Dinsdag 18/06/2019

Koningin Elisabethwedstrijd

Twaalf violisten, en zo weet u wie de beste is: de Koningin Elisabethwedstrijd voor dummy’s

Beeld RV

Twaalf violisten maken deze week onder elkaar uit wie de Koningin Elisabethwedstrijd wint. Hoe kun je als leek een glansprestatie van een middelmatig concerto onderscheiden? Een aantal kenners helpt de klassieke hobbyisten alvast op weg.

De Koningin Elisabethwedstrijd is zowat de heilige graal voor iedereen die klassieke muziek een warm hart toedraagt. Een van de langste, oudste en daarom ook meest prestigieuze muziekconcoursen ter wereld. Een wedstrijd waarvan de eindstrijd bovendien integraal op radio en tv te volgen is. Ideaal dus voor een avondje cultureel vertier op hoog niveau. Een beetje zoals het Eurovisiesongfestival dus. Maar waar je bij die laatste wedstrijd als niet-kenner probleemloos het onderscheid kunt maken tussen goed en slecht – tip: let op de kostuumwissels en de speciale effecten – ligt dat bij de Koningin Elisabethwedstrijd een stuk moeilijker. Wat niet betekent dat u blindelings het oordeel van de jury moet volgen. Vijf kenners leggen uit hoe zij het onderscheid maken tussen goed en slecht en geven tips hoe u dat deze week ook kunt doen.

Het uiterlijk

Een makkelijke om mee te beginnen. Want hoewel de Koningin Elisabethwedstrijd geen Idool of X Factor is, speelt het uiterlijk en de uitstraling van de kandidaten een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou denken. “Het publiek luistert voor 75 procent met de ogen”, zegt hoboïst Bram Nolf, die deel uitmaakt van het Belgian National Orchestra dat tijdens de wedstrijd de kandidaten begeleidt. “Een professionele jury moet daar in principe doorheen kunnen kijken en de finalisten alleen op hun muzikale merites beoordelen, maar ik weet uit ervaring hoe moeilijk dat is. Net daarom spelen de kandidaten tijdens rekruteringswedstrijden voor orkesten meestal achter een scherm.”

Katelijne Boon, gastvrouw van de Koningin Elisabeth-uitzendingen op Canvas, let wel op het voorkomen van de kandidaten. “Zo’n prestigieuze wedstrijd is tenslotte een feestje”, vindt ze. “Als je dan, zoals Alex DeSocio vorig jaar, het podium opkomt met ongewassen haar en in een veel te groot kostuum leid je de aandacht af van datgene waar het uiteindelijk om draait: de muziek.” 

De jury tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Beeld Photo News

Dat kan trouwens ook gebeuren wanneer een kandidaat zich in een te opvallend kostuum hijst. Boon: “Het is zoeken naar een evenwicht. Vooral de Aziatische kandidates lijken er een erezaak van te maken om in elke ronde met een nieuwe jurk uit te pakken. Als ze dat goed doordacht doen, kan dat wel degelijk een meerwaarde zijn. De Japanse Yukiko Uno bijvoorbeeld droeg in de halve finale een toverachtige jurk die perfect bij het sprookjesachtig karakter van haar concerto paste.” 

Ook violiste Justine Bourgeus, die tegenwoordig als Tsar B door het leven gaat, heeft het over dat totaalplaatje. “De outfit zou geen rol mogen spelen, maar ik laat me er onbewust toch door beïnvloeden. Als ik naar een optreden ga, wil ik betoverd raken. En dat kan alleen als alles wat op het podium te zien is klopt.”

Het stuk

Tijdens de finale brengen alle kandidaten twee stukken: een door de jury verplicht werk en een zelfgekozen concerto. Die laatste keuze vertelt veel over de finalisten, nog voor er ook maar één noot is gespeeld. Wie zoals Luke Hsu, de eerste kandidaat die vanavond het podium op moet, voor een concerto van Tsjajkovski kiest, wil vooral zijn virtuositeit benadrukken, zegt Wolfgang Heiremans, zelf violist en opnameleider bij Klara. “Wie kiest voor een werk van Sibelius of Brahms wil dan weer vooral de emotie laten spreken.” 

De keuze van het werk zegt ook iets over de persoonlijkheid van de violist die het brengt. De drie finalisten die kiezen voor het vioolconcerto van Brahms, bijvoorbeeld, maken een veilige keuze. “Sommige stukken hebben in het verleden al bewezen dat ze het goed doen bij een jury”, legt Nolf uit. “Puur statistisch gezien heeft wie een stuk van Tsjajkovski kiest meer kans om te winnen.”

Sylvia Huang, de enige Belgische kandidate, kiest dan weer voor een minder voor de hand liggend stuk. Zij speelt vanavond een vioolconcerto van Antonin Dvorák, een stuk dat in 1971 voor het laatst op de Koningin Elisabethwedstrijd te horen was. “Een keuze die getuigt van persoonlijkheid”, vindt Nolf. “Dat kan in haar voordeel werken.”

Sylvia Huang is de enige Belgische finaliste. Ze brengt een vioolconcerto van Antonin Dvorák. Beeld BELGA

Om de prestatie van de finalisten die een werk van Brahms, Dvorák of Sibelius te berde brengen in te schatten, moet je dat specifieke concerto al eens eerder hebben gehoord. Maar ook wie deze week onbeslagen op het ijs komt, hoeft niet te wanhopen. “In dat geval kun je je op het verplichte werk concentreren”, zegt Nolf. “Alle finalisten spelen datzelfde stuk, dit jaar gecomponeerd door de Fin Kimmo Hakola. Op die manier komen de onderlinge verschillen duidelijk naar voren.” 

