Dinsdag 16/07/2019

DM ZAPT

Toch liever dat Nederlands-Nederlands van toen. Met af en toe een Vlaams pooiertje

The Lion King (1994) Beeld Walt Disney

Robin Broos zet deze week de blik op oneindig. Vandaag: de Nederlandse internetserie Stemmen van toen.

Midden jaren 1990 hadden mijn zus en ik zo’n lopende meter aan tekenfilms op VHS. Maar de band die ik het vaakst heb ingestoken tot er nog enkel grijze ruis op stond, was een simpele opname van televisie. Zo rond de release van The Lion King zond TV1 een making-of uit van deze instant-Disney-klassieker.

Ik kon uren blijven kijken naar tekenaars die zich in de animatiestudio in Burbank zaten te vergapen aan aangesleepte wilde dieren en blijven luisteren naar Hans Zimmer, die menselijke emoties uit instrumenten wou krijgen. Alleen de passage over de stemacteurs vond ik moeilijk te volgen. Wij hadden De leeuwenkoning op de video, de Nederlands gedubde versie. Voor mij spraken Simba en Nala gewoon onze taal. Of toch een afgelikte Nederlands-Nederlandse versie daarvan. Maar dat vonden wij prima.

De enige uitzondering: Timon en Pumbaa. Om een gekke reden klonken die Vlaams. Erger zelfs, met een wat Antwerpse tongval. Waarom moesten uitgerekend de domste personages uit mijn lievelingsfilm door Vlamingen worden ingesproken? Grof, toch?

Nu, 25 jaar later, ken ik eindelijk het antwoord op de vraag die mijn toen als tienjarige bezighield. In de Nederlandse internetserie Stemmen van toen worden – u snap het al – de stemacteurs van weleer opgezocht. Zij vertellen anekdotes over hun ervaring met populaire tekenfilms als Duck Tales (één man deed alle drie de neefjes met die hoge stemmetjes), Aladdin (de hoofdrol ging naar iemand zonder enige acteerervaring) of Winnie de Poeh (en de rel toen die stem werd vervangen). En in aflevering 5 gaan de makers langs bij de stemmen van De leeuwenkoning, maar ook bij stemregisseur Arnold Gelderman. En die verklapt het antwoord op mijn prangende vraag. 

Simba is gevlucht voor zijn oom Scar en komt terecht in het buurland, waar hij onder de vleugels wordt genomen door Timon en Pumbaa. Een stokstaartje en wrattenzwijn met een vrolijke levensleuze: Hakuna Matata. “In de Amerikaanse versie klinken ze als New Yorkse pooiertjes”, zegt Gelderman. “Dat kunnen wij niet, dacht ik. Maar toen kreeg ik een ingeving. Als Timon en Pumbaa in ons buurland wonen, dan zijn het Vlamingen!” Die werden dus gecast als zuiderburen die hoogstens als pooiertjes klinken. Maar vooral niet als dorpszotten, of toch niet bewust. Door Van Boeckel vond het logisch dat hij Pumbaa zou doen. “Die rol, dat ben ik, de goeiige dommerd.” 

Elke aflevering van Stemmen van toen is heerlijk nostalgisch, toch voor wie is opgegroeid in de nineties. Daarna ging alles bergaf in de gedubde tekenfilmwereld. Sinds 1995 krijgen Nederlanders en Vlamingen een eigen versie en is een mooie taal niet langer nodig om aan jonge kinderen voor te schotelen. Hoe bekender de stem, hoe beter. Dat verkoopt, hoe plat diens accent ook is.

Dan toch liever dat Nederlands-Nederlands van toen. Met af en toe een Vlaams pooiertje.

Stemmen van toen staat op YouTube.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden