Zondag 16/06/2019

Pukkelpop

Thunderpussy, Trixie Whitley en nog meer girl power op de eerste dag Pukkelpop

Thunderpussy: zilveren ondergoed, netkousen en lakleren laarzen die helaas spannender zijn dan de songs. Beeld Koen Keppens

Het evenwicht tussen mannen en vrouwen op de affiche van Pukkelpop zit nog niet helemaal – pun intended – snor, maar het gaat de goede richting uit.

Thunderpussy (Marquee) ★★

Zou Thunderpussy de ultieme natte droom van Homer Simpson zijn? Vier schijnbaar gewillige, euh, wijven uit Seattle in zilveren ondergoed, leren broek en/of lakleren sm-laarzen die een jaren 80-hardrockvariant spelen die we sinds The Darkness niet meer hebben gehoord? Eddy Lipstick en Dennis Black Magic beginnen er vast bij te likkebaarden.

Thunderpussy op Pukkelpop. Beeld Koen Keppens

In de Marquee doet deze karikatuur vooral vermakelijk aan. Je denkt aan Joan Jett en Bonnie Tyler, aan Gossip en The Bangles. Zangeres Molly Sides beschikt beslist over een impressionante bluesstem en haar BFF's kunnen een aardig mopje spelen. Maar, lieve Jezus, wat zijn die songs duf, zeg. En moeten ze écht Jefferson Airplanes 'Somebody to Love' coveren? Staan daar geen straffen op?

"Are you feeling hot and sweaty and sticky?", vraagt Sides ons met een geforceerd lolitastemmetje. Euhm, ja Molly, dat zijn we, maar dat komt omdat het verdomme 50 graden is in de tent en omdat een lompe puber daarnet cola op onze armen heeft gemorst.

Thunderpussy is zoals
Two Girls, One Cup: iedereen beweert dat je het eens moet hebben gezien, maar na de ervaring voel je je geenszins een waarachtiger mens. Een tikkeltje meewariger dan voorheen, dat dan weer wel. Nu ja, niks dat een slok Cuervo niet kan verhelpen. (SVS)

Thunderpussy op Pukkelpop. Beeld Koen Keppens

Phoebe Bridgers (Club) ★★★☆☆

Phoebe Bridgers, een naam die steeds zoeter op de tong valt, zag eruit als een madeliefje dat uit een naburige wei kwam aangewaaid. Ze wordt geloofd door The National en Conor Oberst, die haar meenamen op tour, en Ryan Adams, die raaskalt als hij haar hoort zingen: "De nieuwe Bob Dylan!" De nieuwe indieprinses, een nog méér belovende Laura Marling, is ook al goed. Ze vierde vandaag haar 23ste verjaardag, kreeg een taart en blies alle kaarsjes uit.

Phoebe Bridgers op Pukkelpop. Beeld Stefaan Temmerman

Ze zag er wie immer elfachtig mooi uit: Scandinavisch blond in een zwart kleedje – zie er desgewenst een metafoor in voor haar liedjes: folk die aanschurkt tegen country, bloedende americana voor lege hotelkamers en afgebrande prairies. Ze zong loepzuiver. ‘Motion Sickness’ is een wereldhit in een betere wereld. In ‘Smoke Signals’, ‘Funeral’ en vooral ‘Demi Moore’ klonk ze achteloos verdrietig, hield ze verstikkende eenzaamheid met een zucht op afstand. Dan was ze op haar best.

Achter de hoek van de Boiler Room, op een straalbezopen donderdag, durfde ze zich stilletjes dingen af te vragen zoals: ‘Can the killer in me / Tame the fire in you?’ Wij weer verliefd natuurlijk, en dan moet straks Dua Lipa nog komen: oe-la-la, Pukkelpop! (VVP)

Jess Glyne (Dance Hall) ★★★☆☆

Geen idee of het de bedoeling was, maar Jess Glynne – het schuim op de golven waarop onder meer Anne-Marie en Ellie Goulding surfen – bracht op Pukkelpop hulde aan wijlen Aretha Franklin.

Jess Glynne op Pukkelpop. Beeld Stefaan Temmerman

Ze zette met andere woorden haar keel open, en liet zich leiden door een ouderwetse backingband van tien man (!), waaronder, naar aanvoelen, dertig à veertig koperblazers. 'Ain't Got Far to Go' was pure gospel. Om ervan af te zijn laste Jess – zo ros als een wortel, zo vurig als een Linde Merckpoel – meteen grote hit 'Rather Be' van Clean Bandit in. En twee songs later, om zeker te zijn, ook maar 'These Days' van Rudimental.

Wat nog? 'It Ain't Right' was vinnige neosoul, in de kont van 'Right Here' zat een Spaanse peper en 'Love Me' had zoveel blazers dat het onmogelijk nog kon sucken. 'Not Letting Go' van Tinie Tempah was een scheut energie die geeneens nodig was, als een Red Bull na een adrenalineshot. Rond 'You Can Find Me' had Justin Timberlake zijn lenige bekken kunnen wikkelen. En tijdens Jess' eigen grootste hit 'Hold My Hand' vergreep iedereen zich wellustig aan de ooh-ooh-ooh-oh-oh-oh's. Feest, hoera!

Jammer van die tranerige afsluiters 'Take Me Home' en 'I'll Be There': het rubbertje op een goeie vrijpartij.
(VVP)

Jess Glynne op Pukkelpop. Beeld Stefaan Temmerman

Trixie Whitley ★★★★☆

Geen betere plek om je oude huid af te werpen dan Pukkelpop, moet Trixie Whitley denken. Net als drie jaar geleden – toen nog in de kleinere Club – verraste ze ook nu weer in de Marquee met een set waarin drastisch vertimmerd ouder werk en nieuwe songs met een ander geluid elkaar in de kuiten beten.

Minder PJ Harvey, meer Fever Ray, minder nadruk op gitaren, meer op ritmes en sfeer: dat is in een notendop de koerswijzing die ze liet horen in haar jongste single ‘Heartbeat’, ook de opener van dit concert. Whitley, met een stijlvolle sluier om haar hoofd, zong oosterse, woordeloze klanken, deed haar synthesizer dronen en barstte los in een donkere, zompige groove.

Trixie Whitley op Pukkelpop. Beeld Koen Keppens

You ain’t got nothing on me”, zong ze in ‘Heartbeat’, alsof ze wilde beklemtonen dat zij, en niemand anders, de koers bepaalt. Ze duldde alleen een drummer bij zich op het podium. Die voorzag het oudere ‘I Need Your Love’ van droog ploppende beats, een hiphoptoets die we ook hoorden in ‘Long Time Coming’, een van de vijf nummers die ze speelde uit haar dit najaar te verschijnen derde plaat.

Bisnummer ‘Dandy’, ook nieuw, week het meest af van Whitley’s vertrouwde geluid: ze kroop achter de drums, en liet een dwarse saxsample overgaan in een scheve voodoogroove waarin ze de draak stak met onze beeldverslaving: “Serial imagery / obsessed with projection.” Coole song, interessante sound en een stuk beter dan het nieuwe ‘Fishing for Stars’, dat met zijn spaarzame gitaar en romantisch twijfelende teksten vol rivierbeeldspraak nog weinig toevoegde aan wat we al kennen van Whitley.

Trixie Whitley op Pukkelpop. Beeld Koen Keppens

‘Pieces’ had niet meer nodig dan een synth, een voorzichtig beroerde drum en Whitley’s goed gemikte stemacrobatie om te overtuigen. ‘Closer’ kon zelfs met nog minder: Whitley schoof naast haar drummer achter de toetsen, maar werkte die fantastische soulballade uiteindelijk af op de plankenvloer van de Marquee, tussen de fans. Die mochten zelfs in Whitley’s micro zingen: met wisselend succes, uiteraard, maar het was wél zo’n moment waarvoor iedereen naar voren kwam dringen. Ook fijn: Whitley schoot in de lach toen één fan kattenvals keelde, en brak zo het sérieux dat wel eens rond haar hangt.

Trixie Whitley op Pukkelpop. Beeld Koen Keppens

In ‘Soft Spoken Words’ en ‘Hotel No Name’ haalde Whitley nog eens haar gitaar boven. Beide nummers raasden voorbij in het tempo waarmee Jeff Buckley zich destijds door ‘Eternal Life’ schreeuwde, en dat op dat soort demonische energie drijft ook Whitley anno 2018. Zie de nieuwe nummers ‘Time’ en ‘May Cannan’, gruizige punkbommetjes die in Marquee voor blauwe plekken en beurse zieltjes zorgen.

‘Breathe You in My Dreams’ was daarna het doekje voor het bloeden: rauwe soul voor troebele tijden. Hoe lang nog tot die derde plaat? (PC)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden