Dinsdag 07/04/2020
Justine Bourgeus (links): ‘Het is crisis, ook in cultuurland, maar hoe heftiger het wordt, hoe meer creativiteit eruit zal voortvloeien.’

Interview

Tsar B en Sylvie Kreusch: ‘Het leven is helemaal niet zo fantastisch als ze ons hebben voorgespiegeld’

Justine Bourgeus (links): ‘Het is crisis, ook in cultuurland, maar hoe heftiger het wordt, hoe meer creativiteit eruit zal voortvloeien.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Justine Bourgeus alias Tsar B speelde ooit bij School Is Cool en Sylvie Kreusch was de frontvrouw van het ter ziele gegane Soldier’s Heart. Solo maken ze nu, elk op hun manier, even excentrieke als gevoelige elektronica. Als beste vriendinnen delen ze bovendien nog méér: hun liefde voor honden, theatrale podiumoutfits en de aangenaam bedwelmende eenzaamheid van songs schrijven. ‘De eerste avond dat we elkaar leerden kennen, hebben we elkaar voluit op de mond gekust. Zo hoort het toch, bij échte vriendschap?’

Justine Bourgeus (26) is nog maar pas het Antwerpse herenhuis binnengestapt waar Sylvie Kreusch (28) tussen de boomstammen leeft – haar inwonende broer Guillaume heeft een nieuwe job als boomverzorger, zo blijkt – of er ontspint zich meteen een gesprek over honden versus katten.

Bourgeus: “De laatste kat die ik had, stond me altijd aan de wenteltrap op te wachten om me aan te vallen. En toen ik nieuwe zetels had gekocht, heeft ze die ondergepist.”

Sylvie Kreusch: “Er bestaan ook wel zalige katten, maar honden zijn áltijd tof – dat is het verschil.”

Bourgeus: “Van coole katten zeggen mensen ook altijd: ‘Dat is precies een hond.’

“Onlangs heb ik voor het eerst een klik gehad met twee katten van iemand met wie ik samenwerk – Pink en Floyd heten ze. Ik heb er zelfs mee gepraat. Dat was de eerste keer in 26 jaar dat het eens goed ging tussen katten en mij. Ik ben meer een hondenmens.”

De twee muzikantes hebben 2020 mooi ingezet. Na uitverkochte shows in de AB en de Vooruit trekt Sylvie Kreusch binnenkort op tournee door Nederland met Eefje de Visser – óók een beste vriendin. Eind deze maand brengt ze de nieuwe single ‘Just a Touch Away’ uit, meer nieuw materiaal volgt later. Op 22 maart speelt Justine Bourgeus op het nieuwe OLTClub-festival in het Rivierenhof te Deurne samen met Cheb Runner, een artiest die graag Noord-Afrikaanse én Midden-Oosterse klanken door zijn techno mixt; enkele dagen eerder verschijnt haar nieuwe single 'Devil Baby' – featuring Mauro Pawlowski – en later deze maand volgt de ep Unpaintable.

Wat weten jullie nog van jullie allereerste ontmoeting? Was er meteen chemie?

Kreusch: “We hebben elkaar leren kennen op een festival. Daarna heeft Justine me een lift naar de Gentse Feesten gegeven, en die nacht hebben we gekust. Bij al mijn beste vriendinnen is het zo gegaan, het begint altijd met elkaar op de mond kussen.”

Bourgeus: “Het was liefde op het eerste gezicht. Nu denkt iedereen die dit leest, dat wij een relatie hebben, maar je kust je vrienden toch op de mond?”

Kreusch: “Dat is een teken van échte vriendschap. Al doen we het niet altijd – alleen als we zat zijn.”

Bourgeus: “En het is ook nog maar één keer gebeurd.”

