Woensdag 28/07/2021

Interview

Topfotograaf Dirk Braeckman: ‘Moet ik wel de kunstenaar uithangen?’

Dirk Braeckman: ‘Je zou kunnen zeggen: ‘Braeckman, ga je nu wéér een beeld van een gordijn maken?’ Maar het ene gordijn is het andere niet.’ Beeld Damon De Backer
Dirk Braeckman: ‘Je zou kunnen zeggen: ‘Braeckman, ga je nu wéér een beeld van een gordijn maken?’ Maar het ene gordijn is het andere niet.’Beeld Damon De Backer

‘Ik kíjk intussen zelfs in zwart-wit.’ Deze week opende in Antwerpen de expo Fernweh van Dirk Braeckman (62). Een titel waaruit een hevig verlangen naar niet-essentiële reizen spreekt. ‘Ik ben karakterieel niet uitgerust om te ondergaan.’

Het staat vast niet op zijn cv, maar Dirk Braeckman heeft in de druilerige jaren 1980 nog even voor De Morgen gewerkt. Hij was bijna afgezwaaid aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent – afdeling Foto en Film – en kreeg de kans om tijdelijk een zwangere fotografe te vervangen. Het werd een erg leerrijke interimjob: Braeckman stelde vast dat hij in de journalistiek evenveel te zoeken had als Bart De Pauw in de mailbox van Lize Feryn.

BIO • geboren in 1958 in Eeklo • stelde tentoon in o.m. Bozar, S.M.A.K. en The Modern Art Museum of Fort Worth (Texas) • vertegen­­­woordigde België in 2017 op de Biënnale van Venetië • kreeg in 2005 de Cultuurpijs voor beeldende kunsten van de Vlaamse Gemeenschap • Fernweh is zijn zevende solo-expo in Zeno X Gallery

“Ik ben voor jullie krant een paar keer naar de stakingspiketten in Luik en Charleroi gegaan. Daar ging ik zo op in mijn gesprekken met stakers dat ik haast vergat om hen ook nog te fotograferen. (lacht) Ik gedroeg me niet als een observator maar als een deelnemer.

“Onrecht, in welke vorm dan ook, raakt me. Nog altijd. Ik lees weinig boeken over kunst, maar des te meer over politieke en sociale onderwerpen. Al heel mijn leven ben ik in een innerlijke tweestrijd verwikkeld: ‘Moet ik wel de kunstenaar uithangen? Zou ik niet beter mijn sociale hart volgen?’

Ik werp op dat hij zijn sociale en artistieke hart ook had kunnen samensmelten en pamflettaire kunst had kunnen maken. “Nee. Pamflettaire kunst is me te nadrukkelijk. Het is een genre dat de toeschouwer een verhaal probeert op te dringen. En daar hou ik niet van. Ik verkies fluisteren boven roepen.”

F.A.-L.L.-20.   Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC
F.A.-L.L.-20.Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC

Verhuis die laatste zin naar deze alinea en u hebt meteen een karakterschets van de Gentse fotograaf. Dirk Braeckman is bepaald geen groot­spreker. Hij laat zijn woorden door lange stiltes escorteren en antwoordt liever in twee zinnen dan in drie.

“Vroeger hoorde je mij helemáál niet”, zegt hij. “Toen ik pas begon, verstopte ik mij voor de buitenwereld. Het heeft een tijdje geduurd voor ik wist hoe ik mij op een vernissage moest gedragen. Zelfs vandaag laat ik nog altijd het liefst van al mijn werk aan het woord.”

De komende weken zal Braeckman toch weer wat aandacht voor zijn persoon moeten gedogen. Nog tot 30 mei exposeert hij in Be-Part in Waregem, samen met Paul Kooiker, Gerard Fieret en Annelies Strba. Eind deze maand wordt een groot werk van hem in de Boekentoren in Gent geïntegreerd. In het najaar neemt hij deel aan de prestigieuze Biënnale van São Paulo. En afgelopen woensdag opende Zeno X Gallery haar deuren voor Fernweh, de nieuwe solotentoonstelling van Braeckman.

Fernweh is weemoedig Duits voor reislust, het verlangen naar de verte. Mijn hoofd eraf, zeg ik, als die titel niks te maken heeft met het isolement waartoe we al een dik jaar veroordeeld zijn. “Ik lijd de laatste tijd inderdaad nogal vaak aan fernweh”, zegt hij met een vermoeide glimlach. “Ik heb voor mijn werk altijd enorm veel gereisd. Dat ik nu al meer dan een jaar vastzit, begint te wegen. Ik kan niet snel genoeg gevaccineerd worden. Maar de pandemie is een goeie les geweest: ik prijs me meer dan ooit gelukkig dat ik al zoveel van de wereld heb kunnen zien.”

