Vrijdag 19/04/2019

Interview

Tom Waes: “Na mijn scheiding heb ik lang geworsteld met een schuldgevoel tegenover mijn kinderen”

Tom Waes Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Tom Waes (50). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Mijn leeftijd, denk ik. Vijftig. Ik zou niet weten waarom ik me anders zou moeten voelen. Ik heb ook nooit het verlangen gehad om jonger te zijn. Veel mensen zeggen: was ik nog maar 35. Waarom? Neen. Het rare is wel, als je vijftig wordt, wordt er precies verwacht dat de ochtend nadien al je haar gaat uitvallen of dat je ineens met een rollator gaat rondlopen. Voorlopig voel ik het fysiek niet. Ik sport veel, bijna dagelijks, en dat is de reden denk ik waarom ik er eigenlijk weinig last van heb. Gisteren bijvoorbeeld ben ik 60 kilometer gaan fietsen, op het gemak, met een crossfiets helemaal van Antwerpen tot in Stabroek door de bossen. Ik heb dat nodig. Niet alleen lichamelijk, maar ook omdat het mijn hoofd leegmaakt.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ongeduld. Die eigenschap heeft al vaak in mijn voordeel gewerkt, maar ook in mijn nadeel. Ongeduld, onrust is een grote drijvende kracht in mijn leven, wat soms heel lastig is voor de anderen. ‘Doe niet zo gejaagd’, zeggen ze dan. En dat is heel raar, want ik besef dat zelf niet, vanbinnen voel ik me rustig.

“Vroeger op school had ik al het gevoel dat het niet vooruitging. Ik ben een paar keer blijven zitten en dan ging het helemaal niet meer vooruit. (lacht) Heel frustrerend, als ik daar nu over nadenk. Dat stilzitten op die banken. (dramatisch) Oooo, dat duurde lang.

“En nu nog zegt mijn vriendin Mieke vaak: ‘Ik zou je eens moeten filmen, hoe jij voortdurend van hier naar daar springt’. Ik eet ook heel snel. De anderen moeten nog aan hun bord beginnen en ik ben al klaar. ‘Geniet nu toch eens’, zeggen ze dan. Maar ik geniet, ik vind het gewoon keilekker. (lacht)

“Die gejaagdheid zorgt er ook voor dat ik veel gedaan krijg in korte tijd en snel actie kan ondernemen. Ik ga direct op mijn doel af en soms loop ik daardoor vierkant tegen de muur. Misschien moet ik leren om de dingen wat meer op hun beloop te laten.”

3. Wat is uw passie?

“Mijn kinderen. Ik kan er zo van genieten om hen te zien opgroeien, om samen te zijn met hen. Ik heb twee kinderen van mezelf en één plusdochter. Een van 21, en twee van 22. Dus ja, die worden volwassen, hé. Ze zitten op kot. Op vrijdag brengen ze hun was, op zondag zijn ze weer weg. Maar we spreken regelmatig af om te lunchen en dan babbelen we. Wat ik heel hard voel bij hen is een grote druk wat ze later gaan worden. Dan geef ik hen het advies: doe vooral wat je graag wilt doen. Een keuze hoeft niet definitief te zijn, je kunt altijd nog switchen. Ik heb zo vaak geswitcht in mijn leven. En alles wat ik doe, doe ik met passie. Hoe kun je anders leven?”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Of ik graag leef? Ja gij! Ik hou van risicovolle avonturen: ik ben van een schans gesprongen, ik heb El Capitan beklommen (900 meter hoge granieten bergwand in Californië, met zeer moeilijke klimroutes, red.), ik heb met haaien gezwommen, maar een deathwish heb ik niet. Absoluut niet zelfs. Dat zijn berekende risico’s en ik probeer daar altijd wel binnen te blijven. In dat opzicht, als je het leven niet als een cadeau beschouwt, hoe ga je er dan wel mee om? Ik ben heel blij dat ik leef, wat niet betekent dat alles wat zich aandient mooi is. Niet alles loopt zoals je wilt, maar dat maakt het net boeiend. Het leven is geen roze wolk.

“Zo heb ik zeker donkere momenten meegemaakt. Om te beginnen op school. Ik zat er helemaal niet op mijn plaats en het interesseerde mij geen fluit. Het vierde middelbaar heb ik drie keer gedaan. Toen zat ik echt diep. Wat ging er van mij worden? Dat had weleens helemaal verkeerd kunnen aflopen. Daarna ben ik beginnen werken als beroepsduiker. Maar na een jaar of vijf voelde ik mijn aandacht verslappen en had ik ook weer een zwart moment. Ik wilde iets anders doen, maar wat? De volgende grote dip was mijn echtscheiding. Maar ik heb nooit gedacht: ik zie het niet meer zitten. Wel: ik ga er iets aan doen. In negativiteit of in zelfbeklag wil ik niet blijven hangen.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Heel kleine dingen. Zo stond ik eergisteren voor het rood en zag ik een meisje stoppen, haar fiets tegen het rood licht zetten en een ouw madammeke helpen oversteken. Ik keek opzij en zag dat de man in de auto naast mij ook naar dat tafereel zat te kijken, waarop we naar elkaar glimlachten. Je raam is eigenlijk een beetje televisie.”

6. Wat is uw zwakte?

“Mijn ongeduld.”

7. Waar heeft u spijt van?

“Na mijn echtscheiding heb ik lang geworsteld met een heel groot schuldgevoel naar mijn kinderen toe omdat ze nog zo klein waren. Ze waren toen 7 en 8. Het moment dat ik hen moest vertellen dat we uit elkaar gingen, was afschuwelijk. Kwam daarbij dat ze elke week moesten wisselen van huis, waardoor ze niet echt een thuis meer hadden. Achteraf hebben ze mij verteld dat ze die praktische kant van de scheiding wel vervelend vonden, maar in mijn hoofd was dat een heel groot probleem. Ik heb ook spijt dat ik te weinig thuis ben geweest voor hen. Terwijl zij zeggen: ja, je bent veel van huis weg, maar je bent er altijd geweest op de juiste momenten. Het is soms heel raar hoe mensen vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde kunnen kijken.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Ik zie veel vrienden rond mij die afscheid moeten nemen van hun ouders, en dat is iets waar ik wel vaak over nadenk en waar ik hard tegenop zie. Ik hoop alleen dat het nog lang niet aan de orde is.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Echt gehuild: anderhalf jaar geleden, tijdens Reizen Waes 12-12. We volgden een meisje van 21 en haar dochtertje van 9 die de grens van Zuid-Sudan overstaken. Op haar twaalfde was ze zwanger geraakt, verkracht door soldaten. Ineens zag ik mijn eigen dochter van 21 voor me staan. Een valies met wat kleren en twee kippen was alles wat ze hadden. Je zag de terreur en de wanhoop op hun gezicht. Toen ben ik ingestort.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Bijna dagelijks. In het verkeer. (lacht) Wat ik dan doe? (dramatisch) Roepen, vloeken, claxonneren, mijn stuur uittrekken van colère. Mocht ik onbekend zijn, ik zou uitstappen, maar dat durf ik niet. (lacht) Een kijkfile. Mensen die het kruispunt dichtrijden. Mensen die aan het sms’en zijn in de auto. Mensen die het groen licht rateren. Ik kan zo duizenden voorbeelden geven. Daar kan ik rrrrrrrrazend van worden. In de auto ben ik een monster. (lacht) Ik zou dat heel graag willen afleren.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd of een blijvende indruk nagelaten?

“De muziek van Tom Waits. Mijn grootste frustratie is dat ik hem nog nooit live heb gezien. Hij is één keer in de Bourla geweest en ik zat in het buitenland. Ik heb mijn kas opgefret. Mocht hij nog eens optreden, ik vlieg ernaartoe. Eender waar, al is het in Tokio.