Kreusch: “Wat later hadden we elk een optreden bij VRWRK, en daar is onze vriendschap echt opengebloeid, toen we aan de zijkant van het podium stonden te wachten. Later, op Pukkelpop, liep Justine het Castello-podium op zonder haar strijkstok. Als een echte diva liep ze het podium op, maar plots keerde ze naar mij terug. Alleen: die strijkstok zat nog ergens in een kist. Waarop ze weer het podium opliep en op haar viool begon te tokkelen.”

Bourgeus: “En toen besefte ik dat de song in kwestie veel beter klonk.

“Had jij eigenlijk al iets over me gehoord voor we elkaar leerden kennen?”

Kreusch: “Ja, één van mijn beste vrienden had foto’s genomen van School Is Cool en zei me: ‘Je moet eens kijken, er zit een keischoon meisje bij.’”

Bourgeus: “Ik had al véél over jou gehoord. Dat je een diva bent, terwijl dat helemaal niet zo is.”

Kreusch: “Veel mensen denken dat ik arrogant ben, tot ze met mij hebben gebabbeld.”

Jullie hebben intussen samen het bezwerende nummer ‘Medagelous’ gemaakt, een verengelsing van ‘meedogenloos’.

Kreusch: “Dat is ontstaan op mijn verjaardag, terwijl we pannenkoeken aan het bakken waren. We waren van alles tegelijkertijd aan het doen, en plots was dat nummer daar. Wellicht omdat we met ons hoofd elders zaten.”

Bourgeus: “Onlangs zaten we 's nachts samen in de auto en legden we het op. En we beseften: ‘Shit, dat is toch wel goed.’ Maar we hebben er toen geen single van gemaakt.”

Kreusch: “Dat is ook wel tof, dat het een hidden track blijft. Ik heb die song live al een paar keer met Justine gebracht, en de mensen in het publiek die het kennen, zijn de diehards, hè. Ik heb het als muziekfan zelf ook altijd tof gevonden om nummers van mijn favoriete artiesten te kennen die bijna niemand anders kent. Of waarvan je dat tenminste denkt. (lacht)

Ik zag beelden van je optreden op de jongste editie van het showcasefestival Eurosonic in Groningen. Je was wulps in een kooi aan het dansen en zingen. Heb je op zo'n moment het gevoel dat je een zekere macht over je publiek hebt?

Kreusch: “Die kooi stond toevallig op het podium en ik kon niet anders dan erin kruipen. Ik heb toen ook aan de buitenwipper van de nachtclub gevraagd of hij me wilde ophalen en door het publiek leiden. Hij had een zonnebril op en duwde iedereen opzij: het was aandoenlijk om te zien hoe serieus hij het nam. (lacht)

“Maar macht voel ik niet op het podium. Het gaat me ook niet om aanbeden worden - die bewondering vergeet je, net als het applaus. Mensen denken ook vaak dat optreden iets narcistisch is, maar daar heeft het niets mee te maken. Voor mij is het louterend: je krijgt een podium om je supereerlijke gevoelens te uiten. En er is niks mooiers dan dat andere mensen zich in die gevoelens kunnen vinden, of dat je andere mensen heelt. Jonge meisjes komen soms na een optreden naar me toe: ‘Ik wil dat ook doen. We zien in jou een sterke vrouw en dat maakt ons ook sterk.’ Dat is toch het mooiste compliment dat je kunt krijgen?

“Op het podium doe ik dingen met mijn stem en maak ik bewegingen met mijn lichaam waarvan ik zelf schrik. En als ik écht in het moment zit, vergeet ik zelfs dat er een publiek staat. Je kunt het effect van optreden nog het best vergelijken met dat van sporten.”

Bourgeus: “Sylvie zegt altijd hoe belangrijk het podium voor haar is, maar ze is ook echt crazy in de studio. (tegen Kreusch) Jij maakt zulke goeie dingen.”

Sylvie Kreusch (links): ‘Ik wil geen levenslessen meer, ik wil gewoon dat de liefde blijft duren.’ Beeld Charlie De Keersmaecker

Sylvie, jij hebt ooit jazzstudio gevolgd, maar je bent daar snel mee gestopt. Justine, je hele jeugd stond in het teken van vioolspelen en klassieke muziek. Voelen jullie het onderlinge verschil in scholing?

Kreusch: “Ik hoor weleens dat veel muzikanten alles wat ze geleerd hebben op school moeten leren loslaten, maar Justine kan dat heel makkelijk. En bij mij is er niets om los te laten. Al voel ik wel dat ik de trucjes van het songs schrijven intussen leer kennen, en dat dat gevaarlijk is. Als ik mijn hersenen begin te gebruiken tijdens het schrijven, weet ik dat het tijd is om te stoppen.”

Bourgeus: “Ik ervaar songs schrijven als een magisch proces, waarbij je gebruikmaakt van een extra zintuig. Als ik een goeie song klaar heb, voel ik me helemaal alleen op de wereld, maar op een goeie manier. En als ik me inbeeld dat andere mensen naar mijn nummer zullen luisteren, krijg ik vlinders in de buik. Omdat zij dan zullen voelen wat ik voelde toen ik dat nummer schreef. En misschien ook verliefd op mij zullen worden. (lacht)

Kreusch: “Ik kan het net heel raar vinden dat mensen mij kennen, en ik hén helemaal niet. En dat allemaal door een liedje dat ik hier in mijn eentje in mijn kot heb geschreven.”

Jullie hebben allebei een lange relatie met een muzikant achter de rug. Justine, jij was samen met Mathieu Terryn van Bazart, Sylvie, jij met Maarten Devoldere van Balthazar en Warhaus, jullie groep samen. Hebben jullie het alleen-zijn nodig om als soloartiest voluit te kunnen gaan?

Bourgeus: “Ik voor 100 procent. Ik ben ook veel wijzer geworden.”

Kreusch: “En ben je in een relatie, hoe goed die ook is, niet altijd wat zwakker? Ik ben in ieder geval een enorme volger. Als er werd gezegd: ‘Vanavond doen we dit’, dan antwoordde ik: ‘Oké.’ En voor ik het besefte, was ik naar Gent verhuisd. Daarom is het wel leuk om weer in Antwerpen te zijn, bij mijn vrienden en mijn roots. En om zelf te bepalen hoe ik mijn dagen invul.”

Houden jullie van veranderingen?

Kreusch: “Eigenlijk niet. Het idee dat ik moet verhuizen of van job veranderen, daar krijg ik stress van.”

Bourgeus: “Ik hou van veranderingen, op voorwaarde dat ik een basis heb. Ik leef heel impulsief, maar dat kan alleen maar omdat ik vrienden heb naar wie ik kan terugkeren - zij zijn nu alles voor me.”

Na omzwervingen in Antwerpen en Gent woon je tegenwoordig in Brussel. Wat zocht je daar? En heb je het gevonden?

Bourgeus: “Er gebeurt in Brussel veel op het vlak van elektronica en hiphop. Ik ben heel blij dat ik de stap heb gezet. Vóór ik er woonde, werkte ik wel al met mensen uit Brussel samen, producers uit de brede kring van Zwangere Guy, maar intussen produce ik zelf voor anderen. Ik heb net iets af voor Ikraaan. Ik woon in Anderlecht, aan het Zuidstation. Niet de meest voor de hand liggende plek, maar ik heb het gevoel dat daar de toekomst ligt. En in Brussel werken muzikanten écht meer samen.”

Kreusch: “In Gent zijn het meer bands, in Brussel draait het vooral rond producers. En door de Brusselse scene rond Roméo Elvis en Angèle heeft de Franstalige muziek opnieuw weerklank gevonden in Vlaanderen. Die twee werelden waren veel te lang véél te gescheiden.”

Sylvie, jij doet de styling van een andere goede vriendin van je, Eefje de Visser.

Kreusch: “Ik kom vaak bij haar thuis, en vroeger vroeg ze me dan of ik even wilde meekijken in haar kleerkast. Ze twijfelde soms wat ze moest aantrekken voor op het podium. Ze was toen nog zoekende en had het gevoel dat ze het maar beter sober hield, omdat de mensen haar ‘nu eenmaal zo kennen’. Terwijl al die gewaagdere kleren gewoon in haar kast hingen! Ik vind het zo mooi om te zien hoe ze vestimentair is opengebloeid sinds haar laatste plaat. Ze is altijd bezig geweest met mode, maar ze had gewoon vriendinnen nodig die haar over de streep trokken. Alles waarin je haar ziet, zijn haar eigen kleren, ik ben misschien één keer met haar gaan shoppen. Tegenwoordig zie ik foto's van haar passeren waarvan ik denk: oh my God! Ik vind haar metamorfose prachtig.”

Wat betekenen podiumkleren voor jullie?

Kreusch: “Als ik niet 100 procent goed in mijn kleren zit op het podium, zakt mijn performance in elkaar.”

Bourgeus: “Bij mij is dat ook zo. Het is een tweede huid waarin je je hult, en die moet perfect zitten om je méé te sleuren in de performance.”

Het voorbije decennium werden stylisten van popsterren even grote sterren. Hannah Marshall en Aldene Johnson bedachten de theatrale looks van Florence Welch. Zouden jullie met een vaste stylist kunnen werken?

Bourgeus: “Ja, als ik iemand vind met wie het klikt.”

Kreusch: “Ik heb dat nu met mijn beste vriend, Tom Eerebout.”

Hij is al jaren de stylist van Lady Gaga. Eind vorig jaar werd hij door het blad The Hollywood Reporter samen met zijn medewerkster Sandra Amador verkozen tot the Most Powerful Stylists in Hollywood.

Kreusch: “Mijn klik met Tom is puur gebaseerd op onze vriendschap. Dankzij zijn job is het wel makkelijk om kleren te lenen bij internationale ontwerpers. Vroeger probeerde ik dat zelf, en ik kan je verzekeren: daar kruipt tijd in. Als je mailt, krijg je misschien één op de twintig keren een antwoord.”

Bourgeus: “Ik werk meestal met Belgische ontwerpers, en het valt me op hoe snel ze antwoorden, zelfs als ze al lang voor buitenlandse artiesten werken. Onlangs stuurde ik een mailtje naar Di Du (een ontwerpster met Chinese roots die in Antwerpen is gevestigd, red.). Zij had op dat moment net outfits voor Rosalía gemaakt, maar tien minuten later had ik al een antwoord. Belgen steunen Belgen, dat valt echt op. Ik hield ook erg van A.F. Vandevorst, ik kon altijd op hen rekenen.”

Sylvie Kreusch (rechts): ‘Op het podium maak ik bewegingen met mijn lichaam waarvan ik zelf schrik. En als ik écht in het moment zit, vergeet ik zelfs dat er een publiek staat.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Kreusch: “Het modehuis van Ann Demeulemeester staat ook altijd klaar voor muzikanten.”

Bourgeus: “Ik vind het ook spannend om met onbekende ontwerpers te werken. Tijdens mijn laatste show in de AB droeg ik een outfit die volledig was gemaakt van gerecycleerd denim en was bestikt met kruisjes en andere katholieke symbolen. Een ontwerp van Ginger Bogaert – zij is nog piepjong: ze is geboren in 2000. Ik had catwalkfoto's van haar werk als eerstejaarsstudent aan het KASK gezien en dacht: wat een megatalent! Het is plezant om als muzikant met veelbelovende jonge ontwerpers samen te werken.”

Justine, jij vertelde me eens dat er bij jullie generatie muzikanten veel minder rivaliteit is dan bij vorige generaties.

Kreusch: “Ik ervaar dat ook zo. Het is niet meer ieder voor zich. Dat komt ook door de moeilijke tijden waarin we leven, denk ik. We moeten onze muzikanten wel met elkaar delen, of ze komen gewoonweg niet rond.”

Bourgeus: “Het is crisis, ook in cultuurland, maar hoe heftiger het wordt, hoe meer creativiteit eruit zal voortvloeien. Ik heb de afgelopen maanden veel in het buitenland getourd, en het viel me telkens op dat je de meeste undergroundcreativiteit vindt in gebieden waar het verval het ergst is: in steden als Boekarest en zeker Rio de Janeiro - nergens heb ik zoveel economisch en ecologisch verval gezien als in Brazilië. Hun president, Jair Bolsonaro, verfoeit homo's en de mensen zitten in een wurggreep, maar er is wél strijdlust en creatief verzet. In de favela's van São Paulo heb ik een project bezocht waar straatkinderen leerden tekenen, muziek maken en fotograferen. De volwassenen liepen er ook allemaal rond met een fototoestel - zoals het hoofdpersonage in de film Cidade de Deus – om de kinderen te tonen dat er andere rolmodellen bestaan dan de criminelen die ze van jongs af aan zien.”

Hebben jullie je als twintigers al eens bekocht gevoeld? Dat het plaatje van volwassen zijn dat je als kind voor ogen had, niet blijkt te kloppen?

Kreusch: “Door de scheiding van mijn ouders heb ik al vroeg een realitycheck gekregen: ik heb mijn moeder helemaal opnieuw zien beginnen, vanaf nul. Maar ik was ook een kind dat erg in haar eigen wereldje leefde, waardoor ik die scheiding niet als een trauma heb ervaren. Voor mijn zus was dat anders.

“Ik ben nooit bang geweest voor de toekomst, tot nu. Pas recent vraag ik me af: hoe ga ik mezelf in godsnaam rédden? Vroeger had ik dat absoluut niet, ik leefde heel hard in het heden - misschien zelfs iets te hard. Die mind switch heeft zeker met mijn solocarrière te maken. Ik heb geen groep meer waar ik me achter kan verstoppen. Ik word ook met mijn neus op de financiële kant van de zaak geduwd, ik mag er niet meer van uitgaan dat iemand anders het achter mijn rug wel zal oplossen.”

Bourgeus: “Ik heb wel een andere jeugd gehad dan Sylvie, meer een Disney-jeugd.”

Kreusch: “Ja, jij komt uit een warm gezin, je ouders zijn nog samen... Ik denk dat jij daardoor ook meer in de liefde gelooft.”

Bourgeus: “Ik begin niet ‘voor even’ een korte relatie, daarvoor neem ik relaties veel te serieus.”

Kreusch: “Ik ook, maar als ik morgen in een nieuwe relatie zou stappen, denk ik automatisch: pas maar op, Sylvie. Ik heb ook al gehoord dat ik een muur rond me optrek als er mannen in de buurt komen. Tegelijkertijd is er het grote verlangen om bij een nieuwe relatie niet te moeten denken: ook al loopt het slecht af, het zal een levensles zijn die me sterker maakt. Ik wil zulke levenslessen niet meer, ik wil gewoon dat de liefde blijft duren. En zoals Tom Eerebout met mijn man in een oude boerderij in Normandië gaan wonen en nog lang en gelukkig tussen de dieren leven. (lacht)

Bourgeus: “Ik heb dan wel een goeie jeugd gehad, maar ik heb ook onrust gekend. Op mijn 15de was ik al zo serieus met muziek bezig, met viool en klassieke muziek en jazz, dat ik geen lucht kreeg. En op mijn 18de trok ik op tournee met School Is Cool én ging ik economie studeren. Daardoor heb ik op mijn 19de een baby-burn-out gekregen. Sindsdien creëer ik op tijd rust voor mezelf.