Aangezien hij het afgelopen jaar geen opnames in verre contreien kon maken, dook hij voor Fernweh in zijn archief. Daar zag hij veel beelden terug die hij nog nooit had gebruikt. “Ik heb prachtige ontdekkingen gedaan. Beelden die ik helemaal vergeten was, maar die zich in al hun vanzelfsprekendheid opnieuw aan me opdrongen. Sommige van die opnames heb ik meteen bewerkt, andere heb ik opnieuw gefotografeerd voor ik ze onder handen nam. In beide gevallen heb ik met oude foto’s volledig nieuwe werken gemaakt.”

Eeuwige suggesties

We wandelen door zijn atelier en zigzaggen behoedzaam tussen de grote proefprints die overal op de vloer liggen. Ik zie een besneeuwde bergtop die in mijn fantasie door een reusachtige lintworm bezocht wordt en een zetel waarin je de nieuwe Jeroen Olyslaegers zou kunnen lezen, maar die ook het decor van wulpse wederwaardigheden zou kunnen zijn.

Dirk Braeckman dompelt zijn beelden niet alleen in een badje van ascorbinezuur, maar ook in geheimzinnigheid. Welke ogen verschuilen zich achter dat lange, sluike haar? Wat moet dat corpulente overgordijn verbergen? Van wie zijn die hunkerende vrouwenbenen? Behoort de mannenhand die nonchalant over die zetelrand bengelt tot een dood of een levend lichaam? Een ­Braeckman doet in je hoofd onstuimige verhalen opborrelen. En ze worden zelden besloten met ‘eind goed, al goed’.

A.M.-E.N.-20. Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC
A.M.-E.N.-20.Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC

“Ik vind het interessant om te horen wat mensen bij mijn werk voelen en zien”, zegt hij. “Maar ik zal hun nooit vertellen hoe ze naar mijn werk moeten kijken. Ik heb dat één keer gedaan. Nadat ik mijn eerste werk had verkocht, werd ik door de kopers uitgenodigd om bij hen te komen eten. ‘Vertel ons nu eens het verhaal achter het beeld’, vroegen ze me. Ik deed dat en nadien zeiden ze beteuterd: ‘Eigenlijk is het jammer dat we dat nu weten.’ Terwijl ze me nota bene zelf om uitleg gevraagd hadden. (lacht) Toen heb ik besloten: ik licht mijn beelden nooit meer toe. Als je het verhaal achter een beeld onthult, blijft het verhaal over en is het beeld weg. Laat mijn werken maar eeuwige suggesties zijn, die je elke dag op een andere manier kunt invullen.”

Hij is geen verhalenverteller, benadrukt hij. Zelfs een film bekijkt hij niet als een afgeronde vertelling, maar als een aaneenschakeling van losse beelden. “Ik bedenk liever verhalen dan dat ik ze moet consumeren. Ik ben karakterieel niet uitgerust om stil te zitten en te ondergaan. Daarom hou ik ook het meest van kunst die mij zelf laat kiezen hoelang ik ernaar kijk. Zoals een schilderij of een beeldhouwwerk: daar kun je uren naar kijken of maar één minuut. Zelfs boeken lees ik niet omwille van het verhaal dat ze me willen vertellen, maar omwille van de schrijfstijl van de auteur. Ik kan een boek in het midden openslaan, een paar bladzijden lang genieten van de woordkeuze van de schrijver en het vervolgens weer dichtklappen. Het verhaal doet er voor mij niet zoveel toe.”

Zouden woorden zijn eigen werk kunnen verrijken? Heeft hij weleens overwogen om zijn beelden met teksten te laten duelleren? “Nee. Ik denk dat woorden meer uit mijn werk zouden weghalen dan dat ze eraan zouden toevoegen.”

Ten bewijze van die stelling haalt hij een dun, zwart boek uit de kast in zijn atelier. “Kijk, dit is het allereerste boek dat ik heb uitgegeven. Er staan beelden in die ik tussen 1986 en 1990 gemaakt heb. De bedoeling was dat Erik Eelbode (de in 2010 overleden schrijver en goeie vriend van Braeckman, red.) een inleiding bij mijn werk zou schrijven. Maar hoe goed Erik ook schreef, zijn woorden voelden altijd te sturend aan. Uiteindelijk hebben we van zijn tekst maar een handvol woorden overgehouden. Meer als een verklarende woordenlijst dan als een inleiding. Hier ... (citeert uit het boek) Fotograferen: balsemen. ... Kompas: toeval. ... Leidraad: twijfel. ... Kleur: op 40°. ... Daar kon de lezer het wel mee stellen, vonden we.” (lacht)

In het omvangrijke zwart-witoeuvre van Braeckman duiken nu en dan ook kleurenbeelden op: artistieke onafhankelijkheidsverklaringen die duidelijk maken dat een van de bekendste zwart-witfotografen van het land zich niet laat typecasten. Maar dat neemt niet weg dat zwart-witfotografie voor Dirk Braeckman is wat een zwierig in de winkelhaak gekrulde vrije trap voor Luc Nilis was: zijn onbetwistbare handelsmerk.