Zeker omdat ze het stuk in kwestie zonder hulp van buitenaf moeten instuderen. “Nadat ze de partituren krijgen, logeren de finalisten een week in de muziekkapel, helemaal van de buitenwereld afgesloten", legt Boon uit. “Gsm’s, laptops en tablets zijn er verboden om te vermijden dat ze een leraar of collega-muzikant om hulp zouden vragen. Het enige wat in die kapel voor ontspanning zorgt, is een pingpongtafel. Die kwam er op vraag van finalist Theo Olof in 1951 en geeft de finalisten tussen het oefenen door toch iets leuks te doen.”

De techniek

De finalisten zijn stuk voor stuk absolute topmuzikanten. Fouten maakt dat soort muzikanten amper. “En als het toch al eens gebeurt, is het als leek quasi onmogelijk om die te horen”, zegt Laura De Bruyn. Zij studeerde viool aan het conservatorium van Gent, geeft ondertussen les en becommentarieert de wedstrijd op de Facebook-pagina DeZes. 

Toch zijn er momenten waarop je deze week maar beter de oren spitst. “In elk concerto zit een passage die de cadens heet”, legt Boon uit. “Dan stopt het orkest met spelen en gaat de solist alleen verder.” Eventuele haperingen vallen tijdens zo’n passage sowieso veel meer op en dan moet het moeilijkste nog komen. “Op het einde van zo’n cadens valt het orkest opnieuw in. Wanneer de timing er dan ook maar een heel klein beetje naast zit, hoor je dat meteen.” 

Ook Nolf wijst op het belang van dat ritme. “Het tempo in zo’n klassiek stuk gaat voortdurend op en neer. Dat moet op een heel natuurlijke, bijna organische manier gebeuren. Je hoeft echt geen muziekkenner te zijn om te voelen of dat ritme klopt.”

Bourgeus heeft nog een tip waaraan je als klassieke leek kunt zien of het gevoel van zo’n concerto juist zit. Zij raadt aan te kijken naar de gelaatsuitdrukking en de lichaamstaal van de solist. “Het moet eruitzien alsof het spelen hun geen enkele moeite kost. Ik heb in de halve finales Seiji Okamoto aan het werk gezien. Natuurlijk heeft hij zich kapot geoefend om dat stuk te kunnen brengen. Dat hebben alle kandidaten gedaan. Maar hij slaagt erin het te spelen alsof het niets voorstelt. Het zijn dat soort details die op het eind het verschil maken.” 

De klank

Let tijdens de finaleweek ook eens op het instrument dat de kandidaten onder hun kin klemmen. Want ook dat speelt een belangrijke rol. “Een absoluut topinstrument heeft wat wij een veel grotere klank noemen dan een instrument van net iets mindere kwaliteit”, legt Heiremans uit. Die absolute topviolen klinken luider, waardoor de violist die ermee speelt minder moeite moet doen om boven het orkest uit te komen. “Aandachtige luisteraars zullen dat zeker merken”, zegt Nolf. “Al wordt het verschil in volume op tv een beetje uitgevlakt.” 

In die zin komt de Belgische kandidate met een achterstand aan de start. “Haar instrument is qua klankvolume zeker niet het beste van het pak”, vindt Heiremans. Maar alle violisten op hetzelfde instrument laten spelen, zoals bij het concours voor piano, is geen optie. Heiremans: “Een viool is een heel persoonsgebonden instrument. Ik heb jaren een viool gehad die perfect bij mijn speelstijl paste. Toen ik het uitleende aan een andere muzikant krijg hij er bij wijze van spreke amper klank uit.” 

Dat betekent niet dat de violist met het beste instrument sowieso wint. De Bruyn: “De passie die je in zo’n vertolking legt, kan heel veel goedmaken.” 

Het verhaal

Met voorsprong het moeilijkst te objectiveren criterium. Elk van de experts heeft het over de manier waarop een violist een verhaal vertelt, je meeneemt in zo’n concerto of erin slaagt om verschillende emoties over te brengen.  “Het is een soort warmte die zo’n kandidaat weet over te brengen", zegt Bourgeus.

De Canadees-Amerikaanse Shannon Lee tijdens haar halve finale in Brussel. Beeld Photo News

Maar hoe je die warmte in je concerto moet krijgen, daar bestaat geen handleiding voor. “Sommige concerten worden tot in de perfectie gespeeld, maar doen me niks”, zegt De Bruyn. “En op andere momenten zit ik met mijn ogen vol tranen te luisteren.” Boon: “Als zo’n finalist van het podium stapt, stel ik mezelf steeds de vraag: zou ik tickets kopen voor zijn of haar volgende concert? Is het antwoord ja, dan is de solist er op een of andere manier in geslaagd om me te raken.” 

Net omdat er geen specifieke regels of criteria zijn om de verhalende kracht van een muzikant te beoordelen, is het ook voor de absolute leek mogelijk om er zijn oordeel over te geven. “Eigenlijk is het simpel", zegt Heiremans. “Vergelijk het met een acteerprestatie. De enige vraag die je je moet stellen is: wie heeft je een verhaal gebracht dat je raakte? Een verhaal waarin je kon meestappen? Op het einde van de week is dat de beste kandidaat.”

De finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, van maandag tot zaterdag op Canvas en Klara.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden