Woensdag 26/06/2019

Concertreview

Tim Hecker in Botanique: deze keer geen stofjes in een zonnestraal op zolder ★★★☆☆

Beeld Koen Keppens

Thuis horen wij op Konoyo, de nieuwe van ambient-elektronica-Großmeister Tim Hecker, soms echte geluidsstralen: op goeie dagen horen wij zelfs het muzikale equivalent van stofjes in een zonnestraal op zolder. Maar het concert in de Orangerie van de Botanique was iets anders. 

Uit een oude dwarsfluit kwamen sirenes: een jonge Japanner leek ons geregeld een mes door onze oren te steken. Hecker zelf zat achter een tafeltje, hij vuurde zo’n pokkenluide bassen af dat zelfs onze niet al te brede broekspijpen ervan gingen fladderen. 

Er is een plaat van begin dit decennium van Tim Hecker die ik een beetje ken, ze heet Ravedeath, 1972. Er staat een track op die ‘Studio Suicide’ heet. Van ‘Hatred of Music’ is er een deel I en deel II. Van ‘In the Fog’ zijn er zelfs drie delen. Het is een pianoplaat, maar de Canadees bedelft de pianoklanken onder lagen synths. Denk elektro-akoestisch, maar dan met ‘elektro’ in koeien van letters, en ‘akoestisch’ onleesbaar klein tijdens de oogtest.

Maar waar we naartoe willen: Hecker zat in die periode heelder dagen (en wellicht ook heelder nachten) alleen in zijn studio. En maar beitelen en vijlen aan zijn geluidssculpturen.

Op den duur liet de kluizenaar toch andere mensen toe. Een belangrijk man is (wijlen) Jóhann Jóhannsson, die op het knappe ‘Love Streams’ (2015) een IJslands koor dirigeert (dat door Hecker genadeloos tot een hoop bibberstemmen wordt gemanipuleerd, maar soit). Jóhannsson raadde Hecker ook aan om zich te verdiepen in gagaku, muziek die aan het Japanse hof al sinds de achtste(!) eeuw wordt gespeeld. Het heeft geleid tot Konoyo (2018), Heckers nieuwste combinatie van aan de ene oever mystiek en liturgie en aan de overkant een noise-bombardement.

Beeld Koen Keppens

21 uur. Een volle Orangerie, helemaal klaar voor een val door een tijd- én ruimtegat, belandt in een mistbank. Natuurlijk is dit genre meer gediend van rookmachines en blauwe spotlampen dan van naakte lichamen in wit neon. Trouwens, op een optreden twee jaar geleden in Bozar was het veel erger: we mochten pas een paar minuten voor stage time de zaal in, de ruimte hing zo hard in de mist dat de zichtbaarheid anderhalve meter was, en Hecker zelf droeg heel de tijd zijn onzichtbaarheidsmantel.

Daar en toen deed Hecker alles in z’n eentje. In de Botanique zien we één van de twee Japanse fluitspelers zijn shō omhooghouden. De shō is een Japans mondorgel, 12 eeuwen geleden voor het eerst gemaakt van 17 smalle bamboepijpjes die bij het mondstuk onderaan met hars en bijenwas zijn vastgemaakt aan metalen tongetjes. Om het instrument te kunnen bespelen, moet het worden opgewarmd: vroeger boven een houtskoolvuurtje, maar in de backstage van de Botanique vermoedelijk boven moderner vuur.

De tweede Japanner die in een lawine van noise opkomt bespeelt de ryūteki, een dwarsfluit van bamboe. ‘t Zijn zijn door Hecker gemanipuleerde klanken die als in de oren gestoken messen klinken. Tegelijk: dit eerste deel (‘This Life’) verdient applaus voor de nooit eerder gehoorde klanksynthese.

‘Konoyo’ is Japans voor dit leven. De afsluiter van plaat en concert heet ‘Across to Anoyo’: op naar het leven aan de andere kant. Aan het eind, in de laatste paar minuten, lijkt bij ons thuis altijd elk moment ‘A Forest’ van The Cure (niet) te gaan beginnen. Sfeer: alles gaat in een flits en een klets voorbij, en net dat maakt het ook allemaal zo kostbaar. Live hebben wij van die (fantoom)echo van The Cure niks gehoord. We hadden de indruk dat er nogal wat finesse verloren ging, en er dus minder waardevols overbleef.

De Tim Hecker die na afloop kwam buigen kaalt en heeft toch een nektapijt: het is van Brian Eno in de seventies geleden dat iemand die look heeft aangedurfd.

Beeld Koen Keppens

Maar veel belangrijker: Hecker is na Across to Anoyo kennelijk niet helemaal afgedaald in de glitchy hel die dit concert was. Getuige het gloednieuwe en vooruitgeschoven ‘That World’: zal op een plaat staan die in mei uitkomt. ‘That World’ klinkt als ambient as we know it, en klinkt dus als ernstig , bedachtzaam, en eerder beschouwend dan betrokken. Iemand heeft het in verband met de track over iets moois en subliems voelen naderen dat vibraties uitstuurt die te krachtig zijn om je er helemaal comfortabel bij te voelen. Iemand anders zegt: ‘Een portret van de wind.’

Ons wij-houden-het-graag-positiefbesluit: het concert dat was opgebouwd rond Konoyo was gisteren naar ons gevoel een te overdonderende dodenmis voor alle nachten. De nieuwe, mooie track ‘That World’ klinkt vandaag op Spotify als een boeiende lofrede op alle ochtenden die nog gaan komen.

En euh, wil iemand, terwijl wij uitkijken naar die nieuwe plaat, Tim Hecker een tondeuse cadeau doen? Dank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden