Maandag 27/05/2019

Literatuur

Unieke leesexpo over WO 1 in Ieper: "Ik zend u voor de laatste maal mijn vaarwel"

In Flanders Field Museum lijkt even meer op een bibliotheek. In aparte leeszaaltjes kun je in alle rust onder meer brieven van soldaten doornemen. Beeld jonas lampens

Immens veel schrijvers getuigden over de Eerste Wereldoorlog. Maar wat met de aangrijpende brieven van anonieme soldaten en burgers? Het Ieperse In Flanders Fields Museum pakt uit met een gedurfde leesexpo. 'We wilden een stem geven aan het verlies en het verdriet', aldus coördinator Piet Chielens.

Is het pure inbeelding of ziet een grijs, laaghangend zwerk boven Ieper er onheilspellender uit dan elders? Plots rondspattende regendruppels beletten niet dat er op een matte septembervrijdag behoorlijk veel dagjesmensen rondsjokken in het West-Vlaamse provinciestadje. Ze verschansen zich achter een streekbier of prikken verstrooid in een wafel, een welgevulde maag is een toeristische parameter bij uitstek.

Niettemin is er een gestage stroom richting Menenpoort, het Britse herdenkingsmonument uit 1927 waarvoor onder meer schrijver Rudyard Kipling (ja, die van The Jungle Book) zich beijverde. Toeristen met smartphone in de aanslag turen met bereidwillig ontzag naar de triomfboog, met daarop de namen van 54.896 vermiste Britse soldaten uit WO I. Op de trappen liggen verregende kokardes, recent neergelegd door familieleden, alsof het laatste schot van de Eerste Wereldoorlog pas is gelost. Met bussen aangevoerde Britse scholieren schuifelen er opvallend ingetogen rond.

Beeld jonas lampens

Nergens is WO I zo grijpbaar als in het geheel verwoeste, maar nadien steen voor steen heropgebouwde Ieper. Nergens ook neemt men de 'herinneringsarbeid' over de loopgraven- en gevechtsgruwel zo consciëntieus ter hand. Dat gebeurt hoofdzakelijk in het In Flanders Fields Museum, onder impuls van coördinator Piet Chielens (°1956). De voormalige bankbediende is bezeten van zijn missie. "Ik lees misschien al dertig jaar lang alles wat los en vast zit over de Eerste Wereldoorlog", bekent hij.

In zijn museum waakt hij erover dat ook de literatuur een prominente plaats krijgt in het "terugplaatsen van de historische gebeurtenissen in het hedendaagse landschap", zoals hij het enigszins plechtstatig noemt. Nu beleeft hij zijn persoonlijk moment de gloire met De geschreven oorlog. Het is een lang gekoesterde droom, een bloemlezing en tentoonstelling waarin het frontlandschap van 1914-1918 aan de IJzer vanuit uiteenlopende, schriftelijke bronnen wordt belicht. "De Eerste Wereldoorlog is vaak omschreven als een literaire oorlog", aldus Chielens. "Maar in feite is het een geschreven oorlog. Naast beroemde teksten van schrijvers als Siegfried Sassoon, John McRae, Stefan Zweig of Edmund Blunden is er zeer veel 'doordeweekse' papieren overlevering bewaard gebleven. Brieven, postkaarten, telegrams of dagboeken, naast tal van administratieve sporen. Ik wilde ook die anonieme getuigenissen bovenspitten, om zo tot een nooit eerder gezien totaalbeeld te komen."

Met De geschreven oorlog plaatsen hij en zijn team 350 denkers en schrijvers - vertaald uit zes talen - broederlijk naast soldaten, burgers, landbouwers, gendarmen en arbeiders die de oorlog ondergaan. Het geeft de dimensie van de tragedie nog veel intenser weer. Zowel optimisten als pessimisten, vaders en zonen, ijzervreters en defaitisten, deserteurs, angsthazen en haantjes-de-voorste als schrijvers en schilders passeren de revue.

28 leeskamers

"Aanvankelijk wist ik niet goed hoe we dat immense materiaal konden ordenen", geeft Chielens ootmoedig toe. "Een tentoonstelling, jawel, maar onder welke vorm? Tot vormgever Tijdsbeeld & Piece Montée ons de weg wees."

Chielens troont ons mee naar de exporuimte van De geschreven oorlog. Ze maakt een bedrieglijk knusse indruk, in schril contrast tot het zwaarwichtige thema. De modieuze stoeltjes en zithoeken doen eerder denken aan een opgepimpte bibliotheekzaal of een trendy leescafé dan aan een tentoonstellingsparcours. "Geen lappen tekst tegen de muren, geen grote kunst- en objectenentourage waarbij de tekst weer secundair wordt, maar een opstelling die de bezoeker vooral uitnodigt om de teksten zélf ter hand te nemen", zo argumenteren de makers.

Op de met glas bedekte salontafeltjes, die tevens dienstdoen als objectenvitrines, liggen boekjes waarin je de getuigenissen op crèmekleurig papier te lezen krijgt - 28 van dergelijke leeskamers zijn er ontworpen. "We gunnen de bezoeker de rust en de tijd om de teksten volledig tot zich te laten doordringen", benadrukt Chielens.

Interactief en flitsend, zoals tegenwoordig het devies is in museumland, kun je deze expo inderdaad niet noemen. Eerst krijg je teksten en thema's voorgeschoteld die rechtstreeks uit de oorlogsvoering zijn ontstaan. Aan de andere kant, via een grote scheidingswand met daarop auteurscitaten, fungeren de literatoren als gangmaker van de reflectie op WO I. In beide gevallen zitten we met de neus op de oorlogsesbattementen. "Deze expo gaat niet over bezet België, maar vooral over het leven aan de frontlinies, dat bijna vier jaar stagneerde", benadrukt Chielens.

Oorlogsmeters

Misschien ook door de parafernalia, manuscripten of intieme brieven die de oorlogspijn diep en rechtstreeks laten doorsijpelen, oogt het eerste luik aangrijpender. Zo werd aan soldaten voor een gevaarlijke missie verzocht of ze een laatste wilsbeschikking of afscheidsbrief wilden nalaten. Chielens: "Neem nu de onhandige, maar zo sprekende afscheidsbrief van Henri Nicaes, die uiteindelijk via zijn dochter in ons museum terechtkwam. Nicaes moest deelnemen aan de aanval in mei 1915 tegen Duitse voorposten Ter Stille en Violette."

We lezen onder meer: 'Met een teeder hart, kom ik U te groeten en zend ik hun voor de laatste maal mijn vaarwel. (...) Vergeef mij, beminde Ouders en zuster, dat ik zoo hard ben doch indien ik val op het slagveld, zijn mijne laatste gedachten tot Hun gebracht en het eenigste welke een zoon en broeder welke Hun altijd lief en getrouw is gebleven, kan nalaten.'

"Bij zo'n tekst hou je het toch niet droog?", zegt Chielens. "Oké, dit is geen grote literatuur. Maar het is wél levensecht."

We zien ook gepubliceerde regimentsgeschiedenissen, balancerend tussen eulogie en historiografie, of loopgravenkrantjes. En had u al gehoord van de 'oorlogsmeters'? Zij zorgden er via correspondentie als tussenpersoon voor dat soldaten in contact raakten met families in bezet gebied. Soms werden ze bevorderd tot pennenvriendin of 'platonische' vriendin.

"Wat opvalt in die egodocumenten, is die groeiende weerzin over het frontgebeuren", zegt Chielens. "Aanvankelijk is er nog een bijna naïef enthousiasme, maar dat brokkelt snel af. De oorlogsretoriek of propaganda pakt algauw niet meer."

Luid klinken de echo's van de dichtregels van Siegfried Sassoon, 'All this war's a sham, a stinking lie/And all the glory that our fathers laud so well/A crowd of corpses freed from pangs of hell.'

Gemist heldendom

Chielens wijst me op het themabeeld van de expo dat die tweespalt tot uitdrukking brengt: het kunstwerk The Official Version van de Brit Stephen Hurst. "Hij toont de voor altijd in ministerieel brons gegoten, onwrikbare boeken van de officiële geschiedschrijving naast de reeds half vergane en toegetakelde dagboekjes en brieven van soldaten, waar veel minder zorg voor was."

Waarmee we in het literaire gedeelte van de expo schuiven en daar eerst op de Amerikaan William Faulkner stuiten. Tiens, die is toch nooit aan het IJzerfront geweest? "Nee", zegt Chielens. "Faulkner verzon zijn hele oorlogservaring en hield er een stoere pose van gemist heldendom op na. In zijn eerste roman Soldier's Pay schreef hij in 1926 over een piloot die boven Ieper wordt neergeschoten. En ook in zijn laatste roman A Fable uit 1954 kwam de Eerste Wereldoorlog ter sprake."

De bekende Belgische assemblagekunstenaar Camiel Van Breedam verzon er brieven bij, poëtische hommages, hier te bekijken. "De belangrijkste Amerikaanse teksten over de oorlog in de Westhoek komen trouwens niet van soldaten, maar van medisch personeel", voegt Chielens eraan toe.

Intussen struikelen we over tapijtjes waarop luchtfoto's zijn afgedrukt van de verwoestingen rondom Ieper of van executies van legerdeserteurs. Niet meteen de meest geslaagde vondst van de expobouwers, ja, zelfs een tikje kitscherig en onkies.

Natuurlijk krijgen John Alexander McCrae (van het beroemde 'poppies' In Flanders Fields-gedicht) en Siegfried Sassoon een ereplek, de man die met veel tremolo een stem aan de soldaten gaf. Chielens: "Meteen na de inauguratie van de Menenpoort kwam hij in Ieper. Hij was daar faliekant tegen, hij vond het een monument voor overwinnaars. Mijn makkers die gesneuveld zijn, vind ik hier niet terug, zei Sassoon."

Maar ook minder bekende auteurs als Edward Blunden, de verpleegster Carola Oman, Ivor Gurney, Francis Ledwidge of Philip Gosse komen aan bod. Intrigerend is het oeuvre van arts-schrijver Max Deauville, de Belg die met Jusqu'à l'Yser (1917) een memorabele oorlogsherinnering optekende. "Hij was ervan overtuigd dat we nog één keer moesten vechten en dan de eeuwige vrede zouden bezitten. Die bittere teleurstelling kon hij niet meer van zich afzetten en bleef hij in latere boeken als Dernières fumées in 1937 oprakelen, als waarschuwing tegen een alweer nakende oorlog."

Beeld jonas lampens

Dubbelzinniger was Ernst Jünger met zijn zevendelige memoires InStahlgewittern, ontwapenender was Prutske van Stijn Streuvels, waarin hij de oorlog voor zijn dochtertje verbloemde en de vadertrots voorrang gaf.

Parallellen met het heden

Terecht is er veel plaats ingeruimd voor onze landgenoot Emile Verhaeren, die door de oorlog helemaal van slag raakte. "Voor de oorlog was Verhaeren een pacifist, de stem van een Europa in wording, met een internationale aanhang. Maar na de Duitse inval was hij in shock, zodanig dat hij meteen hamerde op patrottisme en haat en vergelding begon te prediken. Tot hij in 1916 bij een tragisch treinongeval in Rouen omkwam."

Hij was niet de enige die zich een ideologisch windvaantje toonde. "Het fascinerende aan deze expo - en ook aan onze bloemlezing - is dat je de standpunten ziet verschuiven", zegt Chielens. "Veel auteurs nemen soms diametraal tegenovergestelde opinies in, naarmate ze meer onder druk staan. Opmerkelijk is bijvoorbeeld H.G. Wells. Hij ging ervan uit dat de oorlog een kortstondig, frivool uitstapje zou zijn."

Beeld jonas lampens

De geschreven oorlog is bij uitstek een leesexpo. Vraag blijft of dat nog aanslaat in een 21ste-eeuwse context. Chielens knikt van wel: "Onze tijdelijke tentoonstellingen bereiken vooral een Vlaams publiek. Bij de permanente opstelling ligt dat andersom. Maar ook voor buitenlanders kan dit de icing on the cake zijn".

Welke getuigenissen beklijven bij Chielens het meest? "Zonder twijfel de menselijke tragedies, de afscheidsbrieven en de correspondentie rond vermisten. Rode draad is het niet kunnen aanvaarden dat mensen op zo'n zinloze manier de dood ingejaagd worden. We halen bewust de rouwliteratuur naar boven. Die was ondergesneeuwd in de soms al te militaire en taalpolitieke benadering van de oorlog."

Beeld jonas lampens

Naast die persoonlijke getuigenissen en literaire tournee door het wapengekletter lezen 17 Vlaamse auteurs en BV's in filmpjes fragmenten voor uit oorlogsromans, met Annelies Verbeke en Anne Provoost of Jeroen Olyslaegers, Stefan Hertmans, Tom Lanoye of Erwin Mortier. Hun stemmen galmen kakofonisch door de ruimte. Ook acteur Zouzou Ben Chikha is van de partij, note bene met een pakkende tekst van Cyriel Buysse over een tocht langs de graftomben: 'Wie zal er wel ooit neerknielen bij het graf van Mohammed of van Ibrahim in Vlaamsche aarde?'

Niet voor niets trekt deze expo parallellen met het heden. "Er zit verschrikkelijk veel 'vandaag' in deze evocatie. Telkens weer dreigen we te vergeten hoe verschrikkelijk en ellendig een oorlog is", concludeert Chielens.

Expo De geschreven oorlog loopt tot 8 januari 2017, Ieper. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.