Maandag 24/06/2019

Interview

Tom Van Dyck en broer Hans: “Wist je dat de penis van de zeepok 's avonds alleen op pad gaat?”

Hans en Tom Van Dyck. Beeld Illias Teirlinck

De ene kennen we als uitbundig acteur, de andere is gedrags­bioloog maar lang geen droog­kloot. Al van kinds af willen Tom Van Dyck en zijn broer Hans ons vertellen hoezeer wij op dieren lijken. Daarom werkten ze samen aan de theatermonoloog Het beest in u. “Wij zijn natuur­missionarissen.”

“Ken je de zeepok?”, vraagt Tom Van Dyck. En als Tom Van Dyck dat vraagt, is de neiging om in geproest uit te barsten meteen groot. Maar wanneer hij aan onze blik ziet dat we de zeepok niet kennen, gaat hij onverstoord voort.

“Je eet toch weleens mosselen?”, vraagt hij. “Die kleine kalksteentjes aan de buitenkant, dat zijn huisjes. En wie woont daar? De zeepok! Dat is nogal een huismus. Die komt alleen even aan de deur loeren om snel eten te bemachtigen. Ze gaan nooit ver. Maar ze hebben wel een enórme penis – wel dertig keer hun lichaams­lengte. En die penis gaat ’s avonds regelmatig een wandelingetje maken. Voor seks op afstand. Stel je voor, je zit in je zetel en ineens vertrekt je penis alleen terwijl jij rustig voor je tv blijft zitten. Ik zou toch zeggen: wees voorzichtig, en doe misschien iets aan.”

Wanneer je op dat punt dubbel ligt en nog net kunt uitbrengen dat hij misschien aan stand-up­comedy moet gaan doen, antwoordt de acteur, die momenteel schittert in de tv-serie Over water, bloed­ernstig: “Nee, dat kan ik niet. Ik moet mij kunnen verstoppen in een personage. Anders voel ik me verloren op een podium of een filmset. En dat van die zeepok met zijn lange piet was geen comedy, hè. Het is echt waar, vraag maar aan mijn broer.”

Die broer is Hans Van Dyck, hoogleraar gedrags­ecologie en natuur­behoud (Université catholique de Louvain) en vlinder­expert. Hij bevestigt. “Dat klopt. Charles Darwin was al wild van zeepokken, al wist hij nog niet precies hoe dat zat met die penis. Ondertussen groeide de kennis enorm en alles wat Tom je over beesten en natuur vertelt, is in principe gebaseerd op wetenschap.”

En dat komt mooi uit, want Tom toert vanaf 25 januari met de theatermonoloog Het beest in u. Daarin gaat zijn personage – om zichzelf beter te begrijpen – op zoek naar hoe dieren zich gedragen. Op de affiche voor het stuk kijkt de acteur ons aan met zijn bekende gezicht, dat weliswaar deels vertimmerd is tot walrus.

“Die man voelt zich niet goed in zijn vel als homo sapiens”, zegt Tom. “Hij vraagt zich af of hij niet meer een dier is. Maar wat is een mens en wat is een dier? Waar ligt de grens? Hij probeert uit dieren­gedrag zijn voordeel te halen, hij bootst hen na. Ik hoop dat mensen na de voorstelling zullen zien hoe wij veel meer dier zijn dan we willen aannemen, en hoe dieren veel meer op ons lijken dan we willen geloven.

“Dat verhaal is wat Hans en mij altijd al verbonden heeft. De voorstelling is een samengebalde versie van eindeloos veel gesprekken daarover. Heel veel informatie en inspiratie komt van hem en is gecheckt door hem. Want ja, ik weet het wel: als ik aan de mensen vertel dat er een deel vis in ons zit of dat octopus­mannetjes zich soms voordoen als vrouwtjes om dan met de dames op stap te gaan en plots – tadaa! – tevoorschijn te komen als wellustig mannetje, zouden mensen weleens kunnen denken dat ik dat verzin. Maar dat is niet zo. Ik probeer het alleen op vermakelijke wijze te vertellen.”

Wij zijn nog voor een deel vis?

Hans Van Dyck: “Ja hoor. Neil Shubin heeft daar een prachtig boek over geschreven, Your Inner Fish. Als embryo hebben wij bijvoorbeeld nog altijd kieuwbogen. Het bouwplan van ons lichaam is dat van een verbouwde vis.”

Tom Van Dyck: “Dat we van apen afstammen willen we nu wel aanvaarden, maar dat we ook vis in ons hebben, ligt moeilijker. Ik wil mensen daar in mijn voorstelling mee confronteren.”

Hans: “Dat is belangrijk, want er leven nog erg veel misverstanden over onze afstamming en evolutie. Heel veel mensen denken dat we de betere vorm van apen zijn – en daardoor minder beest. Maar dat klopt niet. De aap in ons is zelf ook weer een omgebouwde variant van iets anders, iets wat daarvoor kwam. Zo kom je ook bij de vis in de mens. Wij zijn het resultaat van morsig knutselwerk, niet van een perfect ontwerp waarbij we steeds minder dier zijn geworden.”

Beeld Illias Teirlinck

Zowel de professor als de acteur willen die misverstanden de wereld uit helpen?

Tom en Hans: “Ja!”

Hans: “En de wetenschapper en de acteur staan dichter bij elkaar dan je denkt. Ik moet ook creatief zijn om nieuwe experimenten te bedenken, en ik moet het kunnen overbrengen aan mijn studenten. Maar ik moet me wel houden aan de wetenschappelijke spelregels. Ik voel dat niet aan als een keurslijf, maar ik ben wel blij dat Tom het in dit stuk over hetzelfde kan hebben zonder dat hij zich aan die regels moet houden. En dat hij met zijn humor en metier het publiek zal raken.

“Veel onderzoekers zitten zo opgesloten in het technische discours dat ze vergeten dat wij een verhalende, vertellende aap zijn. Ze brengen hun inzichten niet verhalend, en zijn dan verbaasd dat mensen zo weinig naar hen luisteren, laat staan hen begrijpen.”

Tom: “Jij maakt die fout niet, Hans. In jouw voordrachten zit veel humor.”

Hans: “Ik ben daar door jou bezig te zien meer op gaan letten, zowel in mijn lessen als in mijn voordrachten.”

Tom: “Eigenlijk zijn wij al van jongs af samen bezig de natuur te onderzoeken en mensen daarover te vertellen. Met het idee voor deze voorstelling liep ik dan ook al jaren rond. Van vlees en bloed was aanvankelijk een dieren­programma. (lacht) Hans was daar ook als wetenschapper bij betrokken. Het idee was hetzelfde: we wilden menselijk en dierlijk gedrag aan elkaar toetsen. Maar Tom Lenaerts en Erik Watté van Woestijn­vis vonden de proef­afleveringen ‘rare school­televisie’. Waarop Wouter Vandenhaute zei: ‘Tom, schrijf jij maar fictie.’ Zo is Van vlees en bloed ontstaan. Ik ben erg blij dat dat oorspronkelijke idee nu eindelijk in de juiste vorm zit. Dit verhaal is wat wij altijd hebben willen vertellen.”

Waren jullie als kinderen al met dieren bezig?

Hans: “Dat was er inderdaad altijd al. Mijn vroegste herinnering is dat ik in het werkhuis van onze vader een vogel zag die ik niet herkende. Ik moet vijf geweest zijn. De oudervogel die ik wel herkende, een roodborstje, kwam er even later bijzitten. Toen woonden we nog in een rijhuis in het centrum van Herentals, met enkel een koertje.”

Tom: “Toen ik vier was, zijn we verhuisd naar een huis buiten het centrum met een gigantische tuin. We kregen kippen, ganzen, konijnen. En we konden zeer makkelijk uit die tuin ontsnappen naar het veld en het bos. Toen zijn onze ontdekkingstochten begonnen. Het was het pre-Dutroux-­tijdperk. Wij verdwenen gewoon met een boterhammendoos en ons horloge en doken rond zes uur ’s avonds weer op. We lagen in grachten om naar ijs­vogels te gluren. We zijn als snot­apen zelfs eens door een bevroren beek gezakt.

