Donderdag 02/12/2021

InterviewTom Goossens

Tom Goossens brengt opera naar Theater Aan Zee: ‘Mijn zangers moeten het publiek in de ogen kijken’

Regisseur Tom Goossens. Beeld © Stefaan Temmerman
Regisseur Tom Goossens.Beeld © Stefaan Temmerman

Een opera op mensenmaat, dat was altijd al de ambitie van Tom Goossens. Samen met het theatergezelschap Comp. Marius zet de regisseur nu zijn tanden in de klassieker Rigoletto. Maar hoe tem je een medium dat gemaakt lijkt voor grootsheid?

Giuseppe Verdi’s Rigoletto is een line-up van alle clichés uit het repertoire. Het libretto op basis van Victor Hugo’s Le roi ’s amuse is een wrange grap waarbij de arme nar Rigoletto, risee van de hofhouding, zijn dochter verliest. Het zit tjokvol kluchtige gedaanteverwisselingen, hartstochtelijke bevliegingen en menselijk verraad. Tom Goossens (º 1994) ontmantelt die zwaarte door contstant met een knipoog te tonen: dit is maar een spel.

De ‘spelregels’ van opera blootleggen drijft Goossens al sinds hij in 2012 afstudeerde. Met pianist Wouter Deltour (samen vormen ze DESCHONECOMPAGNIE) maakte hij een Mozart-trilogie met zingende spelers en acterende zangers. De reeks werd een grote hit, ook bij een publiek dat zelden een operahuis bezoekt. Maar mag je zo’n ‘ontmantelde’ opera nog een opera noemen? Is de essentie van opera niet zijn grootsheid? “Opera heeft in mijn ogen niets te maken met schaal”, zegt Goossens. “De essentie is menselijke communicatie en het uitdrukken van diep gevoelde emotie. In traditionele opera’s gaat de communicatie vaak verloren in vormelijke clichés. Ik probeer deze afstand te overbruggen. Zo denk ik juist dichter bij de essentie te komen.”

Geslagen door de liefde

In Rigoletto staat een acteur als Stefaan Degand (die een aardig stukje kan zingen) tegenover de tenor – le roi – Lars Corijn tot hij, geslagen door de liefde, zijn virtuositeit vergeet. Goossens speelt met het verschil tussen authentieke emotie en gewichtigdoenerij. Waas Gramser van Comp. Marius wees de regisseur erop dat in de tekst van Hugo de koning twee kanten heeft, en vooral zijn hofhouding hem machismo opdringt. Voor dit soort tekstlezingen moet je bij dit doorgewinterde repertoiregezelschap zijn. “Bij Comp. Marius zijn ze meesters in tekstbewerking, ik heb veel van hen geleerd.”

Het vernieuwen en toegankelijk maken van de opera is geen originele queeste. Al sinds de jaren 80 is de beweging gaande, met in Vlaanderen wijlen Gerard Mortier als grote voortrekker. Hij haalde theater- en filmregisseurs, later ook choreografen en beeldend kunstenaars binnen om het medium van vers bloed te voorzien. Dat is niet de weg van Tom Goossens. Voor hem zit de toenadering tot een breed publiek niet per se in het integreren van andere disciplines, maar simpelweg in de manier van praten met het publiek. “Ik wil op het podium levende wezens zien die communiceren met andere levende wezens – als je daar een filmscherm tussenzet, vergroot je alleen de afstand. Ik krijg soms de commentaar dat ik ouderwets ben omdat mijn zangers in de zaal kijken. Pavarotti en Callas deden dat ook, maar ze keken over de hoofden van de toeschouwers heen. Mijn zangers moeten het publiek in de ogen kijken.”

Komedies

Humor is een machtig wapen in het smeden van verbindingen met de toeschouwers. In Goossens’ oeuvre drijven de komedies boven, al is met Rigoletto – de grap die uitmondt in een drama – misschien een eerste stap gezet naar de tragedie. “Ik zou graag eens een Puccini doen, zoals La bohème, en dan kijken hoe ver ik spring. Dat is best spannend, want humor maakt de voorstelling niet alleen toegankelijk, maar helpt ook je medium te ontmaskeren, om te tonen wat je aan het doen bent. Ik weet niet of een tragedie zo’n procédé aankan. Stel dat je in een tragedie laat zien dat je maar aan het spelen bent… Verlies je dan niet de intensiteit van de emotie? Het valt mij op dat een theaterpubliek vandaag nog moeilijk om kan met emoties die niet worden gerelativeerd. We lijken wel allergisch geworden aan pathetiek.”

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Goossens’ artistieke zoektocht sprong intendant Jan Vandenhouwe in het oog, die de jonge regisseur engageerde als resident bij Opera Ballet Vlaanderen. Goossens’ eerste wapenfeit daar was een bewerking van Verdi’s Macbeth voor kinderen in de grote zaal. Niet makkelijk om in de context van het rode pluche de verbinding te leggen die hij beoogt. “Neen”, zegt Goossens. “Je bent bezig met micro’s, met boventiteling, met techniciteit – terwijl je vooral wilt kijken hoe de acteurs en zangers werken met de zaal. Toch wil ik terug naar die grote zaal, want ook de infrastructuur van opera is een cliché waarmee ik kan spelen. De uitdaging bestaat erin mijn knipoog zo te sturen dat ze het vijfde balkon bereikt. Mijn volgende project is L’heure espagnole van Ravel. Wie weet wordt dat een strijd, maar dan heb ik daar wel zin in.”

Elitarisme

Naast Goossens duiken onconventionele makers als Benjamin Abel Meirhaeghe en Ersan Mondtag op in het nieuwe seizoen van Opera Ballet Vlaanderen. Ligt het aloude debat over verstarring en elitarisme daarmee achter ons? Voor hem heeft elitair niets te maken met geld, status of business seats. “Een voorstelling is elitair wanneer ze boven de hoofden van haar publiek speelt, ‘vacuüm is getrokken’, zoals Degand dat mooi zegt. Maar als een zanger toegeeft dat hij een rol speelt, dan komt hij op dezelfde hoogte als het publiek. De vernieuwing bestaat erin dat je toont wat je aan het doen bent met je opera. Volgens mij is dat de toekomst.”

2-7/08, Oostende, Theateraanzee.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234