Donderdag 26/01/2023

BoekrecensieHerman Brusselmans

Totaal over de kop gaat Brusselmans in het verslag van zijn prilste seksavonturen in ‘Theet 77’

Herman Brusselmans trok naar Hamme om getuigen uit zijn jeugd te spreken. Maar de meesten van hen waren dood, dus moest hij het doen met zijn herinneringen en fantasie. Beeld Johan Jacobs
Herman Brusselmans trok naar Hamme om getuigen uit zijn jeugd te spreken. Maar de meesten van hen waren dood, dus moest hij het doen met zijn herinneringen en fantasie.Beeld Johan Jacobs

Herman Brusselmans keert terug naar zijn jeugd. Theet 77, genoemd naar het adres in Hamme waar hij opgroeide, doet de lezer huilen van het lachen en huilen van het huilen.

Onno Blom

Jarenlang kondigde Herman Brusselmans de definitieve roman over zijn jeugd aan, jarenlang wilde interviewers weten wanneer dat mythische boek nu eindelijk zou verschijnen, jarenlang keken zijn lezers er reikhalzend naar uit – en nu, op de vijfenzestigste verjaardag van de eeuwig Jonge Oppergod van de Vlaamse letteren, is het eindelijk zover: Theet 77 is verschenen.

Theet 77 is het adres in het Oost-Vlaamse Hamme waar Herman opgroeide als zoon van de opvliegende veehandelaar Gust Brusselmans en zijn droeve, lieve vrouw Lea. ‘Theet was magisch,’ schreef Brusselmans in Mijn haar is lang, ‘Theet was historisch, Theet was een legende. Als je in Hamme zei dat je van Theet was, werd de hoed van eerbied gelicht.’

De publicatie van Theet 77 is goed te vergelijken met die van Het boek van violet en dood, het boek van Gerard Reve dat alle andere boeken overbodig moest maken, behalve de Bijbel en het Telefoonboek. Reve, Brusselmans’ literaire voorbeeld, kondigde jarenlang zijn opus magnum aan, en oogstte teleurstelling toen hij het in de winter van zijn leven alsnog publiceerde – omdat de mythe nu eenmaal altijd achterblijft bij de werkelijkheid.

Brusselmans trekt zich al lang niets meer aan van de wensen en verwachtingen van de critici en jury’s van literaire prijzen. Nooit werd een boek van hem bekroond (alleen Prachtige ogen uit 1984 kreeg ooit een piepkleine prijs van het literaire tijdschrift Yang). Altijd eisen recensenten dat hij volwassen wordt en zich niet langer herhaalt. Op datzelfde verwijt heeft Reve het ultieme antwoord al gegeven: ‘Wie moet ik anders herhalen?’

Dus zevert, raaskalt en bullshit Brusselmans de ene na de andere roman vol. Nummer 83? Nummer 85? Hij is zelf de tel kwijtgeraakt. ‘Jouw romans hebben geen verhaal’, staat in Ex-schrijver, ‘dreinen maar door en door, zonder begin en eind, er gebeurt nooit iets wat de moeite waard is.’ Hij koos voor het absurdisme. Voor de nonsens – en die wordt slecht begrepen. “En ik dacht: als jullie een ernstig boek van me willen, val dan dood, want jullie denken toch zeker niet dat Theet 77, als het er ooit komt, aan ernst ten onder zal gaan?”

En toch, en toch. Toch besloot Brusselmans om het mythische boek niet langer voor zich uit te schuiven en er serieus werk van te maken. Hij zou met zijn jonge vriendin Lena – die binnenkort zal bevallen van hun zoon, die Roman gaat heten – terug naar Hamme gaan om de getuigen van zijn jeugd te interviewen.

Iedereen dood

De eerste zin had hij al voor hij begon: ‘Ik was een drummertje in Hamme.’ En verder had hij herinneringen, twijfels, veronderstellingen, beelden, droomflarden, ‘en nood aan de verhalen van getuigen’. Want iedereen was dood. Alleen Roza Coesteert, 101, leefde nog. Brusselmans reed naar haar toe, met Lena achterop de Triumph. Roza vertelde over de bewoners van Theet, over de veehandel van Hermans vader, over het café dat z’n grootmoeder Maria aan huis dreef en over de tijd dat z’n grootvader Frans nog niet dement was. Maar wel al knettergek.

De stokoude dame had van veel dingen nooit gehoord en voor die dingen moest Brusselmans zijn eigen geheugen aanspreken. En als dat faalde, dan was hij aangewezen op zijn fantasie. Dat is wat je het meest treft, als je aan Theet 77 begint: zijn avonturen als Slag, het begaafde drummertje in de rockband The Twelve Waffles, en Snot, getalenteerd voetballertje bij Vigor Hamme, worden niet authentiek of melancholiek opgetekend, maar met bravoure. Als sterke verhalen.

null Beeld RV
Beeld RV

Totaal over de kop gaat Brusselmans in het verslag van zijn prilste seksavonturen die, als we de auteur mogen geloven, en dat moeten we dus niet, al voor zijn veertiende aanvingen. Elke keer vraagt Herman een meisje na de daad of ze soms het vlammetje van zijn aansteker kan uitblazen met haar kut. Als het uitblazen niet lukt, mag zij ook met haar schaamlippen zijn neus snuiten. Of hij blaast het vlammetje zelf uit. ‘Ik hield de nog steeds brandende aansteker op een afstandje van m’n kont, liet een scheet als een hurricane, maar in plaats van dat het vlammetje doofde, ontstond er een steekvlam die het schaamhaar van Marloes in de fik zette.’

Naarmate Theet 77 vordert, wordt het schrijnender. Je verlangt toch om niet alleen te huilen van het lachen – en dat deed ik – maar ook om te huilen van het huilen. Of allebei tegelijk. Brusselmans gaat op zoek naar de duistere bronnen van zijn bestaan, naar de ervaringen uit zijn jeugd die hem hebben getekend. Hij kijkt het monster van zijn angsten in de ogen, de ervaringen die hem hebben geteisterd, laten kermen en klappertanden.

Hij schrijft over de dagelijkse meppen die hij van zijn vader kreeg, hoe zijn vader zijn moeder sloeg – dat hield pas op toen Herman en zijn broer keihard terugsloegen – en over het dierenleed. Het afvoeren van de koeien en kalfjes op het erf, het schielijk slachten van de geliefde stier, Little Joe, door die met een hamer de hersens in te rammen en daarna met een slagersmes de keel door te snijden.

Zotheid in de genen

Uiteindelijk leidt Theet 77 naar het schrijverschap zelf. De dromen van een carrière als drummer en voetballer versplinteren en zijn leven krijgt, bijna terloops, zin en betekenis als Herman als student in Gent verhalen begint te schrijven, ‘absurde onnozelheid, onzin die me zelf beviel’. ‘Schrijven?’ zegt z’n vader. ‘Ook dat nog? Opletten dat je niet gek wordt. Vele artiesten zijn zo zot als een achterdeur.’

De zotheid zit in z’n eigen genen. Net als zijn grootvader Frans kon Herman het al jong niet laten om mensen in de zeik te nemen. Zijn moeder Lea zegt tegen hem: ‘Het is een gevaarlijk spel dat je speelt met andere mensen, stop daar maar zo snel mogelijk mee, of je zal de gevolgen ervan ondervinden. Mensen zullen je wantrouwen. Ze zullen denken: hij zegt dit maar bedoelt dat. Ze zullen denken: hij wil ons een kloot aftrekken. En ze zullen je gezelschap mijden. Je zal een eenzame man worden.’

Herman wist dat zijn moeder gelijk had. Maar hij kon niet anders dan fabuleren, te ver gaan. Ouwehoeren. Schrijven. ‘Het leven moest op z’n kop gezet worden. Het leven moest betekenis krijgen. Ik wist met driekwart zekerheid dat dit niet zou gebeuren. Toen ik slaapwel zei tegen m’n moeder, dacht ik: ik wou dat ik je kon helpen, en mezelf erbij. Ze glimlachte, met die glimlach waarin treurnis niet onopgemerkt blijft.’

Met die glimlach op mijn gezicht sloeg ik Theet 77 dicht.

Herman Brusselmans, Theet 77, Prometheus, 424 p., 25 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234