“Op mijn dertiende legde ik al mijn spaargeld samen om een verrekijker te kopen. Tegen die tijd hadden we, samen met Christophe Lambrecht van StuBru, een natuur­clubje opgericht – Stich­ting Natuurweelde – en we brachten een tijdschrift uit, Natuur­varia. Je kon een jaarabonnement nemen. De man van de kopieer­winkel werd gek van ons. Anderen misschien ook. Wij spraken niet over de merel maar over de turdus merula, en we hadden steekkaarten met de Latijnse namen. We waren in het groen gekleed, met zo’n hoedje van WWF, en verkochten stickers van de vogelbescherming. Wij waren in feite nerds.”

Hans: “Er zat toch vaak ook een theatraal kantje aan. Als we niet in het bos zaten, dan wel in de bibliotheek, en ik herinner me dat we dan soms deden alsof we strompelden en onze stapel boeken lieten vallen, omdat we wilden kijken hoe mensen zouden reageren. Of jouw performance over de ondor.” (schatert)

De wat?

Hans: “In mijn laatste jaar van de lagere school organiseerden we alweer een natuurcongres, en Tom wilde wel iets brengen. Maar hij vroeg mij om het opzoek- en schrijfwerk te doen. Ik schreef een voordracht over een roofvogel uit de Andes en Tom bracht die met verve. Maar hij had het de hele tijd over de ‘ondor’. Onze type­machine had een probleem met de letter ‘c’, maar daar had ik niet op gelet. Tom ging maar door over de ‘ondor’ tot hij me vroeg: ‘Moet dat niet ‘condor’ zijn, Hans?’”

Beeld Illias Teirlinck

Tom was altijd al meer de performer?

Hans: “Uiteraard. Al heb ik ook nog toneel gespeeld. Dat deden we ook samen. Hij was Gaston en ik Leo. We deden ook revues. In het stuk Fools van Neil Simon speelde ik de dokter.”

Tom: “Maar jij was altijd wel meer de onderzoeker en leraar. Mosselen eten was in ons gezin een les anatomie. Jij ontleedde die en gaf uitleg. Vader werd er zo gek van dat je op den duur koffiekoeken kreeg. Als tiener kocht je de tweede­hands­microscoop van de dierenarts en je verzamelde schedeltjes, steentjes en braakballen. En toen we met de bus naar Zeeland gingen om de wintertrek te zien, had jij gevraagd of er in de bus filmpjes konden spelen die de vogelsoorten leerden herkennen.

“Toch zie ik meer gelijkenissen dan verschillen tussen ons. Wij observeren graag dieren en mensen, en we zien dat er geen strikte scheiding is. Ik ben acteur geworden en dat gaat heel erg over mensen observeren, want de essentie van acteren is subtiele kenmerken kopiëren en imiteren. En jij bent dan verder gegaan in dieren observeren.

“De dikke en vaak ingebeelde muur tussen de wereld van de cultuur en die van de natuurwetenschappen zorgt voor nutteloze oogkleppen. Wij zien dat als één geheel. Als acteur moet je ook totaal en schaamteloos opgaan in je personage, in de emoties, iets wat kinderen en ook dieren doen. En van mijn broer leer ik dan weer dat sommige dieren soms ook acteurs zijn.”

Hoezo?

Hans: “Sociale dieren, die voor hun overleving erg afhangen van samenwerking, zijn vaak slim en gebruiken soms leugentjes om bestwil of doen zich anders voor om er hun voordeel uit te halen. Raven verstoppen hun voedsel in winterse landschappen, en we zien dat sommige af en toe doen alsof, wanneer ze merken dat een andere raaf hen ziet. Door te doen alsof ze ergens voedsel verstoppen, zetten ze de ander op een dwaalspoor. Dat is overtuigend acteerwerk waaruit een groot vermogen tot empathie blijkt.”

Zien we niet ook te snel en te veel de mens in dieren?

Hans: “Dat is een valkuil. Maar de verbanden en gelijkenissen ontkennen terwijl ze zo duidelijk aanwezig zijn, is dat ook. Slimme experimenten tonen dat we voor meerdere kenmerken echt minder uniek zijn dan vaak wordt gedacht. Koolmezen hebben ook een taal met een syntaxis, en ze scheiden en plegen overspel. Prairie­woel­muizen troosten elkaar bij stress. Sommige dieren gebruiken ook werktuigen, hebben rituelen en emoties en zijn net als wij individuen met een persoonlijkheid.

“De meeuwen in Oostende zijn bij­voorbeeld niet allemaal agressie­ve dieven. Er zijn er vele die braaf 50 kilo­meter ver vliegen om de resten te eten van een kroketten­fabriek.

“Ook in ons onderzoek met insecten zien we dat de ene vlinder bijvoorbeeld steevast minder of meer agressief is. Bij sociale spinnen hebben degene die voor het broed zorgen een andere persoonlijkheid dan degene die de kolonie verdedigen.”

Tom: “Van hun eigen huisdier zullen mensen nog aannemen dat het een persoonlijkheid heeft. Maar je hebt ook onder varkens, merels, paarden geweldige eikels of schijnheiligaards en supercoole types. Voor Den elfde van den elfde (tv-reeks die Van Dyck met zijn vrouw maakte, BDB) ben ik een tijdje gaan meedraaien in een varkens­kwekerij, en daar zag ik dat goed. Maar wij ontnemen varkens alle mogelijkheden om echt varken te zijn. Dat maakt het makkelijker om ze af te slachten. Laat een varken zijn ding doen in je tuin en het wordt veel lastiger, want het zijn geweldige dieren. Sinds mijn passage in dat bedrijf eet ik geen vlees meer.”

Beeld Illias Teirlinck

Het beest in ons associëren we meestal met agressie en brutaliteit.

Hans: “Ja, en dat is een interessante dimensie, maar er is veel meer. Sommige dieren kennen ook troost, empathie, solidariteit. Maar er is ook veel variatie. Het ene dier is het andere niet. Als bioloog probeer ik dat te begrijpen en ik zie dat het traditionele hokjesdenken van natuur tegenover cultuur aan herziening toe is. Ook wij zijn een stukje biodiversiteit en bij tal van dieren vinden we cultuur.

“Mens­wetenschappen en natuurweten­schappen, geneeskunde en dierengeneeskunde, psycho­logie en gedragsbiologie zouden veel meer met elkaar verbonden moeten zijn. Je zou naar de dierenarts kunnen gaan als de wachtzaal van de dokter vol is. Sommige kwalen zijn uniek voor de mens, maar vele niet. Chirurgen die een hart­operatie bijwonen op een orang oetan die verder volledig is afgedekt, geloven het amper als ze horen dat het geen mens is die ze zien.”

Waarom is dat vertellen belangrijk voor jullie?

Hans: “Het zijn fundamentele inzichten, en het is ook in het belang van de mens om te zien hoezeer wij een stuk natuur zijn en ermee samen­leven, er afhankelijk van zijn. We zien onszelf vooral als individu, maar we zijn ook een wandelend ecosysteem. Veel bacteriën in ons lichaam blijken essentieel om te zijn wie we zijn. Er zijn verbanden gevonden met psychische aandoeningen. Die micro-organismen zijn er niet alleen voor de spijsvertering. Ze hebben ook invloed op ons brein, via zenuw­banen, hormoonwerking en het immuunsysteem. Nu zou het nog verdacht klinken, maar volgens mij duurt het niet lang meer of de psycholoog zegt: kleed je maar uit, we zullen ook eens aan de andere kant kijken.”

Tom: “Dat ga ik gebruiken!”

Hans: “Dat dacht ik wel.”

Tom: “De hele familie weet dat ik de hele tijd dingen jat. Een psycholoog die in je achterste kijkt, dat kan ik toch niet laten liggen?”

Hans (gespeeld ernstig): “Ja, en dat wandelende ecosysteem dat wij zijn, treedt dus in wisselwerking met biodiversiteit in de omgeving. Dat die steeds sterieler is, kan bijvoorbeeld de sterke toename van allergieën en immuunziekten mee helpen verklaren. En zelfs bij mensen die geen bal geven om bomen en vogels zakt chronische stress door contact met de natuur.

