Maandag 16/09/2019

Interview

Twenty One Pilots: ‘Onze fans zijn uiterst slimme mensen’

Twenty One Pilots – ondanks de naam een duo – wordt door de muzikale goegemeente gezien als een puberale hitmachine, met dank aan singles als ‘Ride’ en ‘Stressed Out’. Maar met Trench, hun vijfde plaat, bewezen ze wel degelijk méér te zijn. En dat lijken ze zelf ook te beseffen: makkelijke jongens they are not. ‘De wifi is hier niet in orde. Hopelijk maken de fans dat goed.’

Zanger Tyler Joseph kijkt bloedserieus voor zich uit en zucht luid. Drummer Josh Dun tokkelt onverstoorbaar op zijn smartphone. Vlak voor mij gaat een Waalse interviewploeg hun loge binnen voor een gesprek van een kwartier, maar na vier minuten komen ze weer buiten. ‘C’était nul.’ De gasten waren stil, op het vijandige af, en het gesprek werd vroegtijdig stopgezet. Maar zoals onze hoofdredacteur altijd zegt: moeilijk gaat ook.

Het grootste culturele succesverhaal van nu is waarschijnlijk het Marvel Cinematic Universe, waarin tientallen films zich afspelen in één groot universum, met terugkerende verhaallijnen en personages. Op jullie platen doen jullie eigenlijk hetzelfde.

Joseph: “Wij doen dat al redelijk lang, een jaar of tien zelfs, en in die tijd hebben we gemerkt dat onze fans uitermate slimme mensen zijn. Hoe klein de hints die ik in mijn teksten stop ook zijn, wij weten dat de mensen die naar onze platen luisteren in recordtempo de puntjes zullen verbinden. Met Trench wisten we: ‘Als wíj het verhaal snappen, dan onze fans ook.’

“Dat wil niet zeggen dat je een universitair diploma moet hebben om naar onze muziek te luisteren. Wij wilden dat je ook naar Trench kon luisteren zonder iets te weten over de stad Dema, waar het verhaal zich afspeelt, of personages zoals Blurryface, de bisschoppen of de Bandito’s.”

Dun: “(van achter zijn gsm) De meeste groepen kunnen alleen maar dromen van zulke toegewijde fans.”

Was het altijd al de bedoeling om zo’n ingewikkeld narratief in jullie muziek te stoppen?

Joseph: “Het verhaal is er al veel langer dan mensen beseffen. We waren maar over één ding onzeker: was dit wel het juiste moment om het te vertellen? Onze vorige plaat Blurryface was in zekere zin een test: ze zat vol teasers, waarmee we wilden checken of mensen wel zouden oppikken waarover we het hadden. Konden onze fans ons volgen, waren zij klaar om dieper te duiken in onze mythologie? Zij hebben de test doorstaan, en dus zijn we met Trench dat hele universum écht beginnen te verkennen.”

Er zou sprake zijn van een Netflix-reeks.

Joseph: “I don’t know.”

Er is ook een Netflix-serie geïnspireerd op het werk van Gerard Way van My Chemical Romance, The Umbrella Academy. Dan kunnen jullie toch niet achterblijven?

Joseph: “Zo’n avontuur zie ik toch nog niet meteen aan onze horizon opdoemen. Ik vind het cool dat het ons wordt gevraagd – dat is een compliment – maar voor de duidelijkheid: wij maken geen muziek om een Netflix-contract binnen te halen.”

Dun: “(kijkt voor het eerst op) Misschien kunnen we filmpjes maken met onze iPhones en die op Netflix zetten. Kan dat? (Tikt tegen zijn slaap) We zullen Netflix een mailtje sturen.”

De naam Twenty One Pilots komt van het Arthur Miller-toneelstuk ‘All My Sons’, over een man die defecte vliegtuigonderdelen verkoopt tijdens de Tweede Wereldoorlog en zo de dood veroorzaakt van 21 piloten. Maar waarom hebben jullie hem gekozen?

Joseph: “Toen we aan dit project begonnen, wisten we dat we veel compromissen zouden moeten sluiten. Tijd, hard werk, spaarcenten... Je moet veel opofferen om ver te geraken, en dat doen wij met plezier. Maar andere zaken, zoals creatieve controle en integriteit – aanvaard je die grote cheque van dat schimmige reclamebedrijf? – móésten voor ons heilig blijven. Met andere woorden: we didn’t want to sell the parts – we wilden niet de vergissing maken van de man in het toneelstuk. De bandnaam moet ons keer op keer met ons artistieke geweten confronteren.”

Jullie nummer ‘Neon Gravestones’ gaat over de romantisering van zelfmoord en depressie in hedendaagse popmuziek. Tegelijk zijn er popsterren, zoals Avicii, Chester Bennington van Linkin Park of Keith Flint van The Prodigy, die net ten prooi vallen aan hun donkerste gedachten. Zijn muzikanten gevoeliger voor depressies?

