Zaterdag 25/06/2022

InterviewMuller Van Severen

Thuis bij ontwerpersduo Muller Van Severen: ‘We zoeken niet, onze ideeën dringen zich gewoon aan ons op’

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Fien Muller en Hannes Van Severen veroverden de wereld met hun speelse, hoogst originele ontwerpen. Na hun recente collab met het Deense HAY palmen ze nu in hun thuisstad Gent het Design Museum in, met een gulle overzichtstentoonstelling van de voorbije tien jaar. ‘Het unieke is dat we echt alles samen doen.’

Els Maes

In de eerste zaal van het Design Museum Gent kunnen bezoekers een videoreportage bekijken, die een introductie geeft in het universum van het ontwerpersduo Fien Muller en Hannes Van Severen. Er staat een televisie en een ­zitbank. Naast die bank zou een museumbordje kunnen staan. Met daarop iets als: ‘Alltubes serie, 2020, Muller Van Severen’.

De ontwerpers zouden kunnen aanwijzen hoe de ronde aluminium buizen voor een lichtspel zorgen in de ruimte. Wat een technisch hoogstandje het is om die zachte plooien in het sterke materiaal te krijgen. Hoe het ontbreken van zichtbare scharnieren of vijsjes het meubelstuk een ­lichtheid en mysterie meegeeft.

Maar dat zeggen ze niet. En een bordje ontbreekt.

“Deze bank… staat hier gewoon om op te zitten.” zegt Hannes Van Severen. Hij lacht zelf even als hij het zegt. Want natuurlijk is het veel meer dan dat.

Fien Muller (°1978) en Hannes Van Severen (°1979) waren al kunstenaars en een koppel, toen ze tien jaar geleden samen een eerste meubelcollectie ontwierpen. In één decennium hebben ze ondertussen genoeg werk gemaakt om een heel museum mee te vullen. Van stoelen, lampen, tapijten, tot vazen en bestek.

Of het kunst is of design, vragen mensen hen. “Terwijl al ons werk ergens daartussen zweeft,” zegt Fien Muller. “Maar de kern is wel dat alles wat we maken een functie heeft.”

Een voorbeeld? Een van hun eerste en nog steeds bekendste objecten, is een set van vier snijplanken die samen tegen de muur kunnen worden opgehangen als een veelkleurige sculptuur. Het is een bestseller bij het merk Valerie Objects, en kost bijna 800 euro. Terwijl het toch de bedoeling is dat de gebruiker uien snijdt en krassen maken op de kunstige plankjes. De meeste mensen gebruiken één zijde, en laten de andere kant intact, volgens Muller. “Maar ik vind het ook net mooi als gebruikers sporen nalaten op onze ontwerpen. We willen vooral tonen dat er geen ­onderscheid hoeft te zijn tussen de zaken die je mooi vindt en graag uitstalt in je interieur, en de spullen die praktisch zijn in gebruik maar vaak ergens in een kast worden ­weggestopt. Iets dat utilitair is, kan ook visueel erg ­bijzonder zijn. Bij ons bestaat er op dat vlak geen hiërarchie, alles vertrekt vanuit een oprechte liefde voor de objecten waar we ons elke dag mee omringen. Het één is niet meer of minder waard dan het ander.”

In het atelier. De 'marble bench’ en de stoelen ontwierpen ze voor de Wereld­tentoonstelling in ­Milaan, 2015.  Rechts: de stalen kast 'wire C # 1’. Beeld Rebecca Fertinel
In het atelier. De 'marble bench’ en de stoelen ontwierpen ze voor de Wereld­tentoonstelling in ­Milaan, 2015. Rechts: de stalen kast 'wire C # 1’.Beeld Rebecca Fertinel

Nog een rode draad: veel meubelstukken van Muller Van Severen lijken op te gaan in de ruimte. Sommige stuks zijn haast transparant, alsof ze zich niet willen opdringen in het interieur waar ze te gast zijn.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de populaire ‘wire C # 1’, een vitrinekast die enkel bestaat uit een raster van staal. In woonreportages spotten we wel eens een sober exemplaar met lege vakjes en enkele zorgvuldig gecureerde objecten. Voor deze tentoonstelling werden ze door de ontwerpers zelf rijkelijk volgestouwd met hun eigen creaties én een selectie van vazen, theepotten en beeldjes die ze ­selecteerden uit het indrukwekkende archief van het Design Museum Gent.

Van Severen: “Het zijn objecten uit verschillende ­periodes en stijlen, die heel harmonieus bij elkaar lijken te passen of net heel hard met elkaar clashen. Dat is ook hoe mensen in het echte leven met spullen omgaan, en zo willen we ze tonen. Bij ons thuis staan onze eigen creaties ook ­tussen dingen van de rommelmarkt en stuks die we van onze grootouders hebben gekregen. Het is een ­allegaartje, elk interieur is een portret van de bewoners.”

Hannes Van Severen en Fien Muller in hun tuin, bij een betonnen trapsculptuur van Hannes.
 Beeld Rebecca Fertinel
Hannes Van Severen en Fien Muller in hun tuin, bij een betonnen trapsculptuur van Hannes.Beeld Rebecca Fertinel

Laten we dat misverstand meteen uit de wereld helpen. In beschrijvingen van jullie werk komen we vaak het woord ‘minimalisme’ tegen. Maar die stempel lijkt helemaal niet op jullie van toepassing.

(samen) “Helemaal niet. Integendeel zelfs.”

Muller: “Ik begrijp wel waar die beschrijving vandaan komt, want er zit altijd een soort puurheid of eenvoud in onze ontwerpen. Maar bij ons thuis is direct duidelijk dat we houden van heel veel dingen, we omringen ons graag met spullen die een ziel hebben. En die uitbundigheid zit ook in onze ontwerpen.”

Van Severen: “Als je kijkt naar de mix van kleuren en materialen die wij gebruiken, dan is dat in mijn ogen net heel overdadig. Bijna barok, zelfs. Net zoals een interieur een bont samenraapsel is van spullen, brengen wij in onze objecten ook verschillende zaken samen die niet bij elkaar lijken te horen. De felgekleurde polyethyleen kunststof, waar we vaak mee werken, combineren we met koper of marmer. In een heel strak ontwerp, zoals de Marble Box, gebruiken we vijf soorten marmer, elk met een andere kleur en patroon. Als je dat zou uitvoeren in strak zwart-wit, dan zou het geen Muller Van Severen zijn. Er moet voor ons altijd in elk ontwerp een dosis romantiek zitten.

“En wat ook meetelt: we laten ruimte aan de gebruikers om een meubelstuk zelf naar hun hand te zetten. De wire-kasten, bijvoorbeeld, veranderen door wat erin zit. Mensen geven het meubel zelf karakter, omdat hun persoonlijke spullen één geheel vormen met het meubelstuk.”

Muller: “Ik heb onze kast al in een badkamer gezien met enkel handdoeken, en in een woonkamer volgestouwd met boeken. Het effect is helemaal anders. Die dialoog met de gebruiker en met de ruimte is in ons werk heel belangrijk.”

Het lijkt ook of jullie in deze tentoonstelling duidelijk willen maken dat het ego van de ontwerpers niet het belangrijkste is. Jullie collectie wordt getoond in combinatie met stuks uit het museumarchief. En de volledige bovenverdieping brengt een ode aan alle mensen die jullie doorheen de jaren kansen hebben geboden.

Van Severen: “Ik denk dat dat inderdaad wel eens verfrissend is om te tonen: het gaat niet alleen over ons.”

De tafel is een prototype voor HAY, haar bureaustoel is van Charles en Ray Eames. Verder uit eigen collectie: 'alltubes wall cabinet', 'chair 2' en 'hanging lamp'.
 Beeld Rebecca Fertinel
De tafel is een prototype voor HAY, haar bureaustoel is van Charles en Ray Eames. Verder uit eigen collectie: 'alltubes wall cabinet', 'chair 2' en 'hanging lamp'.Beeld Rebecca Fertinel

Muller: “Als artiest besta je niet op je eentje. Er waren mensen als Jan Hoet Junior en Delphine Bekaert die ons als jonge kunstenaars kansen ­hebben gegeven. En als Veerle Wenes ons niet had gevraagd om iets voor haar galerij (Valerie Traan, EM) te ­ontwerpen, dan zaten we hier wellicht niet. Natuurlijk moet je het daarna wel waarmaken, maar we beseffen heel goed hoe belangrijk al die mensen voor ons zijn geweest. Vanaf het prille begin tot vandaag krijgen we tal van aanbiedingen voor projecten en samenwerkingen, dat is een luxe­positie.”

Het toont ook hoe belangrijk het toeval is. De start kwam er door het contact met Veerle Wenes, én door het feit dat jullie net midden in een verbouwing zaten.

Muller: “Klopt. Veerle kende mijn werk als fotografe, en toen ze me vroeg om ‘iets utilitairs’ te ontwerpen voor haar galerij, waren Hannes en ik aan een hele zoektocht bezig in onze eigen woning. Zo zaten we met het probleem dat we geen elektriciteitsdraden hadden in het plafond om een lamp boven de tafel te hangen. Dus bedachten we een tafel waar een lamp in verwerkt zit. Van daaruit is de inspiratie ontstaan om nog meer ‘clustermeubels’ te maken, die ­verschillende functies combineren. Die hele collectie is zeer snel en spontaan ontstaan, en ze werd meteen ook ­internationaal opgepikt en goed onthaald. Als de zaken wat anders waren gelopen, hadden we ons misschien nooit aan meubelontwerp gewaagd.”

Van Severen: “Ik denk dat ik de stap nooit zou hebben gezet zonder Fien. De interesse voor meubelontwerp was er natuurlijk altijd al bij mij, maar ik heb dat lang verdrongen. Misschien was er toch een soort schrik, om uit de schaduw van mijn vader (meubelontwerper en interieurarchitecht Maarten Van Severen, EM) te treden. Maar wat Fien en ik samen creëerden was iets heel anders. We hebben onze beide achtergronden onbewust laten samensmelten, en dat voelde meteen juist. Zodra we begonnen met samen ­ontwerpen, kwam er een stroom aan ideeën en inspiratie op gang die ik blijkbaar lang had onderdrukt.

“Natuurlijk was er in het begin het gewicht van die ­achternaam, het bracht bepaalde verwachtingen met zich mee. Maar eigenlijk wordt er enkel in België naar mijn vader en grootvader (de abstracte schilder Dan Van Severen, EM) verwezen. De internationale pers vermeldt het zelden.”

Fien leunt op een aluminium wandkast uit de 'alltubes'-serie. De sculptuur is van haar vader, kunstenaar Koen Muller. Beeld Rebecca Fertinel
Fien leunt op een aluminium wandkast uit de 'alltubes'-serie. De sculptuur is van haar vader, kunstenaar Koen Muller.Beeld Rebecca Fertinel

Het internationale succes kwam er heel snel voor jullie, met tal van samenwerkingen met grote merken en prestigieuze galeries wereldwijd. En toch doen jullie alles nog met jullie tweetjes. Waarom?

Muller: “Omdat wij gewoon zo in mekaar zitten. Wij zijn geen mensen die een heel team willen leiden. Wij zijn makers en geen managers. Het ontwerpteam bestaat uit wij tweeën, en we hebben elk een assistent. En natuurlijk ­werken we samen met vakmensen die alles voor ons maken.

“We kiezen ervoor om onze meubels in eigen productie te houden, heel kleinschalig en ambachtelijk. Elk stuk wordt op bestelling gemaakt in België. Er gaat geen meubel de deur uit zonder dat wij het persoonlijk hebben gecheckt. Zoals een schilder, die zijn doek signeert. Eigenlijk werken wij nog op een even persoonlijke manier als toen we ­beeldhouwer en fotograaf waren.”

Van Severen: “Een ‘ontwerpbureau’, dat heb ik altijd een raar idee gevonden. Als je jezelf ontwerper noemt, dan moeten de ideeën toch ook van jezelf komen? Ik snap niet hoe een artiest zijn naam kan zetten op iets dat iemand anders in zijn team bedacht heeft. Dat gebeurt natuurlijk, maar voor ons zou dat niet werken.

“Maar dat is ook omdat wij controlefreaks zijn. Wij willen alles zelf in handen hebben van begin tot eind. Dat gaat soms ver. In de beginjaren laadden we zelf de camion vol, en reden we naar Berlijn met onze nieuwe meubels. Omdat ik het belangrijk vind om zelf die stoel daar juist in die ruimte neer te zetten. Ik kan me nog altijd niet voorstellen dat ik dat allemaal aan iemand anders zou overlaten. Maar af en toe moet je toch iets uit handen geven of je wordt gek.” (lacht)

Jullie meest recente samenwerking, met het Deense designmerk HAY, is op dat vlak een grote stap. Van kleinschalig en ambachtelijk naar een wereldwijde, industriële massaproductie.

Muller: “We willen al lang iets maken dat toegankelijk en betaalbaar is voor een groter en jonger publiek, en daarom hebben we zelf contact gezocht met HAY. Maar vanaf het ­eerste gesprek was het duidelijk dat de kwaliteit en de ­materialen top moesten zijn.”

Van Severen: “Ook dat willen we in deze expositie tonen: de eettafels die we ontwierpen voor HAY (met prijzen rond 1.200 euro, red), prijken naast de spiegels die we maakten voor Galerie kreo (in limited edition van slechts acht ­exemplaren, met prijzen vanaf 10.000 euro, EM). Voor ons staat dat echt probleemloos naast elkaar. Het prijsverschil zit in de productie, de oplage, de materialen. Maar in de zorg en aandacht die wij eraan geven, zijn ze helemaal ­evenwaardig.”

Fien Muller en Hannes Van Severen werken nog maar tien jaar samen, maar leerden elkaar lang daarvoor kennen, als studenten beeldhouwkunst. Zij: dochter van een ­beeld­houwer, die een extra dimensie zocht na haar studie fotografie. Hij: zoon van een gevierd meubelontwerper, die zijn eigen richting nog moest vinden. In het Design Museum Gent kan je werk van hen ontdekken dat ze maakten voordat ze samensmolten tot het ontwerpduo Muller Van Severen. “Nu is het de perfecte symbiose,” zegt Muller, “Maar voor die twee werelden samenkwamen was er al heel wat ­verwantschap in ons werk en de thema’s die ons boeien.”

Vonden jullie eerst elkaar leuk, of elkaars werk?

Muller. “Elkaar.” (lacht)

Van Severen: “Gelukkig maar, mijn werk uit die periode was nog heel studentikoos en experimenteel, denk ik. Onze klik zat toch meer in het uitgaan. En lol maken.”

Muller: “Tot ’s ochtends vroeg in de Charlatan (bekend Gents café, red.) hangen. Heerlijk.”

Van Severen: “En de volgende dag veel te laat op school aankomen.”

Muller: “De leraars vonden dat allemaal oké.”

Van Severen: “En dan als excuus zeggen: ‘Wij waren aan een denkproces bezig voor nieuw werk’.”

Dat is handig: dat excuus kunnen jullie vandaag nog altijd inroepen.

Muller: “Ja, we krijgen vaak de vraag of het geen nadeel is, dat wij als koppel altijd met het werk bezig zijn. Maar ik zie het net als een luxe: we kunnen elk moment van de dag ­werken en inspiratie opdoen als we willen, maar het moet nooit op commando gebeuren tussen 9 en 5. Als we het een dag niet voelen, dan moeten we niet op kantoor of in het atelier zitten. We kunnen ook heel eerlijk en kritisch zijn tegen elkaar. Daardoor kunnen we heel snel grote stappen zetten.”

Van Severen: “Ik zou nooit met iemand anders kunnen samenwerken. Het vertrouwen tussen ons is totaal. Als ik met andere mensen moet communiceren is dat altijd wat zoeken. Jij bent veel socialer en makkelijker in contacten leggen.”

Muller: “Je bent daar al wel veel in gegroeid.”

Van Severen: “Ze vragen ons vaak wat de werkverdeling is tussen ons twee. Alsof de één iets tekent, en de ander beslist in welk kleurtje het wordt uitgevoerd. Nee, het unieke is net dat we echt alles samen doen. In het ­eindresultaat is niet meer te onderscheiden wie welk ­aandeel heeft.”

Jullie vertelden in interviews vorig jaar dat de lockdowns een erg goede periode waren voor jullie.

Van Severen: “Ja het ging zeer hard. Er was rust en focus om aan nieuwe projecten te werken, en ondertussen kreeg ook de verkoop een gigantische boost. We hadden net aan het begin van de lockdown onze nieuwe website gelanceerd, en blijkbaar hebben veel mensen in die periode in hun ­interieur geïnvesteerd.”

Muller: “Het geld voor reizen of restaurantbezoek ging nu blijkbaar naar meubels. Voor veel mensen is de dagelijkse leefomgeving plots veel belangrijker geworden, als je ­constant tussen die vier muren zit.”

Heeft die periode ook een impact op jullie nieuwe ontwerpen? Nu we op een andere manier kijken naar de plekken waar we wonen en werken?

Muller: “Niet echt. De impuls om iets te maken komt altijd uit onszelf, we hebben ons nog nooit afgevraagd wat het publiek van ons verwacht. Dat is uiteindelijk hoe elke artiest werkt: je denkt niet: wat hebben de mensen nodig? We maken iets omdat we zelf die noodzaak voelen.”

Waaruit bestaat dat dan, die noodzaak om iets te maken? Als we heel stout zijn, zouden we zeggen: er is níks meer nodig. De wereld hééft al tafels en bestek en pepermolens en kandelaars.

Van Severen: “Ja, dat gevoel ken ik. Op de grote ­meubelbeurs van Milaan, bijvoorbeeld, word ik depressief. Die overdaad, dat is een beetje degoutant. Maar toch blijft er die drang, om iets te maken dat we zelf bijzonder vinden.”

Muller: “Hoeveel bestek er ook is, je wil uiteindelijk toch nog graag hét ultieme bestek maken. Oei, dat klinkt ­misschien veel arroganter dan ik het bedoel. (lacht) Het is niet dat wij iets maken dat ‘beter’ is. Maar we willen wel iets maken dat helemaal van ons is, en anders dan de rest. Daarin schuilt het plezier net. Als wij de vraag krijgen om iets te ontwerpen, denk ik alleen maar: yes, plezant, de max.”

Hannes in zijn woonkamer in de 'pillow sofa' die ze ontwierpen voor KASSL Editions. Op de tafel: kandelaars uit de collectie voor HAY. De 'hanging lamp n°1 blue’ is een van hun bekendste ontwerpen, verkrijgbaar bij valerie-objects.com. Beeld Rebecca Fertinel
Hannes in zijn woonkamer in de 'pillow sofa' die ze ontwierpen voor KASSL Editions. Op de tafel: kandelaars uit de collectie voor HAY. De 'hanging lamp n°1 blue’ is een van hun bekendste ontwerpen, verkrijgbaar bij valerie-objects.com.Beeld Rebecca Fertinel

Dat gevoel hou je over aan de tentoonstelling: er zit een soort blijdschap en speelsheid in jullie werk. Op een of andere manier voel je dat dit de creaties zijn van gelukkige, ontspannen mensen.

Van Severen: “Wij zíjn ook wel contente mensen.”

Muller: “Ik denk dat je vooral veel enthousiasme voelt in al onze ontwerpen. Wij beseffen elke dag wat een luxe het is dat wij dit mogen doen. Achter elk object zit energie en ­passie. En heel veel goesting, daar komt het toch op neer. Dit is gewoon wat wij het allerliefste doen.”

Van Severen: “Je zou ons soms bezig moeten zien. Als wij onderweg zijn om een eerste prototype te gaan bekijken, zitten we in de auto als blije kinderen die naar een pretpark gaan.”

Muller: “Dat zijn ook echt telkens wonderbaarlijke momenten voor ons. De voldoening om uit het niets ‘iets’ te maken, dat is het plezantste dat er is. Die verwondering is er na tien jaar nog altijd.”

Noem het drang, goesting, enthousiasme, het zorgt er in ieder geval voor dat Muller Van Severen in ‘slechts’ tien jaar tijd een behoorlijke oogst heeft opgeleverd. “Ik sta er zelf van te kijken, hoeveel wij al hebben gedaan. Maar dat is omdat de ideeën zich gewoon aan ons opdringen, we ­zoeken daar zelfs niet naar,” zegt Van Severen. En misschien ook, geeft hij wat aarzelend toe, door het besef dat onze tijd om alles waar te maken maar heel beperkt is. Alles moet nú gebeuren. Dat weet hij natuurlijk, want zijn vader Maarten Van Severen was amper 49 toen hij aan kanker stierf.

Van Severen: “Dat speelt zeker mee. Ik ben zes jaar ­jonger dan toen hij stierf. Dat is toch een akelige gedachte.”

Muller: “Echt? Ben jij daar mee bezig? Dat wist ik niet.”

Van Severen. “Ik denk daar niet bewust aan, maar toch... Eigenlijk wel. Naarmate je die leeftijd nadert, kan je dat niet helemaal negeren.”

Muller: “Ik voel zelfs eerder het omgekeerde: omdat we al zoveel moois hebben kunnen doen, heb ik er ook wel vrede mee als dit ooit om een of andere reden zou stoppen.

“Ik denk dat wij alleen maar zo productief zijn omdat we niets liever doen. We hebben nu een vreselijk drukke ­periode achter de rug en snakken naar rust en vakantie. ‘We gaan even niks ontwerpen’, hebben we tegen elkaar gezegd. Maar ik voel al dat het niet gaat lukken.”

Van Severen: “Nee, dat is nu al duidelijk. (lacht) Er zijn alweer te veel nieuwe ideeën. We zullen heel snel weer in het atelier zitten.”

10 jaar Muller Van Severen: In dialoog met de collectie. Nog tot 6 maart 2022. designmuseumgent.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234