Vrijdag 15/11/2019

De verzoening

Toneelmaker Johan Simons schrijft een brief aan Wim Opbrouck: "We hadden het beter rechtstreeks uitgepraat"

Johan Simons. Beeld Thomas Legrève

Wat voorafging

De grote crisis bij NTGent dateert alweer van 2016, maar werkte ook dit jaar nog door. Milo Rau volgde Johan Simons op als ­artistiek directeur, zakelijk leider Kurt Melens stapte op, en Wim Opbrouck – Simons’ voorganger en kernlid van NTGent – zei in Zomergasten ­dat dit seizoen zijn laatste zou zijn. Johan Simons reikt hem de hand.

***

Beste Wim,

Ik had het niet moeten doen. Als ik het van tevoren wat beter had ingeschat, zou ik het aanbod om na vijf jaar terug te keren als artistiek leider van NTGent hebben afgewezen. Ik ben erg overmoedig geweest. Dat ben ik wel vaker, het is een karaktertrek, en soms leidt dat tot heel mooie dingen. Maar soms gaat het ook ten koste van mooie dingen. Zoals in dit geval. Het leek me leuk om terug te keren naar Gent, en ik keek ernaar uit weer samen te werken met de ­mensen van mijn vorige termijn, maar ik heb de situatie verkeerd ingeschat.

Johan Simons. Beeld Thomas Legrève

Ik kwam van een heel groot bedrijf. De Münchner Kammerspiele telde 400 werknemers. Ik ben nu in Wenen, waar ik aan Radetzkymarsch van Joseph Roth werk. Dat vind ik geweldig om te doen, en ik verheug me zeer op mijn nieuwe baan, binnenkort, bij Schauspielhaus Bochum. Ik besef nu dat ik inmiddels helemaal ­vergroeid ben met het Duitse theater. Ik ben daar graag, en nu vraag ik me af: waarom ben ik dan teruggegaan naar Gent?

Er was ook wat veranderd, tijdens mijn afwezigheid. NTGent was een ander bedrijf geworden. Ik had de indruk dat het theater van NTGent onder jouw leiderschap minder politiek was geworden. Daarmee vel ik geen artistiek oordeel, maar ik maak zelf wel andere voorstellingen. Jij verbindt je graag met een groter publiek, ik maak liever meer intellectuele voorstellingen. Ik zie theater als een denkoefening, en jij ziet het, denk ik, als een meer sprankelend, lichter medium. Er zijn natuurlijk uitzonderingen – in mijn eerste periode bij NTGent heb ik De tien geboden gemaakt, dat toch ook eerder licht van toon was.

Maar ik heb het altijd als mijn taak gezien om vernieuwend te werken, in plaats van bevestigend. Ik wilde dan ook een andere tekening maken dan degene die jij had gemaakt. Elke artistiek directeur probeert zijn eigen stempel te drukken. Dat lijkt me heel goed, ook nu nog, maar het heeft in ons geval tot misverstanden geleid.

Onder de mat

Er is dat bekende verhaal over de foyer. Ik had die gedurende mijn eerste periode als intendant ontworpen en gebouwd, samen met Bert Neumann: het was ons idee om een ‘communicatieve’ foyer te ontwerpen. Mensen gingen een kaartje kopen, en konden tegelijkertijd een drankje bestellen. 

Jij hebt er iets heel anders van gemaakt – wat ik volkomen begrijp. Je hebt tekeningen aangebracht op de muren. Tekeningen die ik, bij mijn terugkeer, weer liet overschilderen. Dat heeft veel kwaad bloed gezet, ook bij jou. Achteraf begrijp ik dat: het is pijnlijk, bijna onverdraaglijk, als iemand over jouw werk heen schildert. Maar ik hoop ook dat jij begrijpt dat ik weer mijn eigen stempel wilde drukken.

Ik had daarover wel overleg kunnen plegen. Maar dat had jij, toen je de foyer opnieuw inrichtte, ook niet gedaan – wat ook mij pijn heeft gedaan. We hadden het beter rechtstreeks uitgepraat. Maar in Vlaanderen ligt dat soms moeilijk, besef ik. Het is deel van jullie cultuur, men kan het je niet kwalijk nemen, maar als Nederlander denk ik dat ik meer direct ben. Te direct, soms, een tikkeltje arrogant en betweterig. Maar Vlamingen vegen dingen misschien te snel onder de mat, waardoor ze niet worden opgelost. Als ik ergens spijt van heb, is het daarvan.

Het ensemble was niet meer hetzelfde. Ik trof een tweespalt aan: er was een kloof tussen verschillende leden van het ensemble, had ik de indruk. En ik had zelf Benny Claessens meegebracht: iemand die soms mensen tegen zich in het harnas jaagt. Ik dacht dat dat inspirerend zou werken – hij is ook iemand met een andere visie op theater. Hij neemt vaak een tegengesteld standpunt in, en ik ben iemand die erg houdt van mensen die zich tegenstrijdig uiten. Vaak levert dat heel mooie kunst op, want als je het alleen maar met elkaar eens bent, kom je al snel uit bij Kabouter Plop.

Wim Opbrouck. Beeld ID/ Bas Bogaerts

Maar ik ben het eens met Els Dottermans als ze zegt dat ik er te weinig was om dat artistieke conflict in goede banen te leiden. Als je dat model wilt, zoals ik, moet je vaak aanwezig zijn. Dat was ik niet, en dat spijt me ook echt. Maar het neemt niet weg dat ik al een gespleten ensemble aantrof: ik heb die twee verschillende werelden nog verder uit elkaar gespeeld.

Vaderrol

Ik zat ook met die dubbele baan – ik was op hetzelfde moment intendant bij de Ruhrtriënnale. Dat bleek geen handige zet. Ik vervul graag een vaderrol bij een ­theatergezelschap, voor het hele ensemble, en bij NTGent kon ik die rol niet met verve vervullen. Veelvreterij zat me in de weg. 

Om dan ook nog eens in te gaan op het aanbod van Schauspielhaus Bochum, dat me vroeg om vanaf 2018 intendant te worden… Dat was niet oké. Achteraf is het makkelijk lullen, maar ik denk dat ik me op dat moment ook al niet meer thuis voelde in Gent. Je voelde de conflicten, niet alleen binnen het ensemble, maar ook tussen de dramaturgie en de zakelijke leiding, bijvoorbeeld. Maar ik heb foute beslissingen genomen. Ik heb te veel hooi op mijn vork genomen.

Ik heb ook erg weinig ontmoetingen met de acteurs georganiseerd. Veel te weinig. Ik gaf mezelf zo’n overvolle agenda, dat mijn betrekking in NTGent een bijbaan werd. Ik probeerde om er op alle mogelijke manieren mijn hart in te leggen, maar dat hart was gespleten.

Maar misschien was de kritiek op mijn afwezigheid soms een beetje overtrokken. Waren termen als ‘in de steek gelaten’, zoals jij het noemde, niet een beetje pathetisch? Jij bent ook iemand die veel hooi op je vork neemt. Jij werkt ook graag buiten de muren van het theater. In televisie, in film. En vaak is dat samen met An Miller, met Frank Focketyn, met Els Dottermans. Heb jij ten volle een artistieke vader kunnen zijn in die vijf jaar dat jij intendant was?

Toch kan ik me voorstellen dat mijn afwezigheid frustrerend moet zijn geweest. Ik kan me voorstellen, Wim, dat jullie je verlaten hebben gevoeld. We hadden allemaal een andere droom, en die dromen zijn nooit samengekomen. Ik denk dat iedereen dan verliezer is. Maar bij mij slaat dat geen wonden, en ik hoop bij jou ook niet. Ik heb geen mensen beschadigd, denk ik. De voorzitter en de zakelijk leider wel. Uiteindelijk hebben ze ook mij de wacht aangezegd: ik heb niet vrijwillig baan geruimd.

Achteraf begrijp ik wel dat ik moest opstappen, natuurlijk, maar hoe zij de zaak hebben aangepakt, is ook niet netjes.

Misschien vonden zij mijn ambities te groot. Als je met heel andere budgetten hebt gewerkt in Duitsland, budgetten die in Gent niet voorhanden waren, dan wringt dat. Daardoor moest ik, naar mijn gevoel, dat buitenland ook opzoeken. Die Europese droom die ik had, die heb ik nog altijd. Ik werk nu ook al nauw samen met Rotterdam, en met Wenen, en later misschien ook Polen. Gent zou daar mooi bij passen. Die ambitie van mij is niet verdwenen, en die zal ook gestalte krijgen. Dat een theatermaker als Milo Rau nu NTGent leidt, vind ik fantastisch. Als dat het resultaat is van heel deze crisis: zoveel te beter. Al is ook dat gelul achteraf, en geen reden om goed te praten wat is fout gelopen. Maar de boel is niet volledig ingestort.

Daarom wil ik dat we elkaar nog in de ogen kunnen kijken. Dat we kunnen zeggen dat we fouten hebben gemaakt – en ik wil best toegeven dat ik de meeste fouten heb gemaakt.

Beste groeten,

Johan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234