Milde vorm van irritatie

“Ik ben aan de Academie in Gent voor het eerst met zwart-witfotografie in contact gekomen. En ik was er meteen door geboeid. Wanneer je zwart-witfoto’s ontwikkelt, hoeft het in de donkere kamer niet helemaal donker te zijn. Je kunt nog zien waarmee je bezig bent. Dat geeft je de mogelijkheid om je beelden tijdens het ontwikkelen nog te bewerken: je kunt licht toevoegen, grijswaarden veranderen, met chemicaliën spelen... Dat kan allemaal niet tijdens de ontwikkeling van kleurenfoto’s: dan moet het in de donkere kamer echt pikdonker zijn. Zwart-witfotografie geeft mij dus een grotere artistieke vrijheid. Ik heb er mijn eigen beeldtaal mee kunnen ontwikkelen. Ik kíjk ondertussen zelfs in zwart-wit. Als ik door mijn lens loer, weet ik exact hoe een beeld er in zwart- en grijstinten gaat uitzien.”

R.D.-B.R.-20. Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC
R.D.-B.R.-20.Beeld Dirk Braeckman, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerp, Thomas Fischer Gallery, Berlin and Grimm Gallery, NYC

Omwille van hun donkerte worden zijn beelden vaak melancholisch genoemd. Een kwalificatie die bij Braeckman een milde vorm van irritatie opwekt. “In onze cultuur worden zwart en grijs geassocieerd met melancholie, dood en negativiteit. Maar mijn werk is méér dan enkel melancholisch. Zwart-witbeelden kenmerken zich ook door hun sacraliteit. Zelfs banale onderwerpen zoals een stoel of een gordijn krijgen in een zwart-witbeeld iets verhevens. Al heeft dat uiteraard ook met de compositie te maken. Ik zorg er altijd voor dat mijn composities een beetje wringen. Zodat mijn beelden niet alleen tot een esthetisch genot leiden.”

Oppervlakkig bekeken is zijn oeuvre nog homogener dan het clientèle van een COS-filiaal: zijn beelden zijn groot, mat en donker. Is herkenbaarheid voor een kunstenaar een troef? “Ja. Maar wat mijn beelden herkenbaar maakt, is niet dat ze groot, mat en donker zijn. Ze zijn kenmerkend omdat ze mijn eigen signatuur dragen. Omdat ik ze heb bewerkt zoals geen enkele andere fotograaf dat doet.”

Is het niet jammer dat kunstenaars zich zo vaak tot één stijl, één universum beperken? Zouden ze in naam van hun artistieke vrijheid niet beter nu en dan eens naar een ander register fladderen? “Goh. Giorgio Morandi (Italiaans schilder, red.) heeft duizenden stillevens van flesjes en vaasjes geschilderd. Maar elk van die werken is anders. Een paar jaar geleden bezocht ik in Bozar een grote overzichtstentoonstelling van Morandi. Ik heb er uren in rondgelopen: de liefde voor de verf spatte van elk werk af. Ik hoop dat mensen bij het zien van mijn werk iets gelijkaardigs ervaren. Je zou tegen mij kunnen zeggen: ‘Braeckman, ga je nu wéér een beeld van een gordijn maken?’ Maar het ene gordijn is het andere niet. Ik heb voor een expo eens een aantal van mijn gordijnen naast elkaar opgehangen. Toen zag je pas goed hoezeer ze van elkaar verschillen. Het bewijst dat het onderwerp van een werk altijd ondergeschikt is aan de manier waarop je het in beeld brengt.”

Misbruik

Al kuierend door zijn atelier valt het me op dat hij zijn beelden nooit achter glas plaatst. Alsof hij tussen oog en beeld geen intermediaire substantie duldt. Hij beaamt mijn hypothese en zegt: “Samen met Frank Demaegd van Zeno X zoek ik al jarenlang een manier om mijn werken wél achter glas te hangen, omwille van hun fragiliteit. Maar achter glas verliezen ze hun diepte en hun textuur. Ik bescherm mijn digitaal geprint werk met een extra vernislaag en kader het subtiel in om de randen te beschermen. Maar voor de rest heb ik een hekel aan alles wat de aandacht van het beeld afleidt.”

Twintig jaar werkt hij ondertussen samen met Frank Demaegd. Al had hun partnership wat hem betreft nog vroeger mogen beginnen. “Halverwege de jaren 1990 heb ik voor het eerst contact gezocht met Frank. Ik wilde graag door een topgalerie vertegenwoordigd worden en Zeno X voldeed aan die omschrijving. Frank had meteen interesse, maar nam op dat moment al zoveel kunstenaars onder zijn hoede dat hij nog even de boot afhield. Maar toen ik in 1999 een grote expo had in Museum Dhondt-Dhaenens, stond hij nog voor de officiële opening aan de deur. Achteraf bleek dat Raoul De Keyser hem gestuurd had. Raoul was een dag voor de opening naar de opstelling van mijn werken komen kijken en had meteen daarna naar Frank gebeld: ‘Nu moet je echt gaan kijken.’ Zo ben ik bij Zeno X terechtgekomen.”

“Tijdens mijn eerste Zeno X-jaren was fotografie hot. De schilderkunst lag op zijn gat, op kunstbeurzen bestond 70 procent van de werken uit foto’s en video’s. Maar het tij is snel gekeerd. Sommige fotografen begonnen misbruik te maken van de reproduceerbaarheid van fotografie: ze maakten meer edities dan het aantal dat ze opgaven. Anders gezegd: ze vroegen veel te veel geld voor beelden die allesbehalve schaars waren. Daar kwam nog bij dat een aantal fotografen minderwaardige printtechnieken gebruikte, waardoor hun foto’s na verloop van tijd vergeelden. Resultaat: het vertrouwen in fotografie als investering werd aangetast, de schilderkunst kon haar dominante plek in de kunstwereld weer opeisen.”

‘Sommige jonge kunstenaars hebben de neiging om zich af te vragen: ‘Wat zou er bij het publiek kunnen aanslaan?’’ Beeld Damon De Backer
‘Sommige jonge kunstenaars hebben de neiging om zich af te vragen: ‘Wat zou er bij het publiek kunnen aanslaan?’’Beeld Damon De Backer

In beschouwingen over Braeckmans werk wordt hij niet zelden een fotograferende schilder genoemd. ‘Zijn beelden lijken wel tableaus’, luidt het, verwijzend naar de picturale kwaliteiten van zijn werk. Zelf noemt hij zich in technisch opzicht een fotograaf, maar in mentaal opzicht een schilder. Heeft hij een haat-liefdeverhouding met het woord fotograaf? Hij denkt na en zegt: “Mijn eerste liefde was de schilderkunst: ik wilde eigenlijk schilder worden in plaats van fotograaf. Maar ik hou ook hartstochtelijk veel van fotografie. Al heb ik het medium wel naar mijn hand moeten zetten om er een duurzame relatie mee te kunnen uitbouwen.” (lacht)

Liegende beelden

Ik zeg dat ik fotografen al vaak heb horen zeggen dat ze schilder wilden worden, maar dat ik schilders nog nooit heb horen zeggen dat ze fotograaf wilden worden. “Ik ken nochtans schilders die tot heel goeie fotografen zijn verveld”, zegt ­Braeckman. “Marc De Blieck, bijvoorbeeld. Die maakt schitterende beelden.”

Staan schilders in vergelijking met fotografen toch niet een trede of drie hoger op de artistieke ladder? “Ja. In de perceptie, althans. En dat is ook logisch: de schilderkunst heeft al een enorme traditie, terwijl de fotografie alles welbeschouwd nog niet zo veel heeft kunnen bewijzen. Of toch niet in de kunstwereld. Plus: mensen hebben de neiging om kunst te definiëren als ‘iets goed kunnen’. En meestal is dat: goed kunnen tekenen of goed kunnen schilderen. De ‘kunde’ van een schilder is voor de toeschouwer veel zichtbaarder dan de kunde van een fotograaf.

“Vier jaar geleden mocht ik België vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Dat was een doorbraak. Voor mezelf uiteraard, maar ook voor de fotografie als medium. De jury die toen beslist heeft dat ik het Belgisch paviljoen voor mijn rekening mocht nemen, heeft loud and clear geoordeeld dat fotografie een volwaardig artistiek medium is. Dat was een mooie erkenning van het werk van fotografen.

“Wat mij dan weer stoort aan ‘mijn’ medium, is dat fotografie pretendeert de waarheid te vertellen. Wat uiteraard niet klopt: foto’s zijn inherent manipulatief. Alleen al door te kiezen wanneer je afdrukt en wat je wel of niet tot je cadrage toelaat, ben je de kijker aan het misleiden. Gelukkig zijn de mensen de laatste decennia steeds beter gaan beseffen dat ook beelden kunnen liegen. De visuele geletterdheid van het publiek is enorm toegenomen.”

Nu nog de artistieke geletterdheid, zeg ik. Zodat Kamerfractieleiders niet langer en plein public verkondigen dat kunst ‘over schoonheid moet gaan’. “De meeste mensen hebben nooit geleerd om met een zekere onbevangenheid naar kunst te kijken”, zegt Braeckman. “Ik ook niet, maar ik heb het mezelf aangeleerd. Omdat kunst me interesseerde.”

“Ik kom niet uit een artistiek, maar uit een ondernemersmilieu. En toch hebben mijn ouders mij altijd gesteund in wat ik deed. Ze hebben mij nooit toegesnauwd: ‘Je zou beter iets doen waarmee je geld kunt verdienen.’ Daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor.”

De expo in Zeno X Gallery. ‘Fotografie pretendeert de waarheid te vertellen. Wat uiteraard niet klopt: foto’s zijn inherent manipulatief.’   Beeld Damon De Backer
De expo in Zeno X Gallery. ‘Fotografie pretendeert de waarheid te vertellen. Wat uiteraard niet klopt: foto’s zijn inherent manipulatief.’Beeld Damon De Backer

Terwijl mijn gastheer een sigaret opsteekt, blader ik nog even door zijn debuutboek. Mijn ogen zuigen zich vast aan een zelfportret van de jonge, toen nog petloze Braeckman. Ik overweeg om hem te vragen of hij ooit zijn eigen pet heeft gefotografeerd. Maar onze interviewtijd druppelt onverbiddelijk verder weg en dus geef ik voorrang aan een nog steeds niet opgelost vraagstuk: komt artistiek talent altijd aan de oppervlakte drijven of lopen er briljante kunstenaars rond die hun talent nog niet ontdekt hebben?

“Het laatste, daar ben ik van overtuigd. Net zoals er ook briljante kunstenaars zijn die volstrekt onbekend zijn gebleven. Omdat ze hun kunst met niemand willen delen, of omdat ze niet goed zijn in het promoten van hun werk. Sommige mensen zeggen: ‘Schaf alle kunstsubsidies maar af. Wie écht goed is, zal het wel op eigen kracht waarmaken.’ Ik ben het daar niet mee eens. Als je beeldende kunst niet langer subsidieert, bevoordeel je kunstenaars die talent hebben voor marketing en benadeel je artiesten die die gave ontberen. Dat zou zonde zijn. Hoe je het ook draait of keert: subsidies zijn voor sommige kunstenaars een garantie op artistieke vrijheid.”

Gezocht: avant-garde

Toch vindt hij dat de jonge garde wat gretiger van die vrijheid zou mogen gebruikmaken. “Ik ben geen nostalgicus. Je zult mij nooit horen zeggen dat het vroeger beter was. Maar we moeten er toch over waken dat het avontuurlijke in de kunst – het experiment, de avant-garde – niet verdwijnt. Sommige jonge kunstenaars hebben de neiging om zich, wellicht uit een economische noodzaak, aan de verwachtingen van het publiek te conformeren. Ze vragen zich af: ‘Wat zou er kunnen aanslaan?’ Terwijl hun atelier juist een vrijhaven zou moeten zijn waarin er duchtig geëxperimenteerd wordt. Als we onszelf beginnen te herhalen – ook al doen we dat op een kwalitatief hoogstaande manier – dan zitten we vast. Dan gaan we er qua beeldtaal niet langer op vooruit. Maar ik ben niet pessimistisch. Ik ben er zeker van dat de kunstwereld vroeg of laat door een avant-gardistische tegenbeweging zal worden opgeschud. Ik zie de oppositie hier en daar al ontluiken.”

Ter aanvulling ruk ik hardop twee dadaïstische dichtregels van Paul van Ostaijen uit hun oorspronkelijke context: ‘O ons verlangen naar het kapotten van alle begrippen / Niets gaat stuk als alle kathedralen vielen’. Woorden mogen dan weinig toevoegen aan het oeuvre van Dirk ­Braeckman, ze zijn wél geschikt om het begin van de revolutie mee in te luiden.

Fernweh, tot 24 april in Zeno X Gallery in Borgerhout.

Braeckman|Fieret|Kooiker|Štrba, tot 30 mei in Be-Part in Waregem.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234