“Tom Waits en Tom Waes, die namen liggen niet ver uit elkaar, hé. (lacht) Het is heel onnozel begonnen, in een platenwinkel op de Meir. Die gast zei: ‘Ik denk dat dat iets voor u is’. En hij had gelijk, ik ben er helemaal aan verslingerd geraakt. Vorig jaar heb ik een pick-up en al zijn vinylplaten opnieuw gekocht. Dat is echt een genot.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Ik geloof absoluut niet in God. Ik heb al te veel godsdienstwaanzin gezien. Ik snap niet wat mensen daarin zoeken. Leid een goed leven, bemin uw naasten, dat zijn nobele doelen, maar ik heb daar geen religie voor nodig. Mijn grootvader heeft vijf jaar vastgezeten in een krijgsgevangenenkamp, mijn grootmoeder haar familie zat in het verzet, is door de Gestapo opgepakt en naar kampen gestuurd en vermoord. Als er al een God bestaat, what the fuck heeft die zitten doen die vijf jaar, tussen ’40 en ’45? Ik weet niet of mij dat beïnvloed heeft, maar met religie heb ik niets.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Euhm, pff. Te weinig. (lacht) Als ik naar tv zit te kijken, denk ik: Tom, knip uw haar. Scheer uw baard. Soigneer u eens. Wat hebde gij aan? Ik ben te weinig met mijn uiterlijk bezig. En ik rook. Maar ik sport ook veel. Dus op dit moment heb ik daar weinig last van.

“Als vrouwen met mij flirten, zie ik dat niet. Mieke moet mij daar echt op wijzen. Ze zeggen van mij dat ik een vrouwenmagneet ben, maar ik besef dat niet. Als vrouwen een selfie willen, laat ik mij dat welgevallen, dat stoort mij niet. Van niemand trouwens, ik zal er altijd op ingaan.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Alles wat niet plat en niet vulgair is. Ik ben nogal een voetenfetisjist. Een mooie vrouwenvoet in een sandaal met een hoge hak vind ik heel sexy. De zomer is voor mij dus een topseizoen, ja. (lacht)”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Goh. Dat klinkt nu heel belachelijk, maar ik heb nog nooit een trio gedaan. Maar ik denk dat het beter bij een fantasie blijft. Mocht ik het écht doen, ofwel pis ik in m’n broek van ’t lachen, ofwel wordt het een heel gênant verhaal. Eigenlijk ben ik nogal klassiek.

“Ter voorbereiding van SM-rechter (Vlaamse film van Erik Lamens, 2009, red.) ben ik samen met Veerle Dobbelaere, Gene Bervoets en Axel Daeseleire in een echte SM-kelder geweest, waar de raarste scènes zich voor onze neus afspeelden. Ik zat ernaar te kijken en ik begreep het echt niet. Er hing een vrouw aan een groot kruis met tepelklemmen die op een autobatterij waren aangesloten. Iedereen doet wat hij wil zolang het met wederzijdse toestemming is, maar dit, nee, het is niets voor mij.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

(glimlacht, zwijgt even) Een arend.

“Als kind suste ik mij in slaap met die gedachte. Ik beeldde mij in dat ik op de speelplaats stond en een soort schoolslagbeweging maakte waardoor ik opsteeg en kon vliegen. En dan, hup, viel ik in slaap.”

17. Hoe is/was de relatie met uw ouders?

“Heel goed. En altijd maar intenser.

“Ik was een vreselijke puber en mijn papa was vrij streng, dus dat botste heel hard. Op m’n 19de ben ik thuis weggegaan met slaande deuren. Thuis wonen en mij de hele tijd in het gareel proberen te houden, dat marcheerde niet meer. Ik was toen net met Germaanse begonnen, maar wist eigenlijk niet goed wat ik wilde en mijn ouders waren bang dat er niets van mij terecht zou komen. Dat was een moeilijke periode, maar het is vrij snel weer goed gekomen tussen ons. Zodra ik mijn eigen ding kon doen en niet meer volgens de regels van het huis moest leven, was de druk van de ketel. Ik denk dat mijn ouders na een tijdje ook wel zagen dat ik mijn plan kon trekken.

“Mijn papa wordt volgend jaar tachtig. Op 23 april vertrekt hij samen met een vriend te voet naar Compostela. Toen ik dat hoorde heb ik meteen gezegd: ik kom af. Ik ga met hen een paar dagen van het traject afleggen.”

18. Hoe definieert u liefde?

(denkt na) Liefde is wederzijds respect, denk ik. Heel hard elkaars fouten aanvaarden. Doorzetten. Jezelf durven te zijn bij elkaar. Ik vind het moeilijk om er een definitie van te geven. Ik heb daar weinig zinnigs over te zeggen. Het is een gevoel, hé.

“En soms gaat dat over, ja. Ik was getrouwd voor de rest van mijn leven, maar ben al tien jaar gescheiden. Daarna ben ik Mieke tegengekomen, die ook een kind heeft. Dat is wel een rollercoaster geweest, dat durf ik gerust toe te geven. Zo’n plusgezin, dat is wel een boterham om dat samen te krijgen. Want je hebt twee verschillende manieren van opvoeden. De een denkt: dít is de manier, terwijl de ander denkt: nee, dít is de manier. En geen van beiden heeft gelijk. Het is voortdurend zaak van overleggen en een evenwicht zoeken.

“Die relationele zoektocht in nieuw samengestelde gezinnen vind ik een van de meest onderschatte problemen die er zijn. Ik hoor dat van heel veel mensen, maar je leest er zo weinig over. Het lijkt soms wel een taboe. Het is echt een proces van trial and error. Van je mening bijstellen en beseffen: amai, dat was een foute beslissing. Van op je vingers getikt worden door de kinderen, van beide partijen. Vooral: je kinderen zijn nog altijd je eigen kinderen, je pluskinderen blijven pluskinderen. Bij sommigen wordt dat één amalgaam, bij andere families verloopt dat moeizamer. En dan zijn er ook nog de ex-partners die ook hun eigen ideeën hebben. Ja, daar zou best wat voorlichting en begeleiding bij mogen worden gegeven, want het vergt toch wel enige doorzetting.”

19. Bent u een goede vriend?

“Dat moet je aan mijn vrienden vragen. Hoeveel ik er heb? Een stuk of vijf. Echt, echt, écht goeie vrienden, van wie ik weet, als de hemel op m’n kop valt, dan kan ik op hen rekenen. En zij kunnen ook altijd bij mij terecht, voor eender wat. Er zijn geen taboes tussen ons. Ik heb hen al over de vloer gehad op moeilijke momenten en zij mij.

“Ik trek ook bewust veel tijd uit voor hen. Tim Van Aelst zit daar bij. En Bart De Pauw. Dat zijn echt vrienden door dik en dun, die mij ook wel op mijn fouten mogen wijzen. En omgekeerd. Toen de heisa rond Bart losbarstte, ben ik bij hem binnengestapt en heb ik gezegd: ‘Ik ben hier als vriend, en ik wil heel hard luisteren, maar je gaat ook naar mij moeten luisteren.’ Voor de rest wil ik daar niet veel over zeggen, maar ik vind wel dat het als vriend je taak is om te luisteren, en dat je er altijd voor elkaar moet zijn, door dik en dun.

“Ik hoop dat ik het nooit moet meemaken, maar ik denk dat ik er zou zijn mocht een van hen morgen zijn vrouw vermoorden. Als morgen blijkt dat Tim Van Aelst een seriemoordenaar is, die vijftien vrouwen heeft verkracht en in stukken gezaagd en in de diepvries gestoken, dan zal ik waarschijnlijk wel zeggen: Tim, het is voorbij. Maar als den Tim morgen in een vlaag van zinsverbijstering, in een passionele opwelling zijn vrouw vermoordt, dan denk ik wel dat ik er zal staan. Allez, versta je de nuance? Daarom ben ik er ook voor den Bart. Ik hoop alleen dat het parket snel duidelijkheid schept.

“Ik vind immers dat iedereen wel een tweede kans verdient. Je kunt best fouten maken in je leven, maar als je dat inziet en je fouten toegeeft, en je excuses aanbiedt of een straf uitzit, dan denk ik wel dat je verder moet kunnen. Maar als publieke figuur is dat natuurlijk een pak moeilijker omdat je niet in alle anonimiteit op zoek kunt naar een andere job. Ook al heeft Bart een fout gemaakt en wordt hij daarvoor veroordeeld, het zal voor hem heel moeilijk zijn om op dezelfde manier opnieuw aan de bak te geraken, of opnieuw met zijn gezicht op tv te komen. Die anonimiteit heeft een onbekende mens wel. Maar ik vind wel dat er duidelijkheid mag komen. Dan weet je ineens waar je staat en kan je ermee verder.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Euh, het liefst door een hartslagaderbreuk. Toenk, het licht uit. Miekes grootvader is gestorven op de biljarttafel tijdens het biljarten met zijn vrienden, dat lijkt mij een schone dood. (glimlacht) Quick and swift, dus.

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Miekes spaghetti. (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Wijnegem Shopping Center met de feestdagen.

“En letterlijk: het grootste vluchtelingenkamp ter wereld, in Noord-Uganda, op de grens met Zuid-Sudan. Wat je daar ziet, dat is echt de hel op aarde. Families die naast de spoorweg wonen in een gat onder de grond. Ik ben daar met een cameraman ingekropen. Dan word je wel even stil.”

22. Heeft u zichzelf ooit betrapt op ­racistische gevoelens?

“Nee. Ik heb dat niet in mij. Mijn ouders waren gastgezin in Edegem. Van jongsaf aan hadden we in de zomer (voor het jaarlijkse volksdansfestival, red.) Hongaren, Roemenen, Bulgaren, Afrikanen, noem maar op, in huis, waardoor wij altijd respect gehad hebben voor andere culturen. Racisme, ik snap dat eigenlijk niet. Ook heel dat gedoe rond het migratiepact. Zolang wij die landen blijven uitbuiten en leegroven, zal je vluchtelingen hebben. Dat je dan een volksverhuizing krijgt, is toch te begrijpen. Vergeet niet dat er destijds honderdduizenden kinderen vanuit België op de trein zijn gezet richting Zuid-Frankrijk om aan de Duitsers te ontsnappen. Mijn grootvader is destijds naar een krijgsgevangenenkamp gestuurd in Polen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog is hij samen met 3.000 man te voet moeten terugkeren naar België. Onderweg zijn ze opgevangen door gastgezinnen. Onze eigen geschiedenis wordt dus nogal makkelijk vergeten. Een beetje menselijkheid is toch wel op z’n plaats.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Euh, veel en niets. (lachje) Als ik in geldnood zit, word ik onrustig, maar het interesseert me eigenlijk geen fluit. Ik wil het gewoon goed hebben en mijn rekeningen kunnen betalen en een beetje opzijzetten en ervoor zorgen dat mijn kinderen alles hebben wat ze nodig hebben, maar dat is het eigenlijk. Ik heb voor mijn 50ste verjaardag met Mieke en twee vrienden in een belachelijk duur hotel gezeten in Parijs, maar ik ga even graag in de Pyreneeën met een rugzak langs berghutten trekken.

“Ik vind wel dat ik hard moet werken om fatsoenlijk rond te komen. Mocht ik in Amerika wonen, ik zou stinkend rijk zijn.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Een all-in. Toen we ooit terugkwamen van Haïti bleek het vliegtuig kapot te zijn. We kregen twee dagen extra, in een all-in op de Dominicaanse. Ne goeikope (lacht). Wel, dat vind ik echt de hel. Alles wat je niet wilt, gebeurt daar. Die rushes naar het ontbijt, naar het zwembad, naar het buffet. Al dat eten dat in de vuilbak wordt gekieperd. De goochelaars. Het entertainment. Oooo, afschuwelijk vind ik dat! Alles wat reizen niet moet zijn! Je weet ook niet in welk land je zit, hé. Als je me echt wil straffen, moet je me naar een all-in sturen.”

25. Wie zou u hier eens uw gedacht willen zeggen?

“Zo vol in het gezicht? Donald Trump. Zo’n lul. Alles wat die Trump voorstelt vind ik een gigantisch probleem. Zijn roekeloosheid, zijn lompheid, zijn respectloosheid. Wa nen bullebak, jong. Maar ik vrees dat hij niet gaat luisteren. Als je ziet wat die al allemaal over zich heen heeft gekregen, maar het passeert gewoon los door zijn kop.

“En bij uitbreiding elke vreemdelingenhater die een muur wil optrekken rond zijn grondgebied.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.