Zondag 16/06/2019

Interview

Twintig jaar The National: ‘We zijn allemaal fan van Kendrick Lamar, maar geen zorgen: we gaan geen hiphopplaat maken’

The National legt België in de watten. Een jaar geleden werd hun optreden in Vorst nog vereeuwigd op de liveplaat Boxer (Live in Brussels) en deze zomer doen frontman Matt Berninger en zijn kompanen tot tweemaal toe Pukkelpop aan. Wat The National daar zal uitspoken, weet de band zelf nog niet, maar op basis van de fonkelnieuwe plaat I Am Easy to Find en volgend gesprek met gitarist Bryce Dessner gokken we op veel vrouwelijke gasten en een karrenvracht wonderlijk sombere muziek.

The National bestaat twintig jaar, maar is nog lang niet aan het uitbollen. Nog geen twee jaar na het uitstekende Sleep Well Beast komt I Am Easy to Find uit, zestien songs rijk en de langste plaat die de groep ooit heeft uitgebracht. Nog opvallender: frontman Matt Berninger deelt voor het eerst de spotlights met een resem zangeressen, onder wie Sharon Van Etten, Lisa Hannigan en Gail Ann Dorsey, de uitverkoren zangeres van Lenny Kravitz en wijlen David Bowie. The National is ook meer en meer een familiegebeuren: Carin Besser, de vrouw van Berninger, schreef twee songs, Pauline de Lassus, de vrouw van gitarist Bryce Dessner die optreedt als Mina Tindle, zingt ook mee.

Kers op de taart: bij de nieuwe plaat hoort ook een film. Mike Mills – niet de bassist van R.E.M., wel de Oscar-genomineerde regisseur van onder meer 20th Century Women – werkte samen met de groep aan een kortfilm van een klein halfuur, opgebouwd rond muziekfragmenten uit de nieuwe plaat. Film en plaat heten I Am Easy to Find, beide vragen om een doos Kleenex en een fles rode wijn.

The National bracht de Europese pers naar Parijs voor interviews, een screening van de film en een allereerste try-out van de nieuwe songs in L’Olympia. De avond voor we kunnen spreken met Bryce Dessner, gitarist en arrangeur van The National en tweelingbroer van die andere The National-gitarist en -arrangeur Aaron Dessner, stond de Notre-Dame in brand. Dessner, die jaren geleden van New York naar Parijs verhuisde, was gepast onder de indruk.

“Ik woon op nauwelijks twee blokken van de Notre-Dame. Ik ben de hele avond bang geweest dat de kerk zou instorten. Het bracht nare herinneringen aan 9/11 terug. Ik heb de WTC-torens toen voor mijn ogen in elkaar zien stuiken: fucked up. Ik ben dus vooral dankbaar dat de Notre-Dame er nog staat. Maar laten we over iets leukers praten. Wat vond je van de nieuwe plaat?»

Eerlijk? Ál jullie muziek vraagt geduld, maar ik heb nooit eerder zo veel moeite gehad met een The National-plaat. ‘Light Years’, ‘Hairpin Turns’ en ‘Rylan’ behoren tot mijn favorieten, maar met ‘Not In Kansas’, ‘So Far so Fast’ en ‘Oblivions’ heb ik nog steeds moeite.

“Dat snap ik. De songs die je moeilijk noemt worden gedragen door andere stemmen dan die van Matt. We hebben in het verleden al vaak samengewerkt met zangeressen, wat je bijvoorbeeld hoort op de oude single ‘Don’t Swallow the Cap’. Maar nooit eerder stonden zij op de voorgrond. Natuurlijk moet je daar even aan wennen.”

Was je niet bang dat je de magie van The National zou doorbreken?

“We hebben daar lange gesprekken over gevoerd. ‘Kunnen we nog spreken van The National als Matt niet zingt?’ Maar dit is onze achtste plaat, we hebben al honderden songs waarop Matt zingt. We staan altijd open voor iets nieuws, want we willen onszelf nooit herhalen. Toen mijn vrouw Pauline als test eens achter de microfoon ging staan, hoorden we ook meteen: dit is speciaal. Als een vrouw zingt, krijgen de teksten en melodieën een heel nieuwe betekenis.”

Waarom alleen vrouwen? In het persbericht zegt Matt: ‘Het zou beter geweest zijn als we ook mannelijke zangers hadden, maar mijn ego liet dat niet toe.’

(lacht) Je moet Matt niet te serieus nemen. Het is ook geen politiek statement, maar louter een artistieke beslissing. De plaat is tegelijk met de film van Mike gemaakt, waarin het leven van een vrouw wordt getoond, van geboorte tot overlijden, gespeeld door Alicia Vikander (de Zweedse actrice uit ‘Tomb Raider’, ‘Jason Bourne’ en ‘The Danish Girl’, red.). Daarom vonden we het vreemd dat een man haar leven ook zou bezingen op plaat.”

Hoe heb je de juiste vrouwenstemmen gevonden?

“Met de meeste zangeressen hadden we in het verleden al samengewerkt. The National is ook geen gesloten clubje, maar een grote familie. Mijn vrouw zingt ‘Oblivions’, de Britse folkzangeres This Is the Kit ken ik al sinds mijn 14de, nog vóór The National bestond. Gail Ann Dorsey, die het vaakst zingt op I Am Easy to Find omdat haar zwoele stem goed samengaat met die van Matt, woont in de buurt van mijn broer in New York. Op tournee zullen we ook vrouwen die niet op de plaat staan uitnodigen op het podium, zoals Feist, Phoebe Bridgers en Julien Baker.”

Het is van Alligator (2005) en Boxer (2007) geleden dat jullie zo weinig tijd tussen twee platen lieten.

“Wij waren ook niet van plan om zo snel een nieuwe plaat op te nemen: na een intensieve tournee met Sleep Well Beast hadden we ook wel een vakantie verdiend. Maar dat was buiten Mike gerekend: hij mailde Matt in september 2017 met de uitnodiging om samen te werken. Matt kende Mike van zijn film 20th Century Women en mailde hem meteen een tiental demo’s die we liggen hadden, en zo ging de bal aan het rollen.

“Wij hielpen Mike met zijn film en Mike trad op als producer van onze plaat, waardoor de film is opgebouwd als een muziekstuk en de plaat is samengesteld als een film. Mike heeft ook de hoes, de T-shirts en de posters ontworpen. Met hem als producer en scheidsrechter voelden we ons vrijer dan ooit. We hebben nog nooit zo weinig discussies gehad in de studio. Wij zijn zeer perfectionistisch, waardoor we moeilijk een song kunnen afwerken, maar deze keer zijn we er zelfs in geslaagd om ‘Rylan’ op plaat te zetten, iets wat we al tien jaar tevergeefs hebben geprobeerd. Vandaar ook dat I Am Easy to Find de langste plaat in ons oeuvre is geworden.”

Moet je de film zien om de plaat te snappen?

“Nee, ze werken prima zonder elkaar. Sommige songs op de plaat zitten niet eens in de film, al zijn ze er wel door geïnspireerd. Maar ik vind het wel verrijkend om beide kanten van het verhaal te ervaren: ze vullen elkaar aan. We zullen er ook voor zorgen dat de film vrij beschikbaar is voor iedereen die de plaat koopt, ik weet alleen nog niet hoe.”

Gefeliciteerd trouwens, The National bestaat twintig jaar. Jullie maken al twee decennia muziek samen en zijn nog niet één bandlid kwijtgeraakt. Wat is jullie geheim?

“Geen idee. Misschien blijven we bij elkaar doordat we een band of brothers zijn (Aaron en Bryce Dessner zijn broers, net zoals bassist Scott Devendorf en drummer Bryan Devendorf, red.). Maar die familiale band is geen vrijgeleide: we zijn nog altijd vijf individuen met een uitgesproken karakter die véél tijd met elkaar moeten doorbrengen, en dat leidt vaak tot conflicten. Elke nieuwe plaat is een overwinning. (lacht)

“Wat ook helpt: we hebben allemaal zijprojecten. Matt heeft de indierockband El Vy, Aaron vormt samen met Justin Vernon van Bon Iver Big Red Machine, en ik werkte in het verleden al samen met Paul Simon, Jonny Greenwood en Sufjan Stevens. Vorige maand heb ik een eigen plaat uitgebracht, El Chan, met klassieke muziek gespeeld door twee solopianisten en een orkest. Ik stel die voor in kleine zalen met een vrij conservatief publiek: totaal anders dan The National. Door zulke ervaringen ga je niet zweven. Als rockster is het namelijk moeilijk om niet verliefd te worden op je eigen schaduw.”

‘Ik ben altijd bang als Matt weer eens het publiek induikt, maar hij niet. Hij doet de gekste dingen.’ Bryce Dessner (rechts) naast frontman Matt Berninger.

Houden jullie elkaars zijprojecten in de gaten?

“Ik ben alleszins op de hoogte, maar ik weet niet in hoeverre de anderen mijn werk volgen. (lacht)

Tijdens een interview voor Sleep Well Beast omschreef je The National als een gezin: ‘Matt is de vader, Brian is de wijze nonkel, Scott is de lankmoedige moeder en Aaron en ik zijn de vervelende tweeling.’

“Klopt! The National is een echte familie met een heel eigen dynamiek. Al is Scott niet langer de moederfiguur, mijn broer heeft die rol overgenomen. We hebben het grootste deel van I Am Easy to Find opgenomen in zijn studio dicht bij zijn huis in Hudson, een kleine gemeenschap ten noorden van New York. Hij werkt daar vaak in zijn eentje en alle apparaten en instrumenten hebben er een zeer specifieke plaats. Maar dan komen wij binnengestormd en maken we er een rommeltje van. Aaron kan zich dan enorm opjagen. (lacht)

Wat doen jullie nog samen naast muziek maken?

“Er ligt een meer bij Aarons studio. Na de opnames zijn we meestal daar te vinden. We komen allemaal uit Ohio, dus op onze vrije momenten gedragen we ons als ware mannen uit de Amerikaanse Midwest: we barbecueën en drinken bier. De vrouwen en kinderen zijn er gewoonlijk bij. Maar we gaan nooit samen op vakantie of zo, hoor. We willen ook niet dat we elkaar beu zijn nog voor we de studio binnenstappen.”

Wat voor platen spelen jullie tijdens jullie barbecues?

“We houden allemaal van The Grateful Dead, New Order en Nick Cave. Matt is onze huis-dj, hij neemt meestal de playlist onder handen. Hij draait dan obscure pop uit de jaren 80, gevolgd door ska en hedendaagse hiphop. Hij is ook een groot bewonderaar van Kendrick Lamar en na een jarenlange campagne is de rest van de band ook fan. Maar geen zorgen, we zijn niet van plan om een hiphopplaat te maken. (lacht)

Jullie brachten dit jaar al één nieuwe song uit die niet op de plaat staat: ‘Turn on Me’, dat terug te vinden is op For the Throne, een plaat met songs die geïnspireerd zijn door de HBO-serie Game of Thrones. Jullie ‘Rains of Castamere’ werd ook al twee keer gebruikt in die reeks op het einde van het tweede seizoen én tijdens de red wedding een seizoen later.»

“We kennen Daniel Brett Weiss, een van de producers en scenarioschrijvers van de reeks, al jaren. Hij vroeg ons of we een song voor hen wilden opnemen. We hebben geen seconde getwijfeld: we zijn fan van het eerste uur. ‘Rains of Castamere’ was grotendeels een cover. De song zit ook in het boek van George R.R. Martin, dus de songtekst hebben we letterlijk overgenomen. We wisten niet waarvoor ze ‘Rains of Castamere’ uiteindelijk zouden gebruiken – niemand laat iets los over het scenario – dus ik was even gechoqueerd als de rest van de wereld door de red wedding.

Game of Thrones loopt stilaan op z’n einde. Wie mag het spel der tronen winnen?

“Ik duim voor Peter (Dinklage, Tyrion Lannister, red.) en Kit (Harrington, Jon Snow, red.), al is dat vooral omdat we vrienden zijn.”

Wie The National zegt, zegt somberheid. Wat was het hoogtepunt op dat vlak in jullie carrière? Toen jullie in 2013 de song ‘Sorrow’ 105 keer na elkaar hebben gespeeld in het New Yorkse Museum of Modern Art als onderdeel van het kunstproject A Lot of Sorrow van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson?

(lacht) That was something else. ‘Sorrow’ zes uur aan één stuk! Het had iets hypnotisch, alsof we een mantra herhaalden. Aaron en ik hebben meermaals andere akkoorden gespeeld, maar Matt was na een tijdje zo moe dat hij dat nog nauwelijks merkte. Dat gezegd zijnde vind ik wel dat we méér zijn dan louter somber. Neem nu ‘Sorrow’: Matt maakt een personage van zijn spijt. ‘Sorrow’s the girl inside my cake’, zingt hij. Grappig, toch?”

Heeft jullie label naar aanleiding van jullie twintigste verjaardag niet voorzichtig gevraagd of jullie een verzamelaar wilden uitbrengen?

“Nee. Is dat wat andere bands doen?”

The Killers hebben al een best of uit, net als Snow Patrol, The Kooks en Radiohead.

“Radiohead, echt? Ik sluit zoiets niet uit. Maar het lijkt me alleszins extreem moeilijk om een selectie te maken. The National heeft geen echte hits, alleen geliefde nummers, fan favorites. ‘Bloodbuzz Ohio’ was groot in België en ‘The System Only Dreams in Total Darkness’ deed het goed in de VS. ‘Fake Empire’ bracht de definitieve doorbraak en ‘I Need My Girl’ heeft – zo vernam ik onlangs – veel views op YouTube. Maar wij houden voorts niet bij welke song scoort en welke niet. Wij willen gewoon goede, consistente platen uitbrengen.”

Welke nieuwe song zou kans maken om op zo’n verzamelaar te belanden?

“‘Rylan’ is een klassieker: die song zit al tien jaar in onze livesets. Singles ‘Light Years’ en ‘Hairpin Turns’ klinken in mijn oren als ware The National-songs. Maar ik vind ‘Where Is Her Head’ ook sterk, it’s a good old rock song. ‘So Far so Fast’ is onze meest ambitieuze song tot dusver. En ik kijk er enorm naar uit om ‘Hey Rosey’ en ‘Oblivions’ live te spelen. Nu heb ik de helft van de nieuwe plaat vermeld... Je hebt weinig aan mij, hè. (lacht)

Jullie vieren jullie twintigste verjaardag door twee keer op Pukkelpop te spelen, op vrijdag en zondag. Hoe zullen jullie dat aanpakken?

“De avonden zullen alleszins sterk van elkaar verschillen. In het verleden zijn we er al eens in geslaagd om twee opeenvolgende shows te spelen zonder dat één song terugkwam in de setlist, ik denk dat we dat opnieuw zullen proberen. We zullen ook een heleboel gasten meenemen.”

Ik was een beetje verrast toen het nieuws over Pukkelpop bekend werd. De laatste keer dat jullie daar speelden, stonden jullie op het hoofdpodium tussen Ed Sheeran en Macklemore. Jullie optreden was goed, maar de reactie van het publiek op de eerste rijen was nogal lauw.

“Ik herinner me die show nog, het publiek was inderdaad te mainstream voor ons. Maar eerlijk: ik lig daar niet van wakker. Het ene optreden hebben we een grotere klik met het publiek dan het andere. Vorig jaar speelden we op Lollapalooza na Post Malone en dat was wél geweldig. We vinden het nog steeds niet normaal dat wij voor tienduizenden mensen mogen spelen. Dus als een festival als Pukkelpop ons uitnodigt, is dat een hele eer. Pukkelpop heeft ons trouwens altijd met open armen ontvangen, hun backstage is ook echt prachtig. We spelen bovendien in de Marquee in plaats van op het hoofdpodium, dus dat zal een betere fit zijn. En we komen gewoon graag naar België, dus we kijken ernaar uit.”

Jullie vierden de tiende verjaardag van Boxer met één speciaal concert in België, in Vorst eind 2017. Op Record Store Day 2018 brachten jullie de liveplaat Boxer (Live in Brussels) uit. En nu spelen jullie twee keer op Pukkelpop. Mogen wij geflatteerd zijn, of is het een gelukkig toeval?

“We hadden twee optredens gepland in de Bozar, maar die hebben we moeten annuleren. We voelden ons daar schuldig over, want we komen dolgraag naar België, dus hebben we iets speciaals gedaan om het goed te maken. We hadden Boxer trouwens tot dan nog nooit in zijn geheel gespeeld, ook niet toen de plaat verschenen was.”

Boxer was jullie doorbraakplaat. Voelde je bij de release dat het er zat aan te komen?

“Al iets vroeger zelfs. Na Sad Songs for Dirty Lovers, onze tweede plaat uit 2003, dacht ik: ‘We zijn iets op het spoor.’ Een jaar later brachten we de ep Cherry Tree uit en dat voelde als de eerste échte The National-plaat. Ik wist toen dat we iets speciaals in handen hadden, iets wat niemand eerder had gedaan en wat potentieel had om een breder publiek aan te trekken. We spelen nog steeds songs van die ep, zoals ‘About Today’ en ‘Wasp Nest’. Zonder Cherry Tree was er geen Alligator en Boxer. Al moet ik toegeven: zelfs in mijn stoutste dromen had ik toen niet verwacht dat we ooit een festival als Pukkelpop zouden mogen headlinen, laat staan twee keer.”

Jullie sluiten een optreden op festivals vaak af met ‘Mr. November’, waarbij Matt dan de mensenmassa induikt. Nog nooit bang geweest in zijn plaats?

“Altijd eigenlijk. Zeker op grote festivals, als er duizenden mensen voor het podium staan. Maar Matt kent geen angst. Hij doet de gekste dingen. Laatst griste hij een smartphone uit de handen van een filmende fan. Hij bleef ermee filmen terwijl hij zich een weg door het publiek baande, over het hek sprong en het podium opklom, en daarna gooide hij de gsm terug naar de eigenaar (lacht). Die kerel moet een geweldig filmpje op zijn gsm hebben.”

I Am Easy to Find is uit bij 4AD. The National speelt op 16 en 18 augustus op Pukkelpop. pukkelpop.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden