Donderdag 20/02/2020

InterviewTopdokter

Topdokter Marijke De Raes is spoedarts in het leger: ‘Het gevaarlijke is dat je gevaar normaal gaat vinden’

Marijke De Raes: ‘Dat die missie van zes maanden naar Antarctica op het nippertje niet doorging, was vervelend: ik had mijn appartement onderverhuurd.’Beeld Joris Casaer

De ene week hecht ze op een Antwerpse spoeddienst wonden van dronken stappers, de andere week traint ‘Topdokter’ Marijke De Raes (36) rangers van het Virungapark in Congo in militaire eerste hulp. ‘Word je onder vuur genomen? Breng een tourniquet aan en maak dat je weg bent.’

In het achtste seizoen van Topdokters trekken de programmamakers van Woestijnvis een blik medici open die een link hebben met het buitenland. Zo ook de 36-jarige Marijke De Raes uit Antwerpen. Als militair spoedarts combineert ze een job op de spoedgevallen­dienst van GZA campus Sint-Vincentius, een ziekenhuis in het Antwerpse stadscentrum, met haar werk als commandant bij de medische component van het leger, waar ze gespecialiseerd is in remote medicine. Dat is een vorm van geneeskunde waarbij omgevingsfactoren een dominante rol spelen en je je met beperkte middelen moet zien te behelpen.

In haar vrije tijd traint ze – met haar eigen vzw Rescue The Rangers – Virunga-parkwachters in militaire overlevingstechnieken en scheept ze als arts in op expeditiecruises naar Antarctica. Tussendoor loopt ze marathons en zit ze op boks­les. “Het is belangrijk om fit te zijn, anders houd je dit leven niet vol. Als ik op missie ben, moet ik de mannen kunnen volgen met mijn wapenuitrusting en mijn rugzak, die vol zit met medisch materiaal.”

Het hart van De Raes heeft altijd geklopt voor het leger. De leider die in de scouts de grootste indruk op haar maakte, was een paracommando, als tiener was ze verslingerd aan de tv-series M*A*S*H en Tour of Duty.

Toen ze op haar achttiende moest kiezen wat ze zou studeren, overwoog ze om op kosten van het leger een studie geneeskunde te beginnen, maar ze besloot om als burger naar de universiteit te gaan. Ze studeerde af als huisarts.

“Het plan was om na een cursus tropische geneeskunde te emigreren. Maar uiteindelijk ben ik toch bij mijn eerste liefde terechtgekomen. Sindsdien is mijn leven een rollercoaster.”

De Raes werkte een jaar als huisarts in opleiding in een praktijk van Geneeskunde voor het Volk, waar Dirk Van Duppen en zijn vrouw Lieve Seuntjens haar mentoren waren. Daarna trok ze naar Mediport, een groepspraktijk voor zeelui. In 2011 maakte ze de overstap naar Defensie. “Daar waren ze op zoek naar spoed­artsen, dus heb ik drie jaar spoedgeneeskunde bijgestudeerd aan de UCL in Louvain-la-Neuve en een traumacentrum in Zuid-Afrika. Toen ik daarmee klaar was, heb ik voor de landmacht in Leopoldsburg gewerkt. Nu werk ik vooral voor de marine, waar ik diensthoofd operationele geneeskunde ben voor de hele vloot.”

‘Als soldaten na de aanslagen van 22 maart niet adequaat hadden ingegrepen met knelverbanden om bloedingen te stoppen, was het dodental zeker hoger geweest.’Beeld Joris Casaer

Dus telkens als er een schip uitvaart, gaat u mee aan boord?

Marijke De Raes: “We zijn met drie artsen bij de marine in Zeebrugge. Een van mijn collega’s houdt zich bezig met duikgeneeskunde, de andere met het regionaal medisch centrum. Ik ga over het operationele, dus hoe de geneeskunde georganiseerd wordt, en vertegenwoordig België voor de NAVO op het vlak van de maritieme geneeskunde. Ook de search and rescue van Koksijde brieft aan ons.

“Maar mijn werk gaat verder dan het medische. Ik houd me ook bezig met de mentale en fysieke paraatheid van militairen en ik word getraind in wereldpolitiek. Zo moet ik in september een jaar naar de Koninklijke Militaire School om de graad van majoor te kunnen halen.

“Veel mensen hebben een verkeerd beeld van Defensie – kille vechtmachines die een gevaarlijke job doen. Maar het is een werk waar waarden en respect nog van tel zijn. Bij ons staat samenwerken voorop. Ik ben er trots op dat ik beroepsmilitair ben. We zijn ook erg geliefd in het buitenland.”

Moet u vaak op missie?

“Twee maanden per jaar. Daarnaast leveren wij steun aan militaire oefeningen en is er de continue vorming – ik ben nu bijvoorbeeld een cursus tropische geneeskunde aan het volgen in Antwerpen en vorig jaar heb ik in Duitsland deelgenomen aan een lessenreeks aerospace medicine. Daarin leer je welke medische problemen F-16-­piloten kunnen ondervinden door het inspelen van G-krachten op het lichaam.

“Mijn passie is remote medicine, waarvan maritieme geneeskunde een onderdeel is. Het is een recente vorm van geneeskunde die in de jaren tachtig is ontstaan, toen mensen almaar extremere sporten gingen doen – bergbeklimmen, ultra­runs lopen in de woestijn.”

Remote medicine lijkt me veel improviseren.

“Het is in de eerste plaats: stabiliseren. Het basisprincipe van onze militaire geneeskunde is ten-one-two: het slachtoffer moet in de eerste tien minuten gestabiliseerd zijn door zichzelf of door een collega. Na de aanslagen van 22 maart hebben we gezien wat de ten inhoudt. Als soldaten toen niet adequaat hadden ingegrepen met tourniquets (knelverbanden, red.) om bloedingen te stoppen, dan was het dodental zeker hoger geweest. Die training krijgen ze in de tactical combat casualty care.

“Daarna volgt het golden hour, waarin ik optreed. Ik moet zorgen dat het slachtoffer stabiel blijft. Als iemand ernstige verwondingen heeft en veel bloed heeft verloren, dan is het mijn taak om die persoon zo snel mogelijk bij een chirurg te krijgen – dat is de two.

“Een medisch steunplan opzetten in het buitenland betekent dat je een ambulance vooruit moet schuiven, soms zelfs een dokter, zodat je een patiënt binnen het uur kunt zien. Dat houdt in dat wij soms dicht bij het gevaar komen. Sowieso zit je vaak geïsoleerd, waardoor je een andere mindset nodig hebt. Iemand die pijn in de onderbuik krijgt en mogelijk een blindedarmontsteking heeft, zal van mij sneller antibiotica krijgen omdat ik het me niet kan permitteren om de toestand uit de hand te laten lopen. Er is immers geen chirurg aanwezig. Hetzelfde met tandpijn.”

Hoe gevaarlijk is uw job?

“Oorlog zoals vroeger kennen wij niet meer, maar in onstabiele regio’s kun je te maken krijgen met aanslagen en bermbommen. Met de infanterie heb ik in 2018 deelgenomen aan een Europese missie in Mali om de regio te stabiliseren. Elke dag vlogen wij met een privévliegtuig van de hoofdstad Bamako naar de G5, de Sahel Joint Force. Van de luchthaven ging het met gepantserde voertuigen naar het kamp. Toen ik er verbleef, is er niets gebeurd, maar kort na mijn thuiskomst heeft zich een zelfmoordterrorist opgeblazen.

“Tijdens een missie zijn er maar twee scenario’s: ofwel gebeurt er iets en zit je zwaar in de problemen, ofwel blijft het rustig. En dan is het de uitdaging om scherp te blijven.”

Hoe is het om zo lang aan boord van een schip te zijn?

“Tijdens de week varen we, tijdens het weekend meren we meestal aan in havensteden. Er is dus wel wat afwisseling. Maar op zee kan het soms tricky worden – een schip is een vijandelijke omgeving. Met de marine was ik onlangs in West-Afrika, mijlenver van alle hulp. Er zijn in de regio veel piratenschepen en drugssmokkelaars actief. We hadden wat oudere mensen aan boord die al eens iets aan de hand kunnen krijgen. Dan is het angstzweet uitstaan tot je iemand geëvacueerd hebt.

“In mijn vrije tijd vaar ik mee met expeditiecruises van een Nederlandse organisatie die internationale gezelschappen met een schip naar Antarctica brengt. Vaak gaat het om oudere mensen die lang hebben gespaard voor hun reis. De enige manier om iemand te evacueren in Antarctica, is een schip rechtsomkeer doen maken. Er kan geen helikopter aan boord komen omdat je te ver van het vasteland bent.”

Schuift uw comfortzone op als u vaak in kritieke omstandigheden terechtkomt?

“Dat is de valstrik, ja, dat je dat normaal gaat vinden. (glimlacht) Ik mag dit eigenlijk niet zeggen – mijn collega’s gaan mij uitlachen – maar vroeger was ik fan van Windkracht 10. Als ik nu met de marine in bootverband vaar met andere landen, dan is een helikopter vaak de enige manier om van het ene schip naar het andere te raken. Als ze je dan winchen, moet ik altijd even denken aan het meisje dat naar Windkracht 10 keek en enthousiast werd als ze de acteurs ‘winching up!’ hoorde roepen.

“Het was altijd mijn droom om naar Antarctica te gaan. In 2015 was ik geselecteerd voor het team dat naar het Prinses Elisabeth-station op de Zuidpool zou afreizen. Maar toen volgde de heisa tussen toenmalig staatssecretaris van Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) en poolreiziger Alain Hubert, waarna vijftien militairen kwamen vast te zitten in Zuid-Afrika. Ik was een van hen. De dag voor we onze bagage op het vliegtuig naar Antarctica zouden zetten, kwam er een arrest van de Raad van State en werd onze missie afgebroken. Hubert is toen vertrokken met zijn eigen team. (grijnst) Dat was een beetje vervelend: het was een missie van zes maanden. Ik had een afscheidsfeestje gegeven en mijn appartement onderverhuurd. Twee weken later stond ik weer in Antwerpen.”

‘Als de verpleger in de MUG een man is, dan begint iedereen tegen hém te praten omdat ze denken dat hij de dokter is. Bij het leger speelt dat niet.’ Beeld Joris Casaer

Hoe verloopt de aanpassing in België, als u terugkomt van een missie?

“Dat is moeilijk. Veel mensen weten niet wat Defensie doet. Tijdens marineopdrachten worden wij vaak geschaduwd door Russische schepen. Vorig jaar kwam er zelfs een jet laag overvliegen met dirty wings – gewapend dus. Dat maakt deel uit van de speldenprikken die aan de buitengrenzen van de NAVO worden uitgedeeld.

“Wij dreigen het slachtoffer te worden van ons eigen succes. We leven al zo lang in vrede en hebben niet door dat de dreiging escaleert, bijvoorbeeld door cybercrime. Dat is zorgwekkend. Een van de taken van de marine is het vrijwaren van de koopvaardijroutes. Veel van wat in onze winkelrekken ligt, is ooit van op zee gekomen. Als je daar de piraten vrij spel geeft, dan zouden de prijzen stijgen. Ook het internet, met de kabels die tussen Europa en Noord-Amerika op de zeebodem liggen, moet actief verdedigd worden.”

Hoe zit het met de positie van vrouwen in het leger?

“Daar mag ik niet over klagen. Tijdens mijn basisopleiding is er nooit gedoe geweest over het feit dat ik een vrouw ben – ook later niet. Globaal genomen wordt dat onderscheid in de maatschappij wel nog gemaakt: als ik met de MUG uitruk en mijn verpleger is een man, dan begint iedereen tegen hem te praten omdat ze denken dat hij de dokter is.

“Het leger zet sterk in op een gelijke man-vrouw­behandeling. We worden volgens rang betaald, dus het sekse­verschil speelt bij ons niet. Bovendien speelt Defensie ons tegenwoordig uit op onze sterktes – informatie­garing en social skills. Acht tot negen procent van de personeelsleden is een vrouw, bij de medische diensten loopt dat op tot een derde. Dat zijn allemaal geweldige rolmodellen. An, de vrouw met wie ik Rescue The Rangers uit de grond heb gestampt, is kolonel op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel. Als flight surgeon is zij verantwoordelijk voor de F-16-piloten.”

Defensie scoort dezer dagen geweldig dank­zij het tv-programma Kamp Waes. Hebt u een gelijkaardige training gehad?

