Zondag 17/11/2019
Prince tijdens een optreden in het Londense Wembley-stadion (augustus 1986).

Muziek

Twee nieuwe Prince-biografieën: de sexy motherfucker blijkt ook maar een mens

Prince tijdens een optreden in het Londense Wembley-stadion (augustus 1986). Beeld Getty Images

Twee nieuwe Prince-biografieën hengelen naar de aandacht van de fans met elk een aparte invalshoek. Het luid aangekondigde The Beautiful Ones profileert zich deels als een romantische autobiografie, maar charmeert vooral dankzij de foto’s. On Time van jeugdvriend Morris Day schetst een genuanceerder beeld van de superster.

De inleiding van The Beautiful Ones onthult meer over Prince dan het korte autobiografische gedeelte van het boek. In dat erg emotionele voorwoord vraagt de schrijver Dan Piepenbring zich wijdogig af waarom een kleine vis als hij en niet een van de vele gerenommeerde journalisten op het verlanglijstje van de uitgeverij door Prince werd gekozen om mee te werken aan een autobiografie, nu vier jaar geleden. Wie de carrière van Prince heeft gevolgd, zag de Amerikaanse superster nochtans vaker talent uit de anonimiteit wegplukken, van muzikanten over producers tot acteurs. Wellicht omdat kleine ego’s niet veel weerstand konden bieden aan het zijne. 

Piepenbrings getuigenissen van zijn eerste ontmoetingen met Prince – eerst in diens gigantische studiocomplex Paisley Park in Minneapolis, later op tournee in Australië – zijn erg vermakelijk en komen overeen met hoe een hoop journalisten in het verleden het mysterieuze, goed afgeschermde Prince-universum betraden: als opgewonden jongetjes in de chocoladefabriek van Willy Wonka. “Zou hij iedereen die vloekte wegsturen of een bijdrage aan zijn vloekenpotje eisen?”, schrijft Piepenbring over de met de leer van Jehova dwepende Prince, vlak voor hun eerste tête-à-tête. “Mocht je hem echt niet in de ogen kijken?” Maar zie: “Zodra Prince de kamer binnenliep, verdwenen alle zorgen. Hij was charmant en betrokken en nam zichzelf niet overdreven serieus.”

Prince wilde een uiterst persoonlijk boek schrijven. Half autobiografie, half filosofisch traktaat, zo blijkt. Dat boek is nooit kunnen verschijnen want toen de zanger in april van 2016 onverwacht overleed, hadden hij en Piepenbring er slechts een handvol verkennende gesprekken op zitten. Het beeld van Prince in de lijvige introductie van The Beautiful Ones (de titel komt van een ballade uit Purple Rain, zijn beroemdste plaat) is dat van iemand die op zijn 57ste de balans van zijn leven aan het opmaken was. 

Epilepsie

Tegelijk openbaart zich een immer zoekende kunstenaar, hongerend naar een filosofie die zijn visie op muziek en op het leven dient. Dat hij uiterst kieskeurig met woordenschat omspringt, getuigt van zijn perfectionisme en van de vrees om verkeerd te worden begrepen. Zo wil hij niet dat Piepenbring zijn muziek als ‘magisch’ omschrijft (“Magic, dat is Michaels woord” – de taal van zijn rivaal Michael Jackson) en stelt hij voor om een definitie voor funk te zoeken, het zwarte muziekgenre dat hij in de jaren 80 perfectioneerde. 

De onderdompeling van de schrijver in de paarse wentelwereld leest als een trein. Piepenbring wordt uitgenodigd op exclusieve feestjes, mag urenlang discussiëren met Prince over de muziekindustrie en over maatschappelijke kwesties. Hij krijgt zelfs een lift van de zanger naar het hotel (“Zijn postuur: rechtop. Zijn bediening van de richtingaanwijzer: onberispelijk.”) en mag met hem naar een privéscreening van de animatiefilm Kung Fu Panda 3

Een foto uit ‘The Beautiful Ones’ (1985). Beeld AP

In de voorgesprekken wrikt Piepenbring nu en dan uitspraken los die Prince de mainstreammedia nooit schonk. Over racisme, bijvoorbeeld. Prince ging naar een school met rijkeluiskinderen in het erg witte Minnesota. Toen een van hen hem ooit uitschold met het N-woord, verkocht Prince hem een dreun. Niet verwonderlijk vraagt de artiest zich af of hij een schrijver met een blanke huidskleur aan zijn autobiografie kan laten werken. Aanvankelijk vond Prince dat Piepenbring te weinig over racisme wist, een beeld dat hij gaandeweg bijstelde.

Leren we iets nieuws uit The Beautiful Ones? Soms. Wellicht wisten weinig insiders en hardleerse Prince-fans dat hij als kleuter en als scholier aan epilepsie leed:  felle black-outs, zo blijkt, “die gepaard gingen met ernstige stuiptrekkingen”. De aanvallen stopten plots, nadat hij aan zijn moeder had verteld dat hij “bezoek had gehad van een engel die zei dat mijn ziekte voorbij was”. 

Die moeder verafgoodde hij trouwens (“mijn eerste liefde”) in tegenstelling tot zijn vader die het gezin al vroeg verliet en pas het respect van Prince krijgt als die de puberteit induikelt. De onaantastbaar gewaande Prince zo openhartig zien schrijven over zijn familie, over zijn vroegste verliefdheden en zijn puberale besognes werkt hoe dan ook ontwapenend.

