Zondag 20/10/2019

Over water

"Toen ik in het scenario zag hoeveel vrijscènes ik moest spelen, heb ik gezegd dat ik niet het sexy meisje zonder meer wilde spelen”

Beeld Saskia Vanderstichele

Evgenia Brendes (29) lijkt een voorzichtig tv-debuut te maken als de secretaresse Ella Goes in Over water, maar bereid u voor: ze zal schitteren. Acteren is het enige wat ze sinds haar 4de echt wil. Op haar 11de kwam de Russische met haar ouders naar België om een nieuw leven op te bouwen. Ze dreef zichzelf tot het uiterste als latindanseres en werd Belgisch kampioene, maar zwoer daarna alle glitter af: “Ik voel me nu soms een alien tussen mijn Russische vrienden.”

In Over water heb je alvast een rol om je in vast te bijten.

Evgenia Brendes: “Ja, maar ik heb toch getwijfeld, hoor. Toen ik in het scenario zag hoeveel vrijscènes ik moest spelen, heb ik Tom (Lenaerts, red.) eerlijk gezegd dat ik niet het sexy meisje zonder meer wilde spelen. Het is toch een commercieel project dat veel aandacht zal krijgen en ik wilde geen tv-debuut waarmee ik meteen aan het cliché zou vasthangen.” 

Zoals toen je de Bulgaarse hoer in Matroesjka’s speelde, bedoel je.

“Haha, dat was geen echte rol, hè. Dat was edelfiguratie. Ik moest twee keer vloeken in het Bulgaars en een kill you-teken maken naar een meisje dat mijn plaats in het park wilde pikken (maakt een mesbeweging tegen haar keel). Ik was 17 en zat nog op de middelbare school. Het was een experiment waar ik 100 euro en drie maanden bronchitis aan heb overgehouden. Maar je hebt gelijk, ik krijg geregeld telefoons die beginnen met: ‘Ik heb een heel interessante rol voor jou. Het gaat om een Slavische vrouw die in handen van de boze blanke man is gevallen.’ Ik luister dan nog even of de rol iets meer om het lijf heeft dan het cliché van de Russische hoer, maar meestal is dat niet zo.”

Leek zo’n rol je op je 17de wel leuk?

“In de castingoproep waar ik toen op heb gereageerd, stond dat ze meisjes tussen de 17 en 25 jaar zochten. Een vriendin van mijn moeder had die oproep doorgemaild – ik stond al geregeld op een podium, vandaar. Ik speelde piano, volgde latindans en maakte vanaf mijn 13de theater bij het Russische amateurgezelschap in Antwerpen. De Russische gemeenschap is sterk aanwezig in Antwerpen, of toch toen we er in 2000 zijn aangekomen.”

Je was 11 jaar toen je ouders uit Kazachstan naar West-Europa vluchtten.

“Ja. In 1991 is de Sovjet-Unie uiteengevallen en in de onrustige jaren die daarop volgden, zijn veel Russen naar het Westen gevlucht. Zeker in de beginjaren ga je elkaar dan opzoeken, hè.”

Daarover gaat Problemski Hotel, de verfilming van het boek van Dimitri Verhulst door Manu Riche. Hij castte jou als één van de vluchtelingen.

“Hij heeft het scenario aan onze levensverhalen aangepast. Daarom wilde ik die rol absoluut spelen. Het werd een verwarrende ervaring, want ik heb tijdens de draaiperiode hard nagedacht over de grote stap die mijn ouders indertijd hebben gezet. Hoe ingrijpend moet het niet zijn om als veertigers je leven op te geven en met twee kinderen te vertrekken naar een land waarvan je de taal niet spreekt, waar je diploma’s niet geldig zijn en zonder te weten wat je te wachten staat? Ik was een kind, voor mij moest alles nog beginnen, maar mijn ouders moeten toch hun twijfels en angsten gehad hebben. Daar heb ik nooit iets van gevoeld. Ongelooflijk dat ze mij nooit met hun zorgen belast hebben.

“Als kind leer je de taal veel vlugger, dus ik werd al snel hun vertaalster. Alle brieven van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen moest ik vertalen, en ik moest het woord voeren op school en op andere plaatsen waar je als tiener normaal niets te zeggen hebt.”

Het heeft acht jaar geduurd voor jullie verblijfspapieren kregen.

“Ja. We zijn een paar keer afgewezen, en we kregen dan een brief waarin stond dat we het grondgebied binnen de vijf dagen moesten verlaten. We hadden wel het recht om binnen die termijn een nieuwe procedure te starten, waardoor het vertrek werd uitgesteld. Zo hebben we acht jaar geleefd. Ik stond er als kind niet de hele tijd bij stil dat we niet in orde waren, maar als ik op de bus zat, was ik wel bang voor controles. Ik dacht: ik heb wel een Buzzy Pazz (jongerenabonnement van De Lijn, red.), maar daarnaast heb ik alleen een Kazachs paspoort en een paar A4-vellen van het commissariaat. Je wordt constant geconfronteerd met het feit dat je anders bent, en op school werd ik ook gepest omdat ik niet goed Nederlands sprak – zo zijn kinderen nu eenmaal. Als mijn ouders op school kwamen, zei ik ook altijd dat ze moesten zwijgen als ze iets tegen me wilden zeggen: ‘Sstt!’ Ik schaamde me ervoor dat we een andere taal spraken.”

Je bent erg bezig met taal, hè. Met je gezelschap De Erfgenamen maak je vooral teksttheater.

“Alles draait toch om taal? Begrepen worden, vrienden maken, kunnen functioneren in de samenleving... Ik heb mijn zesde leerjaar overgedaan en toen ik naar de humaniora ging, beheerste ik het Nederlands perfect. Dat is mijn redding geweest. Ik ben er zelfs bevriend geraakt met de kinderen die me vroeger hadden gepest.

“De lerares van het zesde leerjaar had me naar het bijzonder secundair onderwijs willen sturen, ze dacht dat hoger onderwijs anders te moeilijk geweest zou zijn voor mij. Gelukkig heeft de directeur van de middelbare school mijn ouders aangeraden om me zo hoog mogelijk te laten beginnen. Ik heb toen moderne talen en wiskunde gevolgd en het ging fantastisch.”

Waarom werd jullie aanvraag tot legalisering steeds afgewezen?

“We kwamen niet uit een oorlogssituatie en we leefden ook niet in armoede. We waren vrij welgesteld, maar mijn ouders wilden mijn zus en mij eerlijker kansen geven.”

Hoe bedoel je?

“Mijn ouders zijn in de Sovjet-Unie geboren. In de jaren 60 stuurde de overheid ingenieurs, leraren en artsen naar de deelstaten om die op te bouwen. Mijn grootouders, allebei ingenieurs, zijn naar Kazachstan moeten gaan om er fabrieken, kerncentrales, ziekenhuizen en scholen te bouwen. De Kazachen stammen af van Aziatische nomaden die de islam aanhangen, maar de Sovjet-Unie heeft ze hun regime opgedrongen. Toen die grootmacht uit elkaar viel, ontstond er een enorme vijandigheid tegenover alles en iedereen van Russische afkomst. Voeg daar nog de alomtegenwoordige corruptie aan toe, en je begrijpt dat het er steeds moeilijker werd om aan een job te raken. Mijn ouders hebben toen besloten uit Kazachstan te vertrekken.

“Kazachstan wordt nog steeds geplaagd door corruptie. Ik hoor van mijn neven en nichten dat ze alleen maar goede punten voor hun eindexamen kregen als ze genoeg betaalden, zelfs al hadden ze er gewoon recht op. Mijn ouders hebben het er niet graag over, maar ik denk dat dat de reden is waarom we er zijn weggegaan: ze wilden ons die ellende en die frustratie besparen.”

Valse roze nagels

Je vader runt nu een bedrijf in tweedehandsauto’s.

“Ja, samen met mijn moeder. Hun diploma’s waren niet geldig in België, en toen zijn ze meteen met een autohandel begonnen. Ze exporteren wagens onder andere naar Oostbloklanden. Zo cliché, hè (lacht). Mijn vader is erg ondernemend: hij heeft die zaak opgezet zonder contacten en zonder dat hij Nederlands kende. Ik kan hen allebei alleen maar bewonderen.”

En bewonderen zij jou?

“Ik heb mijn ouders lang niet durven te vertellen dat ik ervan droomde om in het theater te werken. Ik heb eerst twee jaar farmacie gestudeerd in Leuven, maar daar heb ik me ook ingeschreven bij CampusToneel, het huisgezelschap van de KU Leuven. Ik was al snel meer met mijn theaterteksten bezig dan met mijn studie.”

Wanneer ben je beginnen te dromen van een leven als actrice?

“Al toen ik 4 jaar was. In Kazachstan is naar het theater gaan echt een gebeurtenis: iedereen kleedt zich er helemaal voor op. Toen ik als 5-jarige voor het eerst mee mocht, vond ik het magisch. Ik wilde weten wat er achter de schermen gebeurde, of het verhaal daar voortging. Dat verlangen is nooit meer weggegaan.”

Je hebt naast het verlangen ook een absoluut talent. Je deed na je tweede jaar farmacie audities voor het Conservatorium in Antwerpen en werd meteen aanvaard. Sinds je op de planken staat, oogst je alleen maar lof, zoals onlangs voor je rol in Ondine.

“Ja (glimlacht). Het is een heel fysieke voorstelling. Ik speel daarin een waternimf en fladder en zwem drie uur lang op de scène, waar een echt zwembad staat. Het zou eerst een kleinschalige voorstelling worden met studenten van de toneelschool van Maastricht, maar plots vertelde regisseur Jeroen de Man dat het project naar Het Nationale Theater in Den Haag zou verhuizen. Het ensemble daar vroeg zich natuurlijk af wie die Vlaamse Evgenia was, die zo nodig de hoofdrol moest spelen. Jeroen heeft zich daarvoor moeten verantwoorden, en dat legde wel wat druk op mijn schouders, om het zacht uit te drukken. Maar ik hou ervan om me te moeten smijten en om mijn lichaam tot het uiterste te drijven.”

Vandaar je danscarrière. Je was Belgisch kampioene latindans en haalde net niet de liveshows in de Nederlandse versie van So You Think You Can Dance.

“We waren bij de laatste dertig, maar toen vielen we af.

“In Kazachstan is latindansen heel populair. Veel kinderen doen het.”

Nu komt meteen het beeld in me op van kinderen die met harde hand naar de top worden gedreven.

“Ik heb ook hier in Antwerpen les gekregen van Russische leerkrachten, dus misschien is er wel iets van aan. Ik trainde vier tot vijf keer per week, zeker in de periodes waarin ik aan wedstrijden meedeed. Op mijn 18de ben ik daarmee gestopt en ben ik zelf les gaan geven. De competitiviteit van de danswedstrijden begon me steeds meer tegen te staan. Het maakt alles zo fake. Je danste om een jury te behagen en je tegenstanders te verslaan, terwijl je in het theater speelt of danst om een stuk en een gezelschap te dienen waar je zelf in gelooft.

“Ik kreeg ook genoeg van de valse roze nagels, de glitter en de dikke lagen schmink die erbij horen, en van die vreselijke zelfbruiner waarmee ik me altijd maar moest insmeren.”

Zijn knalroze lippen en nagels en veel fond de teint ook niet couranter in Oostbloklanden dan hier?

“Dat is waar. Ik denk dat ik me daarvan heb losgemaakt. Als ik samenkom met mijn Russische vrienden, zeggen ze me dat ik andere dingen mooi vind en een andere smaak heb ontwikkeld. Ik voel me steeds vaker een alien bij hen. Mijn vak maakt het er ook niet makkelijker op. Als ik hun vertel wat ik doe, vragen ze me vaak: ‘Wanneer zien we je op tv?’ Of: ‘Wil je naar Hollywood?’ Ook bij mijn familie heb ik soms het gevoel dat ik voor mijn wereld moet opkomen. Als we naar een niet zo toegankelijke film kijken en de anderen die wegwuiven als zwaar en moeilijk, dan voel ik de noodzaak om die te verdedigen, ook al vind ik hem zelf niet echt geweldig. Ik wil daar dan per se een gesprek over om een raakvlak te creëren, een punt waarop we elkaar weer begrijpen.

“Nu, mijn ouders zijn heel geïnteresseerd in wat ik doe. Ze komen vaak kijken en we kunnen op een andere manier over mijn werk praten dan een paar jaar geleden. Heel fijn vind ik dat.”

Exiles, de eerste voorstelling die je met je gezelschap De Erfgenamen hebt gemaakt, gaat over het onvermogen van mensen om harmonieus samen te leven.

“Het stuk gaat vooral over liefdesrelaties. We vragen ons af hoe je ervoor kunt zorgen dat een relatie werkt. Kun je vrijheid vinden bij elkaar? Is monogamie nog van deze tijd? Dat zijn vragen waarmee onze generatie worstelt. Mijn ex-vriend Jonas De Vuyst leerde ik op de toneelschool kennen –- hij en Simon Lemmens zijn de andere leden van De Erfgenamen. We leefden dag en nacht samen in een cocon, tot we stage gingen lopen en ontdekten dat er nog zoveel andere boeiende mensen waren. Toen is het fout gelopen. Pas toen ik naar Amsterdam verhuisde, merkte ik hoeveel we elkaar misten en hebben we elkaar teruggevonden.

“Ondertussen zijn we definitief uit elkaar, maar ik worstel nog altijd met de vraag hoe het moet in relaties. Het ene moment wil ik naïef zijn en geloven in de eeuwige liefde – niks sprookjesachtigs, gewoon de keuze om met één persoon samen te zijn. Dat idee heb ik nu zelf onderuitgehaald. Ik heb ineens heel intense gevoelens voor iemand anders, waardoor ik niet meer in staat ben om te kiezen voor die veilige, mooie relatie waar we acht jaar lang samen aan hebben gebouwd. We hebben een derde van ons leven samen doorgebracht, we hebben elkaar gevormd en waren op een punt gekomen waarop alles eindelijk rustig kon worden. Misschien moeten we denken: we hebben elkaar tot hier gebracht en nu moeten we apart verder zoeken.

“Het is moeilijk. Hoe ga je om met hartstocht en verlangen? Kunnen we daartegen ingaan? Moet dat? Het verlangen van mensen naar altijd meer en anders is ook uitputtend. Ik weet het niet. Ik heb een heel duistere kant. Ik kan in een situatie zitten en denken: dit is te mooi om waar te zijn, wat voel ik me gelukkig! En meteen daarna kan ik het gevoel krijgen dat ik het snel kapot moet maken voor het kapot kan gaan. Sommigen noemen dat misschien realistisch en vinden het goed dat ik me geen illusies maak, maar er zit weinig hoopvols in.”

Dat klinkt als Tolstoj en Tsjechov. Je bent misschien toch Russischer gebleven dan je denkt.

“Ja, maar dat temperament zit me soms in de weg. Ik wil harmonieus met mezelf kunnen leven. Alleen dan kun je dat ook met iemand anders, denk ik. Ik ben heel wispelturig: in tien jaar tijd ben ik elf keer verhuisd, bijvoorbeeld. Als ik in het centrum woon, verlang ik opeens naar een huisje op het platteland. Maar na een jaar tussen het groen wil ik in pakweg Berlijn wonen en dan doe ik dat. Ik verlang steeds naar een nieuwe omgeving, nieuwe mensen die me anders naar het leven doen kijken. Dat inspireert me en geeft me energie.

“Mijn moeder heeft ook veel temperament. Ze heeft me eens verteld dat zij en mijn vader door een moeilijke periode gingen toen ze zwanger was van mij. Ze begon erg te twijfelen en ze heeft op een bepaald moment zelfs een poging ondernomen om de zwangerschap te onderbreken. Ze denkt dat die twijfel zich toen misschien in mij heeft geworteld. Het klinkt onnozel, maar het helpt me soms om het op die manier weg te zetten en de ruimte te vinden om harmonieuzer te leven.

Beeld Saskia Vanderstichele

“Ik heb zelf een miskraam gehad. Het is een taboeonderwerp, heb ik al gemerkt. Ik stond er versteld van hoeveel bevriende koppels me opeens vertelden dat zij het ook hadden meegemaakt. Iedereen zou erover moeten praten. Het is zo ingrijpend. Jonas en ik zijn anders uit die periode gekomen. Voor mij is het een kantelpunt geweest: ik heb me toen teruggeworpen op mezelf en heb facetten van mezelf ontdekt die ik was vergeten. Ik besefte dat ik in een rol had geleefd die misschien niet helemaal overeenkwam met wie ik ben. Ik word soms zo moe van mijn eigen hoofd, van dat soms overdreven zelfbewust zijn.”

Twee kindjes in bed

In Exiles noemen jullie jezelf ook kinderen van de Muur. Je bent geboren in 1989, het jaar waarin die is gevallen.

“Ja, het was het begin van het einde van het communistische denken, en de katalysator van het kapitalisme. Mijn generatie heeft gezien welke verwachtingen de val van de Muur schiep. Op weg naar België bezochten we de dierentuin in Praag. Ik wist niet wat ik zag. In Kazachstan zitten de dieren zielig te wezen in kleine kooien. In Praag liep ik door een prachtig park met loslopende tropische dieren. Er ging een wereld voor me open.

“Ik heb nu voor mijn eigen archief mijn grootouders geïnterviewd. Ik wilde op beeld vastleggen waar zij, en voor een deel ook ik, vandaan komen. Zij noemen de Sovjettijd de gelukkigste periode van hun leven: alles was geregeld en ordelijk, iedereen had alles wat hij nodig had en verlangde niet naar meer. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. Zou ik voor zo’n leven kiezen? Het heeft vast voordelen. Ik kan niet langer dan tien minuten in de Nieuwstraat in Brussel lopen omdat ik misselijk word van de mensen die daar voor de Primark-winkel staan aan te schuiven en even later met volle zakken naar buiten komen.

“Ik probeer heel bewust te leven – ik eet weinig vlees, ik neem het openbaar vervoer en zou het liefst zelfvoorzienend leven. Maar even later zou ik het vliegtuig naar New York willen nemen om daar audities te doen, en de volgende dag denk ik: nee, ik ga twee kinderen maken en alleen nog maar in bed liggen met hen.

“Ik word soms echt gek van mezelf. Daarom hou ik meer van theater maken dan van op een filmset werken. In een stuk kun je je helemaal smijten, je dompelt je erin onder en verliest jezelf erin, je repeteert wekenlang met dezelfde mensen. Maar als mijn Russische vrienden nu vragen wanneer ik op tv kom, vind ik het wel leuk dat ik kan zeggen: ‘Deze week!’ (lacht).”

Over water, Eén, zondag 27 januari, 20.50 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234