“Als kind moet je natuurlijk kunnen dromen, maar ik merk dat we helemaal níét zijn voorbereid op veel stress. Ook voor veel van mijn vrienden is de realiteit superzwaar, het is allemaal niet zo fantastisch als ons werd voorgespiegeld. Op school leerden we wel alles over integralen, maar niets over het leven.”

Wat hadden ze je daar moeten leren ter voorbereiding op het echte leven?

Kreusch: “Gewoon hoe je al die dagelijkse dingen moet aanpakken, te beginnen met alles wat er in je brievenbus valt. Volwassen worden is de hele tijd op je bek gaan en fouten maken, om daarna te snappen: ah, ik had dat eigenlijk zó moeten aanpakken. Maar intussen ben je wel 500 euro kwijt.”

Bourgeus: “Ik heb economie gestudeerd en die studie heeft me logica bijgebracht, en het vermogen om snel te redeneren. Maar voor het overige weet je toch niets als je van de universiteit komt? Waarom geven ze er over alle richtingen heen geen basisvakken als wereldgeschiedenis, seksuologie, sociologie en zeker psychologie? Of zelfs in het middelbaar al?”

Kreusch: “Ik wilde nét hetzelfde zeggen. Iedereen in onze generatie worstelt wel met een psychologisch probleem. Maar in vergelijking met vorige generaties is het taboe daarrond wel gesneuveld: wie naar een psycholoog gaat, komt daar openlijk voor uit.”

Ik kom nog uit een generatie waar eigenschappen als ‘stabiel zijn’ of ‘nuchterheid’ als kwaliteiten werden geprezen, tot vervelens toe.

Kreusch: “Terwijl het nu bijna een trend is om een psycholoog te hebben. (lacht) Ik zie rond me zoveel jeugdtrauma's die nu pas naar boven komen. Je ziet mensen mentaal ineens als een pudding in elkaar zakken, nog voor ze 30 worden. Ikzelf ben nog nooit in therapie geweest, maar ik had dan ook mijn muziek.”

Bourgeus: “Zoveel mensen in mijn omgeving hebben tussen hun 16de en 23ste een depressie doorgemaakt waarvan ze nu pas beseffen dat het een depressie was. Dan denk ik: hadden we in het middelbaar het vak psychologie gehad, dan hadden we die depressies veel sneller herkend, én kunnen behandelen.”

Kreusch: “Daarom ben ik ook zo blij met Billie Eilish. Ik geloof haar, ze is voor mij nog nooit door de mand gevallen. En ze zal wel een therapeut hebben die haar begeleidt op tournee, wat ook nodig is op haar leeftijd, maar ze is zo wijs. Dat ze zo jong al over zoveel levenswijsheid beschikt, komt volgens mij door het thuisonderwijs bij haar ouders. Ik denk echt dat ze een heel goede opvoeding heeft gehad, waarbij de focus was: wie ben jij en hoe kun jij je het best ontwikkelen?”

Slotvraagje: heb je je rijbewijs al gehaald? Dat was je grote plan sinds ons vorige interview.

Kreusch: “Nee. Eerst moet ik nog dat fucking kunstenaarsstatuut in orde brengen. (lacht)

Bourgeus: “Ik heb soms spijt dat ik mijn rijbewijs heb, want ik stapel de boetes op.”

Kreusch: “En dan denk ik: wil ik wel een rijbewijs? We zijn net een week naar Istanbul geweest. Justine had er een show, ik ben er ook op het podium gekropen en we hebben er een weekje vakantie aan gebreid. Hoeveel parkeerboetes zaten er onder je ruitenwissers toen we terugkwamen? Twintig?”

Bourgeus: “Twaalf. Ik heb het achteraf opgezocht: auto's mogen in heel Anderlecht staan, behalve op dat ene plekje. En daar stond ik dus. Wist ik veel. (lacht)

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234