Joseph: “Als je veel toert, leid je alleszins een vreemd bestaan. Het schema kan enorm belastend zijn. Je beseft vaak zelfs niet hóé belastend tot je weer thuis bent. Elke avond in hetzelfde bed slapen helpt om je gedachten te resetten. Als je geen routine hebt, dan ontglipt de rust je óók. (Denkt na) Of muzikanten daar gevoeliger voor zijn? Ik weet het niet.”

Als jullie het even moeilijk hebben op tournee, kunnen jullie dan bij elkaar terecht?

Joseph: “Yeah. Het zou moeilijk zijn om dit in mijn eentje te doen. Ik snap niet hoe soloartiesten het allemaal voor mekaar krijgen: in een band zitten heeft zóveel voordelen.”

Iets luchtigers: twee jaar geleden gingen jullie je Grammy-award ophalen in jullie boxershorts. Waarom?

Joseph: “Die vraag hebben we al eens beantwoord (begraaft zijn gezicht in zijn handen en blijft zo zitten).”

Dun: “(merkt dat hij het even moet overnemen) Drie of vier jaar eerder hadden we de belofte gemaakt om in onze boxershorts het podium op te gaan als we ooit een Grammy zouden winnen – dat leek toen toch totaal onmogelijk. Belofte maakt schuld.”

Wie een Grammy op de schouw heeft en festivals headlinet, heeft een bepaald niveau bereikt. Is het ooit in jullie opgekomen: ‘Hé, we hebben het gemaakt’?

Dun: “Wij beseffen dat wij in een bevoorrechte positie zitten, maar voorts heeft ‘de roem’, als je het zo mag noemen, nog geen brokken gemaakt. We gaan altijd maar vooruit, onze bestemming is nog lang niet bereikt. Wij willen méér.”

Joseph: “(diepe zucht)

Dun: “Het werd pas echt duidelijk dat we goed bezig waren toen we plots onze jobs konden opzeggen. Leven van je muziek, dat is toch de droom?”

Is het nu leuker dan toen jullie net begonnen in jullie thuisbasis Columbus, Ohio?

Dun: “Nu is er iets meer luxe. (Pakt een appel uit een schaal) Wij krijgen gratis fruit in onze kleedkamer! En de wifi werkt! Vroeger hádden we niet eens een kleedkamer.”

Joseph: “(komt weer boven water) De wifi in deze keet (Paleis 12, red.) laat het anders flink afweten. Hopelijk maken de fans dat straks goed.”

Ik zou er niet aan twijfelen. Buiten regent het pijpenstelen, maar toch staat er al een rij van een kilometer voor de ingang, mensen die hier al uren voor jullie staan.

Joseph: “Mhm.”

Dun: “Great.”

Wat is het mooiste compliment dat jullie ooit hebben gekregen van een celebrity?

Joseph: “Daar praten we niet over.”

Dun: “Chris Martin (de frontman van Coldplay, red.) heeft jou toch eens gebeld?”

Joseph: “Ja, dat is juist. Hij zei dat hij onze muziek goed vond.”

Dun: “(lacht) Maar dat zei hij in een voicemailbericht, en toch heb je hem nooit teruggebeld! Toen we hem later echt tegenkwamen, was hij in de war: ‘Hebben jullie mijn bericht niet gekregen?’”

Joseph: “(haalt zijn schouders op) Zo ben ik. (Richt zich tot Dun) Ik bel jou toch ook zelden terug?”

Jullie zeiden eens dat jullie de beste groep van de wereld willen worden. Vinden jullie dat jullie er al dicht bij zijn?

Joseph: “Hoe dicht vind jij dat we zijn?”

Weet ik veel.

Joseph: “Yeah well, neither do we. Soms denk ik dat ik helemaal niets kan, en kijk ik naar een leeg blad papier als was het een metershoge muur. En soms voel ik me de allerbeste: ergens op die lijn, tussen die twee extremen, schippert elke artiest. Optreden voor enorme publieken kan het beste en het slechtste in je naar boven halen. Het is een strijd, maar hopelijk winnen we vaker dan dat we verliezen.”

Vorig jaar mochten jullie alvast nipt verlies optekenen: in zowel de VS als het Verenigd Koninkrijk eindigde Trench op de tweede plaats, achter de soundtrack van A Star Is Born.

Joseph: “(lacht voor het eerst) Daar waren we niet kwaad om, het was vooral grappig om van díé plaat te verliezen.”

Dun: “En toch is het eigenlijk niet eerlijk: movie money is nog iets anders dan music money.”

Joseph: “Ja, A Star Is Born heeft duizend keer meer promotie gekregen. Naar mijn bescheiden mening horen soundtracks in een andere categorie thuis. Wat meteen betekent dat wij wél gewonnen hebben.”

Dun: “We’re number one, man.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234