Jammer dat het dagboekgedeelte zo abrupt stopt (meer tijd schonk de man met de zeis hem niet). De rest van het boek wordt opgevuld met notities uit de legendarische Paisley Park-kluis, zelfgetekende cartoons,  interviewfragmenten, oude promofoto’s, een handgeschreven protosynopsis voor de Purple Rain-film en een door de zanger samengesteld fotoalbum vol amusante notities.

De laatste knuffel

Een geslepener Prince komt naar voren in On Time, de autobiografie die Morris Day schreef met de hulp van David Ritz, die ooit controverse oogstte met de notoire Marvin Gaye-biografie Divided Soul. Day is niet de eerste de beste: een getalenteerde drummer die in de middelbare school in het eerste bandje van Prince speelde en gaandeweg zijn boezemvriend werd. In de jaren 80 lijfde Prince hem in als frontman van The Time, een door Prince uitgevonden en met militaire precisie gedrilde funkband. Prince componeerde én speelde alle muziek voor The Time, bijgestaan door Day. Het resulteerde in artistieke meningsverschillen en uiteindelijk in de pijnlijke split van de groep, ook al was The Time in sommige Amerikaanse staten populairder dan Prince zelf. 

Day schetst in zijn biografie een merkwaardige vriendschapsrelatie van aantrekken en afstoten, waarbij hun innige muzikale band soms werd overschaduwd door een keiharde concurrentiedrang. Day werd door Prince geprezen en vernederd, beroemd gemaakt en in de kou gezet, tot aan de grote verzoening een aantal maanden voor zijn plotse overlijden. 

Beeld rv

Het is een van de passages in On Time die u met een korrel zout moet nemen. Day beschrijft er een laatste omhelzing met zijn mentor-jeugdvriend in de coulissen na een reunieconcert van The Time in Paisley Park. “Je bent geen grote knuffelaar, maar je knuffelde me toen wel”, beweert Day. Dat hij even tevoren zijn kameraad een motherfucker noemt en hem in het boek om de haverklap vervloekt omdat hij zich als een marionet voelt in de handen van Prince contrasteert wel erg fel met die hollywoodiaanse slotscène.

Het doet enigszins denken aan The Most Beautiful, de biografie van Mayte Garcia (de beroemdste ex-vrouw van Prince) die twee jaar geleden een even gekleurde maar ook even emotionele blik wierp op de mens achter de superster. In Garcia’s relaas dook een zorgzame, immer in zichzelf gekeerde Prince op die het vaderschap niet werd gegund. Zij leek de meest onhebbelijke trekjes van haar voormalige echtgenoot toe te dekken met begrip en liefde, zoals Day dat uiteindelijk ook doet in On Time. Hij concludeert dat Prince bovenal zijn perfectionisme en zijn toewijding aan de muze centraal stelde, tot frustratie van wie daarbij in de weg liep.

Dierlijke lust

Ook luchtiger clichés worden door Day terloops bevestigd, zoals de ‘princelijke’ appetijt voor vrouwelijk schoon. “Tegen kerels die beweerden dat hij homo was, zei ik altijd hetzelfde: laat hem een minuutje alleen met je knappe liefje en je zult zien wat er gebeurt”, schrijft een ginnegappende Day. 

Prince zet die fascinatie voor de vrouw ook onomwonden in de verf in het handjevol autobiografische pagina’s van The Beautiful Ones. Bij de vele meisjes die tijdens zijn lagereschooljaren zijn nieuwsgierigheid prikkelen, valt vooral ene Cari op, die hij zijn eerste echte vriendin noemt. “Een stoere ghetto girl en alles waarvoor mijn vader me had gewaarschuwd”, schrijft hij. “Cari’s lichaam had verboden moeten worden. Vooral in het weekend waren haar welvingen levensgevaarlijk. (...) Cari was het eerste meisje dat in deze jongen een onontkoombare dierlijke lust losmaakte.”

Beeld rv

Is The Beautiful Ones het ultieme Prince-boek? Geenszins. We lazen al gedetailleerdere karakteranalyses in Let’s Go Crazy van Alan Light en in Dig If U Will The Picture van Ben Greenman. Het raderwerk achter de geniale muzikale output van Prince werd dan weer op onevenaarbare wijze uit de doeken gedaan door Matt Thorne in Prince of door Duane Tudahl in het machtige naslagwerk Prince and The Purple Rain Era Studio Sessions – allemaal aanraders, mocht u het zich afvragen. 

Maar The Beautiful Ones heeft natuurlijk de stem van Prince himself in huis. Daar kunnen weinig biografieën tegenop. Het autobiografische aandeel mag dan teleurstellend beknopt zijn, bij momenten werkt het hartverscheurend. De overvloed aan prachtig fotomateriaal maakt veel goed. On Time beslaat dan weer heel de carrière van Prince, maar is stilistisch an acquiered taste, zoals dat heet. Morris Day gebruikt er de stem van de overleden Prince als Grieks koor bij zijn kleurrijke bevindingen, wat soms potsierlijk aandoet. 

Verkiest u een romantisch eerbetoon of een entertainende luis in de pels? Tja, hoe wilt ú zich Prince herinneren?

The Beautiful Ones is uit bij Xander

On Time: A Princely Life In Funk is uit bij Hachette Books

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234