“Ik zie dat we wat dat betreft op een kantelpunt belanden in de geneeskunde. Het oude dogma dat geest van lichaam scheidt, brokkelt af, en de verhouding tot onze omgeving krijgt meer aandacht. We moeten veel holistischer nadenken over onze eigen habitat. Wanneer we onze steden inrichten, scholen en seniorenflats bouwen, dan moeten architecten samenzitten met ecologen, biologen, psychologen. Reduceer natuur niet tot de laarzen aantrekken op zondag, om in een beschermd gebied te gaan wandelen. Die omslag moet zich nu inzetten. Er zijn al bedrijfsleiders die nadenken over rewilding rond de kantoor­omgeving, omdat ze vernemen dat dat veel gezonder is voor hun werknemers.”

En zo denkt de man in Het beest in u ook?

Tom: “Jazeker. Hij ziet de opsplitsing tussen mens en dier, tussen onze leefwereld en de natuur, als een nutteloze constructie. Hij keert terug naar het fysieke, naar het eigen lichaam en hoe een dier in een ecosysteem functioneert. Voor mij is het als artiest, maar ook als mens en vader, een dwingende noodzaak om dat te brengen. Om de pretentie van de homo sapiens die zich boven alles verheven voelt, te doorprikken. Want ondertussen vernielt die homo sapiens de biodiversiteit en het klimaatsysteem dat we zo nodig hebben.

“Ik zat aanvankelijk bij Klimaatzaak, maar ik trok me terug voor de rechtszaak omdat ik zelf iets wilde vertellen vanuit deze ideeën en via mijn vak. Daarom keer ik na bijna twintig jaar voor het eerst terug naar het theater. Daar kan ik me uitbundiger uitleven dan voor de camera, en ik kijk er erg naar uit.”

Zijn jullie dan ook politiek groene jongens?

Hans: “Nee, we willen ons niet aan één partij verbinden. Beter en slimmer omspringen met onze leefomgeving heeft alles te maken met stedenbouw, landbouw, mobiliteit. Het zou voor alle partijen belangrijk moeten zijn.”

In jouw vakgebied zie je hoe soorten zich aanpassen aan de opwarming, de verstedelijking en de vernieling van de biodiversiteit. Is dat niet hoopgevend?

Hans: “Het klopt dat soorten zich soms aanpassen, en ja, het is normaal dat soorten verdwijnen en dat dat kansen biedt aan andere soorten. En ja, na iedere terugval in de biodiversiteit was er altijd een heropleving. Maar denken dat het daarom niet kan misgaan, is naïef. Want dat zijn processen die zich over miljoenen jaren hebben afgespeeld. Nu gaat het echter in extreem snel tempo achteruit, en daarom zullen we zelf alle zeilen moeten bijzetten als we er nog willen bijhoren.”

Wat nu?

Tom: “Ik weet dat het een taboe is maar ik zeg het toch: we zijn met te veel. (met sardonische blik en bulderstem) Dus: laten we er een paar afknallen!”

Hans: “Dat zal niet gaan, Tom.”

Tom: “Ik liet me even gaan. Wat we moeten doen, is naar de natuur te kijken. Wij zitten in een systeem van ‘altijd meer’. Natuurlijk, ons vermenigvuldigen is de maat van biologisch succes, en ‘hoe meer hoe liever’ is in de hele natuur eerder regel dan uitzondering. Maar wij en vele andere dieren dreigen slachtoffer te worden van ons succes. Een blad aan een boom blijft ook niet doorgroeien. Als dat gebeurt, noemen we dat kanker. Misschien moeten wij ook eens kunnen zeggen: het is genoeg zo.”

Hans: “Ook deze crisis los je niet op met ‘business as usual’. Er is versneld slimme actie nodig, gebaseerd op het inzicht dat hoe wij met onze omgeving omspringen doorslaggevend is voor onze gezondheid en economie.”

De affiche van ‘Het beest in u’. Beeld RV

Tom: “Zeg, wij zijn precies paters, Hans. Missionarissen. Misschien moeten we onze groene outfits opnieuw aandoen en met onze blijde boodschap rondgaan, zoals vroeger.”

Het beest in u gaat in première in de Arenbergschouwburg (Antwerpen) op 25 januari, daarna op tournee door Vlaanderen. www.tomvandyck.be   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden