Vrijdag 22/10/2021

InterviewBilly F. Gibbons (ZZ Top)

‘Toen we twee nummers van Jimi Hendrix hadden gecoverd vóór hij op moest, zei hij: ‘Jij hebt lef, ik mag je wel’’

‘Toen we twee nummers van Jimi Hendrix hadden gecoverd vóór hij op moest, zei hij: ‘Jij hebt lef, ik mag je wel’’ Beeld ZZ TOP
‘Toen we twee nummers van Jimi Hendrix hadden gecoverd vóór hij op moest, zei hij: ‘Jij hebt lef, ik mag je wel’’Beeld ZZ TOP

Billy F. Gibbons. Een naam als een klok, een rocklegende zoals ze niet meer gemaakt worden. Op z’n 71ste brengt de bebaarde voorman van ZZ Top met Hardware een nieuwe soloplaat uit én kan hij terugblikken op zes stevig gevulde decennia in de rock-’n-roll. Want waar vind je nog een muzikant die met Janis Joplin, Jimi Hendrix en Jim Morrison toerde én dat kan navertellen? ‘We waren op het hoogtepunt van onze roem, maar mijn vader zei: ‘Billy, vergeet niet dat je straks nog het gras moet maaien.’’

Vijftig jaar geleden, in januari 1971, bracht het Texaanse trio de debuutplaat ZZ Top’s First Album uit. Daarop omarmde Billy F. Gibbons zijn bluesroots, nadat hij in de sixties had geëxperimenteerd met psychedelica in de garageband The Moving Sidewalks. ZZ Top zou het levende bewijs worden dat alles mogelijk is. Was de groep in de grungy jaren 90 compleet passé met haar zwaar naar de eighties lonkende, met synthesizers en drummachines aangedikte rockgeluid (zoals op hun succesplaat Eliminator uit 1983), in de nillies werden ze plots op handen gedragen door Queens of the Stone Age en The Black Keys, en wel om hun seventiesgeluid. Ineens werden ZZ Top-platen als Tres Hombres (1973), Fandango (1975) en Tejas (1976) cult en hip. ZZ Top staat ook voor een comicachtig imago waar zelfs de Ramones zaliger een puntje aan konden zuigen. De scheermesjesfabrikant Gillette bood hen ooit 1 miljoen dollar om hun baarden af te scheren. Ze weigerden, tot groot ongenoegen van drummer Frank Beard, het enige groepslid zonder baard.

Op mijn Zoom-scherm verschijnt Billy F. Gibbons zonder leren jekker, maar gekleed in een wit hemd, en zonder zonnebril maar met een leesbril op de neus. Heeft hij wel nog: zijn lange baard en zijn nudu, een Afrikaans mutsje dat hij ooit van het stamhoofd van de Bamileke in Kameroen heeft gekregen in ruil voor zijn stetson. Waar te beginnen? Met een beleefde openingsvraag, tiens.

Hoe gaat het?

Billy F. Gibbons: “Quite nice, thank you. Vandaag bevinden we ons in Zuid-Texas.”

Binnenblijven en nietsdoen tijdens de pandemie was duidelijk niet aan jou besteed. Wat was de aanzet voor Hardware?

Gibbons: “In juni vorig jaar kreeg ik een telefoontje van Matt Sorum, mijn favoriete drummer (onder meer bij Guns N’ Roses, red.) – of preciezer: één van mijn favoriete drummers. ‘Billy, ik zit hier niks te doen’, zei hij. ‘Well, yeah, I know’, antwoordde ik, ‘ik kan erover meespreken.’ – ‘Ik heb een opnamestudio gevonden in de buurt van Joshua Tree National Park’, vervolgde hij, ‘misschien moeten we daar eens een kijkje gaan nemen?’

“We zijn naar die studio in de woestijn gereden, en we zijn er drie maanden gebleven. We kwamen daar aan zonder één enkele song, maar meer dan pen en papier en een studio vol instrumenten heb ik niet nodig. Toen Sorums sweetheart Ace ons enkele persoonlijke spullen kwam brengen, kreeg ik meteen inspiratie voor de song ‘My Lucky Card’. De aas is namelijk mijn geluksbrenger in het kaartspel. Songs schrijven is geen mysterie, het is gewoon werken.”

In ‘Desert High’ zing je: ‘The Joshua Tree / Gram died in room eight and left it all to Keith’. Je vriendschap met Keith Richards is bekend, maar heb je legende Gram Parsons ook persoonlijk gekend? Hij stierf in 1973 aan een overdosis in The Joshua Tree Inn, sindsdien een bedevaartsoord voor rockfans.

Gibbons: “Ik heb een goeie anekdote over hoe ik Gram Parsons begin jaren 70 heb leren kennen, down in Texas. Nadat hij uit The Flying Burrito Brothers was gestapt, of gezet, stonden hij en zijn nieuwe band The Fallen Angels op een avond in een club geprogrammeerd. Ik was wat te vroeg, ik hing buiten rond en zag daar een bijzonder interessante tourbus staan. Eentje uit de jaren 40, zoals die waarmee vroege country-and-westernmuzikanten als Bob Wills and the Texas Playboys toerden. Zo’n bus was begin jaren 70 erg ongewoon om te zien, en op de zijkant stond ‘Look out, look out, here comes Gram Parsons’ geschilderd. Toen ik die bus stond te bewonderen, raakte ik aan de praat met een voorbijganger. We keuvelden wat over die coole bus, niet over muziek. ‘Hey, man’, zei hij plots, ‘ik moet nu naar binnen, ik moet gaan werken.’ – ‘Gram Parsons speelt hier vanavond’, antwoordde ik, ‘ken je hem?’ – ‘Ja’, zei hij, ‘dat ben ik.’ (lacht) Ik had nog nooit een foto van hem gezien. Dat concert is me overigens ten zeerste bevallen.”

‘The desert toad takes me for a ride / The Lizard King’s always by my side’, zing je ook in ‘Desert High’. Dat was een bijnaam die Jim Morrison van The Doors zichzelf gaf. Met je eerste groepje The Moving Sidewalks heb je eind jaren 60 in hun voorprogramma gespeeld.

Gibbons: “Ik was een heel vroege fan van The Doors. Ik voel me nog altijd het meest aangetrokken tot hun debuut (The Doors uit 1967, red.). Dat was een voor die tijd heel ongewone plaat – denk aan songs als ‘The End’ en ‘Alabama Song’ – maar tegelijkertijd had ze ook een hoge bluesfactor, met nummers als ‘Back Door Man’. Dat was de verdienste van Robby Krieger, hun gitarist: hij voegde al die bluesy flavors toe. En dankzij hem konden we die tournee met The Doors doen.

“Met Jim Morrison heb ik wel een paar keer gepraat, maar mijn maat in die groep bleef toch Robby Krieger. Ik heb hem tijdens die tournee ook een glazen flesje geleend om slidegitaar mee te spelen, en je kunt je niet inbeelden hoe blij hij ermee was. Hij schoof tot dan namelijk een afgebroken flessenhals over zijn vinger om te spelen, en daardoor bloedde hij weleens. Maar hij vond niks anders. Dat was in… (denkt na) Gosh, 1967… Toen waren er nog geen slide bars op de markt. Waarom denk je dat Gregg Allman van The Allman Brothers Band een flesje Coricidin, een medicijn tegen verkoudheid, als slide bar gebruikte? Een tip voor je lezers: wie ergens nog zo’n flesje in de kast vindt, kan daar op eBay makkelijk 1.000 dollar voor vragen (lacht).”

Gebruik je zelf nog steeds een Mexicaanse peso als plectrum?

Gibbons (lacht luid): “Ja. Ik kan er intussen bijna doorheen kijken.”

Binnenkort verschijnt May the Circle Remain Unbroken, een tributeplaat ter ere van de in 2019 overleden Roky Erickson, waarop ook jij te horen bent. Hij was een pionier van de psychedelische rock: in de sixties voerde hij The 13th Floor Elevators aan, een Texaanse band waarvan je met The Moving Sidewalks zo ongeveer alles had afgekeken.

Gibbons: “Roky was oorspronkelijk van Dallas, The Elevators opereerden vanuit Austin en ik ben opgegroeid in Houston. Maar we waren al heel jong vrienden, ik heb Roky voor het eerst ontmoet toen ik 16 was. En toen mijn eerste groepje een naam zocht, redeneerde ik: elevators, liften, gaan omhoog. En op sidewalks, trottoirs, ga je vooruit. Het is ofwel naar boven, ofwel vooruitgaan. Ziedaar The Moving Sidewalks. Zelfs de titel van onze eerste single, ‘99th Floor’, was een knipoog naar hen.

“De eerste platen van The 13th Floor Elevators, man, hoe Roky’s stem daar klonk... Duivels en maniakaal. Hij bezat een werkelijk angstaanjagende schreeuw, waarmee het spooky effect dat ze op de mensen wilden hebben, alleen maar werd versterkt. Al was dat rare geluid in hun grootste hit ‘You’re Gonna Miss Me’ niet zijn stem, maar een groepslid dat in een waterkruik blies (lacht). Wij wilden gewoon in alles The Elevators zijn, they were the big thing.”

Na The Moving Sidewalks richtte jij met bassist Dusty Hill en drummer Frank Beard ZZ Top op, een band die wereldberoemd zou worden. Roky Erickson daarentegen kreeg te kampen met psychische problemen en verdween al snel in de obscuriteit.

Gibbons: “Zelfs in zijn donkerste dagen heeft Roky naar mijn gevoel erg goeie, zelfs toegankelijke, poppy muziek gemaakt. Maar nee, hij heeft nooit de populariteit van een rockster gekend en geen miljoenen platen verkocht, hij is altijd the darling in the underground gebleven. Ik ben blij dat ik mocht meedoen op die tributeplaat (Gibbons covert ‘I’ve Got Levitation’ van The 13th Floor Elevators, red.), maar nog blijer dat jonge artiesten als Ty Segall hem erop eren. Zo wordt hij echt niet vergeten.”

SHOPPEN IN BRUSSEL

De weg van ZZ Top leidde niet vanzelf naar wereldsucces. In de seventies toerde de band zich wel te pletter, met als hoogtepunt The Worldwide Texas Tour in 1976-’77 – ze zeulden een halve dierentuin door de VS en stonden met een gier, een koppel ratelslangen en een buffel op het podium. Maar Europa bleef onontgonnen terrein, en voor de muziekpers bleef ZZ Top synoniem met lompe boerenboogie uit Texas. Keerpunt was de plaat Eliminator uit 1983, en dan vooral de videoclips voor de singles ‘Sharp Dressed Man’, ‘Legs’ en ‘Gimme All Your Lovin’’. Telkens wordt een verlegen jongen of meisje vernederd en gepest, ZZ Top verschijnt ten tonele als deus ex machina en werpt de underdog een bosje autosleutels toe, en vervolgens rijdt de iconische Eliminator-hot rod voor, een knalrode gepimpte Ford coupé uit 1933, die de protagonist naar wilde avonturen brengt.

Ik ben in de jaren 80 opgegroeid met die ZZ Top-videoclips. Nu pas besef ik dat dat telkens visuele vertalingen waren van Eddie Cochrans ‘Summertime Blues’ uit 1958, die oersong van de rock-’n-roll waarin hij het heeft over een jongen die een zomer lang moet werken, terwijl hij een meisje en een auto wil. En fun.

Gibbons: “Je bent de allereerste die die link legt, en met jouw permissie ga ik die uitleg vanaf nu zelf gebruiken (lacht). Maar alle krediet gaat naar de regisseur, Tim Newman (een neef van Randy Newman, red.). We maakten in die periode het absolute begin van MTV mee. Onze drummer Frank Beard, the man with no beard, belde me op een avond en zei dat er een goeie muziekdocumentaire op tv was, met de ene na de andere video. Hij had niet door dat het om een nieuwe zender ging. Het was een heel nieuw tijdperk – videoclips! Naar muziek kijken! – en we wisten helemaal niet of we wel goed bezig waren. Uiteindelijk zijn die video’s onze grootste successen ooit geworden, maar het was één groot experiment: we deden maar iets.”

Het personage van de underdog die revanche neemt op zijn of haar bully’s, is dat niet de essentie van rock-’n-roll? En ook van ZZ Top? De muziekpers heeft jaren op jullie neergekeken.

Gibbons: “Eigenlijk wel, hè. De underdog, de rebel of hoe je die figuur ook wil noemen… Ik hoor mensen soms klagen: ‘Waar gaat de rock-’n-roll toch heen?’ Wel, we weten niet waar hij vandaan kwam, en we weten ook niet waar hij naartoe gaat. De muziek van vandaag klinkt misschien anders dan de muziek van toen, maar ik zie nog altijd die rode draad van rebellie. Ik sprak gisteren met een vriend over de performer Billie Eilish. Zijn punt was dat ze verkeerdelijk een popzangeres wordt genoemd. ‘Ze is een jazzzangeres’, hield hij bij hoog en bij laag vol. Ik antwoordde hem: ‘Laten we vooral niet vergeten dat ze véél is, en altijd is er haar rebelsheid, die alles wat ze doet, zo legitiem maakt.’ Rock-’n-roll is voor mij geen genre, het draait om dat rebelse karakter.

(Plots) “Zeg, jij bent toch van België? Back in the day ging ik graag naar de handelaars in Afrikaanse kunst aan de Zavel in Brussel. Ik verzamel die, zoals je kunt zien (wijst naar de nudu op zijn hoofd).”

Als ik me niet vergis, heb je je ouders begin jaren 80 tijdens de Eliminator-tournee naar België laten komen om een show bij te wonen. Waarom België?

Gibbons: “Omdat ze op dat moment in Frankrijk met vakantie waren. Mijn vader heeft zijn hele leven als concertpianist en dirigent gewerkt, ook voor filmmuziek bij MGM studios, in Hollywood. Hij kon erg entertainend uit de hoek komen, maar hij was een beetje, euh, traag om toe te geven dat ZZ Top best populair werd. Dus toen mijn ouders naar die show in België waren komen kijken, op het toppunt van de Eliminator-hype, zei hij: ‘Gee whiz, Billy, je bent precies wel populair aan het worden. Het ziet ernaar uit dat je misschien een grote ster wordt.’ – ‘Denk je, vader?’ – ‘Ja’, antwoordde hij, ‘maar vergeet niet dat je thuis straks nog het gazon moet maaien.’ En hij bedoelde voor alle duidelijkheid het gazon bij hém thuis (lacht). Ach, hij was een goed man. Hij deed er gewoon alles aan, op zijn manier, opdat ik nederig zou blijven.”

‘Ik heb nog een paar songs over van ‘Hardware’, dus we hebben meteen iets om mee te beginnen als we met ZZ Top in de studio kruipen.’ Beeld ZZ Top
‘Ik heb nog een paar songs over van ‘Hardware’, dus we hebben meteen iets om mee te beginnen als we met ZZ Top in de studio kruipen.’Beeld ZZ Top

Hoe zit het met ZZ Top, dat dit jaar de vijftigste verjaardag van de debuutplaat viert? Denken jullie nog aan een opvolger voor La futura uit 2012?

Gibbons: “Absoluut. Dusty en Frank waren nét iets te hard aan het supporteren voor mijn soloplaat. Ik hoorde ze tijdens de opnames van Hardware bijna elke dag: ‘O, we zijn zo blij voor je, werk maar voort!’ Wat ze eigenlijk probeerden, was tijd kopen om hun vakantie te verlengen. Terwijl ik Hardware maakte, konden zij tv-kijken en golf spelen (lacht). Maar daar komt dra een eind aan. Ik heb nog een paar songs over van Hardware, dus we hebben meteen iets om mee te beginnen als we in de studio kruipen.”

In 2019 kwam de entertainende docu ZZ Top: That Little Ol’ Band from Texas uit. Daarin vertel je de bizarre anekdote over hoe je vriendschap met Jimi Hendrix destijds is ontstaan. Met The Moving Sidewalks stond je in het voorprogramma van The Jimi Hendrix Experience, en jullie hebben twee van hun nummers gecoverd. Wie doet nu zoiets?

Gibbons: “Volgens ons contract moesten we drie kwartier spelen, en omdat we niet genoeg songs hadden, was covers spelen de enige manier om de set te vullen. Daarvoor kozen we onze twee favoriete nummers van het moment, en die waren toevallig van de hoofdact: ‘Foxy Lady’ en ‘Purple Haze’. We hadden die vóór de tournee al exact leren naspelen. Ik was met The Moving Sidewalks naar Londen gereisd, moet je weten, waar de eerste singles en de eerste plaat van Jimi al uit waren vóór ze in de VS werden verkocht. Toen onze manager me belde dat we in zijn voorprogramma konden spelen, wist hij zelf niet wie Jimi was. Wij wel, door die Engelse platen: natuurlijk wilden we dat voorprogramma doen!

“Onze drummer zei die eerste avond: ‘Billy, ik weet het niet, maar Jimi Hendrix spelen voor Jimi Hendrix, dat is toch een beetje riskant.’ Ik dacht: we proberen het gewoon en zien wel. Toen we na onze set backstage liepen, stond Jimi me op te wachten. Hij keek me grinnikend aan en zei: ‘Jij hebt lef. Ik mag je wel. Ik wil je beter leren kennen.’ (lacht)”

Hij gaf je op die tournee ook zijn knalroze Stratocaster cadeau. Die werd ooit gestolen, maar je hebt ze teruggekregen. Hoe dan?

Gibbons: “Een vriend zei me op een dag: ‘Had jij geen roze Stratocaster van Jimi Hendrix? Geloof het of niet, maar in een club hier in Houston heb ik een gast op een roze Strat zien spelen.’ Nu is roze een zeer ongewone kleur voor een Stratocaster, dus ik besloot die club toch maar met een bezoekje te vereren. And sure enough, daar zag ik mijn gitaar in de handen van een gitarist die ik persoonlijk kende. Ik vroeg hem of het mijn gestolen gitaar kon zijn. ‘Ik had het moeten weten’, zei hij, ‘het was een té mooie gitaar om zomaar op de markt te belanden.’ Hij had hem gekocht van een advocaat, die hem op zijn beurt als betaling had aanvaard van een drugsverslaafde die hij voor een andere diefstal had verdedigd.”

Maar niemand van hen wist dat het een gitaar van Jimi Hendrix was?

Gibbons: “Nee, dat wist alleen ik. En ik heb dat ook pas tegen die man verteld nadat hij me mijn gitaar had teruggegeven, zo slim was ik wel. Hij kon er smakelijk om lachen, it was all in good spirit.”

Bedankt voor het gesprek, en tot in la futura.

Hardware van Billy F. Gibbons komt op 4 juni uit bij Concord Records.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234