Zondag 15/12/2019

Interview

Tine Reymer: ‘Ik voel me geïsoleerd in Schoten. Dat gevoel heb ik in Borgerhout zelden gehad’

Wie op het scherm komt, is voor eeuwig ‘die van de televisie’, zo lijkt het. Actrice Tine Reymer, al bijna twintig jaar in een ongemakkelijke spreidstand, voelt zich nochtans vooral songschrijver. Met Rebel Heart, de derde plaat met liedjes van haar hand, durft ze zichzelf ook voor het eerst zo te noemen. Al zit verder niet álles mee in het leven van Reymer: ‘Mijn songs zijn straffer dan ooit, maar voor een vrouw van 45 is dat niet per se een pluspunt.’

Naar verluidt was de werktitel van deze plaat Midlife!!!, met drie uitroeptekens.

“Ja, (lacht) alleen is zo’n titel in een tijd van ‘jong, snel en vluchtig’ commerciële zelfmoord. Maar ik ben 45: ik sta op een punt waarop ik terugkijk op wat ik al heb gedaan en op wat de toekomst brengt. Ik zit in een business waarin je uiterlijk van belang is, en natuurlijk verandert dat. Ooit heeft iemand me gezegd dat schoonheid een cadeau is dat je moet afgeven. Toen ik 25 was, dacht ik: het zal wel. Maar nu besef ik dat het echt zo is. Nu, ik weet wel dat ik er niet afstotelijk uitzie. (lacht) Moet ik mezelf nu laten bijwerken om er opnieuw als een 20-jarige proberen uit te zien, zoals zoveel vrouwen in mijn branche? Nee, dank u. Ik wil mijn twee tienerdochters laten zien dat het ook anders kan. Ik vraag me ook echt af hoe die botoxvrouwen er binnen veertig jaar zullen uitzien.”

Uiteindelijk werd de titel van je plaat Rebel Heart. Nochtans heeft Madonna in 2015 een plaat uitgebracht met krek dezelfde titel.

“Daar ben ik te laat achter gekomen. (lacht) So be it. Mijn muziek is totaal anders. En de titel klopt ook. De gelijknamige song, de mooiste op de plaat volgens mij, gaat over dat stukje in mij dat ervoor zorgde dat ik piercings in mijn hand liet zetten of al mijn haar afschoor toen ik op een nonnenschool zat. Of dat ik later aan de toneelschool dingen uitprobeerde die ik nu als moeder onverantwoord zou vinden. In dat nummer probeer ik die rebelsheid weer op te wekken, en er tegelijk vrede mee te nemen dat ik ben veranderd.”

Vond je dat je in slaap was gevallen?

“Toen ik dat nummer schreef misschien wel. Dat was zo’n moment waarop iemand me vertelde over een waanzinnig feestje, en ik me afvroeg hoelang het geleden was dat ik überhaupt nog eens naar een feestje was geweest en lekker veel had gedronken en gedanst. Héél lang geleden. (lacht)

Een beetje tegendraads is in elk geval dat je Rebel Heart opnieuw op eigen kracht maakte, zonder steun van een platenfirma.

“Ik wil niet dat dit als een klaagzang klinkt, maar het is een feit dat jarenlange ervaring niet per se een voordeel is in de entertainmentindustrie. Ik vind dat ik nu veel straffere nummers schrijf dan ten tijde van Flowers for Breakfast, maar voor een vrouw die niet langer 20 is, is dat geen pluspunt. Dan ga ik ook niet de platenfirma’s afschuimen. Bij mijn vorige plaat heb ik er nog twee benaderd voor ik besliste om het zelf te doen, nu niet meer. Het geeft veel voldoening als je alles zelf kunt sturen. Al blijft de vraag hoelang dat houdbaar blijft: 30.000 euro investeren is heel veel. Maar het is de enige manier om te blijven doen wat ik doodgraag doe: liedjes schrijven en zingen.”

Je betaalt je plaat met je acteerwerk. Wringt het dat je zo het beeld van de ‘zingende actrice’ in stand houdt?

“Dat is natuurlijk het vergif als je met je gezicht op tv komt, en dat ben ik wel wat beu. Ik speel verdomme al sinds mijn 16de mijn eigen nummers. Eerst met Flowers for Breakfast, daarna met Billie King, en nu onder mijn eigen naam. (zucht) Het was nooit mijn plan om te gaan acteren, ik ben er toevallig ingestapt toen ik met Dimitri Leue toneel begon te spelen, en erna in Sedes & Belli belandde. Allemaal leuk, maar het is niet waar ik als kind van droomde. Nu, als ik acteer, probeer ik dat ook met hart en ziel te doen, maar ik zal mezelf nooit actrice noemen. Het voelt eerder als mijn bijberoep. Zelf vind ik mijn muzikaal talent groter.”

Rebel Heart werd geproducet door Tom Pintens, je jarenlange compagnon de route, al van bij Flowers for Breakfast. Waarom zijn jullie met die groep gestopt?

“Tom en ik waren elkaars eerste jeugdliefde, en dat verhaal liep simultaan met Flowers for Breakfast. Toen we als koppel uit elkaar gingen, heeft de groep nog twee jaar bestaan, maar op dat moment was ik al in het theater gerold en speelde Tom bij Moondog Jr. (het latere Zita Swoon, red.), en schoof de band naar het achterplan. We hebben toen maar beslist er de stekker uit te trekken. Misschien voelde ik ook de nood meer zelf te schrijven: bij Flowers schreef Tom driekwart van de nummers.”

Vind je dat je anders schrijft dan toen?

“Op zich niet. Ik ben beter geworden, maar ik blijf in essentie beschrijven wat ik zie en voel. Drie platen geleden, bij Billie King, vond ik het nog moeilijk om mezelf een singer-songwriter te noemen. Dat klinkt wat blasé. Dat heb ik niet meer. Met de jaren neemt mijn faalangst misschien wel toe, maar de zekerheid over de kwaliteit van wat ik maak is nog nooit zo groot geweest. Ik durf nu te zeggen dat ik straffe songs heb geschreven.”

In de song ‘Velvet Gloves’ neem je de klassieke man-vrouwverhouding op de korrel. Waar komt dat idee vandaan?

“Toen ik mijn vorige plaat maakte, had ik het met iemand uit de muziekbusiness over mijn slaagkansen, en hij merkte droogweg op: ‘Je ziet er ook nog goed uit, dus dat zit al mee.’ Ik zat aan mijn stoel genageld: gaat het echt dáárover? Dan zie je hoe hard er nog dat soort verwachtingen rond een vrouw hangen: eerst en vooral moet je mooi zijn, en als je ook nog wat talent blijkt te hebben, is dat mooi meegenomen. Een nummer als ‘Velvet Gloves’, dat dat soort stereotypen benoemt, is op die manier snel geschreven.”

In ‘Laying Low’ beschrijf je een koppel dat na veel vertwijfeling toch maar besluit bij elkaar te blijven: ‘We won’t scream / We’ll fight’.

“Ik zou kunnen doen alsof dat fictie is, maar natuurlijk is dat uit het leven gegrepen. Kijk, Peter (Van den Begin, red.) en ik zijn al heel lang bij elkaar – 23 jaar is een eeuwigheid – en zien elkaar nog altijd doodgraag. Maar natuurlijk is dat met vallen en opstaan, dat is logisch als je zo lang bij elkaar bent en zulke onregelmatige en hectische levens leidt. ‘Laying Low’ is geschreven op een moment van grote twijfel, we wisten even niet meer hoe het verder moest. Dan vind ik het erg mooi om vast te stellen dat je elkaar nog altijd de moeite waard vindt om voor te blijven vechten. Ik heb dat nummer, zoals alles wat ik schrijf, aan Peter laten horen, en dat kwam heel hard binnen. Maar voor alle duidelijkheid: het is niet volledig autobiografisch. Dat de vrouw besluit om weg te gaan en de man haar sméékt om te blijven, dat is niet ons verhaal.”

Wel jouw verhaal: ‘Bricks and Bones’, over een verhuizing. Je hebt zelf Borgerhout ingeruild voor het meer mondaine Schoten.

“Ik heb het er nog altijd moeilijk mee. De neiging om terug te keren naar de stad is heel groot. Ik heb nu opnieuw een atelier in Borgerhout, en daar ben ik blij mee, maar van die stadsvlucht had ik na een halfjaar al spijt. Mijn man is vaak van huis weg, en voor het eerst in ons samenzijn voelde ik me alleen – of beter: geïsoleerd. Dat heb ik in Borgerhout zelden gehad.”

Weg van mijn kudde, noem je het.

“Ja. Ik voel me als een gnoe die in een kudde elanden is beland. (lacht) Ik besef nu pas hoezeer de mens een sociaal dier is, en hoeveel behoefte ik eraan heb om gewoon op straat een babbeltje te kunnen slaan met iemand die ik ken. Ik had onderschat wat de impact zou zijn als dat wegviel. Ik ga af en toe weleens naar een pand in Antwerpen kijken of het niets voor ons is. Maar ik heb Peter al beloofd dat ik hem alleen maar meesleur als het zo waanzinnig is dat we niet anders kunnen dan terugkeren. (lacht)

Rebel Heart is uit bij N.E.W.S. Tine Reymer stelt de plaat vanavond voor in De Roma en op 17 december in de AB.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234