijk. Het voelde alsof Willy Sam met dat boek weggaf, terwijl ik hem bij mij wou houden. Ik voelde me zo ontzettend slecht. Ik weet waarom: ik was aan het vluchten.”

Dat is niet langer zo, zegt ze. Sterker, meent Willy, “toen de herdruk arriveerde hebben we het samen gelezen, zelfs aan elkaar voorgelezen. Een hele avond lang. Kan je je dat voorstellen?”

Ze hebben er zich intussen mee verzoend dat ze ieder op hun manier met hun rouwproces omgaan. “Ik ga nog altijd elk jaar naar Turkije om te mountainbiken. Sporten doet me goed. We gaan dus elk onze eigen weg, maar mijden doen we elkaar absoluut niet meer.”

“Ze is hier nog, hè”, stipuleert Willy.

“En ik ga ook nooit meer weg”, reageert Magda zelfverzekerd.

Eenzaamheid

Dat Jaren van de olifant ook over pure eenzaamheid gaat, stipuleert Willy Linthout. “Het is nu eenmaal eenzaam thuis”, zegt Magda. “We hebben kinderen noch kleinkinderen. Hij vlucht in zijn strips, ik in sport en reizen.”

Willy gaat naarstig op zoek naar dat ene plaatje in het boek dat voor hem de absolute eenzaamheid illustreert. “Hier, dit is ’m: de voor mij moeilijkste tekening.” Zijn alter ego knuffelt er op een vuilnisbelt een afgedankte paspop. “Ik heb gehuild en gehuild toen ik het tekende.”

Ook extra opgenomen in de herdruk is een interview met Willy en zijn therapeute Isabelle Demets. Daarin biecht de auteur verrassend genoeg op dat het behoud van de potloodstijl een makkelijkheidsoplossing was omdat het inkten niet het gewenste effect had. “Dat dat was omdat het leven van mijn zoon niet af was, klonk gewoon goed op dat moment.”

In datzelfde gesprek kijkt zijn therapeute vreemd op wanneer Willy antwoordt op de vraag of de pijn nog zo prominent aanwezig is. “Er is niets veranderd”, zegt hij, waarop zij repliceert dat er wel verandering is: “Het is hetzelfde, maar anders.” “Hmmmm”, klinkt het dan, zonder dat er verder wordt op ingegaan.

Magda: “Voor mij is de pijn verzacht, leefbaarder geworden. Tien jaar geleden was die pijn niet leefbaar. Maar het verdriet blijft.”

Willy: “Idem hier. De pijn is verzacht, ik heb geleerd vrede te nemen met het leven. Misschien had de therapeute graag gehoord dat ik positiever in het leven zou staan. Maar het is wat het is. Ik sta in ieder geval achter therapie en ben ervan overtuigd dat ik – en bij uitbreiding zowat iedereen – veel slechter af zou zijn zonder therapie.”

‘Definitieve editie’, kopt de cover van de uitgebreide herdruk. Of dat werkelijk zo is, vragen we. Heel even creëert Linthout een opening. “God ja, dat heeft de uitgeverij erop gezet”, mijmert hij. “Kijk, ik besef dat ik er nooit klaar mee zal zijn, maar betekent dat dat ik er nog een strip over moet tekenen?” Hij staart even voor zich uit, zegt dan dat het “wellicht de definitieve versie” zal zijn. “Als ik straks voel dat ik er nog iets over moet doen, zal dat eerder in een andere vorm zijn. Misschien een beeldhouwwerk.”

Zijn focus ligt intussen elders. Recent verscheen het allerlaatste Urbanus-album, en daar is hij best blij mee. “Mijn grote fout is dat ik tien jaar geleden al niet met Urbanus ben gestopt. Mijn fout, hoor. Urbanus (de scenarist ervan, GDW) liet me daarin alle vrijheid. Hoe dan ook, sinds die beslissing lijkt het alsof ik weer vleugels heb gekregen. Ik werk nu aan een andere stripreeks (De familie Super, GDW) en een beeldroman met de titel ‘Gelukkig worden in 8,5 stappen’. Dat is opnieuw een heel absurd, bijna kafkaiaans verhaal vol tips hoe het leven te overleven. Ik zit nu aan pagina 118 van de 180. En ja, ik heb er plezier in.”

Heb je vragen over zelfdoding? Bel dan gratis naar 1813 of surf naar 1813.be.

Jaren van de olifant, Willy Linthout, Standaard Uitgeverij, 248 pag., 34,99 euro

null Beeld RV
Beeld RV

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234