Zondag 01/08/2021

Interview

Tracey Emin: ‘Die kanker was erg, maar met mijn kunst gaat het goed’

Tracey Emin: ‘Van Gogh gebruikte in zijn kunst continu zichzelf. Maar als een vrouw zoiets doet, dan is ze een jammerende narcist.’ Beeld Alun Callender
Tracey Emin: ‘Van Gogh gebruikte in zijn kunst continu zichzelf. Maar als een vrouw zoiets doet, dan is ze een jammerende narcist.’Beeld Alun Callender

Voor de Engelse kunstenaar Tracey Emin (57) was 2020 heftig: ze werd zwaar ziek, verliet na twintig jaar Londen en dan had je nog corona. Is ze ongelukkig? O nee, haar kunst floreert en ze is klaar voor de liefde.

“Hallo? Je spreekt met Tracey Emin. Ik ben onderweg van Londen naar Margate, dus ik kan nu praten.’ De Engelse kunstenaar klinkt gehaast. Ze zal druk zijn: drie eerdere telefonische afspraken mislukten. Zo te horen zit ze niet zelf achter het stuur, maar wordt ze gereden richting het kustplaatsje Margate, haar geboorteplaats. Je ziet haar zo voor je, op de achterbank van de auto, achter geblindeerde ramen.

Het is hier haast ondenkbaar, een kunstenaar als superster, maar voor Tracey Emin (57) is het al twintig jaar realiteit. Haar kunst wordt in kunsttijdschriften en kunstkaternen besproken, terwijl haar leven door de tabloids op de voet wordt gevolgd. ‘Exclusief bij haar thuis’, beloofde tijdschrift Hello! zijn lezers een paar jaar geleden op de cover met eronder een foto van Emin met haar kat Docket. Ze deelde die cover met foto’s van de Canadese popster Avril Lavigne en hertogin Kate Middleton. Kort na het overlijden van zanger George Michael sprak nieuwssite The Huffington Post met drie van zijn ‘beroemde vrienden’, onder wie Tracey Emin.

BIO • geboren in 1963 in Croydon (Londen) • eerste solo-expo My Major Retro­spective in 1993 • opent in 1995 in Londen The Tracey Emin Museum • nominatie voor de Turner Prize in 1999 met My Bed • brengt in 2005 haar memoires uit • staat op Biënnale van Venetië in 2007 • woont en werkt in Margate, Londen en Le Lavandou (FRA) • is getrouwd met een Franse steen

Haar entree in de kunstwereld was behoorlijk spectaculair. Onvergetelijk eigenlijk. Emin maakte eind vorige eeuw deel uit van een groep jonge kunstenaars die zakenman en kunstverzamelaar Charles Saatchi in 1997 in de tentoonstelling Sensation samenbracht. Emin en generatiegenoten als Damien Hirst en Gillian ­Wearing kregen het stempel Young British Artists.

De pers sprak schande van de provocerende kunst van deze rebelse ‘jonkies’ (Emin was al 34). Maar de nieuwe rijken van het Londense zakendistrict hadden er grof geld voor over en het publiek stroomde toe, in Londen kwamen 300.000 mensen kijken, waarna de tentoonstelling doorreisde naar Berlijn en New York.

Hirst liet in die tentoonstelling zijn veelbesproken haai op sterk water zien, Emin presenteerde een tent: Everyone I Have Ever Slept With 1963-1995. Aan de binnenkant had ze meer dan honderd namen geborduurd. Het ging niet alleen om sekspartners. Emin had ook de namen van vrienden geborduurd, van haar tweelingbroer, van haar oma en ook ‘foetus 1’ en ‘foetus 2’, verwijzend naar afgebroken zwangerschappen.

Niet alleen haar kunst viel vanwege haar ruwe en schurende eerlijkheid op. Emin werd destijds uitgenodigd om live op tv de toekomst van de Britse schilderkunst te duiden: waarom waren in Saatchi’s expositie zo weinig schilderijen te zien?

Omdat ze vers van een eetafspraak kwam, schoof ze dronken aan, praatte door iedereen heen, tot ze plotseling boos vertrok: “Ik wil mijn moeder bellen. Ze schaamt zich vast voor dit gesprek. Maakt me niks uit. Ik geef er geen fuck om.”

The Guardian merkte destijds cynisch op dat dit dronken tv-optreden waarschijnlijk Emins ‘belangrijkste bijdrage aan de Engelse kunst’ was.

Het atelier van Tracey Emin: ‘Dat niemand naar je tentoonstellingen kan komen kijken, is zó stom dat het grappig wordt.’ Beeld Alun Callender
Het atelier van Tracey Emin: ‘Dat niemand naar je tentoonstellingen kan komen kijken, is zó stom dat het grappig wordt.’Beeld Alun Callender

Dat had de krant mooi mis. Twee jaar later zette Emin het land opnieuw op zijn kop door haar nominatie voor de belangrijkste Britse kunstprijs, de Turner Prize. Ze liet in Tate Britain de installatie My Bed (1998) zien. Een onopgemaakt bed met eromheen sigarettenpeuken, vies ondergoed, condooms, een panty, lege wodkaflessen en andere persoonlijke spullen. Het was een waarheidsgetrouw zelfportret, uit een tijd dat het niet goed met de kunstenaar ging en ze zich bijna dood had gedronken.

Kranten en tabloids noemden het kunstwerk misselijkmakend. Een dagblad doopte het een ‘stomach Turner’. De winnaar van dat jaar, regisseur-kunstenaar Steve McQueen, kreeg destijds aanzienlijk minder media-aandacht.

Emin werkt sindsdien gestaag door aan haar oeuvre, liefst in de luwte die haar atelier haar biedt. In 2007 mocht ze haar land vertegenwoordigen op de prestigieuze Biënnale van Venetië. In 2013 ontving ze een koninklijke onderscheiding, een jaar later werd My Bed voor 3 miljoen euro geveild.

Dat onopgemaakte bed is wereldberoemd, maar geen typische Tracey Emin. Ze maakte bijvoorbeeld video’s, sculpturen, geborduurde wand­kleden, neonwerken met poëtische, persoonlijke teksten, tekeningen, etsen en de afgelopen jaren vooral veel schilderijen. Is het toch nog goed gekomen met de Britse schilderkunst.

Wat Emin ook doet, is haar werk altijd persoonlijk en intiem maken. En het is geliefd bij verzamelaars en musea: zo’n neonwerk of schilderij kost al gauw tientallen tot honderdduizenden euro’s.

Eind 2020 stonden de Engelse kranten ineens vol alarmerende berichten: Emin blijkt vorig jaar op het nippertje aan de dood ontsnapt. Ze had blaaskanker, de ziekte die haar moeder fataal werd. Maar ondertussen had ze wel alweer drie tentoonstellingen.

U bent deze zomer erg ziek geweest.

“Ja, ik was waarschijnlijk al langer ziek, maar het kwam door de lockdown dat ik doorkreeg dat er iets mis was. Ik dacht: ik doe helemaal niks, ik voel me heel vredig en rustig, ik heb geen stress en toch voel ik me ziek. Ik bleek een hele grote tumor in mijn blaas te hebben.”

Kon u snel worden geopereerd?

“Dat moest wel ja, binnen een maand. Het was een gigantische operatie, een volledige baarmoederverwijdering, ze hebben lymfeklieren weggehaald, mijn blaas, een deel van mijn vagina en urinebuis. De kanker was te agressief om met chemotherapie weg te krijgen.”

Had u er vertrouwen in dat u het zou overleven?

“Nee, dat wist ik pas toen ze na de operatie het weefsel hadden onderzocht. Ze moesten biopten nemen om te zien of ze alle kanker te pakken hadden.”

Was u bang?

“Ik was na de operatie in het ziekenhuis vooral heel blij dat ik nog leefde. Ik moest verder maar afwachten. Vreemd genoeg was ik deze zomer ook heel gelukkig, die kanker was natuurlijk heel erg, maar met mijn kunst gaat het heel goed. Mijn leven zou ik een 8 op 10 geven, dat is waarschijnlijk wat me erdoorheen heeft geholpen.”

De Britse kranten willen u nu allemaal spreken, zag ik.

“Nou, ze wisten eerst helemaal niet dat ik ziek was geweest. Maar ik werd eind oktober geïnterviewd door de Amerikaanse kunstsite Artnet. Zij vroegen hoe mijn lockdown was geweest. Ik vertelde dat het vreemd was geweest, omdat ik kanker had gehad. Zij schreven dat natuurlijk op. En toen werd de Engelse pers helemaal gek. Zo is het gegaan, ik heb geen persbericht rondgestuurd of zo.

“Ik ga toch niet liegen als iemand vraagt: hoe was je lockdown? Waarom zou ik het geheim houden? Ik schaam me er niet voor. Als ik de martelaar moet gaan uithangen, moet lijden in stilte... Ik denk niet dat dat helpt om beter te worden, toch? Nee, ik zeg het gewoon zoals het is. Maar voor de media was het een big deal, omdat ik bijna dood was.”

U werd ook geprezen, omdat u zo eerlijk bent over de ziekte.

“Het is een soort kanker waar mensen niet graag over praten, blaaskanker. Je hebt een zak nodig, een stoma, mensen schamen zich. Maar er niet over praten, dat maakt het niet makkelijker om ermee te leven.”

Het viel me op dat mensen zo lovend waren over hoe eerlijk en open u bent. Toen u eind vorige eeuw bekendheid kreeg, werd heel anders gereageerd op uw eerlijkheid.

“Ze haatten het! Het was ook een andere tijd. Twintig jaar geleden was het voor vrouwen niet toegestaan om zich te uiten, over wat dan ook. En daar kwam ik: ik had het over abortus en miskramen, praatte over verkracht worden, tienerseks, al die dingen waar we het kennelijk niet over mochten hebben. De tijden zijn veranderd. Deels is dat te danken aan de #MeToo-beweging en aan alle vrouwen die niet meer bang zijn zich uit te spreken. Als je je nu uitspreekt als vrouw, wordt het niet meer opgevat als krankzinnig, schreeuwerig, gek of zeurderig. Het is een recht dat we hebben vergaard – maar ik doe het al mijn hele leven.”

U bent nu heel open over kanker, maar uw bekendste werk, My Bed, ging ook over ziek zijn, over depressie.

“Inderdaad, My Bed ging over me mentaal niet goed voelen. Wat daar zo vreemd aan is, is dat mensen er grappen over maakten... Ze maakten er een grap van, een grap. Er zou vorig jaar zelfs nog een komedie worden gemaakt over My Bed. In Bed with Tracey Emin zou gaan over de week voordat ik My Bed maakte. Het is schandalig dat mensen denken dat zoiets grappig is. Ik heb het kunnen tegenhouden, maar ik moest wel advocaten betalen en alles om dat voor elkaar te krijgen.”

De installatie 'My Bed' (1998) leverde Emin een nominatie voor de Turner Prize op. ‘Vorig jaar wilden ze er een komedie over maken. Schandalig dat mensen vinden dat zoiets grappig is.’ Beeld Courtesy of Saatchi Gallery London
De installatie 'My Bed' (1998) leverde Emin een nominatie voor de Turner Prize op. ‘Vorig jaar wilden ze er een komedie over maken. Schandalig dat mensen vinden dat zoiets grappig is.’Beeld Courtesy of Saatchi Gallery London

U hebt weleens gezegd dat uw werk verkeerd werd begrepen omdat u tot de Young British Artists werd gerekend, een stroming met deels heftige, harde, ironische kunst. Mensen dachten dat u het publiek probeerde te choqueren.

“Bij kunst is de context heel belangrijk. Als je kunstwerken in een verkeerd kader worden geplaatst, is het erg moeilijk voor mensen om die te begrijpen. Ik denk dat dit bij mijn werk vaak is gebeurd.”

Wat valt daar als kunstenaar aan te doen?

“De context veranderen, zoals nu gebeurt. Nu is mijn werk samen met dat van Edvard Munch in de Royal Academy of Arts in Londen te zien. Dat is een nieuwe omgeving. Mensen vonden zíjn werk vroeger ook choquerend. Dat is niks nieuws. Ook Van Goghs schilderijen vonden mensen schokkend door zijn manier van schilderen en de onderwerpen die hij koos. Van Gogh gebruikte trouwens continu zichzelf in zijn kunst, als belangrijkste onderwerp, en niemand beschuldigde hem ervan narcistisch te zijn. Niemand noemde Munch een narcist. En als een vrouw zoiets doet dan is ze een jammerende narcist! Maar ik maakte gewoon kunst over wat ik had doorgemaakt.”

De schilderijen van Munch bieden voor toeschouwers misschien een nieuwe context bij uw werk, maar voor u niet, hij is uw favoriete kunstenaar. Hoe kwam u met zijn kunst in aanraking?

“Ik ken hem al sinds mijn tienerjaren. Ik zag in een winkel een boek over Duits expressionisme, omdat ik kunstwerken van Egon Schiele zocht. In dat boek stond ook een foto van Munchs werk. Sindsdien ben ik verliefd op hem en zijn werk, dat gevoel is nooit weggegaan.”

Weet u nog welk kunstwerk u in dat boek zag?

“Nee, misschien de Madonna of De schreeuw? Het is al veertig jaar geleden. Het is echt ongelooflijk dat onze kunstwerken nu in de tentoonstelling bij elkaar hangen. Het was ook geweldig dat ik volledige toegang tot zijn archieven had.”

Wat was de meest bijzondere vondst in zijn archieven?

“Zijn liefdesgedichten, hij is een geweldige schrijver.”

Hebben die gedichten u geïnspireerd bij het maken van de schilderijen die nu te zien zijn?

“Nee, zo werkt het niet; ik maak mijn eigen werk. Toen ik een jonge kunstenaar was, maakte ik hommages. Ik was geïnspireerd door zijn houtsneden. Maar als je ouder wordt, ben je volledig gericht op je eigen werk, op wat je zelf doet. Dan wordt het meer een dialoog, een gesprek.”

Ik zag dat u een enorme sculptuur hebt gemaakt, die staat binnenkort bij het Munch Museum in de haven van Oslo, een 9 meter hoog bronzen beeld dat The Mother heet. Waarom wilde u een moeder voor Munch maken?

“Omdat Munch 5 jaar oud was toen zijn moeder stierf, en mijn moeder overleed kortgeleden (in 2016, red.). Daarom wilde ik een hommage aan mijn moeder maken en wilde ik dat Munch een moeder had. Die bronzen moeder beschermt Munchs kunstwerken en zij beschermt ook Munch zelf.”

En hoe gaat het nu met u, werkt u alweer?

“Nee, helemaal niet, ik moet veel rusten. Niet alleen fysiek, ook mentaal. Ik ben erg snel moe.”

Hoe is dat voor u om niet te kunnen werken? Uw kunst heeft u altijd overal doorheen gesleept.

“Ik ben zo moe dat het me niet uitmaakt, ik slaap gewoon. Ik ben nu ook aan het verhuizen, ik probeer daarin het overzicht te bewaren en dat is heel vermoeiend. Daarnaast had ik drie tentoonstellingen: bij Xavier Hufkens in Brussel, bij de Royal Academy en bij White Cube Mason’s Yard. Alleen kan niemand komen kijken – dat is erg grappig.”

Is dat grappig of gewoon verschrikkelijk?

“Nou, het is vooral vreemd. Het is zó stom dat het grappig wordt. Het is niet zomaar één tentoonstelling, het zijn er drie! (Britse musea en galeries waren tot begin december dicht, red.).”

Het lijkt me veel lastiger zo geïsoleerd te zijn als je ook nog ziek bent.

“Nee, dat was juist goed. Ik mis tenminste niks. ­Iedereen zit thuis, je kunt nergens heen, er is niks te doen. Het was de beste tijd om zo ziek te zijn.”

Maar u miste wel omhelzingen, fysieke troost.

“Maar dat mist iedereen! Iedereen die in het ziekenhuis ligt is helemaal alleen, zonder bezoek, niet alleen ik.”

‘In mijn nieuwe huis kan ik opstaan en in mijn pyjama gaan schilderen. Ik wil me nu gewoon behaaglijk voelen. En werken.’
 Beeld Alun Callender
‘In mijn nieuwe huis kan ik opstaan en in mijn pyjama gaan schilderen. Ik wil me nu gewoon behaaglijk voelen. En werken.’Beeld Alun Callender

U verhuist momenteel van Londen naar Margate. Hebt u ook nog steeds uw huis in Zuid-Frankrijk?

“Ja, alleen ben er ik er natuurlijk al een poos niet geweest. Normaliter ben ik zo’n vijf maanden per jaar in Frankrijk om te werken. Het is raar dat ik er nu al bijna een jaar niet ben geweest.”

U schildert daar graag.

“Ja, er is daar helemaal niks. Ik spreek geen Frans. Soms zie ik wekenlang niemand, het bereik is er vreselijk. Ik kan me gewoon op mijn werk concentreren.”

Het klinkt alsof u heel goed bent in alleen zijn.

“Heerlijk vind ik het. Ik houd ervan om geen afleiding te hebben, te kunnen nadenken. Ik verveel me nooit.”

Tegelijk is liefde een belangrijk thema in uw werk. Hoe verhoudt de liefde zich tot die behoefte om alleen te zijn?

“Het is vreemd, sinds de kanker denk ik dat ik meer opensta voor de liefde. Dat was de afgelopen tien, vijftien jaar niet zo, helemaal niet. Wat meespeelt is dat ik nu veel vertrouwen in mijn kunst heb, daarom denk ik dat zelfs de liefde niet tussen mij en mijn werk zou kunnen komen.”

Is dat in het verleden voor u een probleem geweest?

“Ja, niet alleen de liefde, gewoon álles. En dat kan ik niet laten gebeuren. Daarom heb ik nooit kinderen gewild, misschien was ik dan helemaal gestopt met kunst maken. Ik had daarin nooit een balans kunnen vinden. Ik ben heel loyaal en mijn kunst heeft de hoogste prioriteit. Maar als ik nu een ­relatie zou krijgen, denk ik dat het past in mijn ­leven.”

Zou uw partner ook uw kunst op de eerste plaats moeten stellen?

“Nee, dat zou niet móéten, zo zou het gewoon zijn. Mijn geliefde zou ook van mijn kunst houden, misschien wel eerst van mijn kunst en dan van mij.”

U hebt een aantal jaar geleden in Frankrijk een ceremonie gehouden waarin u bent getrouwd met een rots.

“Nee, geen rots, het is een steen. Die steen is een metafoor voor alleen zijn en voor het idee dat er altijd iets is, iets wat voor me zorgt, iets wat op me wacht. De steen is zo mooi, zo heerlijk, het is niet zomaar een steen.”

Is de steen dicht bij uw huis?

“Ja, in mijn tuin. Hij is heel groot, een gigantische kei.”

En jullie zijn nog steeds getrouwd?

“Ja, en hij is nooit jaloers. Het enige waarop hij jaloers kan zijn, zijn meren, water.”

Hoezo?

“Omdat water de steen zou kunnen vernietigen.”

En u houdt juist heel erg van water, van zwemmen.

“Inderdaad.”

'Everyone I Have Ever Slept With 1963 - 1995'. Beeld rv
'Everyone I Have Ever Slept With 1963 - 1995'.Beeld rv

Toen ik erover las, dacht ik dat u met die ceremonie afscheid nam van de mogelijkheid een menselijke geliefde of echtgenoot te vinden.

“Dat is zeker waar, maar het gekke is dus dat nu ik zo ziek ben geweest, ik ervoor opensta. Maar dat zeg ik nu wel allemaal, maar ik heb geen vagina meer, want die is dichtgenaaid. Dus dat is... (lacht luid) ... best ironisch.”

Het jaar 2020 heeft u sterk veranderd.

“Klopt, niet alleen de kanker, ook de lockdown. In Londen voel ik me vaak eenzaam, maar omdat ­iedereen geïsoleerd was, had ik juist een gevoel van samenhorigheid. Toen Londen zo stil was, was dat heel goed voor mijn schilderen.”

Heeft die stilte invloed op uw schilderijen gehad?

“Niet echt. Wel heb ik tijdens de lockdown veel mooie gouaches van het interieur van mijn huis in Londen gemaakt, omdat ik het huis na twintig jaar verlaat.”

Als een soort afscheid?

“Ja, dat ook. En omdat ik beperkt was tot die ruimte, heb ik mezelf ook geschilderd. Soms alleen als een schim, een beetje als in een droom.”

Denkt u dat u Londen zal missen?

“Ik houd een klein huis in Londen met een klein atelier. Ik heb in Margate straks een grote studio en heb een huis gekocht met daarin een gigantisch atelier, zodat ik thuis kan werken. Daar kan ik straks, net als in Frankrijk, gewoon opstaan en in mijn pyjama gaan schilderen; slapen, schilderen, schilderen, slapen, schilderen. Ik ga niet naar mijn werk, dit is mijn leven, er is geen onderscheid. Vooral nu ik ziek ben geweest: ik wil me gewoon behaaglijk voelen. En werken, dat is alles wat ik wil.”

U zegt vaak dat vrouwen na hun 50ste in de bloei van hun creativiteit en productiviteit komen, zo ervaart u dat zelf ook. Had u dat verwacht toen u jonger was?

“Nee, dat weet niemand als je jong bent.”

Heeft dat ook te maken met hoe er naar vrouwen van boven de 50 wordt gekeken? We leren niet hen te zien als creatief of productief.

“We leren überhaupt niet om ze te zien! We horen niet naar vrouwen boven de 50 te kijken. Punt. Wat meespeelt: elke vrouw die een publieke functie heeft en in de overgang komt, heeft een probleem. Stel je voor dat je politicus bent, een speech moet geven en dan een opvlieger hebt? Mensen zullen denken dat je zwak of nerveus bent, maar je bent gewoon in de overgang! Er zijn weinig vrouwen met topbanen. Al gaat het beter, onder meer omdat er hormoontherapie is. Bovendien gaan vrouwen nu gewoon voor hun carrière. Ze wachten niet meer op toestemming van hun man, of van wie dan ook.”

Bent u optimistisch?

“Ik vind dat er veel is verbeterd, ja. De lonen niet, de gelijkheid niet. Maar vrouwen nemen duidelijker standpunten in, dat is beter. En er zijn meer vrouwelijke kunstenaars, veel meer.”

U zei dat u naar de houtsneden van Munch keek toen u jonger was en zijn werk als voorbeeld nam. Keek u ook naar vrouwelijke kunstenaars?

“Ja, naar de Duitse expressionist Käthe Kollwitz, die nu eigenlijk nog steeds ondergewaardeerd is.”

Zocht u bewust naar vrouwelijke voor­beelden?

“Niet echt, ik maakte geen onderscheid, ik zocht gewoon wie me aansprak.”

U zei eerder: we zien Van Gogh of Munch niet als narcisten...

“Of Rembrandt.”

Inderdaad. Denkt u dat er nog steeds met die seksistische blik naar vrouwelijke kunstenaars wordt gekeken?

“Misschien was ik, achteraf gezien, wel een soort proefkonijn. Er is veel veranderd. Als je tegen ­iemand van de jongere generatie ‘kunstenaar’ zegt, dan denken ze niet meer alleen aan Van Gogh, ­Picasso of aan Lucian Freud, dan denken ze ook aan een vrouw.”

Tracey Emin / Edvard Munch, The Loneliness of the Soul, Royal Academy of Arts, Londen, t/m 28 februari 2021 (deze expo is in de zomer van 2021 in het Munch Museum in Oslo te zien).

Tracey Emin, Living Under the Hunters Moon, White Cube Mason’s Yard, Londen, t/m 30 januari 2021

Tracey Emin, Detail of Love, Xavier Hufkens Gallery, Brussel, afgelopen, bekijk de tentoonstelling online op xavierhufkens.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234