Maandag 24/01/2022

AchtergrondMuziekdocumentaire

The Velvet Underground heeft nu een documentaire die zo origineel is als de band zelf

The Velvet Underground. Vlnr. Moe Tucker, Sterling Morrisson, Doug Yule en Lou Reed.
 Beeld MC Kostek
The Velvet Underground. Vlnr. Moe Tucker, Sterling Morrisson, Doug Yule en Lou Reed.Beeld MC Kostek

Over de Beatles en de Stones zijn talloze documentaires gemaakt. Tijd om ook eens aandacht te besteden aan die andere sixties-sensatie The Velvet Underground. Een interview met de Amerikaanse regisseur Todd Haynes, die de uitdaging aanging.

Belinda van de Graaf

Hoewel Todd Haynes (60) niet eerder een documentaire maakte, was hij volgens alle betrokkenen de aangewezen persoon om The Velvet Underground te portretteren. Het gaat om de roemruchte rockband van Lou Reed en John Cale die tot bloei kwam in de New Yorkse sixties.

“Die betrokkenen waren Lou Reeds weduwe Laurie Anderson, zijn zus Merrill Reed Weiner en de Universal Music Group, die de opnamerechten bezit”, vertelt Haynes na de overrompelende ontvangst van zijn film in Cannes, eerder dit jaar. Vakblad Variety noemde de film ‘hypnotiserend’, The Hollywood Reporter repte van ‘een van de beste muziekdocumentaires van het jaar’.

Met The Velvet Underground is Haynes erin geslaagd om een filmisch equivalent te maken van de betoverende, trance-achtige sound van de band, zoals met name te horen is op de eerste plaat The Velvet Underground & Nico uit 1967. Denk aan nummers als ‘Venus in Furs’, ‘Sunday Morning’ en ‘I’m Waiting for the Man’, stuk voor stuk klassiekers. Al vind je natuurlijk ook hoogtepunten op latere platen, denk aan liedjes als ‘Sweet Jane’ en ‘Candy Says’.

Het oeuvre van Todd Haynes is doordesemd van muzikale vondsten. Traditionele biopics waren niet zo aan hem besteed. In plaats daarvan maakte hij I’m Not There, een film over Bob Dylan geïnspireerd op zijn vele levens, en gespeeld door zes acteurs, onder wie Cate Blanchett en Richard Gere. In het fictieve Velvet Goldmine gaf hij de wereld van de glamrock, de glitterrock, gestalte, met verwijzingen naar David Bowie, Iggy Pop en Lou Reed. En in een van zijn vroegste werken, Superstar: The Karen Carpenter Story, wekte hij het verhaal van de anorectische zangeres tot leven met behulp van barbiepoppen.

Haynes’ documentaire over The Velvet Underground is al even origineel, opgebouwd uit ingenieuze splitscreens en in elkaar overlopende beelden en geluiden, in lijn met de experimentele sfeer die het New Yorkse culturele leven van de jaren zestig tekende.

Regisseur Todd Haynes in 2017.  Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Regisseur Todd Haynes in 2017.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Grotestadscultuur

Die explosie van talent, van muzikanten, schrijvers en filmmakers die elkaar vonden, zie je terug in de film. Andy Warhol die zich opwerpt als producer van de band, het Duitse fotomodel Nico tot zangeres bombardeert en de fameuze platenhoes maakt met de banaan op de cover. “Warhols New Yorkse studio The Factory fungeerde als een soort clubhuis”, zegt Haynes.

“De muziek van The Velvet Underground heeft grote impact gehad op mijn leven”, vervolgt de regisseur. “Voor mij is het een voorbeeld van grotestadscultuur op z’n best. De manier waarop al die verschillende kunstenaars samenkwamen, hoe een Amerikaanse rocker als Lou Reed en een Engelse, muzikale avant-gardist als John Cale elkaar vonden. Die combinatie leverde een van de meest invloedrijke rockgroepen ooit op.”

“Maar wat voor mij echt de plek en de tijd definieert is het ‘queer’ zijn, het anders mogen zijn”, vervolgt Haynes. “Mannen lakten hun nagels, gebruikten make-up, alsof het nooit anders was geweest. Gay clubs schoten als paddenstoelen uit de grond. Die tegencultuur sprak mij heel erg aan.”

Of zoals de New Yorkse avant-gardefilmer Jonas Mekas het zo mooi zegt in de film: ‘We are not the counterculture. We are the culture.’ Wij zijn de cultuur, niet de tegencultuur. Mekas filmde het eerste liveoptreden van The Velvet Underground in 1964. Hij overleed tijdens het maken van de documentaire, vandaar dat de film aan hem is opgedragen.

Behalve Mekas voert Haynes ook andere getuigen op van het eerste uur, met name de aanwezigheid van de 79-jarige John Cale maakt indruk. Lou Reed, die acht jaar geleden op 71-jarige leeftijd overleed, is aanwezig via foto’s en filmpjes, en is te horen in voice-over.

Lou Reed is natuurlijk altijd erg bewonderd als muzikant, maar in de film komt hij ook naar voren als een behoorlijke baas. Eerst werkte hij Andy Warhol eruit, en daarna John Cale.

Botsende ego's

The Velvet Underground behelst daarmee ook een geschiedenis van botsende ego’s, knetterende ruzies en oplopende spanningen, overspoeld met verdovende middelen. Vandaar ook dat de band zo kort bestond, Lou Reed stapte zelf op in 1970, drie jaar later werd de groep opgeheven.

Dat het een rauwe bende was, wordt ook duidelijk uit de film, al laat Haynes tegelijk een andere, zachtere kant zien. “Voor mij kwam het perspectief van de Amerikaanse muzikant Jonathan Richman als een kleine verrassing”, zegt hij.

“Richman vertelt in de film dat hij kennismaakte met de band als tiener in Boston. Hij bezocht zo’n tachtig shows, hing rond met de bandleden en leerde van hen gitaar spelen. Uit Richmans verhaal klinkt iets heel zoets, hoe de rockers het jongetje dat zo verslingerd was aan hun muziek, met open armen ontvingen. Ik vind dat een ontroerend beeld. En het zegt ook iets over de manier waarop de band anderen inspireerde.”

Platenhoes ontworpen door Andy Warhol Beeld
Platenhoes ontworpen door Andy Warhol

‘Het gaat om een ervaring, een reis terug in de tijd’

Haynes werkte vier jaar aan de documentaire en wijdde het coronajaar 2020 aan de montage. “Ik zat tot mijn grote geluk in quarantaine met The Velvet Underground.” Hij had een duidelijke visie: een film maken in de geest van de band.

“De avant-gardecinema en de muziek uit de New Yorkse sixties waren leidend”, vertelt hij. “De interviews, de woorden, kortom de orale geschiedenis waren natuurlijk ook belangrijk, maar ze moesten zich voegen naar het beeld en het geluid. Ik wilde niet, zoals je in veel documentaires ziet, dat de interviews de film zouden domineren, want het gaat om een ervaring, een onderdompeling, een reis terug in de tijd. Daar draait het voor mij om, een fysieke, emotionele belevenis, floep, in een tijdmachine terug naar het New York van de jaren zestig.”

De hippiecultuur? Nee, daar moesten de bandleden niks van hebben. Het is een van de grappigste momenten in de film, als de enorme antipathie van de band jegens de zonnebadende hippies aan de westkust aan bod komt. Bustehouders verbranden? In de zon zitten, met bloemen in het haar? Kom op, ga wat doen!, was het motto van de rockers.

The Velvet Underground is vanaf 15 oktober te zien op AppleTV+.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234