“Ik heb geen Bergham Run moeten doen (tocht van 8 kilometer met een rugzak van 20 kilo, af te leggen in 50 minuten, red.), maar ik heb wel zes maanden militaire training gehad. Ik heb in een putje gelegen en in camouflagekleren observaties gedaan. Ik kan met twee verschillende wapens schieten, granaten gooien en in peloton marcheren. Mijn basistraining is een van de mooiste periodes van mijn leven geweest. Marsen met weinig slaap, kamperen in tentjes en snel weer opbreken, studeren voor je examens terwijl je doodmoe bent: dat schept een band met je collega’s.”

Met Rescue The Rangers blijft uw vrije tijd in het teken van uw beroep staan.

“Ik vrees dat ik aan een ernstige vorm van beroepsmisvorming lijd. (lacht) Met An zat ik naar Flying Doctors: Virunga te kijken, met de West-Vlaming Anthony Caere die vanuit zijn vliegtuig de veiligheid verzekert van het Virunga­park. We zagen hoe de rangers eerstehulptechnieken kregen aangeleerd met verbandjes. Maar er woedt daar een oorlog – het gebied wordt geteisterd door stropers en illegale houtkap. De parkwachters hebben tactical combat casualty care nodig om zich uit de slag te trekken. Je moet ze aanleren hoe ze zware bloedingen kunnen stoppen of hun borstkas kunnen dichtplakken, zodat hun longen niet dichtklappen en ze in ademnood komen.

“Als je onder vuur wordt genomen, dan moet je niet ter plekke beginnen met wonden verzorgen. Je moet een tourniquet aanbrengen en zorgen dat je wegraakt. Pas als je beschut bent, kun je je wonden controleren. Ondertussen hebben we vierhonderd rangers opgeleid en hen via geld­inzamel­acties voorzien van specifiek medisch militair materiaal. Als we naar Virunga gaan, nemen we militaire instructeurs mee om les te geven. Zij betalen hun reis zelf en offeren een deel van hun vakantie op.”

Het klinkt alsof u het gevaar graag opzoekt.

“Ik ben nog altijd banger om in Antwerpen met mijn fiets omver te worden gereden, hoor. Door mijn werk krijg ik een plek op de eerste rij van de Belgische geschiedenis. Als ik ’s avonds in Virunga kan zitten napraten met de directeur van het park, de Belgische prins Emmanuel de Merode, een van mijn levende helden, dan voel ik me de gelukkigste mens op aarde.”

Virunga is niet bepaald een veilige omgeving. Het park werd in 2018 zelfs een tijdje gesloten.

“Het deel waar de toeristen komen, is sinds februari 2019 opnieuw open. Wij zijn tijdens de sluiting blijven gaan: je kent de mensen, het leven gaat er voort. Maar opeens zit je in een onstabiele regio en is het gevaar tastbaar geworden. Er zijn al 180 rangers doodgeschoten terwijl ze het park moesten bewaken.

“Virunga is Unesco-werelderfgoed, een derde van alle berggorilla’s woont er. Dat aantal was gekelderd tot driehonderd, maar door de natuur te beschermen zijn er nu weer duizend gorilla’s. Dat is dus een succes, maar het gaat verder dan dat – er wonen ook mensen in het park. De Virunga Alliance, die onder meer de lokale chocolade­fabriek van Dominique Persoone en de waterkrachtcentrale uitbaat, is erop gericht de regio te stabiliseren. Ze wil mensen tewerkstellen zodat het armoedecijfer kan dalen en de bewoners zich niet aansluiten bij de rebellen.”

Aan avontuur geen tekort in uw leven.

“Als ik kan meegaan met poolexpedities en Rescue The Rangers, dan is dat omdat Defensie mij heeft gemaakt tot wie ik ben. Dankzij hen kan ik me op verschillende terreinen en in meerdere talen uit de slag trekken. Ik was altijd onrustig – ik ben een vulkaan die op uitbarsten staat, al is dat nu wat gestild. Als je mijn achttienjarige ik zou vertellen wat ik nu doe, dan zou ik je niet geloven. Maar ik heb doorgezet en de dingen altijd aangepakt, misschien zelfs op het naïeve af. I’m living the dream.”

rescuetherangers.com

Topdokters, elke maandag om 20.35 uur op VIER.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234